Verwacht - september 1997, nr 181


The lost world: Jurassic Park
Raquel Welch lukte het niet met One million years B.C. en ook When dinosaurs ruled the earth kon niet tippen aan de dinomania die Jurassic Park vier jaar geleden ontketende. Alhoewel die manie vooral te signaleren was in de winkelschappen van de Amerikaanse voedselketens, vonden de bedenkers de tijd nu weer rijp voor een vervolg. Maar de tijden zijn ietwat veranderd. Na Jurassic Park keken we met andere ogen naar onze huisdieren, die er ineens als gevaarlijke carnivoren uitzagen. Na The lost world zien we de dinosauriërs als onze nieuwe huisdieren, zo vertrouwd zijn we ondertussen geraakt aan de trucendoos van Hollywood. Toch lukte het Steven Spielberg en co de velociraptor, de stegosaurus en de T-rex in een don't-miss-film te proppen, want de recette heeft het, overigens zelf verzonnen, record over de eerste vier dagen gebroken. The lost world heeft nog meer prehistorische dieren, nog meer onzorgvuldige wetenschappers en nog minder plot. The lost world kijkt echter niet alleen naar zijn voorganger, maar ook in de toekomst. De film wil alvast vooruit lopen op Roland '
Independence day' Emmerichs Godzilla-remake, door de dinosauriërs op San Diego los te laten. Jeff Goldblum en Richard Attenborough zijn weer van de partij om de dino's in te tomen, Julianne Moore is er om bang gemaakt te worden en Pete Postlethwaite en Peter Stormare zijn er om dinobaby's de nek om te draaien. En de diertjes zelf? Uit een Amerikaanse krant tekenden we de volgende verzuchting op. Eén van de personages vermaant de ander: "Deze schepselen hebben miljoenen jaren op de aarde gewandeld, en het enige wat je nu kunt doen is ze neerknallen?" Volgens de criticus had iemand Spielberg dezelfde vraag kunnen stellen.

Julianne Moore en Jeff Goldblum zijn onder de indruk.


Conspiracy theory heet het blaadje dat Jerry Fletcher (Mel Gibson) uitgeeft en dat vijf abonnees telt. Deze doorgedraaide taxichauffeur lijdt aan rasechte paranoia en de film zit dan ook volgepropt met klassiekers als fluoride in het drinkwater en aardbevingingen die veroorzaakt worden door space shuttles. Er zijn ook genoeg hoogst originele speculaties, zoals die over codes op de verkeersborden, wat geheime instructies zouden zijn voor de Verenigde Naties als zij een coup willen plegen. En wist u dat Prins Charles eigenlijk een marionet van de Nieuwe Wereld Orde is? De rol van Patrick Stewart, bekend als Captain Jean-Luc Picard uit Star Trek, is gemodelleerd naar de kwaadaardige dr. Cameron, die met CIA-geld argeloze proefpersonen hersenspoelde. Maar het grootste complot staat nu op Internet: de film van Richard Donner is het bewijs dat er scenarioschrijvers zijn, die koelbloedig het Amerikaanse volk dom willen houden.

Conspiracy theory: Mel Gibson zoekt troost bij Julia Roberts.


Smilla's sense of snow volgt trouw het verhaal van de gelijknamige bestseller van Peter Høeg, compleet met diens ongelooflijke plotontwikkeling. De film moet het echter doen zonder de uitgebreide bespiegelingen van Smilla over het ijs, de sneeuw en de Groenlandse identiteit, zodat de film een vreemdsoortige complot-thriller wordt, met een ontknoping die niet zou misstaan in een science fiction-film uit de jaren zestig. De regie is in handen van Bille August, wiens carrière flink in het zadel zat na wat Gouden Palmen en een Oscar voor Pelle de veroveraar en The best intentions, tot hij begon te worstelen met boeken als 'The house of the spirits' en 'Jerusalem'. Julia Ormond speelt nu eens geen zwoele dame, maar een ijskoude Smilla. Dat Julia goed kan gedijen in de vrieskou, viel ook Nikita Mikhalkov (Urga) op, die haar vroeg voor zijn nieuwste film Siberia.


Head above water lijkt een cadeautje van Kevin Costner aan regisseur Jim Wilson, voor twaalf jaar trouwe arbeid bij diens produktiemaatschappij Tig Productions. Wilson voltooide alweer twaalf jaar geleden twee onuitgebrachte films, offerde zijn schamele regiecarrière op voor Costner en mag nu een zogenaamde 'Hollywood dept-movie' maken. Dat de klucht annex moordmysterie Head above water nu twee jaar na dato toch nog wordt uitgebracht is uitsluitend te danken aan publiekstrekkers Harvey Keitel en Cameron Diaz. Keitel zet zich wel een beetje voor schut door zichzelf te parodiëren als de clean-upman uit Pulp fiction. Als het lijk uit de kast in stukjes is gesneden en onder het cement ligt, roept hij: "I cleaned it up. Quick, neat and final." Scenarioschrijfster Theresa Marie heeft zich overduidelijk een pseudoniem aangemeten, want de volgens de persmap 'flexibele, veelzijdige schrijfster' heeft niets op haar c.v. staan. Zou het Kevin Costner zijn?

