Video - november 1998, nr 194

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


Regeneration
Gillies MacKinnon
Terwijl Spielbergs Tweede-Wereldoorlogdrama
Saving private Ryan wereldwijd triomfen viert, gaat Regeneration geruisloos aan het Nederlandse bioscooppubliek voorbij. Een treurige gang van zaken, want het prachtig gefotografeerde Eerste-Wereldoorlogdrama van de Schot Gillies MacKinnon - eerder verantwoordelijk voor het indrukwekkende Small faces - is in meerdere opzichten de betere film. Een gruwelijk realistisch eerste half uur kent deze verfilming van Pat Barkers gelijknamige, op ware gebeurtenissen gebaseerde anti-oorlogsroman uit 1992 niet. De openingsbeelden van het eveneens in Frankrijk gelegen slagveld vertonen echter wel opmerkelijke overeenkomsten met die van Saving private Ryan. Ook hier is de hel op aarde gedrenkt in uitgebleekte kleuren en is het beangstigend suizen van granaten voldoende om de waanzin van de oorlog bloot te leggen. De uitwerking die dat heeft op menig Brits frontsoldaat is hét thema van Regeneration. In 1917 strompelt de een na de ander met een 'shellshock' het tot hospitaal omgebouwde landhuis bij Edinburgh binnen. Onder hen bevinden zich de opstandige Siegfried Sassoon en de zachtaardige Wilfred Owen, Britse loopgravendichters van de eerste orde, alsmede de jonge officier Billy Prior die zowel zijn geheugen als zijn stem kwijt is en die evenals al die andere oorlogsslachtoffers geplaagd wordt door vreselijke nachtmerries. Spil is dokter Rivers (een prachtrol van Jonathan Pryce), die beschouwd wordt als buitenstaander, maar die zich dermate identificeert met zijn patiënten dat hij dezelfde ziekteverschijnselen gaat vertonen. Het is een indringend psychologisch portret van een gehavend gezelschap, zonder enig sentimenteel effectbejag in beeld gebracht. Gefilmd op een Schots buitenverblijf; de loopgravenoorlog ten voeten uit.
Belinda van de Graaf
Te huur vanaf heden op import-video (Fox Home Entertainment).

Regeneration: Johnny Lee Miller (Bily Prior) in indringende oorlogsfilm.


Poodle Springs
Bob Rafelson
Het is 1963 en Philip Marlowe is grijs geworden. Dat is al het eerste misverstand, want Philip Marlowe hoort niet grijs te worden, laat staan grijs en kalend zoals James Caan. Ok, een beetje grijs misschien, aan de slapen, maar verder blijft Philip Marlowe altijd Philip Marlowe. Altijd met een sigaret en een gleufhoed, altijd verstrikt in rommelige romances met zijn vrouwelijke cliënten die op zoek zijn naar hun echtgenoot die ze zelf zojuist hebben vermoord. Daar hoor je ook geen grapjes over te maken, zoals Philip Marlowe en zijn kersverse echtgenote (Dina Meyer) in Poodle Springs doen. Dat is het tweede misverstand, want Philip Marlowe is een vrijgezel, zo eentje waarbij dat met hoofdletters op zijn lege ijskast geschreven staat. Laat staan dat hij met zijn veertig jaar jongere echtgenote in zoiets als Poodle Springs gaat wonen, een slaapstadje in de woestijn van Nevada, waar je nooit lekker een peuk op straat kan gooien of iemand om een vuurtje vragen. Toch gebeurt dat allemaal, want het werd door Marlowe's bedenker Raymond Chandler opgeschreven in zijn laatste, onvoltooide boek, dat enkele jaren geleden door Robert B. Parker werd afgemaakt en vervolgens door Tom Stoppard (Rosencrantz en Guildenstern are dead, 1990) tot filmscenario bewerkt. En nu is er dan Poodle Springs, de film, geregisseerd door Bob Rafelson die eerder met The postman always rings twice (1981) en Black widow (1987) bewees zeer bedreven te zijn in het genre van de neo-film noir. Een handvol klinkende namen dus, en het is aan hen te danken dat Poodle Springs onderhoudend blijft, dat je kunt glimlachen om de introductie van een mobiele telefoon (!) in de plot en je niet al te veel stoort aan de veel te moderne 'touch' die de vroege jaren zestig hebben meegekregen. De plot is typisch Chandler, verwarrend en ondoorzichtig. Maar merkte de vader van de moderne 'private eye' niet regelmatig op dat hij van zijn eigen boeken ook niet meer snapte wie het nou gedaan had (The big sleep)? Als ze maar spannend waren, vaart hadden en humor. Aan al die eisen voldoet Poodle Springs, maar na afloop grijp je toch maar weer naar zo'n stukgelezen pocket om Marlowe's cynische stemgeluid zelf te fantaseren. Of herinner je je zonder nostalgie hoeveel beter dan James Caan Humphrey Bogart en Robert Mitchum hem gestalte gaven.
Dana Linssen
Te huur vanaf 24 november (Dutch Film Works).


