Mei 1998, nr 189

Tonino Guerra

Hoe ontploft een bom?

De Italiaanse dichter en scenarioschrijver Tonino Guerra (1920) kwam pas halverwege de jaren vijftig in contact met Cinecittá. Sindsdien schreef - en schrijft - hij mee aan talrijke speelfilms, waaronder klassiekers als Fellini's Amarcord en Nostalghia van Andrej Tarkovski. Het Franse filmtijdschrift Positif stelde Guerra verantwoordelijk voor de 'composante irrationelle' in de Italiaanse film, oftewel 'de ongrijpbare magische toon'. Onlangs was hij voor het eerst van zijn leven in Nederland om op uitnodiging van Sources, het Europese netwerk van scenarioschrijvers, een lezing te geven over zijn leven als scenarioschrijver.

Dichter en scenarioschrijver Tonino Guerra, thuis in Emilia Romagna (foto: Renson van Tilborg).

Goed beschouwd is Tonino Guerra allereerst dichter en pas daarna scenarioschrijver. Hij begon met schrijven tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen hij als jongeman naar een werkkamp in Troisdorf werd gedeporteerd. Over die periode dichtte hij op latere leeftijd:

Tevreden echt tevreden
ben ik vaak geweest in dit leven
maar het meest van al toen ik bevrijd werd
in Duitsland
en ik weer een vlinder kon bekijken
zonder zin te hebben
om hem op te eten

Na de oorlog besloot hij zich volledig te wijden aan poëzie, hetgeen hem al gauw de prestigieuze Premio Pasolini opleverde, een prijs die alleen wordt uitgereikt aan schrijvers die via hun werk hun dialect levend houden. In 1953 vestigde Guerra zich in Rome en schreef "oneindig veel scenario's die niemand wilde hebben". Hij wilde scenarioschrijver worden om geld te kunnen verdienen. "Dichten is mooi, maar het levert geen cent op. Daar komt bij dat de scheidslijn tussen poëzie en scenarioschrijven dun is: het gaat in beide gevallen om beeldtaal."
Drie jaar later boekte Guerra zijn eerste succesje met Uomini e lupi van Giuseppe De Santis. Hij werkte vervolgens nog aan enkele scenario's van De Santis, van Aglauco Casadio (Un ettaro di cielo), en zelfs aan een scenario van Vittorio de Sica mee, totdat hij in 1960 Michelangelo Antonioni ontmoette. Met hem werkte Guerra vervolgens het langst samen, acht films in 23 jaar, van L'avventura tot Identificazione di una donna. Met Luchino Visconti schreef hij het scenario voor Rocco e i suoi fratelli; als schrijver én acteur werkte hij mee aan Tarkovski's Nostalghia; met de gebroeders Taviani schreef hij La notte di San Lorenzo, bewerkte hij Pirandello's novellen voor Kaos en een verhaal van Tolstoi voor Il sole anche di notte; hetzelfde deed hij met Pirandello's Enrico IV voor Marco Bellocchio; met Giuseppe Tornatore schreef hij het scenario voor Nuovo cinema Paradiso. En hoewel hij het op z'n achtenzeventigste iets rustiger aan doet, is Guerra nog steeds de vaste sparringpartner van Antonioni en van de Griekse cineast Theo Angelopoulos.

Perenboom
Volgens de regisseurs met wie hij tot nu toe heeft samengewerkt, is Guerra vaak geneigd zijn bijdragen te bagatelliseren. "Ik heb wat structuur aangebracht", is zijn favoriete uitspraak als hij een scenario geheel heeft herschreven. Maar tegelijk met de strakkere structuur sluipen er altijd andere, typische Guerra-elementen het verhaal binnen. Een heel eigen beeldtaal, grotendeels gevormd door een ongrijpbare magie. Guerra geeft desgevraagd een voorbeeld: "In de beginscène van La notte di San Lorenzo wilden de gebroeders Taviani laten zien dat het oorlog is door drie bommen te laten ontploffen. Maar hoe laat je dat zien? Je kunt een bom onder een boom laten ontploffen, de boom vliegt de lucht in en klaar is Kees. Ik stelde daarentegen voor om de ontploffingen op grote afstand te laten plaatsvinden, zodat er alleen wat rook te zien is. Maar op de voorgrond staat een perenboom. Tien seconden later schudt een windstoot alle peren eraf. Zo kun je ook een oorlog laten zien: minder voorspelbaar. Bijna surrealistisch, maar wel realistisch."
Een film, zo is Guerra's ervaring, maak je uit de hand, zoals een bakker deeg tot brood kneedt. "Scenarioschrijven begint met een idee, een idee dat tot de verbeelding spreekt. Daarom is een scenarioschrijver in eerste instantie een leverancier van ideeën. Pas daarna begint hij te schrijven. Dat wil niet zeggen dat het woord een ondergeschikte rol speelt. Ik wil een beeld juist via het woord laten ontstaan. Wanneer de mensen de bioscoop verlaten, hebben ze niet de stijl van een film in hun hoofd, maar het verhaal. En dat stamt uit het scenario."

