Februari 1998, nr 186

Harmony Korine

Alles wat ik doe is Harmony

De meest verrassende Amerikaanse film van de laatste tijd is gekraakt in eigen land. Vier jaar geleden schreef Harmony Korine (23) het scenario voor Kids en leerde hij het fenomeen controverse kennen. Bij Gummo, zijn eerste eigen film, vielen de critici pas echt over hem heen. Wreed, walgelijk en onbegrijpelijk, zo luidt het oordeel. Maar Harmony Korine staat stevig genoeg in zijn schoenen om de storm te doorstaan. Net als zijn film blaakt het jonge talent van zelfvertrouwen: "I'm an American original."

Harmony Korine.

En hij heeft gelijk. Gummo is een overdonderende film die nergens op lijkt. Als er al namen vallen, vallen er meteen te veel. Bewonderaar Gus Van Sant ziet invloeden van Herzog, Cassavetes, Fellini, Godard, de gebroeders Maysles, Jarman en Diana Arbus. Geen wonder dat die critici geïrriteerd raken. Gummo laat zich het best omschrijven door wat het niet is. In eerste instantie is het geen narratieve film met een plot. Het is een aaneenschakeling van scènes, een groepsportret van de inwoners van het stadje Xenia, Ohio. Ooit werd het stadje getroffen door een tornado en sindsdien is het nooit meer goed gekomen met Xenia. Armoede en verveling hebben deze gemeenschap gereduceerd tot een aan lijm, drank en seks verslaafde collectie 'white trash'. Als gidsen door dit landschap van inteelt en apathie fungeren de pubers Solomon en Tummler, die op zwerfkatten jagen om aan het lokale restaurant te verkopen.
In tweede instantie is Gummo geen goedkope freakshow. Het was makkelijk geweest om deze gemeenschap belachelijk te maken, maar dat is niet waar het Korine om gaat. Zeker, het is een bizarre verzameling die hij ons voorschotelt, in situaties die soms verbijsterend zijn. Maar de wijze waarop deze mensen worden geportretteerd verraadt compassie, zelfs een vorm van respect. Korine houdt van zijn personages en heeft meer te bieden dan aapjes-kijken. Zoals een enthousiaste Amerikaanse criticus - die zijn er ook - het omschrijft: "Bij een minder begenadigde filmmaker was de retorische vraag geweest: 'Zijn dit geen maffe types?' In plaats daarvan vraagt de film: 'Wat is er zo maf aan deze types?'" Voeg daarbij nog de krachtige visuele stijl met fluorescerend licht van cameraman Jean Yves Escoffier, bekend van zijn werk voor Leos Carax, en het wordt duidelijk dat Gummo werkelijk iets bijzonders is. De collage-benadering van het scenario liet Korine ook los op het medium zelf: naast film maakt hij gebruik van video, super-8 materiaal en Polaroid-foto's.
Wie de film in Nederland in de bioscoop wil zien, moet naar het Filmfestival Rotterdam. Distributeur PolyGram Filmed Entertainment beschikt over de rechten, maar wil qua uitbreng meer richting belangwekkende films als Mortal kombat: Annihilation en stuurt Gummo waarschijnlijk rechtstreeks naar de videotheek.

