Maart 1999, nr 198

Filmkritiek

De slappe knieën van de filmcritici

Hans Beerekamp is over twee jaar een kwart eeuw filmrecensent. De gepassioneerde filmkijker schrijft niet alleen voor de krantenlezer maar ook voor het nageslacht ("Je wilt voortleven na je dood"). De paus van de filmkritiek? "Ik hou niet zo van dogma's maar als je met paus bedoelt dat mijn oordeel door veel mensen serieus wordt genomen dan heb ik met dat woord geen moeite."

Hans Beerekamp (foto: André Bakker).

Het leverde hem een half jaar geleden een slapeloze nacht op. Zou hij wel of niet publiceren dat Huib Stam, die toen recensent was bij de Volkskrant, samenwoonde met een medewerkster van First Floor Features? Volgens Beerekamp had deze verbintenis tot gevolg dat Stams oordeel over Mike van Diems door First Floor geproduceerde film Karakter zeer positief was en een buitengewoon euforische toonzetting bezat. "Ik had het er moeilijk mee, want ik hou niet van controverses rond mijn persoon. Dat ik de knuppel toch in het hoenderhok gooide, komt omdat ik vind dat wat Stam deed niet kan. Ik heb niets tegen Stam persoonlijk, maar hij had nooit de recensie van Karakter moeten schrijven." Dat Stam hem sinds het beruchte artikel niet meer groet en dat First Floor-filmmaker Esmé Lammers hem op het Nederlands Film Festival toebeet dat hij rijp is voor de psychiater, is vervelend, maar onvermijdelijk. "A man has got to do what a man has got to do."
Het voorval tekent Beerekamp: met de filmkritiek wordt niet gesold en elke schijn van belangenverstrengeling moet worden vermeden. Filmcritici zijn gewaarschuwd, want Beerekamp weet alles. Zo is het hem niet ontgaan dat Mark Moorman recent in Het Parool de Chinese film Made in Hong Kong recenseerde. Woont Moorman niet samen met iemand die werkt bij Fortissimo, dat als salesagent de verkoop van deze film behartigt? "Ik vind het raar dat Moorman de recensie van deze film schreef. Ik zou dat niet hebben gedaan, al voel ik me in dit geval niet geroepen om als filmpolitie op te treden, want daarvoor moet er meer aan de hand zijn. Bij Stam was het anders, omdat hij onderdeel uitmaakte van een netwerk rond First Floor, dat bij mij verbazing en irritatie opwekte."
Het zal duidelijk zijn: Beerekamp is niet uit op het maken van zoveel mogelijk vrienden in de filmwereld. Niet alleen kan men bij First Floor zijn bloed wel drinken, ook de makers van Antonia, producent Hans de Weers en filmmaker Marleen Gorris, waren not amused over de relativering in NRC Handelsblad van het belang van Gorris' Oscar. In de analyse van de Oscaruitreiking legde deze krant de nadruk op "de zeer gemengde ontvangst" van de film in Nederland. Beerekamp vindt de ophef over deze berichtgeving onzin. "Ik vind het raar dat het bijna als landverraad werd beschouwd dat ik wat kanttekeningen bij het belang van de Oscar plaatste. Goed, het waren forse kanttekeningen, maar ik vond het mijn journalistieke taak om de Oscar kritisch te duiden. Ik was heel verbaasd over die 'oranje boven' sfeer. Het halen van een olympische medaille is heel iets anders dan het winnen van een Oscar, want daarin spelen allerlei mechanismen een rol."

Surrogaat
Zoals bij vrijwel elke filmcriticus leidde Beerekamps jeugd hem niet automatisch naar het vak van filmcriticus. Opgegroeid in Krommenie in de Zaanstreek studeerde hij vanaf het eind van de jaren zestig zeven jaar psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn kandidaatsexamen was hij een paar jaar assisent van de legendarische onderwijsvernieuwer Co van Calcar. Veel vreugde ontleende Beerekamp niet aan zijn studie. "Ik was psychologie gaan studeren omdat ik wilde weten wat mensen beweegt, maar dat leer je er niet. Je leert vooral wat ratten beweegt." Via zijn assistentschap bij Van Calcar ("Ik moest de methodologie zo verbuigen dat hij in Van Calcars kraam te pas kwam") lag een universitaire baan in het verschiet, maar een paar maanden voor zijn doctoraal haakte Beerekamp af. De reden was zijn filmpassie. Vanaf zijn dertiende ("ik was een introverte, verlegen jongen") stapte hij twee keer per week in Krommenie in de trein naar Amsterdam om films te zien. Ook toen hij in Amsterdam studeerde bleef hij een fanatiek bioscoopbezoeker, overigens zonder dat zijn omgeving dat wist, want in het studentenmilieu stond filmkijken niet hoog aangeschreven. "Actievoeren en studeren vond ik eigenlijk flauwekul, het werkelijke leven draaide om film. Voor mij was de bioscoop het werkelijke leven, en was het werkelijke leven surrogaat." In de loop der jaren maakte Beerekamp zichzelf een enorme hoeveelheid encyclopedische filmkennis eigen. Hoe groot die kennis was bleek toen hij meedeed aan de televisiefilmquiz 'Voor een briefkaart op de eerste rang', die hij drie keer won. "Dit optreden was mijn coming out." Toen hij kort daarna werd gevraagd om als filmredacteur voor de communistische krant De Waarheid te komen werken, was de psychologiestudent verloren voor de wetenschap. Anderhalf jaar later, in 1977, vertrok Ab van Ieperen bij NRC Handelsblad en nam Beerekamp zijn plaats in. "Het klinkt heel arrogant, maar ik heb nog nooit in mijn leven ergens gesolliciteerd, ik werd altijd gevraagd."