Savior
Peter Antonijevic
Er is niets tegen een filmmaker die de Bosnische oorlogshel in beeld wil brengen. Integendeel zelfs. Maar kun je er ook een traditionele oorlogsfilm over maken? Zeg maar een film waarin een soldaat door gruwelijke oorlogservaringen een beter mens wordt? De Serviër Peter Antonijevic dacht van wel. Het resultaat is een rare mengeling van realistische wreedheden en typisch geromantiseerd oorlogsheldendom. Beide zaken zitten elkaar danig in de weg, zodat Savior, ondanks Oliver Stones optreden als medeproducent, het niet tot de bioscoop heeft gebracht, maar rechtstreeks in de videotheek belandde. Savior gaat over een medewerker van de Amerikaanse ambassade in Parijs (Dennis Quaid), die bij een aanslag van moslimfundamentalisten zijn vrouw (Nastassja Kinski, die dus erg kort in beeld is) en kind verliest. Uit wraak maait de man met een machinegeweer een stuk of tien moslims in een Parijse moskee neer, waarna hij zich aanmeldt bij het vreemdelingenlegioen, wat hem naar Bosnië voert. In dienst van de Serviërs begaat hij meedogenloze wreedheden, maar als een door moslims verkrachte, Servische vrouw na haar vrijlating een kind baart, waarna moeder noch baby nog welkom zijn bij het Servische thuisfront - "Moslimhoer: je had zelfmoord moeten plegen" - begint hij in te zien dat alle partijen in de Bosnische oorlog even wreed zijn. Om dat te onderstrepen bevat de film gruwelijke scènes waarin een Kroatische commandant Servische gevangenen met een voorhamer en grote houten slegger de schedel inslaat. De Bosnische gruwelen maken van onze held een beter mens, zodat hij zich over de baby van de Servische vrouw ontfermt. Als een herboren mens kan onze held uit de Bosnische oorlog naar huis terugkeren. Oorlog als een psychisch zuiverende ervaring, die leugen hebben we vaker langs zien komen. Het schokkende realisme in Savior leidt niet tot inzicht in de oorlogswerkelijkheid, maar staat in dienst van geromantiseerde, versleten oorlogsheroïek. Na Saving private Ryan hebben we daaraan geen enkele behoefte.
Jos van der Burg
Te huur vanaf 10 november (H.O.M. Vision).

Savior: Dennis Quaid als wrede ambassadeur.


