Februari 1999, nr 197

Filmkritiek

De laatste der Mohicanen

Peter van Bueren is nu ruim vijfendertig jaar filmjournalist. Begonnen bij het dagblad De Tijd werd hij vooral bekend bij de Volkskrant, waar hij vanaf 1976 als filmredacteur links-intellectueel Nederland in het juiste filmspoor probeert te houden. Hij maakt zich zorgen over de verloedering van de filmjournalistiek. Het grote ongenoegen van Peter van Bueren.

Peter van Bueren (foto: André Bakker).

"Wat is dat nu voor rare vraag?" zegt Van Bueren (56) verontwaardigd. "Waarom wil je weten wanneer ik met pensioen ga?" Er is niemand in de filmwereld die een wantrouwender blik kan opzetten dan Van Bueren. Als ik zeg dat ik nog maar zelden stukken van hem aantref die met het heilige vuur zijn geschreven, steekt hij de zoveelste sigaret op. Als hij uitblaast geeft hij zuchtend antwoord. "Jouw indruk dat het mij aan heilig vuur ontbreekt ligt niet aan mij. Als er steeds meer grauwe films worden gemaakt dan krijg je ook steeds meer grauwe recensies. Wat niet wegneemt dat ik je zo een lijstje titels kan geven van films die op het Filmfestival Rotterdam zijn te zien en die mij allemaal iets doen." Kortom, Van Bueren denkt nog lang niet aan pensioen. "Ik vind het vak nog steeds interessant en als ik er zin in blijf houden, doe ik het tot mijn vijfenzestigste. Ik heb ook dit jaar weer een aantal nieuwe films gezien die zeer de moeite waard zijn. Er valt genoeg interessants te ontdekken, al moet je er wel steeds verder de deur voor uit. Ik neem geregeld vakantie op voor festivals waar ik films zie die je in Nederland niet te zien krijgt. Eind vorig jaar was ik bijvoorbeeld in Pusan in Zuid-Korea. Maar ik bezoek ook wel eens festivals als die van Thessaloniki of Turijn."
Zijn filminteresse is sociologisch van aard, zegt Van Bueren. "Films zijn niet alleen technologische hoogstandjes maar ook de neerslag van sociale en culturele ontwikkelingen. Door naar films te kijken kun je zien wat er links en rechts in de wereld wordt gedacht. Ik zie liever een technisch half gelukte film met een interessante visie op de maatschappij dan een technisch geslaagde, maar inhoudelijk nietszeggende film."

China
Het signaleren van nieuwe ontwikkelingen, aanstormende filmmakers en opvallende films vindt Van Bueren het belangrijkste onderdeel van zijn werk. "Ik ben een journalist die in een krant schrijft en die toevallig gespecialiseerd is in film, zoals andere journalisten in sport of economie. Ik ben niet iemand die iets heel bijzonders met film heeft. Ik ben niet op de Filmacademie geweest en heb ook nooit de ambitie gehad om een film te maken. Ik definieer mijn werk in journalistieke termen." Dat impliceert, zegt hij, dat er van hem meer wordt verwacht dan het schrijven van recensies. "Ik ben verantwoordelijk voor alles wat er over film in de krant staat. Het gaat niet alleen om de wekelijkse filmpagina maar om de totale filmverslaggeving. Het enige waar ik mee te maken heb zijn collega's en lezers." Of hij een beeld heeft van de Volkskrantlezer? "De Volkskrant is een nieuwsgierige krant voor weldenkende mensen. Het is toch een soort familie, een club met een eigen karakter." Wat dat karakter inhoudt? "Vergelijk onze krant maar eens met de Telegraaf. Daar houden de filmredacteuren rekening met de smaak van het grote publiek. Het draait bij hen om grote sterren, aan films voor een klein publiek doen ze weinig of niets. Wij gaan niet uit van bezoekersaantallen, want daar hebben wij niks mee te maken. Of een film in zes of in zeshonderd theaters draait, maakt voor mij geen verschil."
Als mensen hem op zijn werk willen beoordelen, dan graag dus met een journalistieke maatstaf, zegt hij. "Ik weet best wat mijn kwaliteiten zijn en wat ik minder kan. Over dat eerste praat hij het gemakkelijkst. "Ik denk dat ik in loop der jaren heb bewezen dat ik nieuwe ontwikkelingen, nieuwe regisseurs en stromingen vrij vroeg oppik. Ik denk niet dat ik iets heb laten lopen. Ik was de eerste Nederlander die Zhang Yimou interviewde en ik ken nog steeds de nieuwste talenten in China." Zijn mindere kwaliteiten? Van Bueren denkt na. Als ik zeg dat ontwikkelingen in Hollywood een blinde vlek voor hem zijn, veert hij op. "Ik vind van niet. Ik reageer journalistiek op Hollywood. Dat betekent dat als ze daar niet origineel zijn, formules uitmelken en lopende-bandproducties maken, ik dat niet interessant vind. Als er wel interessante ontwikkelingen zijn, bericht ik daarover." Achtergrondartikelen over machtsverhoudingen, studio-overnames en uit de hand lopende budgetten zijn van Van Bueren niet te verwachten. "Ik ben toch geen financieel-economische verslaggever? Ik kijk naar wat er gemaakt wordt, dat weeg en zeef ik. Dat is mijn taak."