Dinosauriërs
Beerekamp bezit niet alleen gedetailleerde filmkennis, in de loop der jaren heeft hij ook een omvangrijk filmarchief opgebouwd, dat inmiddels zo groot is dat het niet meer in zijn huis past, zodat delen ervan in dozen elders liggen opgeslagen. Vanaf 1976 bewaart hij alle persmappen van films, de wekelijkse recensies in de belangrijkste kranten, Nederlandse en een aantal buitenlandse filmtijdschriften en festival- en landencatalogi. Het goed bijhouden van het archief kost hem een dag per week, maar door tijdgebrek komt hij daar niet meer aan toe, zodat hij met het archiveren een paar jaar achterloopt. "Ik gebruik het eigenlijk te weinig in relatie tot de hoeveelheid tijd en geld dat het bijhouden kost, zodat ik mijn archief eigenlijk wil afstoten. Het Filmmuseum heeft interesse, maar het is lastig om de knoop door te hakken, want ik ben er emotioneel aan gebonden."
Beerekamps feitenkennis werkt ook door in de keuze van medewerkers voor de filmredactie. "Ik ben daar heel scherp in. Recensenten die slordig met de feiten omspringen, komen bij ons niet erg ver." Ook mensen die een weerzin hebben tegen slechte films, halen het niet. "Een goede filmcriticus vindt het ook leuk om slechte films te zien. Als je alleen goede films wilt zien moet je dit beroep niet kiezen. In elke slechte film zit altijd wel een scène die je onthoudt. Een criticus moet het ook leuk vinden om vast te stellen waar het mis gaat in films." Dat neemt niet weg, dat de ene periode interessanter is dan de andere. "Voor filmcritici mooie perioden waren de jaren twintig, toen de avantgarde opkwam, het eind van de jaren veertig met het neorealisme, en de jaren zestig met zijn nouvelle vague. In de jaren tachtig was het de dood in de pot, maar vooral de laatste jaren vind ik het weer een stuk interessanter. Als reactie op 'computergenerated images' streven veel filmmakers nu weer naar authenticiteit. Denk maar aan de Dogma-beweging. Ik vind dat een interessante ontwikkeling."
Ook in Nederland vindt volgens hem een kentering plaats. "Er is een generatiewisseling van producenten. De toonaangevende Nederlandse films zijn gemaakt door producenten die nog maar kort in het vak zitten. Het verschil met de oude garde is dat ze samenwerken en overleggen." Dat dit vrij geruisloos gaat, komt volgens Beerekamp omdat er geen grote barrières zijn. "De jonge generatie is niet zo rebels. Niemand zegt dat de oude generatie moet oprotten. Dat zie je ook bij jonge filmcritici. Dat is ook logisch, want er zijn geen dinosauriërs die de poorten dichthouden. Kijk maar naar het het jonge filmkritische talent dat de laatste jaren de dagbladen is binnengekomen.