Waarheidsgehalte
De wereldpremière van Gummo vond plaats tijdens het Filmfestival Venetië, ruim een maand voordat de film in Amerika ging draaien. Korine wist toen nog niet wat hem te wachten stond. Door zijn aanvaringen met de MPAA, de Amerikaanse filmkeuring, wist hij al wel dat niet iedereen zou staan te juichen bij zijn visie op hedendaagse armoede in het midden van de Verenigde Staten. Net als bij Kids speelt de vraag naar de authenticiteit een belangrijke rol in de discussie over de film. Is het de bedoeling van de makers om een sociale misstand aan de kaak te stellen en moeten de maatschappelijk werkers actute hulp verlenen? Of maken zij gebruik van hun dichterlijke vrijheid en hebben ze de werkelijkheid een beetje uitvergroot? Hoewel de vraag alleen relevant is bij beoordeling van de film als sociologisch document en niet bij de beoordeling als kunstzinnige film, is het onvermijdelijk dat je als toeschouwer afvraagt: hoeveel hiervan is echt?
Korine: "Natuurlijk, dat is ook het hele idee. Het enige wat ik interessant vind aan de toekomst van de cinema is spelen met de zogenaamde filmische werkelijkheid. Er bestaat helemaal geen waarheid in film, ook documentaires zijn gelogen. Je hebt films die dicht bij de werkelijkheid in de buurt komen, bij de door de maker waargenomen werkelijkheid althans. Daar gaat Gummo over."
Het is dus zinloos om te vragen naar het waarheidsgehalte van de film?
"Ik weet het zelf ook niet. Het is gebaseerd op de werkelijkheid, maar uiteindelijk verzin ik alles. Dat maakt het zo interessant en voor sommigen zo moeilijk te accepteren: het is 'true genre fuck'. Het gaat tegen alle logica van formules en genres in, het is iets heel nieuws. Bij de beste scènes heb ik het begin geschreven en is de context vooraf bepaald, maar ging het een richting op die ik zelf niet had durven vermoeden. Bijvoorbeeld als ze met een groepje in een kamer zitten te drinken en er van alles kapot wordt gegooid, daar had ik alleen het begin van geschreven. Er stond een onbemande camera in die afgesloten ruimte, met filmpjes van vier minuten. Ik rende steeds even naar binnen om het filmpje te verwisselen en ze een beetje op te fokken. Mijn taak was vooral het creëeren van een bepaalde atmosfeer, de rest is aan de acteurs."
Korine, bleek en tenger in vaal t-shirt, vormt een vreemd contrast met de glamour en gewichtigdoenerij rondom Hotel Excelsior in Venetië. Een verdwaalde whizzkid, even achter zijn computer vandaan geplukt. Hij is alert en gretig, te vanzelfsprekend zeker van zichzelf om misplaatst arrogant of pretentieus te zijn. Soms is zijn Amerikaans te Amerikaans om te vertalen. "Dat hele idee van plots, dat vind ik vreselijk. Ik haat die wetten voor een vertelstructuur, dat is so fucked up. Wat ik me herinner van goede films zijn individuele scènes en personages, dus ik wilde een film maken met alleen maar scènes en personages. Ik denk in beelden die ik wil zien, dat is het beginpunt. Alsof je door een foto-album bladert en vanuit zo'n foto een scène bedenkt. Door opeenvolging van scènes die thematisch verwant zijn ontstaat er vanzelf een soort narratieve lijn, dat hoef je helemaal niet vooraf al te bedenken."
Als een ware leerling van Peter Greenaway gaat Korine met enthousiasme tekeer tegen het conservatisme van de cinema. "Collage is de grote kunstvorm van deze eeuw. Film zou het prachtig kunnen gebruiken, maar het gebeurt nauwelijks. Als je Griffith vergelijkt met films van nu zie je maar weinig vooruitgang. Elke andere kunstvorm heeft de collage in een of andere vorm omhelsd, zoals de sampling in muziek bijvoorbeeld. Omdat film zo duur is, wordt er veel minder geëxperimenteerd op grote schaal. Het is natuurlijk wel gedaan, maar dan bleef het in de experimentele hoek, het is nooit doorgedrongen tot de mainstream. Film is de laatste kunstvorm die de collage nog moet ontdekken, en dat terwijl het de meest voor de hand liggende kunst is om collages toe te passen. Cinematic tapestry, dat kan heel goed."

