April 1999, nr 199

Emir Kusturica

Ik heb de mentaliteit van een zigeuner

Hij heeft zich gelukkig niet aan zijn woord gehouden. Scherpe aantijgingen in de Franse pers - hij zou met Underground een pro-Servische oorlogsfilm gemaakt hebben - brachtten Emir Kusturica er vier jaar geleden toe om aan te kondigen dat hij nooit meer een film zou maken. Zijn nieuwste film Black cat, white cat won voor de zoveelste keer een hoofdprijs: de Gouden Leeuw in Venetië voor beste regie. "Ik sta eigenlijk opnieuw aan het begin en daarom is deze film erg belangrijk voor mij."

Maffiabaas bekokstooft een huwelijk met de vader van de ongelukkige bruidegom.

Zelfverzekerd stapt hij rond op het riante terras van het Hotel des Bains in Venetië, zijn onafscheidelijke sigaar in de ene hand en zijn mobiele telefoon in de andere. Hij pleegt een laatste telefoontje en het klinkt alsof hij nog even snel een nieuwe distributiedeal afsluit voordat hij de verzamelde pers te woord staat. Ook tijdens het interview maakt Kusturica een opvallend ontspannen indruk en beantwoordt welwillend alle vragen. Zelfs die over de geruchtmakende hetze rond zijn voorlaatste film Underground. "Ik zal deze groteske versie van Kafka's 'Het proces' nooit vergeten; dat je wordt aangevallen voor een film die zich uitspreekt tegen propaganda en tegen alles wat onmenselijk is. Nota bene door mensen die toegeven de film nooit gezien te hebben, zoals die Franse intellectuelen, en je uitsluitend op basis van geruchten aan de schandpaal nagelen."
Kusturica woont tegenwoordig in Parijs en ziet zichzelf niet zo snel meer terugkeren naar zijn geboorteplaats Sarajevo. "Ze hebben mij op een vreselijke manier behandeld. Na het Dayton-akkoord hebben ze onze drie huizen in Sarajevo afgebrand en al onze appartementen ingepikt. Ze haten ons daar, alleen maar omdat ik ervoor gekozen heb om buiten het conflict te blijven en Underground tijdens de oorlog in Belgrado heb opgenomen. Maar desondanks zie ik Joegoslavië, met name het centrale gedeelte, waartoe Servië, Bosnië en Montenegro horen, nog steeds als mijn culturele bakermat."

Magiër
De omvang van Kusturica's oeuvre is zeer bescheiden - slechts zes films in achttien jaar - maar zijn erelijst is indrukwekkend. Hij is de Repelsteeltje van de filmmakers, want alles wat hij aanraakt verandert in goud. Hij won twee Gouden Leeuwen in Venetië (Do you remember Dolly Bell, 1981 en Black cat, white cat, 1998) en twee Gouden Palmen in Cannes (When father was away on business, 1985 en Underground, 1994) en in datzelfde Cannes in 1989 ook nog eens de regieprijs voor Time of the gypsies. Met zijn, volgens sommigen, minst geslaagde film Arizona dream (1993) won hij desalniettemin de speciale juryprijs in Berlijn.
Wat onderscheidt hem van de rest? In interviews wijst hij zelf graag op zijn voorliefde voor de wereld van het irrationele, waar niet het verstand, maar de emoties de gebeurtenissen en het lot van de personages bepalen. Waar telekinetische gaven erkend worden, dromen serieus genomen worden en doden plotseling kunnen herrijzen. Kusturica gedraagt zich in zijn films het liefste als een magiër, die jongleert met rationeel onverklaarbare fenomenen en moeiteloos de grens tussen leven en dood en tussen fantasie en werkelijkheid overschrijdt. Het meest uitgesproken gebruikt hij deze aanpak in Underground, wanneer hij bijvoorbeeld alle overleden personages laat terugkeren. In de verzoenende slotscène gaan ze alsnog gezamenlijk verder met de viering van de bruiloft die eerder in het verhaal abrupt werd afgebroken. Ze bevinden zich dan in een imaginaire wereld die hij nog eens extra benadrukt door het stuk land waar ze op feestvieren, af te splitsen van de rest van de wereld.
Zijn voorliefde voor duistere en magische fenomenen ontaardt echter nooit in een pseudo-spiritueel gedweep. Hij stelt er een overdreven aardse beleving tegenover, waarin mensen en dieren in hun meest banale toestand getoond worden. Dieren paren bij hem openlijk, zoals de twee kalkoenen in Time of the gypsies en de twee katten (wit en zwart) in Black cat, white cat. De mensen gedragen zich veelal als losgeslagen, impulsieve idioten, nog afgezien van de enorme stoet dwergen, invaliden en misvormden die door zijn films paradeert.
Toen de bevriende schrijver Peter Handke zijn werk een mengeling van Shakespeare en de Marx Brothers noemde, kon Kusturica zich daar wel in vinden. Maar dat lijkt misschien wat te veel eer voor de man die toegeeft dat hij de visuele en muzikale aspecten van een film meer toegewijd is dan de plotontwikkeling.