Parijse revolte
Van Bueren schreef zijn eerste filmrecensie in 1963 bij De Tijd. "Het was de tijd dat Nederlandse filmjournalisten nog een echt clubbie vormden. Het was een gezelschap van feestgangers en stukkieschrijvers. Er heerste een grote collegialiteit. Als iemand een film niet had gezien maar er wel over moest schrijven, vertelde een collega hem wel even waar de film over ging. Dat zijn dingen die je nu niet meer voor mogelijk houdt." Met zijn eerste festivalbezoek aan Cannes viel hij met zijn neus in de boter, want de in mei 1968 uitgebroken Parijse revolte leidde in Cannes tot heftige taferelen toen onder druk van Godard en andere filmrevolutionairen het 'bourgeois-festival' halverwege werd afgelast. "Het was mijn eerste jaar in Cannes en Jan Blokkers laatste." Over Blokker spreekt hij met respect. "Ik denk dat hij in die tijd de enige echte filmjournalist was. Waarschijnlijk was hij ook de enige die het tijdschrift Les cahiers du cinéma las."
In 1973 maakte Van Bueren de overstap naar de Volkskrant, waar hij filmredacteur Bob Bertina, die binnen een paar jaar met pensioen zou gaan, zou opvolgen. Die paar jaar liepen uit tot drie jaar, waarin Van Bueren zich in afwachting van zijn filmredacteurschap verdienstelijk maakte als radio en tv-verslaggever. Over zijn voorganger is hij nogal ambivalent. "Bertina was geen slechte journalist - festivalverslagen schreef hij heel handig in elkaar - maar als criticus sloeg hij de plank nogal eens mis, omdat hij zo rooms was als de neten. Als ik las wat hij over Bergman schreef had ik altijd het gevoel een andere film te hebben gezien." Met een lachje: "Over Buñuels Viridiana schreef hij hoogst verontwaardigd dat deze film van deze Braziliaan, ja hij noemde hem een Braziliaan, nooit in Nederland vertoond zou mogen worden. Tien jaar later riep hij de film ongeveer uit tot het meesterwerk van de eeuw. Als ik hem daarop aansprak, zei hij dat een mens nu eenmaal verandert. Ja, zo lust ik er nog wel een paar. Ik vind dat een goede filmjournalist kwaliteit moet herkennen, ook als hij het niet eens is met de morele inhoud." Het beeld dat Van Bueren van hem schetst is dat van een man die met alle winden meewaait, maar zo bedoelt hij het nu ook weer niet. "Bertina paste zich net als de Volkskrant soepel aan de nieuwe tijdgeest aan. In de jaren zestig was hij opeens feminist en daarna weer wat anders." Vergoeilijkend: "Ach, misschien was hij helemaal niet zo'n slechte man voor de Volkskrant in die tijd."

