November 1997, nr 183

The full monty

Strippen tegen de werkloosheid

Misschien ligt het aan het aankoopbeleid van Nederlandse distributeurs, maar in Engeland lijkt een nieuw filmgenre te zijn ontstaan: de sociale feel good movie. Steeds vaker verlaten we na het zien van een Engelse film over sociale problemen de bioscoop niet in woede of wanhoop, maar met een opgeruimd gemoed. Vorige maand deden we dat na Brassed off, deze maand roept The full monty warme gevoelens over de mensheid in ons op.

Werkloze staalarbeiders oefenen in verleidelijk zijn.

Afgelopen voorjaar draaide La promesse van de Belgen Luc en Jean-Pierre Dardenne in de bioscoop. De film, die zich afspeelt in de vervallen industriële regio rond Luik, gaat over de ontwrichtende invloed van langdurige werkloosheid op de moraal. De film toont dit aan de hand van een ontslagen staalarbeider, die uit desillusie, cynisme en overlevingsdrang een morsig pension exploiteert waarin hij illegale buitenlanders uitbuit. Door de effectieve, documentaire wijze waarop het verhaal is gefilmd, komt La promesse aan als een mokerslag. Dat was ook de bedoeling van de makers, want die wilden "geen geromantiseerd verhaal dat keurig met een catharsis eindigt". Hen ging het erom duidelijk te maken hoe groot de invloed van sociaal-economische omstandigheden op mensen is. De hoofdpersoon in La promesse is niet als een schoft geboren, maar het door de omstandigheden geworden.
Meedogenloze sociaal-realistische films als La promesse worden nauwelijks nog gemaakt. De reden is dat de bioscoopbezoeker ellende alleen nog slikt als er een suikerzoete laag omheen zit. Leed mag, als het maar geen bittere pil oplevert. The full monty, het speelfilmregiedebuut van de Engelsman Peter Cattaneo, is daarvan een uitstekend voorbeeld. Evenals La promesse speelt de film zich af in een vervallen industriële regio, namelijk het gebied rond Sheffield in Yorkshire. En ook hier gaat het om het lot van ontslagen staalarbeiders. In de uitwerking van dit onderwerp verschillen de films echter hemelsbreed van elkaar. Waar de makers van La promesse de kijker wakker willen schudden met een afzichtelijke werkelijkheid, waaraan we liever voorbijlopen, daar levert werkloosheid in The full monty een opbeurend, geromantiseerd verhaal op, dat als strekking heeft 'kop op en blijven lachen'.

Blije scenarist
Bij filmvergelijkingen gaat het al snel over appels en peren. Een sociaal-realistisch drama als La promesse heeft natuurlijk een andere inzet dan een komedie met een sociale ondertoon als The full monty. Het probleem is ook niet dat The full monty een film als La promesse zou moeten zijn, maar dat er uit Engeland momenteel wel heel veel films komen, die allemaal door dezelfde blije scenarist lijken te zijn geschreven. Als we niet beter wisten, zouden we zelfs zweren dat The full monty van dezelfde schrijver is als Brassed off. Waar de werkloze mijnwerkers in deze film hun zelfrespect terugwinnen door hun brassband tot een succes te maken, daar overwinnen de werkloze mannen in The full monty hun ellende met het organiseren en optreden in een stripteaseshow. En evenals in Brassed off hebben mannen ook nu weer grote monden maar kleine hartjes, zijn vrouwen het sterke geslacht en lost alle sociale ellende op in een emotionele finale.
The full monty begint met een promotiefilmpje over Sheffield uit het begin van de jaren zeventig ("Dankzij staal is Sheffield een stad met pit"), waarna de film een sprong van vijfentwintig jaar maakt naar het heden. We maken kennis met zes werkloze staalarbeiders, waarbij de meeste aandacht uitgaat naar Gaz, een gescheiden dertiger, die alleen een fatsoenlijke omgangsregeling kan krijgen met zijn tienjarige zoontje als hij bewijst dat hij tot financieel onderhoud van het kind in staat is. Het minimale bedrag dat daarvoor geldt is zevenhonderd pond. Robert Carlyle, de gek uit Trainspotting, speelt deze vaderrol met de juiste innemende mengeling van bluf en sentiment. Hoe aan zevenhonderd pond te komen? Als de Chippendales in het stadje een succesvol optreden hebben, komt bij Gaz het idee op om zich met wat vrienden op deze branche te storten. Zij kondigen een stripshow aan, waarin als extra attractie geldt dat zij 'full monty' (in volle glorie) op het podium zullen verschijnen.

Mannelijk naakt
De filmmakers laten bij dit onderwerp de kans niet voorbij gaan om wat komische noten te kraken over mannelijke preutsheid. De kijker wordt bij de les gehouden door de vraag of de mannen hun strip-act ook zullen uitvoeren. Ondertussen wordt hij vermaakt met amusante repetities, waarin de zes werkloze, stijve en bonkige staalarbeiders in tangaslipjes hun best doen om op hitsige muziek van Donna Summer, Tom Jones en Sister Sledge in verleidelijk mannelijk naakt te veranderen. De gemakkelijke lach ligt hier op de loer, maar de film blijft in balans omdat de mannen geen platte karikaturen zijn, maar tragikomische personages.
In zijn genre is The full monty een betere film dan Brassed off, want die film vliegt qua sentiment geregeld uit de bocht, terwijl bij The full monty de zakdoeken opgeborgen kunnen blijven. Geen kwaad woord dus over deze film, maar wel hebben we nu voorlopig genoeg feel good movies gezien over werkloze Engelse arbeiders, die hun frustraties op elkaar en hun vrouwen afreageren, maar die uiteindelijk allemaal een gouden hart blijken te hebben, waarna de films met veel warme solidariteit en roerende harmonie eindigen. Zo wordt het nooit wat met de strijd tegen het kapitalisme. Het wordt tijd dat we weer eens woedend uit de bioscoop komen.

Jos van der Burg

The full monty
Engeland, 1997.
Produktie: Uberto Pasolini.
Regie: Peter Cattaneo.
Scenario: Simon Beaufoy.
Camera: John de Borman.
Geluid: Alastair Crocker.
Montage: Nick Moore en Dave Freeman.
Muziek: Ann Dudley.
Met: Robert Carlyle, Tom Wilkinson, Mark Addy, Lesley Sharp, Emily Woof, Steve Huison, Paul Barber.
Kleur, 92 minuten.
Distibutie: Columbia TriStar Fox.
Te zien: vanaf 13 november.

Naar boven