Gattaca
Andrew Niccol
De meeste science-fictionfilms die momenteel worden geproduceerd zijn te typeren als futuristische actiefilms. Als amusement staan deze producties vaak op hoog niveau, maar toch is het een verademing dat het genre ook nog af en toe films voortbrengt als Gattaca. Met zijn intelligente commentaar op een toekomstige totalitaire maatschappij treedt de Nieuw-Zeelandse regisseur Andrew Niccol in de voetsporen van François Truffauts Fahrenheit 451 en Terry Gilliams Brazil. De film is gesitueerd in de "niet zo verre toekomst". De mensheid heeft de techniek van de genetische manipulatie zo ver ontwikkeld dat er nagenoeg perfecte kinderen ter wereld kunnen worden gebracht. Wie in deze 'Brave New World' wordt geboren zonder tussenkomst van genetici heeft pech, want hem of haar rest slechts een leven als 'In-valid', een tweederangs burger. Ethan Hawke speelt de 'In-valid' Vincent, die weigert zich neer te leggen bij zijn lot. Tegen beter weten in droomt hij ervan om ooit de aarde te verlaten als ruimtevaarder. Door een ingenieuze persoonsfraude, waarbij hij gebruik maakt van vingerafdrukken, bloed, urine en zelfs de hartslag van een verongelukte sportman, slaagt hij erin om te worden aangenomen bij het elitaire opleidingsinstituut Gattaca, waar hij dankzij hard werken wordt geselecteerd voor een prestigieuze ruimtemissie. Zijn droom lijkt echter te worden verstoord als er vlak voor de lancering een hoge functionaris wordt vermoord. In het hierop volgende politieonderzoek dreigt zijn ware - genetisch inferieure - identiteit te worden onthuld. Inhoudelijk is Gattaca niet over de hele linie geslaagd: de vertelling zwabbert te veel tussen een intelligente observatie van een maatschappij met totalitaire trekjes en een sentimenteel verhaal over een eenling die tegen de verdrukking in zijn doel bereikt. Wat Gattaca bijzonder maakt is de ijzersterke, consequent doorgevoerde visuele stijl. De decors (van Jan Roelfs) zijn van een ijzige perfectie, en de beelden - waarin koele kleuren overheersen - zijn bijna steriel, alsof ze zelf genetisch gemanipuleerd zijn. Het geheel wordt aan elkaar gebonden door de golvende muziek van Michael Nyman. De film voltrekt zich in een kalm, bijna plechtig tempo en door de ver doorgevoerde stilering worden de personages opgenomen in een tijdloos drama.
Fritz de Jong
Te huur vanaf 3 november.

Gattaca: Irene (Uma Thurman) gekloond.


Nieuw in de videotheek
Maandelijks maakt de Filmkrant een selectie uit het aanbod van nieuwe films in de videotheek. Deze films waren eerder te zien in de bioscoop en zijn toen besproken in de Filmkrant
(zie ook de Filmkrant zoek-pagina).

Koopvideo
Felice...Felice... - Peter Delpeut
L.A. Confidential - Curtis Hanson
Buenos Aires vice versa - Alejandro Agresti
De kersenpluk - Arno Kranenborg
De verstekeling - Ben van Lieshout
Village of dreams - Yoichi Higashi

Huurvideo
La vie de Jésus - Bruno Dumont
The big Lebowski - Ethan en Joel Coen
Wag the dog - Barry Levinson
Dance of the wind - Rajan Khosa
Temmink - Boris Paval Conen
Scream 2 - Wes Craven



