April 1999, nr 199
My name is Joe
Drankzuchtige held in Glasgow
Wie naar een film van Ken Loach (61) gaat hoeft niet bang te zijn voor verrassingen. Ook in My name is Joe neemt de filmmaker het weer op voor mensen die in de marge van de Engelse samenleving verkeren. En ook nu weer luidt de boodschap dat zij van 'het systeem' niets hebben te verwachten. Er is dit keer wel een probleem: hoe realistisch is Loach' visie nog?
Ken Loach werd aan het einde van de jaren tachtig bijgezet als politiek fossiel, want de val van de Muur had bewezen dat de Britse filmmaker het met zijn communistische sympathie bij het verkeerde eind had. Waarna het wonder geschiedde. In plaats van in de vergetelheid te verdwijnen kreeg Loach' carrière in 1990 een nieuwe impuls met Hidden agenda waarin hij de Engelse regering ervan beschuldigde in het geheim tegen de IRA een 'shoot to kill'-politiek te voeren.
Het resultaat is dat hij in de jaren negentig meer films heeft gemaakt dan in de twintig jaar ervoor. In rap tempo volgde na Hidden agenda Riff-Raff (1991), Raining stones (1993, Ladybird, ladybird (1993), Land and freedom (1995) en Carla's song (1996). Wat opvalt in dit rijtje is dat er een dalende curve in zit. De twee laatste films gaan zo gebukt onder Loach' politieke overtuigingen dat ze weinig meer dan filmpamfletten zijn. Het vaak uitstekende acteerwerk verandert daaraan weinig.
Loach is overigens niet te beroerd om dat zelf toe te geven. Toen hij vorig jaar zomer op uitnodiging van het Maurits Binger Instituut in Nederland was, liet hij weten Carla's song bij nader inzien 'te geëngageerd' te vinden. Dat hij naar zichzelf wees en niet naar de scenarist van Carla's song zal te maken hebben met zijn hoffelijkheid. Het grootste manco van de film was echter het schematische scenario van Paul Laverty, die uit zijn tweejarige ervaring putte als mensenrechtenactivist in Nicaragua. In Carla's song zijn de personages niet meer dan zetstukken in een ideologisch betoog. In het licht van de weinig geslaagde samenwerking verbaast het dat Loach na Carla's song weer met Laverty in zee is gegaan. Uit My name is Joe blijkt dat hij dat beter niet had kunnen doen.
Elftalleider
My name is Joe volgt de 37-jarige ex-alcoholist Joe in de poging om in zijn woonplaats Glasgow een nieuw leven op te bouwen. Joe wordt gespeeld door Peter Mullan (Trainspotting) die in Cannes voor zijn prestatie werd beloond met de Palm voor beste acteur, wat nogal overdreven is. Joe zet zich in als elftalleider van een lokaal voetbalteam van jongens die in het dagelijkse leven ongeleide projectielen zijn. Als hij wat bijklust in het huis van een sociaal werkster (Louise Goodall, die van Loach na haar optreden in Carla's song mocht terugkomen) slaat de liefde toe, maar die wordt hevig op de proef gesteld als Joe een paar ritjes als drugskoerier maakt. Dat doet hij niet uit eigenbelang, maar omdat hij een jong gezin (meisje heroïnehoer, jongen werkloos, kind verwaarloosd) uit de penarie wil helpen. De dramatische verwikkelingen stapelen zich vervolgens in zo'n hoog tempo op, dat een happy end er niet in zit.
My name is Joe is een typisch Loach-verhaal. Als in een Griekse tragedie verkeren de personages in een noodlotsituatie, waaruit geen ontsnapping mogelijk is. Niet omdat de goden dat zo willen, maar omdat het kapitalistische systeem geen ontsnappingsmogelijkheid biedt. Het probleem is dat Loach deze visie illustreert met een film die eerder aan de jaren zeventig dan aan de jaren negentig doet denken. Waar Mike Leigh zich er in Naked en Secrets and lies rekenschap van gaf dat in Engeland inmiddels een onderklasse van gekleurde mensen leeft, daar komt Loach nog steeds aanzetten met het traditionele beeld van de blanke arbeidersklasse: stoere mannen die door sociale ellende, met name werkloosheid, op het verkeerde pad komen, maar die in de kern allemaal een goed hart hebben. Als we Loach moeten geloven bestaan er geen werkloze hufters. Het is een ideologische visie, die weinig met de werkelijkheid heeft te maken. Dat is pijnlijk bij een maker die pretendeert ongezouten realistische films te maken.
Stuitend braaf
Hoofdpersoon Joe toont ongewild de zwakte van Loach' benadering, want hij is volstrekt ongeloofwaardig. Zijn vaderlijke optreden als elftalleider - grappend met de jongens, maar als het nodig is een grote bek - doet denken aan de padvinderij uit de jaren vijftig. Joe is zo stuitend braaf en nobel, dat je je afvraagt wat voor perversiteit er in deze man schuil gaat. Wordt hij straks misschien handtastelijk met de jongens in de doucheruimte? Zulke gedachten komen bij Loach niet op, integendeel, als zijn held een eerste afspraakje maakt met de sociaal werkster, is het eerste wat hij tegen haar zegt: "Ik zal je niet versieren hoor." Mannen die dat zeggen, verdienen dubbel wantrouwen, maar niet bij Loach, want daar blijft Joe de eendimensionale positieve held die het in zijn eentje opneemt tegen 'het systeem'.
Ook nu weer geldt de grootste kritiek echter Laverty's scenario, want dat ontbeert elke subtiliteit. Niet alleen Joe is een karikatuur, maar ook sociaal werkster Sarah. Hoe geloofwaardig is het dat deze zelfbewuste dertiger per ongeluk zwanger wordt van Joe? Het heeft niets met de werkelijkheid te maken, maar is een geforceerde poging om de hulpeloze rol van sociaal werk in de kapitalistische samenleving aan te tonen. Joe staat voor het echte leven, Sarah voor een schijnwereld. Of zoals Joe het tegen haar formuleert in een woede-uitbarsting: "Sommige mensen kunnen niet naar de bank en de politie. Zij leven niet in zo'n mooie wereld als jij."
Vrouwen krijen van Loach trouwens sowieso niet veel credit: Sarah ontpopt zich als een bitch als ze Joe hardvochtig aan de kant schuift omdat hij uit een domme poging om haar te sparen tegen haar heeft gelogen. Het gevolg is voor Joe desastreus. Ook het heroïnehoertje is verantwoordelijk voor de ondergang van haar vriend. Zo belanden we bij de onbedoelde kern van de film: mannen kunnen beter gaan voetballen dan zich met vrouwen inlaten.
Jos van der Burg
My name is Joe
Engeland, 1998
Productie: Rebecca O'Brien
Regie: Ken Loach
Scenario: Paul Laverty
Camera: Barry Ackroyd
Geluid: Ray Beckett
Montage: Jonathan Morris
Muziek: George Fenton
Met: Peter Mullan, Louise Goodall, Gary Lewis, Lorraine McIntosh, David McKay, Annemarie Kennedy
Kleur, 105 minuten
Distributie: RCV Film Distribution
Te zien: vanaf 22 april
Joe (Peter Mullan) gaat tekeer tegen de scheidsrechter.