Head above water: Cameron Diaz heeft pret met Harvey Keitel.


A smile like yours wenst Danny (Greg Kinnear) zijn denkbeeldige baby toe, en hij doelt daarbij natuurlijk op de lach van zijn geliefde vrouw Jennifer (Lauren Holly). Maar het lachen vergaat de twee met een kinderwens als blijkt dat Danny lijdt aan een afwijking genaamd 'lazy swimmers'. Pogingen worden ondernomen om Danny's onvruchtbaarheid tegen te gaan met aromatherapie. Deze komedie mag de toevoeging romantisch krijgen als blijkt dat beiden eigenlijk liever vreemd hadden willen gaan. Regisseur Keith Samples gaf zijn baan bij Rysher Entertainment op, een groeiend produktie- en distributiebedrijf dat door hem zelf is opgericht, om zich te storten op dit regiedebuut. Holly en Samples kenden elkaar nog vanuit de cockpit van Turbulence, maar zagen gebeuren dat deze nieuwe samenwerking eind augustus in de Verenigde Staten werd uitgebracht, een tijdstip dat slechts weggelegd is voor afdankertjes.


The full monty betekent in goed Engels 'helemaal naakt'. In Adamskostuum zien we de personages echter net niet, want dat zou toch te veel de aandacht afleiden van hun motieven om tot het uiterste te gaan. Zes werkloze mannen uit Sheffield worden geïnspireerd door de Chippendales en hopen een centje te verdienen met een stripact. Ze stelen een videotape van Flashdance om het aan een grondige studie te onderwerpen en al snel wiegen de heupen lustig op Gary Glitter en Tom Jones. Dat de één tegen de vijftig loopt, de ander een slechte heup heeft en een derde depressieve neigingen vertoont, staat hun succes niet in de weg. De eerste film van de Engelse regisseur Peter Cattaneo, Loved up, heeft Nederland nooit bereikt, maar hoofdrolspeler Robert Carlyle kennen we nog maar al te goed als Begbie uit Trainspotting. Laat dat nou net de laatste zijn die we nog wel eens naakt hadden willen zien.


City of industry is de raadselachtige titel van een film, die in Frankrijk om onverklaarbare redenen de hoogst onoriginele titel City of crime meekreeg. Deze laatste dekt de lading wel beter, want Los Angeles wordt weer eens geteisterd door een bende juwelendieven. Drie van hen kunnen de verleiding niet weerstaan om nog een klus te klaren voordat ze uit het vak stappen. Dat is vragen om problemen, temeer omdat er zich een verrader onder hen lijkt te bevinden. City of industry probeert een film noir te zijn, maar het lijkt die term te verwarren met slecht verlichte locaties. Gelukkig wandelen Famke Janssen en Harvey Keitel daar doorheen. Regisseur John Irvin zwalkt nu al jaren heen en weer tussen gespierde, doch vergeten werkjes als Next of kin en Raw deal en slaperige films als Widows Peak en A month by the lake. Een man met vele gezichten dus, want die Irvin verruilt met gemak het Como-meer voor een industriestad. Onduidelijk blijft wat die filmtitel toch met een juwelenroof te maken heeft.


Gaston's war is na Elixir d'Anvers de tweede poging van de Belgische regisseur Robbe De Hert om een bijdrage aan de alternatieve geschiedschrijving te leveren. Mondde dat bij de Antwerpse verhalen uit in veel zuipen en billen knijpen, geheel in de stijl van zijn enorme flop Brylcream Boulevard, in Gaston's war doet hij een serieuzere gooi naar een Oliver Stone-status. Gaston heeft echt bestaan en werd tijdens de Tweede Wereldoorlog na vele heldendaden door de geallieerden gebruikt als pion in een afleidingsmanoeuvre. De oorlogsmythe over de schone handen van de geallieerden wordt hiermee inderdaad ontkracht, maar De Hert doet geen enkele moeite om Gastons heldhaftige optreden te relativeren. Dit is des te pijnlijker, omdat de film gebaseerd is op Gastons memoires en de archieven pas in 2042 open zullen gaan. Sylvia Kristel en Gert-Jan Dröge, in summiere bijrollen, krijgen het voor elkaar om het laatste greintje realisme te laten verdwijnen. De meest gehoorde tekst: "Wees voorzichtig, hè!"