Verloedering
Een goede criticus moet van Beerekamp twee dingen doen. "Hij doet aan consumentenvoorlichting - de lezer moet zijn oordeel kunnen gebruiken als ijkpunt - en hij probeert de waarde van films te bepalen in het licht van de filmgeschiedenis. Dat laatste vind ik het belangrijkste. Mijn ideale lezer is degene die over vijftig jaar naar het Filmmuseum gaat om alle recensies te lezen over een film, en die dan aan mijn stuk het meeste blijkt te hebben. Ja, ik wil ook na mijn dood blijven bestaan. In percentages uitgedrukt: de inhoud van mijn recensies is voor veertig procent gericht op de huidige lezer, zestig procent is bestemd voor het nageslacht."
Beerekamp, die sinds kort voorzitter is van de Kring van Nederlandse Filmjournalisten (KNF), de beroepsvereniging van filmcritici, vindt dat de filmcritici hun onafhankelijkheid beter moeten bewaken. Serieuze filmjournalisten zouden wat hem betreft niet moeten meewerken aan junkets (waarin meerdere journalisten gelijktijdig iemand interviewen) en ook geen filmmakers moeten interviewen die op één dag een stuk of zes interviews doen. "Zo iemand is na een paar uur helemaal murw gepraat, zodat er nauwelijks nog een goed gesprek kan plaatsvinden. Ik vind dat er een verloedering optreedt, waartegen filmjournalisten te weinig stelling nemen. Rond films is een publiciteitsmachine die erop is gericht om zoveel mogelijk free publicity te genereren. Het journalistieke belang is echter om een zo interessant en exclusief mogelijk interview te doen. De houding van de meeste filmjournalisten is passief: zij wachten af wat publiciteitsmensen aanbieden. Je kunt ook zelf proberen iets voor elkaar te krijgen. Ik ben twee jaar bezig geweest om een interview met Nanni Moretti voor elkaar te krijgen, maar het is uiteindelijk wel gelukt."
Dat Beerekamp geen hoge pet op heeft van de Nederlandse filmjournalistiek bleek op een symposium over filmkritiek op het recente Filmfestival Rotterdam, toen hij zich liet ontvallen dat Nederland niet meer dan drie serieuze critici telt. Bij nader inzien ligt dat aantal toch wat hoger. "Zonder na te denken zei ik drie, maar dat aantal is natuurlijk te laag, maar meer dan tien zullen het er toch niet zijn."

Belangeloosheid
Helemaal uit den boze is volgens Beerekamp de gewoonte dat filmdistributeurs vliegtickets betalen voor filmjournalisten. Staat de KNF aan de vooravond van een ethisch reveil? "In het marktgebeuren rond film is de filmcriticus de enige die in het spel niet te koop is. Dat is een groot goed. Het doet mij een beetje pijn als ik collega's zie die daar slordig mee omgaan, zich niet meer bewust zijn van het belang van belangeloosheid. Ik wil collega's niks opleggen, maar ik kan me voorstellen dat je in KNF-verband met een aantal mensen rond de tafel gaat zitten om de verschillende opvattingen te inventariseren. Ik ben ervoor dat journalisten buiten de KNF om afspreken dat ze zich aan een aantal regels houden." Welke regels dat moeten zijn? "Bij de NRC hebben we als regel dat we nooit door commerciële belanghebbenden onze reiskosten laten betalen. Ik zou het prettig vinden als andere kranten ook zo werken. Ook zou ik het toejuichen als kwaliteitskranten afspreken dat ze nooit aan junkets meewerken." Ter voorkoming dat hij de rest van zijn leven als heilige zal worden gezien, wil Beerekamp wel kwijt dat hij "soms ook inconsequent is. Ik speel het spel tot op zekere hoogte mee, maar ik voel me daar ongelukkig onder. Ik heb het gevoel dat je je alleen met gezamenlijke afspraken teweer kunt stellen tegen de invloed van de toenemende marketing."
Beerekamp mag een kwart eeuw geleden de wetenschap dan vaarwel hebben gezegd, binnenkort keert hij erin terug, namelijk als gastdocent aan de Letterenfaculteit van de Universiteit van Groningen, waar hij een aantal (werk)colleges over de filmkritiek geeft. "Sinds een jaar of tien nodigt men elk jaar een criticus uit, maar tot nu toe waren dat altijd literaire critici. Het is nu voor het eerst dat er een filmcriticus is uitgenodigd." Een mooi einde van een lange carrière in de filmkritiek? "Ik stop als ik geen tinteling meer voel als het licht uitgaat in de bioscoop en de film begint. Dat heb ik nog steeds, al merk ik dat het iets minder wordt. Er is een ontwikkelingspsychologische opvatting over film die stelt dat film als hypnotische ervaring vooral aantrekkelijk is voor mensen jonger dan dertig jaar. Daarna heb je minder behoefte om je in film onder te dompelen, omdat je meer distantie hebt in het leven. Je gaat dan meer boeken lezen. Dat proces is bij mij nogal laat begonnen, maar ik lees nu inderdaad meer boeken dan tien jaar geleden." Na een stilte: "Boeken lezen vind ik nog steeds niet zo leuk als films kijken."

Jos van der Burg

Naar boven