April 1999, nr 199

Balkan baroque

Een dappere psychoot

In Balkan baroque, een kunstenaarsportret van regisseur Pierre Coulibeuf, pijnigt Marina Abramovic zichzelf en de kijker. De vaak bloederige performances van Abramovic worden kristalhelder in beeld gebracht. Ze tonen een harde, masochistische, misschien wel gestoorde vrouw, maar de geluidsband leert anders.

Marina Abramovic maakt kunst tussen de ratten.

Kijken naar Balkan baroque is niet prettig. Tenzij je van bloed en gevaarlijke spelletjes houdt. Marina Abramovic, de kunstenares die in deze documentaire geportretteerd wordt, is naar eigen zeggen niet dol op pijn en bloed. Toch verzorgde ze talloze performances waarbij ze met een scheermesje een ster in haar buik snijdt, in haar vingertoppen prikt of haar handen tot bloedens toe met een slagersmes bewerkt.
Abramovic (Belgrado, 1946) is al decennialang de koningin van de body-art. Vanaf het begin van de jaren zeventig zette zij de toon in deze kunststroming, lange tijd samen met haar toenmalige partner Ulay. Body-art, dat betekende niet dat de schoonheid van het menselijk lichaam werd getoond en geëerd; integendeel, uiterlijk was volstrekt onbelangrijk, en het lichaam een werktuig dat op hardhandige wijze op de proef werd gesteld. In de jaren zeventig moest kunst shockeren, en dientengevolge pijnigden kunstenaars zichzelf op de meest bizarre manieren. Het had allemaal te maken met het bereiken van een andere staat van zijn, een bewustzijnsverruiming die ook het publiek zou kunnen delen, simpelweg door het kijken naar zo'n kwellende performance. In een wereld die verdoofd was, zoals kunstenares Gina Pane het stelde, moest kunst echte pijn laten zien.

Manische optredens
Waar de meeste body-artists van toen al snel een nieuwe weg insloegen (of, in sommige gevallen, zelfmoord pleegden), ging Abramovic gestaag door met haar performances. Zij was ervan overtuigd dat kunst moet verontrusten. Daarom at zij bijvoorbeeld een rauwe ui met schil en al, tot ze kokhalsde en de tranen over haar wangen liepen. Of kamde ze eindeloos haar haren, steeds wilder en ruwer, onder het uitroepen van de kreet: 'Art must be beautiful, artist must be beautiful'. Ze deed het aloude behendigheidsspelletje waarbij met een mes tussen de uitgestrekte vingers van een hand wordt geprikt, sneller en sneller, tot de onvermijdelijke missers kwamen en het bloed onder haar hand vandaan liep.
Voor de documentaire Balkan baroque deed Abramovic deze en andere performances nog eens dunnetjes over. Regisseur Coulibeuf registreerde dit alles op streng gestileerde wijze, met veel zwart, wit en rood. De beelden roepen vragen op: wie is die vrouw, waarom gaat ze zo ver, is dit kunst, waarom moeten we kijken naar deze masochistische taferelen? Vreemd genoeg maakt de geluidsband, zonder direct antwoord te leveren op deze vragen, de beelden draaglijk. Hierop vertelt Abramovic in steno-stijl over haar levensloop. Ze somt feiten op, maar benoemt ook haar gevoelens bij het uitbreken van de oorlog in geboorteland Joegoslavië, praat over haar worsteling met haar uiterlijk, haar stukgelopen relatie met Ulay, haar ontheemdheid na een leven vol reizen en wisselende verblijfsplaatsen. De droge vertelling maakt weliswaar niet duidelijk waarom Abramovic de kunst maakt die ze maakt, is op geen enkele manier een rechtvaardiging voor haar manische optredens, maar ontlokt wel bewondering. Misschien is Abramovic inderdaad de zelfdestructieve psychoot waarvoor ze herhaaldelijk is uitgemaakt, maar dan in ieder geval een zeer interessante, dappere en eerlijke psychoot. Ze dwingt respect af, zodat je wel naar haar moet luisteren, en zelfs - al blijft het met tegenzin - naar haar moet kijken.

Pauline Kleijer

Balkan baroque
Frankrijk/Oostenrijk/Nederland, 1999
Productie: Chantal Delanoë
Regie: Pierre Coulibeuf
Scenario: Marina Abramovic, Pierre Coulibeuf
Camera: Dominique Le Rigoleur
Montage: Thierry Rouden
Geluid: Eddy de Cloe
Kleur, 62 minuten
Distributie: Filmmuseum
Te zien: vanaf 1 april

Naar boven