Verwacht - april 1998, nr 188


Breakdown
Deliverance (John Boorman, 1972) laat tergend langzaam zien hoe een vakantietrip kan uitmonden in een hel op aarde. Vier zakenmannen maken een kanotocht in de bergen, waar ze door twee kwaadaardige mannen worden geterroriseerd. De banjosolo aan het begin van de film ontaardt langzaamaan in krankzinnig gejengel, waarmee de geestestoestand van de mannen doeltreffend is neergezet. Spoorloos (George Sluizer, 1988) slaagt erin om een van de ergste nachtmerries van heel dichtbij in beeld te brengen: een geliefde die even gaat plassen bij een benzinepomp en vervolgens van de aardbodem verdwijnt, waarna het naarste scenario denkbaar werkelijkheid wordt.
Breakdown, een thriller van nieuwkomer Jonathan Mostow, is schatplichtig aan beide films. Kurt Russell, actiester in onder andere
John Carpenter's Escape from New York en The thing, dwaalt nu als Jeff ontredderd rond op snelwegen en woestijnvlaktes, op zoek naar zijn vrouw Amy (Kathleen Quinlan), die in rook is opgegaan. Ze waren op weg van Boston naar San Diego, een route dwars door desolate vlaktes en langs vervallen benzinestations. Eenmaal gestrand met autopech bij zo'n treurig oord verdwijnt Amy spoorloos. Klanten ontkennen dat ze haar hebben gezien, en wimpelen Jeffs radeloosheid af. Hij leidt vast aan zinsbegoocheling, veroorzaakt door de hitte en de lange eenzame snelwegen. De politie denkt met alweer zo'n echtelijke ruzie te maken te hebben, waarbij de vrouw kwaad is weggelopen. Niet alleen de verdwijning is een afschuwelijke gebeurtenis, ook de beklemmende achterdocht van de omstanders is onverdraaglijk.
'It could happen to you' is de slogan van Breakdown, wat natuurlijk zou moeten slaan op elke film. Toch is het geen vanzelfsprekendheid dat de makers van thrillers en actiefilms genoeg mogelijkheden tot identificatie aanreiken. Voor het welslagen van Breakdown is het dan ook van levensbelang dat Jeffs vervreemdende nachtmerrie overslaat van filmdoek naar bioscoopstoel.

Kurt Russell is zijn vrouw kwijt.


Sphere doet onmiddellijk verlangen naar zijn voorbeeld The abyss, de ultieme onderwaterfilm van James Cameron. Er mag dan wel water op de Maanpolen zijn gevonden, op onze eigen oceanen zijn we nog lang niet uitgekeken. In Sphere, gebaseerd op een boek van Michael 'Jurassic Park' Crichton, is het echter de sterrencast die alle aandacht naar zich toetrekt. Sharon Stone, Dustin Hoffman en Samuel L. Jackson spelen een team wetenschappers, die op de bodem van de Grote Oceaan op een 300 jaar oud ruimteschip stuiten, met een zoemende, goudkleurige bol binnenin. De plot lijkt vervolgens verdacht veel op de sf-pastiche Event horizon, waarin de angsten van mensen gematerialiseerd werden. Sphere had de nog immer prikkelende vraag kunnen opwerpen of wij mensen eindelijk volgroeid genoeg zijn om de geheimen van het heelal te kunnen doorgronden, of eigenlijk nog in onze kinderschoenen staan, maar de makers hadden geen vervolg op Contact voor ogen. Regisseur Barry Levinson wist niet hoe snel hij na het draaien van de film moest beginnen aan het goed ontvangen Wag the dog, ook met Dustin Hoffman. Of het een goedmakertje van beiden is zal hun goedbewaarde geheim blijven.

Sphere: Sharon Stone en Dustin Hoffman met duikkapsels.


Mouse hunt is de slapstick-variant van Home alone, waarvan de titel de lading geheel dekt. Twee broers hebben een vervallen huis geërfd, dat bewoond wordt door een muis, die hardnekkig weigert het pand te verlaten. Het beestje wordt de hele film opgejaagd, achtervolgd en in het nauw gedreven, maar is zijn belagers keer op keer te slim af. Zelfs een menselijke uitroeiingsmachine, een getypecaste Christopher Walken, kan deze 'Hitler met een staartje' (citaat) niet verslaan. De muizenhersens met de grootte van een erwt blijken superieur aan die van de volwassen kerels, waarmee de film in ieder geval een flink statement lijkt te maken. De arrogante mensheid zou meer nederigheid moeten tonen, en zichzelf niet als alleenheersers van de Aarde moeten zien. Maar het is en blijft een komedie, zodat deze moraal sneuvelt tussen de vele kluchterige scènes, waaronder natuurlijk één waarin de broers in een door henzelf gezette muizenval trappen. Regisseur Gore Verbinski maakt zijn debuut met deze Dream Works-produktie, die veel van zijn regiewerk uit handen kon geven aan Boone Narr, de muizentrainer die erop moest toezien dat de diertjes alle muisonterende kunstjes overleefden.

Mousehunt: Christopher Walken trekt ten strijde.


