November 1997, nr 183

Bert Haanstra 1916-1997

Jongen, blijf altijd jezelf

Bij het overlijden van Bert Haanstra werd het vele malen gezegd: hij was een aimabele man om mee te werken. Naast de feiten en de filmografie (zie The Big Sleep) zijn er de herinneringen van betrokkenen. Wim van der Velde (1927) is producent en regisseur van opdrachtfilms en documentaires. Hij heeft Haanstra's loopbaan van begin tot eind meegemaakt: hij was algemeen assistent bij Spiegel van Holland uit 1950, Haanstra's eerste 'vrije' film, en co-regisseur bij Children of Ghana uit 1988, zijn laatste film.

Bert Haanstra op het Filmfestival Berlijn, 1964 (foto: Bob van Dam/Nederlands Fotoarchief).

Voor me liggen twee werkfoto's: de ene uit 1949 of 1950 met een broodmagere Bert achter de Debris Super Parvo-camera (die omgekeerd in een beugel was gemonteerd zodat de waterspiegelingen weer rechtop kwamen te staan) tijdens Spiegel van Holland, de andere uit 1988 met een wat meer gebogen, maar nog steeds magere Bert, die de doop van een kind regisseert voor Children of Ghana in opdracht van de Unesco. Er ligt bijna veertig jaar tussen beide foto's: wat hen verbindt is de concentratie, het bijna bezwerende ritueel waarmee Bert de werkelijkheid probeert te 'verdikken' zolang de camera loopt.
Dat ogenschijnlijke zenuwengedrag was niet altijd artistieke bevlogenheid: het was, zeker in de beginperiode na de oorlog, ook een zaak van de portemonnee. Immers, na een ervaring als cameraman voor Myrthe en de demonen, een oer-Germaanse draak over goed en kwaad, waarbij Bert en zijn vrouw Nita letterlijk alles moesten doen om de produktie gaande te houden, was hij totaal berooid omdat de producent/regisseur met de noorderzon verdween, een spoor ven faillissementen en onbetaalde medewerkers achter zich latend. Behalve een 'sneak preview' in Londen, heeft de film bij mijn weten nooit een roulement gehad. Wat ik me ervan herinner is de prachtige zwart-wit fotografie.
Zeker heeft zijn inzet voor dit avontuur en de teleurstelling erna invloed gehad op zijn verdere opstelling. Hij bewees zichzelf hiermee dat hij klaar was voor het vak van cameraman. Hij zou nooit meer meedoen aan een amateuristische produktie-aanpak, waarna zijn discipline en detail-voorbereiding van al zijn produkties legendarisch zijn geworden. Ook zijn credo 'jongen, blijf altijd jezelf' zou Bert nooit meer loslaten. Vooral dat laatste heeft hem altijd overeind gehouden als onafhankelijk filmmaker en producent: in de magere jaren na de bezetting, toen er hier op filmgebied vrijwel niets meer gebeurde, laat staan de mogelijkheid je brood ermee verdienen, in de jaren van succes en adoratie door een miljoenenpubliek, in de periode dat het mode was hem te verguizen en tenslotte in de laatste jaren, waarin hij zich tevreden stelde met kleinere, met veel liefde gemaakte documentaires.

