Video - februari 1998, nr 186

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


Citizen Ruth
Alexander Payne
Ondanks de reeds jarenlange legalisatie van abortus, woedt in Amerika de strijd tussen voor- en tegenstanders nog altijd volop. In Citizen Ruth worden beide kampen op intelligente wijze op de hak genomen. Straatjunk Ruth komt voor de zoveelste keer in aanraking met justitie wegens het snuiven van lijm, spuitbusverf en andere chemicaliën. Omdat Ruth tijdens haar arrestatie zwanger is, wil de rechter haar een extra zware straf opleggen wegens het in gevaar brengen van de ongeboren vrucht, tenzij zij erin toestemt het kind te laten weghalen. Dit merkwaardige voorstel trekt de aandacht van de Baby Savers, een groep evangelische fundamentalisten. Maar ook de Pro Choice-activisten willen zich graag over Ruth ontfermen, en voordat ze goed en wel beseft wat er aan de hand is wordt de hopeloze lijmsnuifster verheven tot een symbool van de pro- en anti-abortuslobby's. Beide kanten oefenen sterke druk uit op Ruth om zich al dan niet te laten aborteren, wat uiteindelijk zelfs ontaardt in het openlijk tegen elkaar opbieden met geldbedragen. De film deelt rake klappen uit aan de strijdende kampen: zo wordt de nationale leider van de Baby Savers door Burt Reynolds neergezet als een aalgladde hypocriet die zich overal laat vergezellen door een schandknaapje. Maar ook de politiek correcte kaders van de Pro-Choicers worden niet ontzien, en vooral hun neiging om alles te politiseren moet het stevig ontgelden. Laura Dern is ijzersterk als de egocentrische, maar toch aandoenlijke Ruth die helemaal geen behoefte heeft aan al het gelazer om haar heen. Terwijl de landelijke media uitlopen voor haar zaak, zint Ruth vooral op een manier om zich te vergrijpen aan de bouwpakketlijm van het zoontje van haar evangelische gastgezin. De grote kracht van Citizen Ruth ligt in de sterke overdrijving van alle karakters, inclusief de hoofdpersoon, hetgeen resulteert in een onderhoudende en voor Amerikaanse begrippen tamelijk uitgebalanceerde politieke komedie.
Fritz de Jong
Te huur vanaf 24 februari (RCV).

Laura Dern in Citizen Ruth.


Mother night
Keith Gordon
Het eigenzinnige werk van auteur Kurt Vonnegut jr. laat zich niet gemakkelijk naar film vertalen. Vonnegut mengt geslaagde absurdistische elementen en zwarte humor soms met science fiction, dan weer met beladen historische gebeurtenissen. Regisseur George Roy Hill, bekend van de commerciële voltreffers The sting en The world according to Garp, verfilmde in 1972 Slaughterhouse 5, een roman waarin een getuige van het geallieerde bombardement op de Duitse stad Dresden heen en weer wordt geslingerd tussen heden en verleden, waarbij het heden een gekooid verblijf in een buitenaardse zoo is. Hill wist Vonneguts stijl niet adequaat te vertalen, maar maakte wel een intrigerende film. Helemaal mis ging het in 1984 bij Slapstick (of another kind), waarin de pogingen van scenarioschrijver, producent, regisseur en acteur Steven Paul om Vonneguts humor te benadrukken in een roemruchte flop resulteerden. Met Mother night dient zich nu een eerste geslaagde Vonnegut-verfilming aan. Nick Nolte speelt een Amerikaanse toneelschrijver die in Nazi-Duitsland propaganda-uitzendingen verzorgt. Slechts drie mensen weten dat zijn anti-joodse retoriek gecodeerde boodschappen voor de geallieerden bevat en dat blijft zo tot ver na de oorlog, waardoor hij te boek staat als een oorlogsmisdadiger en begin jaren zestig benaderd wordt door een volstrekt absurd groepje Amerikaanse fascisten, waaronder de zwarte Führer van Harlem. Als de man die in zijn dubbelrol zijn eigen identiteit verliest weet de recent nogal ontspoorde Nolte voortdurend de juiste toon te raken. En dat geldt beslist ook voor regisseur Keith Gordon, die er uitstekend in slaagt Vonneguts absurdistische en serieuze kanten in balans te houden. Gordon, vooral als acteur bekend door zijn puberrollen in Dressed to kill en Christine, timmert als regisseur al jaren goed aan de weg, met de ijzersterke oorlogsfilm A midnight clear als voorlopig hoogtepunt, en laat hier opnieuw zien dat hij zijn obscure status in ons land geenszins verdient.
Bart van der Put
Te huur vanaf 17 februari (RCV).