Spawn betekent 'gebroed' en dat klinkt leuker dan het is. Want de eerste zwarte superheld in de strip- en filmgeschiedenis is dan wel rechtstreeks uit de hel teruggekeerd, echt veel satanisch vermogen is hem niet gegeven. Hij is vooral de speelbal van Clown, de handlanger van de duivel, een onooglijk en opzettelijk irritant mannetje. Spawn wordt ingeschakeld om The Army of Darkness te leiden, die het Armageddon op Aarde afkondigt. Spawn verlangt echter alleen maar naar zijn vrouw, treffend geïllustreerd met de scènes waarin Spawn zijn armen ten hemel strekt en uitroept: 'Wanda!'. Spawn is de verfilming van de gelijknamige strip van Todd McFarlane, die zijn populaire creatie ondertussen flink heeft uitgemolken. De belangrijkste crewleden zijn bij Industrial Light & Magic, het visual effects-bedrijf van George Lucas, vandaan geplukt, debuterend regisseur Mark A.Z. Dippé incluis. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de film aaneenhangt van de special effects, een bombardement waarin zelfs de superheld het onderspit moet delven.


The man who knew too little is meer een parodie op de James Bond-films dan op Hitchcocks The man who knew too much. Deze screwball-comedy leende wel Hitchcocks veelgebruikte uitgangspunt, waarin een onschuldige man voor een crimineel wordt aangezien. In dit geval overkomt dat de wel zeer naïeve videoverhuurder Wallace (Bill Murray), die terecht komt in de interactieve theatervoorstelling 'Theatre of life'. De instructies die hij per telefoon krijgt zijn eigenlijk bedoeld voor een koelbloedige huurmoordenaar. Wallace raakt verzeild in hoogspel tussen ministers van defensie, callgirls en Russische moordenaars met namen als Boris the Butcher. En al die tijd denkt Wallace dat alles in scène is gezet door het theatergezelschap. Alles wat hij dan ook in zijn onschuld zegt, wordt door de spionnen op een geheel andere manier opgevat. De film weet eindeloze varianten op deze ene vondst te verzinnen, waarmee regisseur Jon Amiel de titel van voorganger Copycat wel erg letterlijk opvatte.

The man who knew too little: Bill Murray in Boris-vermomming.


Desperate measures is een riskante filmtitel, want voor je het weet wordt het tegen de regisseur Barbet Schroeder gebruikt. Mocht deze actiefilm niet aan de wensen van het publiek voldoen dan is de verleiding erg groot om de film als wanhoopsdaad te bestempelen. Liefhebbers van achtervolgingsfilms zullen evenwel niet teleurgesteld worden. De premisse is nog behoorlijk grotesk: het zoontje van een politieagent (Andy Garcia) lijdt aan een dodelijke ziekte en alleen een beenmergtransplantatie kan hem redden. De enige geschikte donor is een levenslang veroordeelde seriemoordenaar (Michael Keaton), die weigert zijn merg af te staan: "Na al die jaren te zijn opgesloten krijg ik eindelijk weer de kans iemand te doden, gewoon door niets te doen." Nadat de gewetenloze kinderhater uit de gevangenis is ontsnapt, moet de politieagent er in eindeloze achtervolgingsscènes op toezien dat de donor niet door zijn collega's wordt neergeschoten, want dat zou de wisse dood van zijn zoon betekenen. Zoals bekend sterven er geen kinderen in Hollywood, en hun beenmerg is dan ook, zoals ze dat noemen, een 'plot device', alleen bedoeld om de actie in gang te zetten.

Desperate measures: Michael Keaton wil zijn merg niet kwijt.


Pippi Longstocking wordt in Nederland gewoon onder de naam Pippi Langkous uitgebracht, waarmee het risico bestaat dat nostalgische ouders niet bij hun vertrouwde Pippi-vertolkster Inge Larsson terecht komen, maar bij deze getekende versie. Werd er luid geprotesteerd toen Tom & Jerry, The movie de tekenfiguren ineens live verfilmde, en ze overigens vriendjes liet worden, bij Pippi Langkous is een soortgelijk effect te verwachten. De kinderen zelf zal het waarschijnlijk een worst wezen dat mama haar veelgekoesterde en vertrouwd bekabelde kopie van Pippi in Taka Tukaland moet inruilen voor een frisse tekenstijl. De Duitser Michael Schaack stond aan het roer, en Astrid Lindgren zelf schreef mee aan het scenario. Ze gaf hiermee haar goedkeuring aan de animatie, die ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van het boek is vervaardigd.

Pippi Langkous: getekend van de trap af.


Fairy tale - A true story is opgetekend uit de geschriften van Sir Arthur Conan Doyle, de bedenker van Sherlock Holmes. Doyle verbaasde zich samen met boeienkoning Harry Houdini over een zaak in Yorkshire, waar twee meisjes in 1917 een serie foto's maakten met elfjes op de achtergrond. Er was geen sprake van trucage, en in een mum van tijd werd het dorpje overspoeld met talloze nieuwsjagers en spirituelen. De meisjes werden tegen hun zin in één klap beroemd. Probeerden ze eerst nog om aan de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog te ontsnappen met behulp van hun fantasiewereld, opeens stonden ze ongewild met beide benen in de schijnwerpers. Zoals de titel al aangeeft is de scheidslijn tussen magie en werkelijkheid dan ook moeilijk te trekken. Met Harvey Keitel als Houdini en Peter O'Toole als Conan Doyle heeft deze film van Charles Sturridge twee zwaargewichten binnengehaald, die het moeten opnemen tegen de acteerprestaties van de elfjes én een cameo van Tinkelbell.

Fairy tale - a true story: nichtjes zien ze fladderen.

Mariska Graveland

Naar boven