Bulgaarse jazz
Als de hoofdredactie van de Volkskrant het alleen voor het zeggen had gehad, zou Van Bueren geen filmredacteur meer zijn geweest. Een paar jaar geleden raakte hij in conflict met de hoofdredactie, die hem vervolgens wilde overplaatsen naar een andere redactie. De Raad van Uitvoering, een toezichthoudend orgaan op de uitvoering van de journalisten-CAO, verbood overplaatsing, waarna de hoofdredactie als pesterij naast Van Bueren de jonge Ronald Ockhuysen aanstelde, die nu als eerste filmredacteur functioneert. Het curieuze resultaat is dat de Volkskrant de enige Nederlandse krant is met twee filmredacteuren in vaste dienst. De kern van het conflict was volgens Van Bueren een verschil van inzicht over filmjournalistiek. "Het heeft te maken met veranderingen in de maatschappij, die kranten niet onberoerd laten. Men vindt dat journalisten, zoals men dat noemt, opener moeten denken. Ik vertaal dat als vrijblijvender, dichter tegen het commerciële aan. Het probleem is dat hoofdredacteuren niet weten wat er werkelijk op filmgebied gebeurt. Als ze Sharon Stone op de televisie zien of in de Telegraaf zien staan, worden ze nerveus. 'Waarom hebben wij haar niet?', krijg ik dan te horen. Ze snappen niet dat als je in je werk journalistieke normen aanlegt, je niet in de eerste plaats in Amerika uitkomt. In het laatste decennium vonden de belangrijke filmontwikkelingen plaats in Aziatische landen als China en Taiwan en een beetje in Europa. Als ik vervolgens verslag doe van die ontwikkelingen is dat niet omdat ik zo nodig film als kunst wil zien, maar omdat het als journalist mijn taak is om die ontwikkelingen te signaleren."
Waarna Van Bueren een anecdote opdist, die de onbenulligheid van zijn vorige hoofdredactie, met name van adjunct-hoofdredacteur Bert Vuijsje, moet illustreren. "Wij hadden op de wekelijkse filmpagina met een recensie en een interview aandacht besteed aan Monteiro's Herinneringen aan het gele huis. De volgende dag komt Vuijsje naar me toe en zegt: 'Het was deze week weer helemaal niks hè?'. Ik vertel hem dat Herinneringen aan het gele huis een prachtige Portugese film is die hij vooral moet gaan zien. Weet je wat hij zegt? 'Ik hou ook niet van Bulgaarse jazz'. Dat is toch volslagen respectloos?" Van Bueren heeft nog een voorbeeld. "Ik kreeg een uitnodiging om in China bij de opnamen van Zhang Yimou's Raise the red lantern aanwezig te zijn. Ik leg de uitnodiging voor aan de hoofdredactie, waarna ik te horen krijg dat elke journalist wel een snoepreisje naar China wil maken. Ik mocht er godverdomme niet heen. Wacht even, want de anecdote gaat nog verder. Toen ik dat jaar onze bijlage voor het Filmfestival Rotterdam met een artikel over Zhang Yimou opende, zegt Vuijsje tegen me: 'Moet dat nu, zo'n Chinees als opening?' Toen er aan het einde van dat jaar een setverslag van Raise the red lantern in New York Times Magazine stond, vond ik een briefje van Vuijsje op mijn bureau met de opmerking of zo'n verhaal niet iets voor ons was. Luister, want het verhaal is nog niet afgelopen. De Volkskrantlezers riepen kort daarna Raise de red lantern tot de beste film van het jaar uit." Met een vermoeid gezicht: "Dit zijn typerende verhalen over hoe de hoofdredactie met film omsprong. Daar is alle ellende begonnen." Er wil maar mee gezegd zijn, zegt Van Bueren, dat de serieuze filmjournalistiek onder vuur ligt. "Er wordt ontzettend veel over film geschreven, maar teveel journalisten lopen aan het handje van de filmmarketing. Men wil scoren met sterren en laat zich een oor aannaaien. In mijn eerste jaar in Cannes stapte ik zelf op regisseurs af, tegenwoordig krijg ik ze alleen nog te spreken via junkets (groepsinterviews, jvdb) van twintig minuten. Het wordt steeds erger. Ik ken Jim Jarmusch persoonlijk, maar toen hij in Cannes was met Dead man kon ik alleen nog via een junket met hem in contact komen." Hoofdschuddend: "Er zijn veel te veel filmjournalisten die over film schrijven alsof ze in een speelgoedwinkel staan. Film is onderdeel van het hele maatschappelijke en culturele gebeuren. Goede filmjournalisten houden zich daarom niet alleen met film bezig. Ik zie steeds meer journalisten die hun werk zien als een kantoorbaan. Ze werken van negen tot vijf en in hun vakanties lezen ze geen krant. Ik begrijp dat niet. De journalistiek moet niet worden bedreven door mensen die voor hetzelfde geld kantoorbediende waren geweest."

Jos van der Burg

Naar boven