De Videovorser
Klompendans

"Ik sta hoog in de lucht op het dak van een kantoortoren van glas en staal in Rotterdam, Holland. 21 verdiepingen scheiden me van het betonnen wegdek beneden. Ik sta op het punt datgene te doen wat ik het beste kan. Ik ga springen." Met deze woorden opent Jackie Chans nieuwe autobiografie 'I am Jackie Chan'. De titel en de opening van het boek verwijzen beide naar Who am I?, de film die Chan in de nazomer van 1997 gedeeltelijk in Rotterdam opnam. Een half jaar eerder was de Chinese ster te gast op het filmfestival in de Maasstad, waar hij zijn plannen aankondigde. Ergens tussen Schiphol en Rotterdam was zijn oog op een paar klompen gevallen en daarbij had Chan het licht gezien. Als geen ander weet hij actie met humor te combineren, het is samen met gewaagd stuntwerk zijn handelsmerk, en in een paar klompen zag hij een uitgelezen kans om klappen aan grappen te koppelen. Kung fu op klompen! En dan was er nog de Erasmusbrug, die om halsbrekend stuntwerk schreeuwde. Zuurpruim Bram Peper zag er op het laatste moment van af de filmster tot buitengewoon burger van zijn stad te benoemen, maar Chan beloofde desondanks Chinees vuurwerk op Nederlandse bodem en hield wel woord. Tijdens de opnameperiode waren pottenkijkers van de pers helaas niet welkom, maar na enige druk vanuit het ambtelijke kamp kwam er wel een persconferentie, in de schaduw van de Erasmusbrug. Op zoek naar wat couleur locale vertelde ik de taxichauffeur onderweg dat de brug zou worden afgesloten, omdat de wereldberoemde Chinese filmster Jackie Chan er een film zou opnemen. "Jackie wie?", zo bromde de chauffeur, "Chinezen? Hier in Rotterdam? En daar sluiten ze de brug voor af? Ach, ze zijn hier op het gemeentehuis allemaal gek." Toen de mannen van het J.C. Stuntteam op de Maaskade in het vizier kwamen voegde hij er fijntjes aan toe: "Inderdaad, het zijn Chinezen, maar waarom moet dat nou allemaal hier? Als, hoe heet hij, die Rambo, als die een film opneemt hebben wij er tenminste geen last van!" Even later kreeg ik tegengas van een hoge ambtenaar, die niet bepaald gek overkwam, maar wel overduidelijk de portefeuille stadspromotie beheerde. "Straks zien miljoenen mensen over de hele wereld hoe mooi onze stad is, kijk nou toch eens naar die boten daar op de Maas, dat hebben jullie in Amsterdam niet!" Ik sputterde wat tegen, roemde Amstel en IJ, maar zoiets snijdt in Rotterdam geen hout. "Die Jackie Chan is trouwens geweldig", zo vervolgde de promotor onverstoorbaar, "en heel slim ook: aanvankelijk was er bij de gemeentelijke diensten veel twijfel, maar Jackie gaf voor de mannen een demonstratie van zijn kung fu op klompen en toen waren ze allemaal om." De als vanouds goed gemutste ster had weinig nieuws te melden, wat hij met die brug ging doen moest in ieder geval een verrassing blijven. Interessanter was een bezoek aan het toilet, waar iemand van de filmploeg wat pagina's van het scenario had laten slingeren. Hele stukken dialoog waren doorgestreept, met de notitie "too long", en vervangen door een simpel "Wait, we have to go that way", waarbij uit de notities bleek dat Jackie daarmee een excuus had om langs de fotogenieke kubuswoningen te rennen. Op de kubussen konden we dus rekenen, maar over de brug alweer geen woord. Aan maanden vol op hol geslagen fantasieën, waarin Chan langs zwiepende tuien omhoog klom en met een snoekduik in de Maas belandde, kwam onlangs een einde. Niet dat Who am I? in Nederland al vertoond is, waarschijnlijk zal de film begin volgend jaar even in een Rotterdamse bioscoop draaien en meteen op video worden uitgebracht. Wie nu al wil zien wat Chan in Rotterdam deed is aangewezen op de uit Hong Kong geïmporteerde laserdisc, die in sommige Chinese videotheken te huur is. Who am I? is geen hoogtepunt in Chans oeuvre. De film opent in Afrika, waar de held als enig lid van een commando-eenheid een helicopterongeluk overleeft, waarbij hij zijn geheugen verliest. Op zoek naar zijn identiteit belandt de apolitieke Chan in Sun City, de Zuid-Afrikaanse suikertaart die tijdens de apartheid symbool stond voor alles wat fout, rijk en blank was. Daar leidt een knokpartij met boeven tot een spectaculaire auto-achtervolging, waarbij Jackie via een ingenieuze montage pardoes langs het Rotterdamse gemeentehuis rijdt. Een betere straf voor Pepers weigering Chan tot buitengewoon burger te bestempelen lijkt ondenkbaar: nu zien miljoenen mensen over de hele wereld dat het gemeentehuis van Rotterdam in Sun City ligt. Na pakweg een uur komt de rest van Rotterdam aan bod, inclusief een door de montage geannexeerd stuk Dordrecht waar de kung fu op klompen plaatsvindt. Chan had het goed gezien: de combinatie werkt sterk op de lachspieren en toont de ster in optima forma, waar dat in de rest van de film nogal tegenvalt. Het leeuwendeel van de Rotterdamse actie speelt zich af op en rond het Nedlloyd-gebouw. Voor hij over de schuine gevel naar beneden glijdt heeft Chan een memorabel gevecht met twee boeven, waarbij de boomlange Nederlander Ron Smoorenburg een glansrol vervult. En dan is daar de brug. De hoofdschurk koerst aan op de geopende brug, marinevaartuigen scheren over de Maas, Chan rent op de boef af en dan... gebeurt er helemaal niets. Geen geklim in de tuien, geen duik in de rivier, geen spectaculaire autostunt, niets. De boef geeft zich over, einde film. Jackie Chan kwam naar Rotterdam en maakte een film, maar helaas, hij kwam niet over de brug.

Bart van der Put

Who am I? verschijnt waarschijnlijk begin volgend jaar op video (Arcade Pictures). Jackie Chan is vanaf 24 november op huurvideo te zien in het eerder gemaakte en dolkomische Mr. nice guy (Laurus Entertainment).

Naar boven