Video - oktober 1997, nr 182

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


Some mother's son
Terry George
Vorig jaar draaide de Ierse debuutfilm Some mother's son in het nevenprogramma Un certain regard in Cannes. Het ophalen van die herinnering bleek niet mogelijk, want, zo wist een medewerkster van het door de distributeur ingehuurde publiciteitskantoor te vertellen, "die film wordt door ons niet gecommuniceerd". Pardon? In gewone-mensen-taal blijkt dat te betekenen: die film interesseert ons niet, daar doen we niets aan en daar geven we geen cent aan uit. Curieus geval: distributeur brengt een film uit, maar vindt hem te marginaal om er publiciteit voor te maken. Een zichtcassette van
Jerry Maguire konden we zo krijgen, en De zwanenprinses deel II was ook geen probleem. Maar een film als Some mother's son valt buiten het benepen blikveld van Columbia. Ten onrechte, want het betreft hier een van de betere vertegenwoordigers in het subgenre van films over de strijd in Noord-Ierland. Nogal wat filmmakers voelen zich aangetrokken tot de 'troubles' in Ulster, wellicht om de prozaïsche reden dat het gegeven zich uitstekend leent voor zowel spannende actiescènes als intieme familieconflicten. Nothing personal van Thaddeus O'Sullivan (1995) slaat zodanig door naar het eerste dat het exploitatie wordt, The informant van Jim McBride, vorige maand in competitie in Venetië, legt de nadruk op het laatste. Ook Terry George kiest in Some mother's son voor het gezin als metafoor voor het verscheurde land. Helen Mirren speelt de moeder van een IRA-terrorist, en eigenlijk wil ze niets met zijn strijd en keuzes te maken hebben. Pas als hij in de Maze-gevangenis belandt en deelneemt aan de fameuze hongerstaking van 1981, wordt ze gedwongen om partij te kiezen. Grote troef van de film is de indrukwekkende moederrol van Mirren, die te weinig in films speelt omdat ze tv-triomfen viert als politie-inspecteur, en de geloofwaardige ontwikkeling die ze doormaakt. Overigens ontsnapt ook Some mother's son niet aan de wet waar alle Noord Ierland-films zich aan conformeren: een groen-grijs uiterlijk is verplicht.
Mark Duursma
Te huur vanaf 7 oktober (Columbia TriStar Home Video).

Some mother's son: Helen Mirren op de bres voor haar zoon.


American buffalo
Michael Corrente
De beslissing om een film niet op het grote doek uit te brengen, maar op video, is vaak gebaseerd op goede argumenten. Hetzelfde geldt ook voor dit grootsteedse drama, dat gebaseerd is op het gelijknamige toneelstuk van David Mamet. Fans van Dustin Hoffman en/of Mamet mogen de film niet missen, al was het alleen maar om hun collectie compleet te hebben. Maar ze zullen geen verborgen schatten vinden in deze strakke verfilming. Hoffman schmiert als een oudere, vermoeide versie van zijn Ratso-personage uit Midnight cowboy en Mamet heeft wel beter werk afgeleverd. Alleen NYPD-stamgast Dennis Franz - die oogt alsof hij is vastgeklonken aan de straten van New York - en de opvallende jonge zwarte acteur Sean Nelson zorgen voor warmte en subtiliteit. Het grootste manco van de film is het schematische en weinig dynamische script van Mamet. Keer op keer hamert hij op het hoofdthema: vriendschap en zaken gaan niet samen. Om er zeker van te zijn dat we het allemaal goed begrijpen laat hij het de personages enkele malen letterlijk zeggen. Mamets razendsnelle dialogen zijn zoals altijd haarscherp en vol Amerikaans macho-jargon, doorspekt met onbegrijpelijke numerieke termen die even goed op kaartspelen als baseball zouden kunnen slaan. Franz speelt de eigenaar van een tweedehands rommelzaak, die zich samen met Hoffman en Nelson op het criminele pad wil begeven. Het wachten is op hun sluwe kaartspel-partner Fletcher, die niet op komt dagen - een verwijzing naar Becketts 'Wachten op Godot' die goedkoop is omdat ze geen functie heeft. De goedmoedige winkeleigenaar heeft een zwakke plek voor de jongen en ondergraaft daarmee zijn eigen theorie dat er in dit leven geen vrienden zijn, alleen maar zakenpartners. Het zijn de ontwikkelingen in hun relatie die de film staande houden.
Thessa Mooij
Uitgebracht door Film Four Distributors (import).


