September 1997, nr 181

Greta Garbo

Toen hadden we nog gezichten

Greta Garbo: just a girl like all the rest
Greta Garbo uit de dagen
toen wij voor het eerst je zagen,
jij bent altijd meer geweest
dan de jeugd en een filmfeest.

In het zwoels der avondzalen
was jij 't smartelijk ademhalen
van iets koels dat niet geneest:
liefde, tederheid van geest.

Johan Daisne

Greta Garbo, jaar onbekend.

Eva Braun viel meer op Clark Gable, maar Greta Garbo was de lievelingsactrice van de filmfans 'Alf' Hitler en 'Jo' Goebbels. Meer dan eens heeft de latere Rijkspropagandaminister Joseph Goebbels naar Garbo verwezen in zijn beroemde dagboeken. Op 6 mei 1929 schreef hij bijvoorbeeld: "Greta Garbo ist ein göttliches Weib". En op 25 januari 1937: "Nachher kommt noch der Führer mit Wiedemann. Filme: Die Kameliendame mit Greta Garbo. Und alles versinkt vor der großen, einsamen Kunst der göttlichen Frau. Wir sind auf das Tiefste ergriffen und benommen. Man schämt sich der Tränen nicht."
Er zijn intussen meer dan dertig Engelstalige Greta Garbo-biografieën verschenen, waarin het bovenstaande echter niet voorkomt. Verder is alles wat de lezer nooit gedacht had te willen weten over Greta Garbo wel in die boeken te vinden. Serieus en met een bewonderenswaardige inzet worden leven en werk van Greta Garbo bestudeerd en er wordt gezocht naar een antwoord op de kennelijk belangrijke vraag of ze nou hetero, lesbisch of wellicht bi is geweest. Greta Garbo gaf er de voorkeur aan ongetrouwd te blijven, een 'lovely loner', want huwelijkskandidaten waren er genoeg. Behalve Mauritz Stiller en John Gilbert worden door haar biografen als Garbo's intiemere vrienden genoemd regisseur Rouben Momoulian, dirigent Leopold Stokowski, gezondheidsgoeroe Gaylord Hauser, decorontwerper Cecil Beaton, de Griekse scheepsbouwer Aristoteles Onassis, fotograaf Clarence Sinclair Bull en een aantal wat onbekendere dames en heren uit het métier.
De meest recente biografie is die van Barry Paris en heet zoals de meeste Greta Garbo-kronieken kortweg 'Garbo' (Alfred A. Knopf, 1995); de mooist geïllustreerde blijft echter nog steeds die van Alexander Walker: 'Garbo' (Sphere Books, 1982). De vroege Garbo-verhalen in Amerikaanse filmbladen en kranten waren dwepender van toon dan de Garbo-boeken van na 1970. Ook toen hadden sommige stukken echter al relativerende koppen: 'Garbo Maniacs! Exploding the Garbo Myth' en 'The false ideas people have of Greta Garbo!'. En er werden en worden natuurlijk grappen gemaakt over haar accent: "You haf been here zhree hours, and what haf you said? Nothink, absolutely nothink!" en: "Bring me a vizkie wiz zjinzjer eel!"

Inzeepster
Greta Garbo, uitgerust met een goed intellect, had al direct na haar aankomst in de filmkolonie in 1925 een aversie tegen Hollywood en sloot zich aan bij een groepje 'ballingen' dat zich ophield rond de schrijfster/actrice Salka Viertel, zoals Olga Baclanova, Billy Wilder, Ernst Lubitsch, Max Reinhardt en Sergei Eisenstein. De sinds 1922 in Amerika wonende en werkende Berlijnse regisseur Ernst Lubitsch, die met haar Ninotchka (1939) maakte, zei in The New York Times dat hij Greta Garbo de meest verlegen en meest introverte filmactrice vond waarmee hij ooit werkte. Alleen Cary Grant vertoonde volgens Lubitsch dezelfde karaktertrekken. De vanuit Moskou naar Hollywood gekomen 'silent star' Olga Baclanova drukte zich in 1964 in een interview met John Kobal minder diplomatiek uit. Haar herinnering aan Greta Garbo: "Garbo was very sick, a very sick woman. I don't know why, but she was very sick."
Greta Garbo werd als jongste van drie kinderen op 18 september 1905 in de arbeiderswijk Högbergsgaten in de Zweedse hoofdstad Stockholm geboren als Greta Louisa Gustafsson. Een stille, in zichzelf gekeerde flinke meid die er op haar veertiende jaar al uitzag als een volwassen vrouw. Greta Gustafsson werkte als inzeepster bij een herenkapper en als verkoopster in een groot warenhuis. In 1924 liet Mauritz Stiller haar in de vier uur durende film Gösta Berlings saga de rol van gravin Elizabeth Dohna spelen. Stiller bedacht de naam Greta Garbo, hij adviseerde haar, zocht de juiste kleding voor haar uit, ze werd als het ware zijn Pygmalion-creatie. Het lukte hem zijn pupil in Duitsland in een film te laten acteren onder regie van G.W. Pabst: Die freudlose Gasse (1925) en Stiller trad op als Garbo's agent tegenover Louis B. Mayer, die voor MGM in Europa op talentenjacht was.

