Maart 1998, nr 187

Vive elle

Vitaal willen zijn

Veel geprezen en veel bekroond geldt Miriam Kruishoop als de grote belofte voor de Nederlandse film. Op het Filmfestival Rotterdam zat een Tiger Award er niet in voor Vive elle, daarvoor is de film te ongemakkelijk en te dwars. Vive elle vereist doorzettingsvermogen, maar die inspanning wordt slechts gedeeltelijk beloond.

Agathe (Agathe de la Boulaye) met imaginair ideaalbeeld (Vera Stiphout).

Vive elle is Kruishoops eerste lange film, en ook de eerste film waarin gesproken tekst voorkomt. Dat lijkt een hele stap na het dialoogloze korte werk dat ze tot nog toe maakte, maar Vive elle wekt niet de indruk dat ze zich daar een moment druk om heeft gemaakt. Er is in Vive elle iets van een verhaallijn te ontdekken en het hoofdpersonage maakt zelfs een soort psychologische ontwikkeling door. Maar meer dan een uitgewerkt plot is de film een verzameling min of meer op zichzelf staande scènes die wel thematisch een geheel vormen maar verder weinig logische samenhang vertonen. Kruishoops korte films gaan vaak over kwetsbare vrouwen, over eenzaamheid en de verhouding tot mannen. In Vive elle is dat feitelijk niet anders. Een soortgelijke thematiek wordt opgerekt en over verschillende scènes uitgespeeld.

Ultieme verleidelijkheid
Hoofdpersonage is Agathe. In de eerste minuten van de film stelt ze zichzelf voor; ze is vijfentwintig jaar en houdt van smarties en James Bond. Al vroeg door haar vader in de steek gelaten lijdt ze aan verlatingsangst en verkeert ze in een identiteitscrisis. Uit angst door haar vriend Olivier verlaten te worden heeft ze de relatie zelf verbroken. Ze is op zoek naar zichzelf, naar haar vrouwelijke en verleidelijke kant. De vrouwen in haar omgeving die die verleidelijkheid wel bezitten zijn een obsessie voor haar; haar nichtje Eve, ongenaakbaar en zelfbewust, haar beste vriendin Alexandra en haar imaginaire ideaalbeeld Vera. Deze Vera representeert de ultieme verleidelijkheid waar Agathe zich aan spiegelt, ze verenigt alle vrouwen in zich die Agathe bewondert. Als een mythische gestalte duikt ze op in de film en figureert ze in Agathe's erotische fantasieën. Olivier blijft tot op het laatst buiten beeld, alleen zijn stem becommentarieert zijn relatie met Agathe. Hij is uit haar leven verdwenen maar tegelijkertijd alleszins aanwezig. De obsessie van Agathe leidt tot destructie, van haarzelf en van haar omgeving.
De manier waarop Kruishoop haar film heeft vormgegeven lijkt op het eerste gezicht een totale ontkenning van alle regels van de filmkunst. Haar montage is springerig, de kadrering deugt niet omdat hoofden of delen daarvan regelmatig buiten beeld vallen, de structuur is fragmentarisch en de dialogen zijn associatief en vaak onnavolgbaar. Ernst en onzin vloeien in elkaar over en het karakter van het gezegde heeft niets te maken met de manier waarop het gezegd wordt. Taal is meer klank dan betekenis. Maar de indruk dat ze alle conventies aan haar laars lapt wordt enigszins teniet gedaan door het filmhistorisch besef dat er uit de film spreekt. De eerste scènes tussen Agathe en Eve op het dak, uitkijkend over Parijs, herinneren sterk aan de vroege Nouvelle Vague. Jump cuts, quasi-nonchalante composities, plotselinge stemmingswisselingen, een opgeknipte structuur; het zijn middelen die vitaliteit en spontaniteit moeten uitstralen. Volgens Kruishoop is het Nederlands een taal zonder enig gevoel, maar haar keuze om een Franstalige film te maken lijkt evenzeer een eerbetoon aan de Nouvelle Vague te zijn.

Lichaamstaal
Naarmate het gedrag van Agathe meer obsessieve trekjes gaat vertonen wordt de sfeer van de film onheilspellender. De vlakke erotiek, het theatrale, de belichting en de cameravoering ademen de sfeer van de films van Kruishoops inspirator Frans Zwartjes. Vive elle balanceert voortdurend op de grens van aanstellerij en overtuigend filmisch gevoel. In een paar scènes valt alles, inclusief de belachelijke kadrering, op z'n plaats. Dat is bijvoorbeeld het geval in een woordeloze scène waarin Agathe uiting geeft aan haar wanhoop. Het omgevingsgeluid dat meestal nadrukkelijk aanwezig is wordt weggedraaid en het geluid dat Agathe voortbrengt wordt sterk vertraagd weergegeven, net als het beeld. De introversie en de eenzaamheid van Agathe worden daarmee voelbaar gemaakt. De nadruk komt op haar lichaamstaal te liggen, niet op de expressie op haar gezicht, dat maar half in beeld is.
Maar er zijn ook scènes die te lijden hebben van te wezenloze teksten, een te gewilde afwijkende vorm en de al te nadrukkelijke stempel van Zwartjes. Ook de onheilszwangere erotische scènes met Vera en Eve zijn een beetje vervelend in hun dramatiek en hysterie. Dat Vive elle ondanks zijn zwakheden toch een overtuigende indruk maakt komt voornamelijk door de flair en de zelfverzekerdheid waarmee hij gemaakt is. Kruishoop weet precies wat ze wil en ze heeft een groot gevoel voor het neerzetten van een sfeer ter uitdrukking van hetgeen ze wil vertellen. Ook haar keuze van muziek is altijd heel sterk; meestal verrassend, nooit slechts illustratief en sterk sfeerbepalend. Er zit genoeg in haar film dat bewondering afdwingt, maar niet genoeg om over de volle lengte van een speelfilm te kunnen boeien.

Petra van der Ree

Vive elle
Nederland, 1997.
Produktie: Paul J. van de Wint.
Scenario, regie, camera, montage en muziek: Miriam Kruishoop.
Geluid: Daniel Laaper.
Met: Agathe de la Boulaye, Olivier Galfione, Eve Creac'h, Vera Stiphout.
Kleur, 75 minuten.
Distributie: NFM Distributie.
Te zien: vanaf 5 maart.

Naar boven