Nick Nolte en Sheryl Lee in Mother night.


The secret agent
Christopher Hampton
De filmcarrière van de Engelse toneelschrijver Christopher Hampton lijkt met de verfilming van Joseph Conrads roman The secret agent op een dood spoor te zijn aangekomen. Na een bliksemstart met een sprankelend en intelligent scenario voor de film Dangerous liaisons (1988) van Stephen Frears, volgde in 1995 Hamptons overtuigende regiedebuut met de film Carrington. Zijn nieuwe film The secret agent heeft echter kraak nog smaak, ondanks een ijzersterke rolbezetting met Bob Hoskins, Patricia Arquette, Gérard Depardieu en Robin Williams in de hoofdrollen. De Engelse hoofdstad was aan het einde van de vorige eeuw een toevluchtsoord voor politieke vluchtelingen van meest uiteenlopend allooi. Het was een roerig broeinest voor terroristische anarchisten en communistische idealisten die elkaar in geheime vergaderingen ontmoetten en plannen smeedden voor de defintieve omverwerping van het kapitalisme. Tegen dit decor speelt de kleine winkelier Verloc (Hoskins) de rol van dubbelspion die zowel voor de Russische ambassade werkt als voor de Londense politie. Hij wordt door zijn ontevreden Russische opdrachtgevers gedwongen om een aanslag op het befaamde Greenwich-instituut in scène te zetten. Bij deze aanslag gaat, op zijn zachtst gezegd, het een en ander mis, waardoor Verloc tot over zijn oren in de problemen raakt. Wanneer ook zijn jonge echtgenote de ware toedracht van het gebeuren ontdekt, is hij zijn leven niet meer zeker. De film mist in de allereerste plaats de broodnodige vaart. Het kost Hampton bijvoorbeeld meer dan een kwartier om de familieproblemen van Verlocs schoonfamilie uit te leggen. Vooral de zwakzinnige broer van Verlocs echtgenote wordt zeer omslachtig geïntroduceerd, omdat hij later in de film een cruciale rol speelt bij de aanslag. Over het ratjetoe aan anarchistische kennissen en medestanders die Verloc verwacht wordt te verlinken krijgen we amper iets te horen. We zien alleen hoe Depardieu en Williams elkaar een paar keer in een café ontmoeten om op een pseudo-intellectuele manier over hun weinig avontuurlijke levens te babbelen. Williams heeft in het geheel nog de leukste inbreng. Hij speelt een soort verknipte en totaal humorloze bommenexpert die de hele dag met een zelfgemaakte ontsteker in zijn binnenzak rondloopt en een paar keer dreigt om zichzelf op te blazen. Helemaal aan het einde van de film lijkt hij dat dan daadwerkelijk te doen. Hampton heeft echter voor een open einde gekozen en in de slotbeelden, die volledig overbodig ook nog eens in slowmotion gemonteerd zijn, zien we niet eens of Williams zelfmoordactie in een volle Londense straat ook daadwerkelijk slaagt.
François Stienen
Te huur vanaf 27 januari (Laurus).