God's lonely man
Francis von Zerneck
Taxidriver van Martin Scorsese, naar een scenario van Paul Schrader, zal een van de invloedrijkste films uit de recente Amerikaanse filmgeschiedenis zijn. De variaties op de rol van taxichauffeur Travis Bickle (een aantal van die Bickle-epigonen werden door De Niro zelf gespeeld) die in opstand komen tegen de wereld zijn niet meer te tellen. De jonge filmmaker Francis von Zerneck moet hebben gedacht dat de wereld nog steeds geen vrolijke plaats was en komt twintig jaar na Scorsese's meesterwerk met God's lonely man, wat we maar heel aardig een eerbetoon aan zijn voorganger zullen noemen. De straten van New York zijn vervangen door de straten van Los Angeles, de taxichauffeur is vervangen door een medewerker van een peepshow (de overigens uitstekende Michael Wyle als de doorgeslagen Ernest), maar het geraamte van Schraders scenario is overgenomen: de obsessie voor pornografie, de onmogelijkheid om een normale relatie met een vrouw aan te leggen, de beslissende ontmoeting met een minderjarig hoertje, en natuurlijk de grote schoonmaak, waarbij de pooiers van deze samenleving gruwelijk aan hun einde komen. Von Zernick heeft niet alleen uitgebreid studie gemaakt van Taxidriver, maar hij is ook te rade gegaan bij Abel Ferrara's The bad lieutenant (voor het drugsgebruik), Lodge Kerrigans Close shaven (voor de delirische scènes met automutilatie), Henry, portrait of a serial kiler van John McNaughton (voor het broeierige staren in de spiegel) en Schraders Hardcore (voor de scènes uit het pornomilieu). Het tragische is dat elk van deze films het onderwerp beter en indringender behandelt dan Von Zerneck zelf. Hij wil heel graag een zware jongen zijn, dus hij opent maar met een beeld van een reusachtig kruisbeeld dat boven de stad uitsteekt. Opdat ons de analogie met het evangelie maar niet ontgaat. Om mee te doen in de eredivisie heeft Von Zerneck bedacht dat hij gruwelijkheid en uitzichtloosheid waar zijn grote voorgangers studie van maakten moet overtreffen. Dus waar er bij Kerrigan een nagel wordt opgewipt, daar gaat er bij Ernest een hele vinger af. En suggereert Schrader in Hardcore een snuff-film, daar komt Von Zerneck met een kinder-snuff-porno-film op de proppen. Het komt allemaal heel geforceerd en berekenend over. Alsof het Von Zerneck vooral te doen is om het afgeven van een luidruchtige sollicitatiebrief.
Mark Moorman
Te huur sinds 26 augustus (H.O.M.Vision).


The element of crime
Lars von Trier
Een film die opent met beelden van een ezel die op z'n rug over de grond ligt te woelen, die moet wel van David Lynch of zijn Europese broertje Lars von Trier zijn. Het broertje dus, en het betreft bovendien diens debuutfilm uit 1984. Van bovennatuurlijke verschijnselen à la The Kingdom was toen nog geen sprake, maar bizarre beelden waren er al volop. Het valt niet mee om al die beelden te onderscheiden, want The element of crime is niet alleen een film noir in overdrachtelijke zin, ook letterlijk is het een behoorlijk duistere film. De overheersende tinten zijn bruin en sepia, met als enige ironische lichtpuntje een tv-scherm dat incidenteel lichtblauw opflakkert. Zeker voor video levert de consequente kleurstelling problemen op. En dat terwijl alles draait om het uiterlijk: de visuele virtuositeit van Von Trier komt in zijn eerste speelfilm al volop tot uiting. Het verhaaltje is vertrouwd, of doet op z'n minst meteen vertrouwd aan: eenzame detective volgt het spoor van seriemoordenaar en begint zich geleidelijk, net als zijn mentor voor hem, steeds meer met het kwaad te identificeren. Detective Fisher (Michael Elphick) is een oerheld, een onthechte eenling uit de Amerikaanse film noir-traditie die per ongeluk is terechtgekomen in een chaotisch Europees decor, even kunstmatig als een Duits-expressionistische locatie. In zijn Volkswagen Kever rijdt hij van de ene onbestemde plek naar de andere, van Innenstadt naar Halbestadt. Fishers hellegang heeft ook veel weg van een psychedelische trip in de geest van Naked lunch, maar het is wel een trip die zichzelf en zijn kokette esthetiek erg serieus neemt. De relativerende ironie die The Kingdom II anno 1997 kenmerkt, is nog ver te zoeken en ook de inhoudelijke complexiteit van zijn doorbraak Europa (1991) moest nog groeien. Tegelijk met The element of crime verschijnt ook Von Triers tweede film Epidemic (1987), met de regisseur in de hoofdrol, op koopvideo.
Mark Duursma
Te koop vanaf half oktober (Moskwood Video).

The element of crime: Michael Elphick en Meme Lai verkennen hun Volkswagen.