Egocentrisch
Gummo speelt zich af in Xenia, maar werd opgenomen in een buitenwijk van Nashville, Tenessee, een buurt waar Korine zelf is opgegroeid. Enkele acteurs zijn professioneel: Chloe Sevigny was eerder te zien in Kids en Trees lounge, Linda Manz speelt haar eerste rol sinds haar optreden in de legendarische film Days of heaven van Terence Malick uit 1978. De overige acteurs, meer dan dertig, waren oude bekenden of werden door Korine van de straat geplukt. Hun psyschische en fysieke achterstand oogt schrijnend naturel. "Ik ben teruggegaan en heb daar een beetje rondgehangen. Waarom zou ik acteurs willen als ik weet dat de personages die ik heb bedacht ook in werkelijkheid bestaan?"
De lokatie lijkt een soort vervolg op Kids, alsof Korine wilde laten zien dat het er op het Amerikaanse platteland weinig beter voorstaat dan in de grote stad. "Gummo is niet bedoeld om zoiets te laten zien. Ik werk op een heel egocentrische manier, ik wil zelf die beelden zien die ik mijn hoofd heb. Ik ben absoluut niet politiek gemotiveerd. Ik heb geen enkele boodschap, ik weet niet eens wat moraal is. Ik ben een kunstenaar zonder agenda." Van Kids heeft Korine zich overigens min of meer gedistantieerd: "Het was mijn film niet, ik heb het alleen geschreven omdat Larry Clark dat vroeg. Gummo is echt van mij, dit is mijn eerste film."
Korine heeft zich niet alleen ontworsteld aan de omgeving die hij portretteert, hij heeft die rauwe achtergrond bovendien weten te verzoenen met de intellectuele benadering van film die hij zich later heeft eigen gemaakt. "Ik ben altijd in staat geweest om mezelf in tweeën te splitsen. Ik ben daar opgegroeid, maar mijn belangstelling lag elders. Misschien is dat wel het kenmerk van een kunstenaar: academische kennis zit in je achterhoofd, maar tegelijk moet je in staat zijn om intuïtief, vanuit je onderbuik, te werken."
Toch moet het vreemd zijn om te werken met mensen die nog nooit van Godard hebben gehoord, zeker als je daar zo'n fan van bent.
"Daar praat ik helemaal niet over met de acteurs. Ik hou van het werk van Godard, Herzog, Fassbinder, any of these guys. Maar ik onderga hun invloed ook wel zonder ernaar te verwijzen. Ik werk niet op die manier, ik hou niet van citatenkunst. I'm an American original. Alles wat ik doe is Harmony. Ik sta niet op de set en zeg tegen de cameraman: laten we nu een Godard-shot doen, of zoals Scorsese het deed in Taxi driver. Ik kijk wel naar al die films, maar ik blijf mezelf."
En hoe zit het met de invloed van Escoffier, de cameraman?
"Ik zag Les amants du Pont Neuf en die belichting vond ik schitterend. Ik wilde dat hij from the gut zou werken, alles moest er echt uitzien maar tegelijk ook mooier dan de werkelijkheid. Hij had nog nooit aan zo'n soort film gewerkt. Mooi vind ik ook dat hij een Europese gevoeligheid inbrengt, terwijl ik heel erg geworteld ben in de Amerikaanse cultuur. De muziek is ook zo'n mengeling van Amerikaans en Europees."

Snuif uit lijmzak
Aanvankelijk dreigde Gummo vanwege 'extreem nihilisme' opgezadeld te worden met een NC17-rating, de keuring die geen kinderen onder de 17 toelaat en het vrijwel onmogelijk maakt om een film uit te brengen. "Ik had geen keuze, ik moest concessies doen. Er zijn geen scènes verdwenen, maar wel beelden. Waaronder een beeld waar ik heel erg aan gehecht was, van een driejarig jongetje dat een snuif uit een lijmzak neemt, net een baby met een melkfles. Dat was echt een heel origineel en poëtisch beeld, maar ze begrepen het niet, verschrikkelijk vond ik dat. Ik ben er wel trots op dat deze film bij een studio is gemaakt, dat ik door het officiële systeem ben gegaan en dat ik voor de producent (Cary Woods, producent van o.a. Copland en Scream) geen concessie heb hoeven doen."
Stel dat Gummo flopt. Wat ga je dan doen? Commerciële scenario's schrijven voor Sylvester Stallone en dit soort films maken in je vrije tijd?
"No way. Voorop staat dat Gummo zeker uit de kosten komt, want hij heeft maar iets meer dan een miljoen dollar gekost. Daarom had ik natuurlijk die vrijheid, dit soort films kan ik alleen maken voor minder dan twee miljoen dollar, maar daar heb ik voorlopig wel genoeg aan. Ik hou van film en het is wat ik altijd heb willen doen. Maar ik kan nog uitwijken: in april komt mijn eerste roman uit. Als ik niet het gevoel zou hebben dat het voor honderd procent mijn film is, dan zou ik er mee ophouden. Dan is het geen kunst, dan is het een afgeleide en dan heeft het voor mij geen zin.

Mark Duursma

Uw gidsen in Xenia, land van apathie en inteelt: Tummler (Nick Sutton) en Solomon (Jacob Reynolds).

Gummo
Verenigde Staten, 1997.
Produktie: Cary Woods.
Scenario en regie: Harmony Korine.
Camera: Jean Yves Escoffier.
Montage: Christopher Tellefsen.
Muziek: Randall Poster.
Met: Jacob Reynolds, Nick Sutton, Jacob Sewell, Chloe Sevigny.
Kleur, 95 minuten.
Te zien: tijdens het Filmfestival Rotterdam, daarna waarschijnlijk op video.

Naar boven