Woordenschat
Op het aanstaande filmfestival in Cannes gaat Eternity of a day van Angelopoulos in première. Het idee voor deze film ontstond twee jaar geleden bij Guerra thuis, in Pennabilli, een bergdorpje in Emilia Romagna. Angelopoulos en Guerra werkten toen twee ideeën uit, een vast ritueel sinds ze elkaar in 1988 ontmoetten. Guerra: "We lezen onze dagboeknotities aan elkaar voor en vertellen wat we hebben meegemaakt, gelezen of gezien. Het idee groeit zo vanzelf. Eternity of a day is gebaseerd op het leven van een Griekse dichter, over wie ik destijds een boek had gelezen. Ik heb toen voor Angelopoulos een verhaaltje opgeschreven over een in de achtste eeuw levende Griekse dichter die opgroeit in Italië en bij terugkeer in Griekenland woorden koopt om zich zijn moedertaal opnieuw toe te eigenen. Zijn vurige wens is namelijk om in zijn eigen taal een gedicht over de vrijheid te kunnen schrijven. Het actuele element in dit verhaal is dat wij Europeanen ook bijna onze moedertaal vergeten zijn. Op nagenoeg alle Europese universiteiten is Engels de voertaal. Waarom kopen we onze eigen woordenschat niet terug voordat het te laat is? Onze taal is onze cultuur. Hoe hebben we het in godsnaam zover kunnen laten komen?"
Hoe de film uiteindelijk is geworden, weet Guerra niet. "Mijn bijdrage hield op na de ideeën-sessie." Zo heeft hij onlangs ook Antonioni op weg geholpen bij diens nieuwste project Destinazione Venu (Bestemming Venus). "De ene keer vorm ik een ideeënbron, de andere keer schrijf ik mee aan een scenario."

Inval
Iemand die graag wilde dat Guerra meeschreef, was Federico Fellini. Hun eerste ontmoeting vond in 1953 plaats, in Rome. Fellini, die op dat moment internationaal doorbrak met La strada, vertelde bij die gelegenheid dat hij een fan was van Guerra's gedichten. Pas twintig jaar later kwam het tot een samenwerking, hetgeen leidde tot de film Amarcord, Romagna-dialect voor 'Ik herinner mij'. Fellini en hij legden in deze film hun herinneringen vast over de jeugd die ze in Rimini doorbrachten.
Een voorbeeld: in Guerra's bundel I bu (De ossen, 1972) staat een gedicht over een plaatselijke gek die in een boom klimt en het op een schreeuwen zet. Guerra vertaalde het naar een scène waarin Teo, de oom van de protagonist, voor een zondags familie-uitstapje wordt opgehaald uit het gekkenhuis. Tijdens de siësta sluipt oom Teo in de kruin van een hoge boom en begint een hartverscheurende jammerklacht over het gemis van een vrouw in zijn leven: "Voglio una donnaaaa!" Zijn familie weet zich geen raad met Teo's gedrag. Alleen de grootvader begrijpt het wel: "Een redelijk normale wens", stelt hij. Guerra: "Het was ook als metafoor bedoeld voor een humanere bejegening van mensen zoals Teo. Amarcord droeg een steentje bij aan de discussie die destijds in Italië leefde over de maatschappelijke integratie van geestelijk gehandicapten."
Na Amarcord, die werd beloond met een Oscar voor de beste buitenlandse film, schreef het duo nog twee scenario's: E la nave va (1983) en Ginger e Fred (1985). Daarbij werkten ze meestal samen op één typemachine. Guerra: "Vreselijk moeilijk, maar het lukte wel. Misschien is het wel een goed voorbeeld van de ideale wisselwerking tussen scenarioschrijver en regisseur."
Met Michelangelo Antonioni vond die wisselwerking vaak plaats op een wat speelsere manier: "We plaatsten bijvoorbeeld een prullenmand op de tafel en telden wie de meeste proppen erin kon werpen", aldus Guerra. "Als ik dan bijvoorbeeld drie treffers had, zei Antonioni: 'Twee', waarop ik riep: 'Vier!' Het was allemaal te doen om van het ene op het andere moment te kunnen opmerken: 'Nee, het is mooier als de protagonist bij het opstaan zegt dat hij zich niet goed voelt'. Een goede inval ontstond bij ons meestal tijdens een spelletje."