Terug naar die werkfoto met een jonge Bert achter de camera op een zeilboot, voor zijn eerste 'vrije' film Spiegel van Holland. De camera had Bert gekocht met geleend geld, de boot was van producent Piet van Moock van Forum Film. Wekenlang hebben we op die open boot gekampeerd. We hadden een primus, wat bestek, ik denk hooguit één verschoning en natuurlijk laarzen. Zonder laarzen kon je hier toen geen film maken. We sliepen in de kuip onder de buiskap. Aan boord bevond zich ook een complete motorfiets, een DKW rt 98 cc, mijn trotse bezit, maar waarom, vroeg Bert zich af, moest die mee in die kleine, toch al volle boot?
Vanwege het noodzakelijke contrast in de spiegelingen kon er alleen worden gedraaid bij lage zon, dus vroeg na zonsopgang en laat in de middag en dan mocht er ook nog vrijwel geen wind zijn. De tijd daartussen moest er worden gevaren en dus werden de rushes 's avonds en 's nachts per motorfiets naar Cinetone gebracht: een bibberende Bert met het filmblik achterop, want ondanks de zomer was het altijd koud. Dat wist hij trouwens al van de produktie die we ervoor hadden gedaan. Bert was cameraman van de film Boer Pieterse schoot in de roos, een echt docu-drama in de Peel, met grote scènes en veel figuratie, waarvan het hele transportpark bestond uit de Fiat 500 van regisseur Ytzen Brusse en mijn DKW, waar Bert ook toen meer achterop heeft gezeten dan hem lief was.
Kamperen, overleven en aanpassen waren noodzakelijk voor de documentaire-filmerij. Het ging hem door zijn enthousiasme en gevoel voor humor makkelijk af, zoals bij Dijkbouw: maandagmorgen in het donker vanaf Edam, tweeëneenhalf uur varen met een sleepboot naar een stuk dijk met wat barakken erop - het begin van Flevoland. De hele week op dat stuk dijk in de weer, met 's avonds als enig vertier het biljart in de kantine; tussen de Sliedrechters voelde Bert zich net zo thuis als bij zijn eigen filmmaten.
"Ik ga dood op die rotboot", riep hij als 's morgens de kille waterdampen ons onder de buiskap wekten, en hij naar adem snakte na een gigantische hoestaanval (we rookten toen beiden nog stevig). Maar een uur later was het weer feest als het eerst geslaagde shot in the can was. Hij ging niet dood, maar won met die film de Grand Prix des courts métrages op het Cannes Filmfestival in 1951. Het begin van een onwaarschijnlijk lange carrière was gemaakt: eerst nog korte opdrachtfilms (de Shell periode) en 'vrije' films, waarbij de korte vrije versie Glas het qua roem ruimschoots gewonnen heeft van de lange opdrachtversie. Ik herinner me van de beroemde flessenscène nu nog de herrie en de verstikkende dampen, een waar inferno, wat nog versterkt werd door het feit dat veel van de vrolijke blauwe vlammetjes vaak niet meededen, waardoor het gas onbelemmerd naar buiten kon stromen en onze magen zich omkeerden. Al snel zat de eerste speelfilm Fanfare eraan te komen, maar tussen ons bleef er contact, ook door andere samenwerkingen waarbij Bert optrad als producent.

En dan naar die andere werkfoto in Ghana, bijna veertig jaar later. Achter de camera stond Anton van Munster, met Bert in een bezwerende houding ernaast, ouder maar nog steeds geladen om geen detail van het doopritueel van het kind te missen. Om fysieke redenen bleef hij niet de hele produktie in Ghana en nam ik een deel van de regie over. Dat is voor geen van tweeën makkelijk. Maar door zijn minutieuze voorbereiding, het vertrouwen en de bestaande vriendschap, kwamen we eruit. Een vriendschap overigens, die altijd ging via het werk, de film. Daarbuiten was er al die jaren weliswaar contact, maar was het moeilijk om echt dichtbij te komen.
Ondanks zijn extroverte houding, zijn jovialiteit en charme, bleef hij een gesloten man. Naast fotograaf, tekenaar, schilder en filmer was hij ook nog een goed acteur. En via dat acteurschap kon hij zich soms wel bloot geven: zelden heb ik hem zo open en ontspannen gezien, als wanneer hij de acteurs uit zijn films over mensapen naspeelde. Als hij zo volkomen onbevangen over de tederheid en de kracht van deze dieren kon spreken, was hij een echt bevrijd mens. Misschien is dat tekenend voor zijn hele oeuvre. Het is een voorrecht om bijna een leven lang dit gedreven filmmens te hebben meegemaakt.

Wim van der Velde

Naar boven