Albino alligator
Kevin Spacey
Voor scenarioschrijvers met een writers block is de introductie van een wapen in het plot een handige uitweg: het wel of niet afvuren van een wapen introduceert spanning, waarbij het wel afvuren een hele kettingreactie aan gebeurtenissen veroorzaakt. Bovendien verscherpt het de tegenstellingen tussen de personages (in personen voor of achter het wapen) en krijgt het drama sterkere accenten. In het regiedebuut van acteur Kevin Spacey komen veel wapens voor, die evenzoveel noodgrepen van de scenarist lijken. Zijn eerste film is een gijzelingsdrama. Spacey brak door met de mooie rol van Verbal Kint in
The usual suspects en was kort daarop te zien als de berekenende seriemoordenaar in Seven. Zijn status werd bevestigd in de rol van politie-inspecteur/showman Jack Vincennes in L.A. Confidential, naar het zich laat aanzien de grote concurrent van Titanic voor de belangrijke Oscar. Zijn ingetogen manier van spelen, waarbij hij zonder stemverheffen het maximale effect weet te verkrijgen, maakt hem tot een van de spannendste Amerikaanse acteurs van het moment. In voetbaltermen: zodra hij aan de bal is ontstaat er onrust voor het vijandelijke doel. Hij speelt helaas niet mee in Albino alligator, want anders hadden we misschien nog een reden gehad om deze band te huren. Zonder Spacey kunnen we concluderen dat hij van een beroerd script niet meer weet te maken, ondanks de medewerking van zijn gehele beroemde kennissenkring, waaronder Joe Mantegna, Faye Dunaway, Matt Dillon (waarom wordt hij niet wat vaker opgeroepen?) en Gary Sinise. Drie inbrekers doden bij een verkeersongeluk drie FBI-agenten. Ze zoeken hun toevlucht in een bar, waar Faye Dunaway achter de tap staat. Terwijl de politie onder leiding van Mantegna de bar belegert proberen de drie gangsters (waaronder één redelijk mens en één psychopaat, om het spannend te houden) een uitweg te bedenken. En daarbij mag alvast verklapt worden, dat niet iedereen in de bar diegene is voor wie hij zich uitgeeft. De scènes in de bar leveren een nauwelijks boeiend Kammerspiel op. De scenarist heeft mogelijk gedacht aan Reservoir dogs dat grotendeels in een oud pakhuis was gesitueerd. Maar in dit geval leveren de uiteenlopende ingrediënten geen explosief mengsel op. De thriller loopt dan ook met een sisser af.
Mark Moorman
Te huur sinds 6 januari (Columbia TriStar Home Video).


Nieuw in de videotheek
Maandelijks maakt de Filmkrant een selectie uit het aanbod van nieuwe films in de videotheek. Deze films waren eerder te zien in de bioscoop en zijn toen besproken in de Filmkrant (zie ook de Filmkrant zoek-pagina).

Koopvideo
Underground - Emir Kusturica
Escape from L.A. - John Carpenter
Secrets and lies - Mike Leigh
Un air de famille - Cédric Klapisch
Trees lounge - Steve Buscemi