Zware Zweedse accent
In de zomer van 1925 arriveerden Garbo en Stiller in New York om na een paar maanden door te reizen naar Hollywood. Daar werd Garbo door MGM gelanceerd als 'de Zweedse Norma Shearer'. Op 27 november startten de eerste opnamen voor The torrent, waarin ze Leonora Moreno speelt. De lange zwijgzame Garbo met de afwezige blik en het zware Zweedse accent imponeerde 'off screen' iedereen die haar ontmoette: een stille-wateren-hebben-diepe-gronden-type, totaal anders dan al die drukke extraverte figuren, de aandachttrekkers die Hollywood bevolkten. Eenmaal voor de camera werd ze bijkans volmaakt, dan ontstond als bij toverslag de charismatische vrouw waarvan - net als later bij Marlene Dietrich zou gebeuren - mannen en vrouwen meteen gecharmeerd waren of zelfs van streek raakten. Variety schreef over Garbo's debuut in een Amerikaanse film: "This girl has everything, with looks, acting ability and personality!".
Krap twee decennia en 24 MGM-films later is het gedaan met haar filmcarrière. Na Two faced woman (1941), een film die in Amerika niets deed en door de oorlog niet in Europa kon worden uitgebracht, trok Garbo zich terug uit de filmbranche. Twee jaar eerder, in 1939, plaatsten de Independent Theatre Owners al in diverse vakbladen een open brief aan MGM waarin Greta Garbo-films 'poison at the boxoffice' werden genoemd en de studio werd geadviseerd voortaan maar geen films meer met haar op te nemen: de bioscoopexploitanten hadden het al moeilijk genoeg. In 1946, toen bevrijd Europa als afzetgebied weer in trek was, zou Garbo haar 'comeback' maken in een kleurenfilm over de Franse courtisane Madame de Lenclos. Met James Mason had ze al kostuumtests gedaan, maar producent Walter Wanger blies het project op het laatste moment af.
Het publiek zou nooit Garbo's lichtblauwe ogen in de cinema te zien krijgen. Greta Garbo kreeg pas in 1954 een Special Academy Award 'for her unforgettable screen performances' en in 1968 werd in New York voor de eerste keer een compleet Garbo-retrospectief gehouden. Alle voorstellingen waren weliswaar nog voor de opening uitverkocht, maar dat zegt weinig over Garbo's populariteit van dat moment. In de recensies van de nieuwe generatie beroepskijkers werd gewag gemaakt van 'high-grade soap opera's' en 'improbable melodramas, not much to be proud of'.