Kacheltje
Een van de meest doeltreffende spelletjes vond plaats op de marmeren zwart-witgeblokte vloer van Antonioni's Romeinse villa. Spelregel: vanaf tien meter om de beurt een vlakke steen in of zo dicht mogelijk bij een bepaald blok zien te gooien. Guerra: "We bedachten dit spel nadat we de eerste versie van ons scenario voor La notte hadden weggegooid. We hadden net La dolce vita van Fellini gezien en ontdekt dat er een paar overeenkomsten in zaten. We vonden dat we daarom een nieuw idee moesten bedenken. Onze producent was echter de set in Milaan al aan het opbouwen en belde nietsvermoedend: 'Schiet het al op?' En wij: 'Ja, het schiet al op'. Op een ochtend, er waren nog maar twaalf dagen te gaan, zeiden we tegen elkaar: laten we beginnen met Monica Vitti die met een vlakke steen op deze marmeren vloer speelt. Toen waren we eruit. Mastroianni werd haar opponent in die scène."
Hoe komt het eigenlijk dat er zo veel klassiekers, vooral sinds de jaren vijftig, van Italiaanse komaf zijn? Guerra: "Tja, hoe is de Renaissance ontstaan? Zo nu en dan doemt er een stroming op uit het niets. Het heeft waarschijnlijk vooral te maken met het feit dat wij persoonlijke verhalen vertellen en personages opvoeren waarmee de kijker zich kan identificeren. En wat helpt, is dat onze geschiedenis ons decor is, en dat mensen zich overal en altijd aangetrokken voelen tot warmte. Negentig procent van de Italiaanse klassiekers is in Zuid-Italië gedraaid. Dat lijkt me niet meer dan vanzelfsprekend. Als iemand mij vraagt of ik vanavond in de bioscoop de Noordpool wil bezoeken of Sicilië, dan kies ik voor het laatste. In mijn geboortedorp stond vroeger een bioscoop, Eden genaamd, met een Jugendstil-gevel en een kacheltje voor het scherm. In de winter zaten de mensen met handschoenen aan in de zaal en af en toe liepen ze naar het kacheltje om hun handen te warmen. Mijn vader is er één keer geweest en ik mocht toen ook mee. We zagen een documentaire over Afrika, met olifanten en een olifantenkerkhof. Ik vond het prachtig, maar mijn vader zat alleen maar in de zaal omdat het buiten koud was en hij dacht zich te kunnen warmen aan de beelden. Het ging hem niet om de film, maar om het warme gevoel dat je er van kon krijgen."

Renson van Tilborg

Sources (Stimulating OUtstanding ResourCes for European Screenwriting) werd in 1992 in Nederland opgericht met als hoofddoel de verbetering van de kwaliteit van het scenarioschrijven in Europa. Rolf Orthel, hoofd van de raad, en Renate Gompper, general manager van Sources, organiseerden eind april in samenspel met de Media Academie Hilversum en het Nederlands Filmmuseum voor het derde achtereenvolgende jaar een 'script development workshop'. Hieraan nam een kleine groep Europese scenarioschrijvers deel, begeleid door diverse veteranen uit de Europese filmindustrie. Sources wordt ondersteund door het Media II Programma van de Europese Unie en het ministerie van OC&W.

Naar boven