Huurvideo
Face/off - John Woo
Anaconda - Luis 'Lucho' Llosa


De Videovorser
IJkpunt

Nee, nee en nog eens nee. Ik doe het niet meer, ik verdom het, dit is het moment om er een punt achter te zetten: uit, over en basta! Het was niet de eerste keer dat een omroepmedewerker mij belde met het verzoek mijn passie voor horrorfilms en kennis van het genre op de radio uit te dragen. Programmamakers zijn soms luie honden die er geen been in zien collega-journalisten te interviewen om een leuk itempje te maken; het is triest, maar waar. In het verleden hapte ik nog wel eens toe. De ene keer om aandacht te vragen voor een Weekend of Terror of een Festival van de Fantastische Film, de andere keer omdat ik in de uitzending gekoppeld werd aan een schrijver van enge kinderboeken ("Met die smerige films heeft mijn werk niets te maken!") en zelfs een keer aan een bioloog en een beul die tot inkeer was gekomen en voor Amnesty International werkte (thema: De Beestachtige Mens). Zoiets levert verhalen op waarmee je in de kroeg toch vlot twee maanden vooruit kunt. Het leek erop dat daar ook nu sprake van was, want het verzoek was te gek voor woorden. Iemand van de VARA maakte een radioprogramma over orgaantransplantatie, waarin de vraag aan de orde kwam waarom mensen zo huiverig zijn om een donorcodicil in te vullen. In een onnavolgbare hersenkronkel had men bedacht dat de oorzaak in de populariteit van horrorfilms kon liggen. Natuurlijk! Die moordlustige pensionhoudster in Anjum heeft ongetwijfeld ook iets teveel enge films gezien. Een overconsumptie van Derrick, Der Alte en Tatort kan het niet geweest zijn, dan zouden er onder ieder Nederlands gazon minstens twee lijken liggen. Ik vertelde de man van de VARA, wiens hersens ik zelfs in het uiterste noodgeval niet in mijn schedel getransplanteerd wil zien, dat horrorfilms met een transplantatie-thema erg dun gezaaid zijn. Maar dat ik bovenal niet wens mee te werken aan een programma dat suggereert dat films de toeschouwer zo sterk beïnvloeden dat elke rationele danwel emotionele keuze door filmervaringen ingegeven wordt. Ik geloof niet in dergelijke gechargeerde theorieën. Het zijn losse flodders voor schietgrage censuur-lobbyisten en ik zal de laatste zijn die de munitie levert. Ik wil namelijk de vrijheid behouden om me af en toe aan onversneden, doodenge en soms ook bloederige films over te geven. Dat doe ik al zo'n jaar of twintig en onder mijn gazon, herstel, op mijn balkon is geen lijk te vinden. Ik loop met een grote boog om ongelukken heen en een sneetje in mijn vinger veroorzaakt een blinde paniek. En dat is misschien wel de reden waarom ik zo graag naar horrorfilms kijk: een goede horrorfilm confronteert me met mijn eigen angsten en dient als ijkpunt dat duidelijk maakt wie ik ben en waar ik sta. Een van de belangrijkste ijkpunten uit mijn verleden is de film Zombi 2 van wijlen Lucio Fulci, een van de Italiaanse cineasten die op het Filmfestival Rotterdam centraal staan. In ons land trok de bloederige film onder de titel Zombies in 1980 maandenlang volle zalen. Ik was zestien en zag de film in een bioscoop die doortrokken was van een penetrante kotsgeur. Al snel werd duidelijk waarom: Fulci kende geen grenzen. Maar ik na het zien van zijn film wel: dit ging wel erg ver. Sinds die onvergetelijke confrontatie koester ik het werk van de Italiaan die me aan het denken zette, en dus zal ik de kans om in Rotterdam twee van zijn films op het grote doek te zien niet onbenut laten. Maar het is wel verdomd jammer dat zijn testament Maschera di cera het festival niet haalde. Fulci's laatste scenario en beoogde comeback werd voltooid door de tandem van producent Dario Argento, nota bene te gast op het festival, en debuterend regisseur Sergio Stivaletti, die er een fraaie ode aan de geestelijke vader van maakten. Onversneden en bloederig is de sfeervolle kostuumfilm beslist, met zijn afgehakte handen, open wonden en uitgerukte harten. Maar het is geen doodeng ijkpunt, het is fraai gestileerd kermisvermaak. Zombi 2 dankte zijn impact voor een belangrijk deel aan het feit dat Fulci's nietsverhullende aanpak als eerste ons land bereikte, kort voor George Romero's Dawn of the dead, de film die Fulci onder de Italiaanse titel Zombi op het bloederige spoor zette. De schok bij het zien van een bruut uitgevoerd make-up effect is allang niet meer zo groot als destijds, ik weet precies hoe het werkt en stel hogere eisen aan de context waarin het gepresenteerd wordt. Wat dat betreft is Michael Haneke's Funny games een bijzondere genrefilm, die iedere horrorliefhebber zou moeten zien. Los van de herkenning die Haneke's citaten oproepen (danke schön Wes Craven) is de film voor genrefans niet belangrijk door de mijns inziens onterecht geroemde climax (danke schön Henry, portrait of a serial killer), maar door een tergend lang statisch shot dat het leed van de slachtoffers onverbiddelijk aan de kijker opdringt. Daar gaat Haneke verder dan de films waarnaar hij verwijst en daar wordt duidelijk dat die spelletjes helemaal niet leuk zijn. Haneke's suggestie dat film- en tv-geweld jongeren op verkeerde ideeën brengt onderschrijf ik niet, maar zijn ongebruikelijke aandacht voor slachtofferleed maakt van Funny games een waardevol ijkpunt dat tot nadenken stemt. Genreliefhebbers: gaat dat zien! (Omroepmedewerkers: citeren mag, bellen heeft geen zin).

Bart van der Put
Maschera di cera is te huur op video onder de titel Wax mask (Warner Home Video).

Naar boven