Verwacht - maart 1999, nr 198


Rush hour heeft één troef in handen: de nimmer aflatende energie van Jackie Chan. Was deze koning van de komische kung fu al eerder op bezoek in Amerika (in Rumble in the Bronx), nu wordt hij ook nog eens geregisseerd door een Amerikaan (Bret Ratner) in de big budget-film Rush hour. De reislust van deze charmeur uit Hongkong, al eerder te merken aan de vele locaties van First strike, heeft nu geresulteerd in Chans Hollywood-debuut. Hij speelt politie-inspecteur Lee, die naar Los Angeles wordt gehaald om een kidnappingszaak tot een goed einde te brengen. De FBI, zoals gewoonlijk afgeschilderd als een stelletje stuntelaars, is ongelukkig met Lee's bemoeienissen. Dus zadelen ze hem op met een Amerikaanse collega (Chris Tucker), die hem in de gaten moet houden. Het gros van de grappen komt voort uit de botsing tussen deze twee tegenpolen. Chris Tucker weet bij vele mensen de irritatiegrens in een mum van tijd te overschrijden, denk aan Money talks en The fifth element, zodat Jackie een beetje bekneld zit in zijn nieuwe Amerikaanse jasje.

Rush hour: Jackie Chan geniet van The Beach Boys.


Asterix en Obelix tegen Caesar brengt het dappere Gallische volkje tot leven met behulp van een opmerkelijke cast. Een uitgedijde Gérard Depardieu waggelt als Obelix door het dorpje, terwijl Oscarlieveling Roberto Benigni (La vita è bella) voor de verandering een boosaardige Romein speelt. De film is samengesteld uit ongeveer vijf stripboeken, zodat de fans hun tenen al voelen krommen, en ook geestesvader Goscinny zal zich in zijn graf omdraaien. Toch zijn de hilarische taferelen niet van de lucht, denk aan rondvliegende Romeinen en Depardieu die een handjevol menhirs (puntstenen) de lucht in slingert. Vertrouwde figuren als de druïde Panoramix en de bard Assurancetourix, de miskende kunstenaar, zijn ook weer van de partij. Nu de historische juistheid van Asterix geanalyseerd wordt op de Universiteit van Amsterdam, komt regisseur Claude Zidi met de simpele variant: gooi- en smijtwerk met een vette knipoog.

Asterix en Obelix: een vertederende Gérard Depardieu op Romeinenjacht.


Stepmom is de tweede film over echtscheiding van regisseur Chris Columbus. Na de verkleedpartij-grollen van Mrs. Doubtfire pakt hij het nu wat serieuzer aan. In het melodrama Stepmom vliegen Susan Sarandon en Julia Roberts elkaar in de haren, omdat laatstgenoemde sinds kort samenwoont met Sarandons ex-man Ed Harris. De kinderen worden uiteraard de dupe van deze vete, hoezeer Roberts ook haar best doet hen te paaien. De film krijgt halverwege de ultieme sentimentele draai (à la Terms of endearment, om het toch niet helemaal te verklappen). Maar liefst vijf scenarioschrijvers staan vermeld op de titelrol, doorgaans geen goed teken voor het welslagen van een film. Dit "hartverwarmende" drama ging met kerst in Amerika in première, de beste tijd om het publiek een lesje in familiewaarden te geven.

Stepmom: Julia Roberts als onzekere stiefmoeder.


Payback is een remake van John Boormans klassieker Point blank (1967). Ook nu zoekt een crimineel (Mel Gibson) wraak op zijn collega's die er met de buit vandoor zijn gegaan. Gibson verkeert in goed gezelschap, want de gangsters die hem 70.000 dollar afhandig hebben gemaakt, worden gespeeld door Kris Kristofferson en James Coburn. Op zijn pad vindt hij een sm-hoertje, Chinese maffiosi en nog een handjevol onderwereldfiguren. Gibson is behoorlijk a-typisch gecast als bloeddorstige held. Zo zien we de doorgaans zo aimabele deugniet hardhandig een ring uit iemands neus trekken, en laat hij een spoor van verderf achter. Normaal gesproken moordt Gibson met een hoger doel, zie Braveheart, maar nu slacht hij puur uit eigenbelang. Regisseur Brian Helgeland schreef eerder het scenario van L.A. Confidential, wat te merken is aan de film noir-achtige voice-over, die oneliners van Humphrey Bogart in herinnering zouden moeten brengen.

Mariska Graveland

Naar boven