Nieuw in de videotheek
Maandelijks maakt de Filmkrant een selectie uit het aanbod van nieuwe films in de videotheek. Deze films waren eerder te zien in de bioscoop en zijn toen besproken in de Filmkrant
(zie ook de Filmkrant zoek-pagina).

Koopvideo
Crying Freeman
Last man standing
Richard III
Star Wars-trilogie

Huurvideo
All Stars
The daytrippers
Donnie Brasco
Everyone says I love you
Habitat
I shot Andy Warhol
William Shakespeare's Romeo + Juliet


Kunst - Cult - Kul
Een Belg bij de afhaalchinees

Met open vizier en onbegrensde nieuwsgierigheid stort videovorser Bart van der Put zich op verse waar. Is het kunst, cult of gewoon kul?

Eigenlijk is het allemaal de schuld van Sam Raimi. De jonge Amerikaanse regisseur was er als eerste bij. En verwonderlijk is dat niet: Raimi liet met zijn drie Evil dead films en zijn duizelingwekkende bijdragen aan The Hudsucker proxy van zijn oude strijdmakkers Joel en Ethan Coen al zien dat hij als geen ander oog heeft voor dynamisch camerawerk. Sam Raimi is de uitvinder van de Shaky-Cam, de Sam-O-Cam en de Ram-O-Cam: ingenieuze constructies waaraan de camera zich als een circusacrobaat kan verplaatsen. Het tragische van Raimi is dat zijn stijl tegenwoordig veelvuldig gekopieerd wordt, terwijl hij zelf als regisseur nauwelijks aan de bak komt. Als producent laat Raimi zich echter al enige jaren gelden. Gefixeerd als hij is op innovatief camerawerk en dynamische beelden liet hij vijf jaar geleden zijn oog vallen op het Chinese vuurwerk van regisseur John Woo. Het leek hem een aardig idee om Woo naar Hollywood te halen en hem te koppelen aan een filmster die actie hoog in het vaandel heeft staan. En zo gebeurde het dat de regisseur van het magistrale The killer ineens een film met Jean-Claude Van Damme draaide. Het Belgische knokfenomeen spon er garen bij: Hard target werd zijn beste film, of beter gezegd, zijn eerste fatsoenlijke film, want Woo's stijl overschaduwde het magere scenario en Van Damme's houten mimiek, zelfs in verdunde vorm. En wat deed de Belg? Hij verklaarde trots dat hij Woo ontdekt had. Natuurlijk, zo is het Jean-Claude, we geloven je op je woord. En vertel ons eens Jean-Claude, heb je nog meer talent gevonden, daar in het verre Hong Kong? Zeker weten. De Chinezen kregen de Britse kroonkolonie en Van Damme ging met de bijbehorende juwelen aan de haal. Na het vertrek van John Woo, met wie het overigens goed afliep (zie het prachtige Face/off), was het de beurt aan diens troonopvolger. Zijn naam is Ringo Lam. De regisseur heeft net als Woo een indrukwekkend cv vol dynamische actiefilms, met als meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld City on fire. De hier op importbasis verkrijgbare gangsterfilm gaat over een politieman die bij een bende juwelendieven infiltreert, meewerkt aan een gevaarlijke klus en aan het slot in een loods het leven laat. Dat klinkt bekend. En inderdaad, toen hij furore maakte met Reservoir dogs kon Quentin Tarantino niet ontkennen dat het vijf jaar eerder verschenen City on fire een inspiratiebron was geweest. En Ringo Lam? Die volgde John Woo en maakte met Van Damme Maximum risk. Het is een voor Lam teleurstellend vlakke actiefilm, waarin zijn dynamische cameravoering slechts mondjesmaat aan bod komt. Maar de eerste stap is gezet. En Van Damme weet van geen ophouden. Volgende maand verschijnt Double team in de bioscoop. Met Jean-Claude en het bizarre basketbal-fenomeen Dennis Rodman in de hoofdrollen en met Tsui Hark aan het roer. Tsui's invloed op de moderne Hong Kong film is enorm groot en goed, hij was het die John Woo van de traditionele kung-fu film afhielp en hem naar het gangstergenre bracht, om maar wat te noemen. En hij is het die Van Damme aan zijn meest amusante film sinds Hard target hielp. Het wemelt tegenwoordig van de getalenteerde Chinezen in Hollywood. Ze beginnen allemaal met Van Damme. Het is niet anders. Maar over een paar jaar zetten ze de toon. En dan zal Jean-Claude roepen dat het allemaal aan hem te danken is. Maar u en ik weten wel beter. Het is de schuld van Sam Raimi.

Bart van der Put
Maximum risk is te huur vanaf 21 oktober (Columbia TriStar Home Video), Double team verschijnt medio november in de bioscoop, waar Face/off nog te zien is. Alle andere genoemde titels zijn te huur bij de beter gesorteerde videotheek.

Naar boven