Oktober 1997, nr 182

Brassed off

Blazen tegen Thatcher

De tijd dat sociale problemen sombere, saaie films opleverden ligt al een tijd achter ons. Wie een boodschap wil uitdragen moet hem verpakken in een vrolijke film want anders komt er geen publiek. De Britse filmmaker Mark Herman heeft dat goed begrepen en vertaalt de sociale gevolgen van een mijnsluiting in een klein dorpje in een 'feel good movie' over solidariteit.

Andy (Ewan McGregor) en Gloria (Tara Fitzgerald) vinden elkaar leuk.

Dat Engeland een sterke sociaal-realistische filmtraditie bezit, heeft te maken met de van oudsher rigide klassentegenstellingen. Mike Leigh en Ken Loach hebben er hun filmcarrière op kunnen bouwen. De scherpe tegenstelling tussen arbeid en kapitaal maakte Engeland decennia lang het toneel van felle arbeidsconflicten, die werden uitgevochten in lange stakingen. Het laatste grote gevecht werd geleverd in 1984, toen de Thatcher-regering besloot om de onrendabele kolenmijnen te sluiten. Op economische gronden was die beslissing goed te verdedigen, maar over de sociale gevolgen was nauwelijks nagedacht.
Wat vage beloften over vervangende werkgelegenheid, meer had de IJzeren Dame de mijnwerkers niet te bieden. Het resultaat was een mijnstaking die langer dan een jaar duurde en die het land in tweeën verdeelde. "Opa, wat deed jij in 1984?" is een vraag die in de Engelse voormalige mijnstreken nog vaak te horen zal zijn. Regisseur Mark Herman kan hem met een gerust hart beantwoorden, want hij sympathiseerde met de stakers. In de jaren na de staking, die met behulp van stakingsbrekers en politie bij de meeste mijnen werd verloren, bleef de staking in zijn hoofd rondspoken. Brassed off is de inlossing van wat Herman voelde als een ereschuld.

Stoflongen
Brassed off speelt zich af in 1992 in het mijnwerkersdorp Grimley in de streek Yorkshire. Als een van de weinige heeft de lokale mijn de mijnsluiting van 1984 dankzij de solidaire en vastberaden acties van de mijnwerkers overleefd, maar acht jaar later zet de mijndirectie opnieuw de aanval met de bekendmaking de mijn te willen sluiten ("Coal is history"). Dit keer pakt ze het slimmer aan, want zij biedt elke mijnwerker een forse afkoopsom als hij met de sluiting akkoord gaat. Verdeeldheid is het gevolg: een meerderheid van de mijnwerkers kiest voor het geld, een kleine minderheid blijft vechten voor het behoud van de mijn. De film gaat over deze minderheid, die steeds meer in de (financiële) verdrukking komt. Herman vond een originele invalshoek om de sociale ellende, maar vooral ook de warme solidariteit te laten zien, namelijk een uit mijnwerkers bestaande brassband, die door de sluiting van de mijn in zijn voortbestaan wordt bedreigd. De leden hebben belangrijker zaken aan hun hoofd dan de wekelijkse repetitie, met name de vraag hoe zij zonder werk in de mijn moeten overleven.
Bandleider Danny (een uitstekende rol van Pete Postlethwaite, In the name of the father) ziet de teloorgang van 'zijn' harmonie met lede ogen aan, maar ziet het tij keren als een spontane jonge vrouw (Tara Fitzgerald, type jonge Monique van de Ven) zich als lid aanmeldt. Niet alleen vindt zij in de band haar jeugdliefde Andy terug (Ewan McGregor,
Trainspotting), ook speelt zij goed, zodat serieus gewerkt kan worden aan Danny's grote wens: kampioen van Engeland worden. Het dreigt alsnog mis te gaan als de fanatieke bandleider ("de band is mijn leven") bezwijkt aan stoflongen en in het ziekenhuis wordt opgenomen, omdat de bandleden het definitief voor gezien willen houden. Maar na enig beraad wordt de muzikale strijd onder de uitroep: "Laten we het doen voor duizend werkloze mijnwerkers en één zieke" voortgezet.

Traanklieren
In Brassed off zit het hart op de goede plaats, maar de film valt nogal eens in de valkuil van het aangezette sentiment. Met name de dramatische perikelen rond Danny's zoon Phil, die uiteraard ook mijnwerker is, zijn nogal overdadig. Niet alleen wordt de aardige jongen door zijn vrouw in de steek gelaten, ook is hij genoodzaakt om als clown (u voelt de tragiek) op kinderfeestjes bij te klussen, waarbij hij voor de ogen van de kleintjes mentaal instort: "God nam John Lennon en drie jongens uit de mijn tot zich, wil ook mijn vader hebben maar Thatcher leeft! Waar is Hij mee bezig?" Ook het bezwijken van zijn vader komt wel op een heel mooi dramatisch moment, namelijk als de band na terugkomst van een gewonnen concours hoort dat de mijn definitief gesloten zal worden.
En dat Herman de finale van zijn film, waarin hij in een speech het tragische lot van de mijnwerkers nog eens samenvat, zonder ironie optuigt met het lied 'Land of hope and glory' is ongetwijfeld goed bedoeld, maar werkt bij mij eerder op de lachspieren dan op de traanklieren. Wie de uit de bocht vliegende finale voor lief neemt, zal zich echter uitstekend amuseren met de wel geslaagde aspecten van de film. Er kan vooral worden genoten van de uit het leven gegrepen karakters, die volstrekt geloofwaardig zijn en die voor een tragikomische sfeer zorgen. Ook hoef je geen liefhebber van brassmuziek te zijn, om de muziek in deze film te kunnen waarderen. Maar het belangrijkste is de hommage aan solidariteit-tegen-de-klippen-op, die Brassed off ondanks alle getoonde ellende tot een 'feel good movie' maakt.

Jos van der Burg

Brassed off
Engeland, 1997.
Produktie: Steve Abbott.
Scenario en regie: Mark Herman.
Camera: Andy Collins.
Geluid: Dennis McTaggart.
Montage: Michael Ellis.
Muziek: Trevor Jones.
Met: Pete Postlethwaite, Tara Fitzgerald, Ewan McGregor, Stephen Tompkinson.
Kleur, 103 minuten.
Distributie: Cinemien.
Te zien: vanaf 23 oktober.

Naar boven