Drinkgelagen
In Black cat, white cat keert Kusturica terug naar de wereld van de zigeuners, die hij ook al in Time of the gypsies verfilmde. "In de mentaliteit van de zigeuners herken ik veel van mezelf en eigenlijk probeer ik in al mijn films hun levensgevoel en hun belevingswereld tot uitdrukking te brengen", aldus Kusturica.
Als kind ging hij veel om met de zigeuners die aan de rand van Sarajevo woonden en ter voorbereiding van Time of the gypsies leefde hij gedurende drie maanden zelf in een kamp. Veel commentaar was er op het alle vooroordelen bevestigende beeld dat hij in die film van ze schetste: ze stelen alles wat los en vast zit, vergokken hun hele bezit en schuwen zelfs niet om hun eigen kind te verkopen. Kusturica: "Meestal gaan filmmakers ervan uit dat ze de zigeuners willen helpen. Ik vind dat je hun gedrag, zelfs de dingen waardoor ze gehaat worden, zoals het stelen, moet tonen zoals het is. Maar je moet het wel verbinden met hun eigen realiteit. Waar het mij meer om gaat is dat ik hun waardigheid en elegantie wil beschrijven, die ze zelfs in de grootste armoede nog weten uit te dragen. Het is hetzelfde wat Visconti deed aan het begin van het neo-realisme. Zijn verhalen gaan over zeer arme mensen, die ondanks alles toch vaak meer eergevoel en menselijkheid tentoonspreiden dan de rijkeren."
Ook in Black cat, white cat zien we de zigeuners voor een deel weer van hun meest stereotiepe zijde. Ze zijn dit keer geen armoedzaaiers, maar louche criminelen die groot geld verdienen met illegale handelpraktijken. De film concentreert zich hoofdzakelijk op hun voorliefde voor uitbundige feesten en liederlijke drinkgelagen. Het leven is voor hen één groot feest, iedereen maakt muziek en is er altijd wel een bruiloft op komst, waarbij de feestvierders de ene keer dansend, de andere keer vechtend over elkaar heen vallen en niet zelden het hele interieur kort en klein slaan.
Kusturica bekent dat hij in de meeste van zijn films, Underground niet uitgezonderd, geen karakters maar uitsluitend types neerzet. "Ik geloof dat je geen emotionele impact meer kunt bereiken door je te richten op de psychologische ontwikkeling van een enkele hoofdpersoon, zoals dat nog wel gebeurde in de negentiende-eeuwse literatuur. Wanneer je in de moderne tijd nog iets van emoties wil oproepen, dan moet dat in de setting tot uitdrukking komen. Je moet als filmmaker heel nauwkeurig de psychologie volgen van de gehele scène. Het gaat om de manier waarop de personages op elkaar reageren en onder welke visuele omstandigheden je ze bij elkaar zet. Dat zijn dingen waar ik zelf constant mee bezig ben."

Zoon in rustiger vaarwater.

Kalkoen
'Het visuele spektakel komt op de eerste plaats en dan pas het verhaal.' Je zou het de eerste wet van Kusturica kunnen noemen en het is een van de redenen waarom hij vaak, zeker door zijn grote schare Italiaanse fans, met Fellini wordt vergeleken. Zijn films zitten vol beweging, de opzwepende muziek tettert niet zelden aan één stuk door en in elk stukje beeld valt wel iets te beleven. Tussen al die visuele details spelen vooral de dieren een opmerkelijke rol. Ze zijn als het ware de levende mascottes van het verhaal, zoals het aapje in Underground, de gedresseerde kalkoen in Time of the gypsies en de mysterieuze vis in Arizona dream. In Black cat, white cat wemelt het weer van de loslopende ganzen, zijn een zwart poesje en een witte kater de opvallende ooggetuigen van de sleutelscènes en keert een reusachtig varken regelmatig terug, onverstoord peuzelend aan een roestige Daf, alsof blik de ultieme lekkernij is.
Kusturica: "Het spelen met al die details, dat is de manier waarop ik in wezen een film maak. De uiteindelijke vormgeving interesseert me meer dan het uitwerken van een sterk, lineair opgebouwd verhaal, waarbij het creëren van orde in de chaos aan beelden en invallen die ik in mijn hoofd heb, voor mij het meest boeiende aspect van het vak is. Daarin kun je volgens mij ook het beste de ene regisseur van de andere onderscheiden. Ik zie het werk van een regisseur als een vorm van onzichtbare architectuur, waarbij je ziet dat sommigen vasthouden aan de standaardregels en anderen juist improviseren en proberen origineel te zijn."

François Stienen

Black cat, white cat
Frankrijk/Duitsland/Servië, 1998
Productie: Karl Baumgartner
Regie: Emir Kusturica
Scenario: Emir Kusturica en Gordan Mihiž
Camera: Thierry Arbogast
Montage: Svetolik Mica Zajk
Geluid: Nenan Vukadinovic
Art direction: Milenko Jeremic
Muziek: Dr Nelle Karajlic, Vojislav Aralica en Dejan Sparavalo
Met: Bajram Severdzan, Florijan Ajdini, Jasar Destani, Adnan Bekir
Kleur, 121 minuten
Te zien: vanaf 29 april

Naar boven