Lange close-ups
Greta Garbo had alleen haar gezicht (en een goede belichter) nodig om te bewijzen dat zij en niemand anders recht had op de titel Koningin van het Witte Doek. Ze bezat het vermogen met haar trage oogopslag het publiek het gevoel te geven dat men deelgenoot werd van haar intiemste gedachten. Gloria Swanson zegt als de 'stomme film-actrice' Norma Desmond in Sunset Boulevard (1950): "We didn't need dialogue, we had faces then. They don't have faces anymore - maybe one, Garbo!". Garbo acteerde niet, ze was aanwezig en keek in haar films in lange close-ups (via de camera van William Daniels) neutraal voor zich uit. Om met Richard Widmark te spreken: "Haal Greta Garbo eruit en er blijft niets van de films over!". Al is Garbo's naam nog steeds overbekend (samen met Chaplin is ze de enige overgebleven grote ster uit de 'stomme' periode), ze stond op de keper beschouwd inderdaad nooit in een echt grote geluidsfilm. Haar beste films maakte Garbo vóór 1930, zonder dat haar stem in de cinema klonk.
Na haar laatste film leefde Garbo nog 48 jaar in de wetenschap dat veel journalisten achter haar aanzaten en men er op uit was haar fysieke aftakeling onbarmhartig aan de wereld te tonen. Garbo's voornaamste dagtaak bestond uit pogingen om onherkenbaar te blijven en niet op te vallen. Ze gebruikte allerlei pseudoniemen en verhuisde om de haverklap. De laatste jaren van haar leven maakte ze lange wandelingen met kunsthandelaar Sam Green in de Upper East Side van Manhattan: stevige rubber laarzen aan de voeten, een kloeke zonnebril op de neus, veel sjalen rond haar hoofd en een flinke camouflagezakdoek in de hand. En ze telefoneerde veel met Green. Die gesprekken zijn, zoals nu wordt beweerd 'met haar instemming', op band vastgelegd en verschenen in druk in de biografie 'Garbo' van Barry Paris. Ze gaan voornamelijk over dagelijkse beslommeringen die voor iedereen die 'op leeftijd' is gekomen belangrijk zijn: gas, licht en water, een koelkast die het niet doet, de moeite die ze heeft met het vinden van een geschikte hulp. En over haar voortdurende angst om herkend, of erger, om aangesproken te worden.
Het lijkt erg onwaarschijnlijk dat de 'oncommunicatieve' Garbo geweten heeft dat haar gesprekken met 'vriend' Sam Green op een bandje werden geregistreerd. Iemand die een leven lang eigenlijk het liefst alleen en anoniem wilde zijn, die al in 1928 voor het laatst een interview gaf, gaat met zoiets indiscreets niet akkoord. Kortom: een rare, onkiese manier van doen. Dat geldt ook voor 'fotograaf' Ted Leyson, die zich ruim tien jaar lang voor de straatdeur van haar Newyorkse flat verdekt heeft opgesteld, in de hoop de meest ontluisterende foto van Greta Garbo te kunnen maken. Het is hem niet gelukt haar als een 'gerimpeld relikwie van in de tachtig' (Otto Friedrich) vast te leggen.
Greta Garbo was eens een gewoon Zweeds kind, later een leuk meisje en schoolvriendin van Eva Blomkvist, daarna een succesvolle hoedenverkopster en een naïef model in een reclamefilmpje (How not to wear clothes). Door toedoen van de ambitieuze Zweedse cineast Mauritz Stiller is ze vervolgens in de Amerikaanse filmindustrie beland, waar hij haar al na een paar maanden weerloos achterliet en terugkeerde naar Stockholm om er in eenzaamheid te sterven, een foto van haar in zijn handen. Op zondag 16 april 1990 overleed, 84 jaar oud, de 'ondoorgrondelijke', de 'mysterieuze' Greta Garbo. De weken ervoor werden in een ziekenhuis in New York de laatste opnamen van haar gemaakt: röntgenfoto's. Nog een wonder dat die niet zijn gepubliceerd.

Thomas Leeflang

The single standard (1929).

Het Nederlands Filmmuseum presenteert van 4 t/m 30 september het programma 'Greta Garbo - Stil en spraakmakend'. Vertoond worden elf speelfilms uit haar stille periode, bijna allemaal voorzien van muzikale begeleiding in de zaal: Gösta Berlings saga (Mauritz Stiller, 1924), Die freudlose Gasse (G.W. Pabst, 1925), The torrent (Monta Bell, 1926), The temptress (Fred Niblo, 1926), Love/Anna Karenina (Edmund Goulding, 1927), Flesh and the devil (Clarence Brown, 1927), The mysteriuos lady (Fred Niblo, 1928), Wild orchids (Sidney Franklin, 1929), A woman of affairs (Clarence Brown, 1929), The single standard (John S. Robertson, 1929), The kiss (Jacques Feyder, 1929). Informatie en reserveren: 020-5891400.

Naar boven