O.K. Garage is het regiedebuut van Brandon Cole, die hiervoor het scenario schreef voor Alexandre Rockwells Sons en John Turturro's Mac. Turturro speelt op zijn beurt mee in O.K. Garage, een onafhankelijk gemaakte komedie, met een garage die in geen geval het stempel O.K. zou mogen dragen. De garagehouder is een regelrechte afzetter, zit tot zijn nek in de gestolen auto's en laat de klanten keer op keer terugkomen voor nieuwe reparaties. Het zit Lily Taylor begrijpelijkerwijs tot hier en samen met een hagedissenfreak zint ze op een zoete wraak. Het moge duidelijk zijn dat de film door uw lokale automonteur niet op prijs zal worden gesteld. De combinatie van Turturro en de immer felle Taylor (I shot Andy Warhol, Short cuts) doet echter het beste vermoeden. Turturro en Cole husselen ondertussen de rollen in Turturro's komende film Illuminata nog eens door elkaar, waarbij Cole weer achter zijn schrijftafel zit.


Paradise Road speelt zich af in een Japans gevangenenkamp op Sumatra in de Tweede Wereldoorlog. De enige vorm van verlichting vormt het zangkoor, opgericht door Glenn Close. Een aangrijpend en waargebeurd verhaal, maar pas op, wie Hollywood en emoties zegt, zegt ook soft focus en een ondergaande zon. Paradise Road bevat twee opmerkelijke rollen: Frances McDormand heeft zich na Fargo nu een overdreven nep-Duits accent aangemeten en Johanna ter Steege is gestrikt als non. De regie is in handen van Bruce Beresford, die zich eerder vertilde aan de indianentragedie Black robe en het executie-drama Last dance, met een Sharon Stone die wanhopig een serieuze rol wilde spelen. Beresford kreeg ooit een Oscar voor Driving miss Daisy, maar zag daarna al zijn films floppen. Hij behandelt zijn onderwerpen nog altijd zeer correct, want wie echt sadisme wil zien, bekijkt Camp on Blood Island uit 1958.

Paradise Road: Glenn Close leert zuster Johanna ter Steege zingen.


Addicted to love is alweer een romantische komedie met Meg Ryan, de meest geliefde vrouw van Hollywood. Of haar liefdesleven weer zoveel publiek trekt als Sleepless in Seattle zal afhangen van de actiemoeheid van de kijkers: hoogstwaarschijnlijk zal de film een welkome afwisseling vormen voor het geweld van The lost world: Jurassic Park. Griffin Dunne zat voor het eerst op de regiestoel, na vooral bekend te zijn geworden als acteur in After hours en als producent van Running on empty. In Addicted to love nemen Meg Ryan en Matthew Broderick wraak op scheve-schaatsrijders Kelly Preston en Tcheky Karyo. Cupido raakt de draad ook een beetje kwijt in deze vierhoeksverhouding, maar dat zal de ware zwijmelaar een zorg zijn.

Addicted to love: Meg Ryan fotografeert beter zonder bril.


Nothing to lose is ook een komedie en heeft ook Kelly Preston op de payroll staan, maar is allesbehalve romantisch, alhoewel een ontrouwe vrouw ook hier de film in gang zet. De film is meer een buddy-movie, met Tim Robbins en Martin Lawrence (Bad boys) als twee tegenpolen, die ondanks alles vriendjes worden. Nick is rijk en blank, maar zonder vrouw, T-Paul is zwart en arm, maar met vrouw en kinderen om te onderhouden. T-Paul overvalt Nick en Nick gaat over de rooie. Regisseur Steve Oedekerk zag hier wel wat grappigs in, maar Tim Robbins zou toch een beter script waardig zijn. Oedekerk trainde zich in het komische genre met het dubieuze Jim Carrey-vehikel Ace ventura: When nature calls en als schrijver van The nutty professor. Het lijkt erop dat Oedekerk degene is die niets te verliezen heeft.

Nothing to lose: Tim Robbins en Martin Lawrence zijn leuk en nerveus.


Turks fruit is de best bezochte Nederlandse film aller tijden en wordt derhalve opnieuw uitgebracht in een nieuwe kopie. Wat de Amerikanen deden met Star Wars zou ons toch ook moeten lukken. Twee generaties werden ontroerd door Monique en Rutger in de regen en de dieptrieste afloop. Dit ikoon van liefde, vrijheid en onmacht mag de komende generatie niet ontnomen worden, dacht distributeur Concorde terecht. Handig is dat deze klassieker uit 1973 van Paul Verhoeven mee kan surfen op de publiciteit rondom Monique van de Ven, die op het Nederlands Film Festival in Utrecht in het zonnetje wordt gezet.

Mariska Graveland

Naar boven