The Big Sleep - april 1999, nr 199
Voor aanvullingen, kritiek en suggesties: stuur uw email naar Hans Beerekamp.
Alyn, Kirk (88), The Woodlands, Texas, 14 maart. Amerikaans acteur en danser, pseudoniem van John Feggo jr. Speelde lang voor Christopher Reeve de rol van Superman alias Clark Kent in twee filmfeuilletons voor Columbia, Superman (Spencer Gordon Bennet en Thomas Carr, 1948) en Atom man vs. Superman (Bennet, 1950). Volgde als revue-artiest zijn vriend Red Skelton naar Hollywood. Debuteerde daar in Lucky Jordan (Frank Tuttle, 1942). Tot Alyns overige films behoren My sister Eileen (Alexander Hall, 1942), You were never lovelier (William A. Seiter, 1942), A guy named Joe (Victor Fleming, 1943), Four jills in a jeep (Seiter, 1944), Once upon a time (Hall, 1944), The time of their lives (met Abbott & Costello; Charles Barton, 1946) en The three musketeers (George Sidney, 1948). Gastrolletje als de vader van Lois Lane in Superman (Richard Donner, 1978). Getrouwd geweest met actrice-zangeres Virginia O'Brien (1943-49). Overleden na een lange ziekte.
Cass, Peggy (74), New York, 9 maart. Amerikaans bijrolactrice. Kreeg in 1958 een Oscarnominatie voor de bijrol, die ze ook al op Broadway speelde in Auntie Mame (Morton Da Costa, 1958). Tot haar overige films behoren The marrying kind (George Cukor, 1952), Gidget goes Hawaiian (Paul Wendkos, 1961), Age of consent (Michael Powell, 1969), If it's Tuesday, this must be Belgium (Mel Stuart, 1969) en Paddy (Daniel Haller, 1970). Overleden aan een hartaanval.
Dayton, Danny (75), Los Angeles, 6 februari. Amerikaans bijrolacteur. Vooral televisie, waaronder de bijrol van Hank Pivnik in de serie All in the family. Films onder meer Guys and dolls (Joseph L.Mankiewicz, 1955), Love at first bite (Stan Dragoti, 1979), Loose shoes (Ira Miller, 1980), Circle of power (Bobby Roth, 1983) en de geluidsman in Ed Wood (Tim Burton, 1994). Overleden aan een longaandoening.
DiMaggio, Joe (84), Hollywood, 8 maart. Amerikaans honkballer, voluit Joseph Paul DiMaggio. Speelde van 1936 tot 1951 als legendarische slagman voor de New York Yankees en werd in 1955 opgenomen in de Hall of Fame. Was in 1954 korte tijd (negen maanden) getrouwd met Marilyn Monroe. Werd onder meer vereeuwigd in Ernest Hemingway's roman The old man and the sea en in de song Mrs. Robinson van Simon and Garfunkel uit The graduate (Mike Nichols, 1967). Een op Joe DiMaggio gebaseerd personage in Insignificance (Nicolas Roeg, 1985) werd vertolkt door Gary Busey en in het toneelstuk Marilyn: An american fable (1983) door Scott Bakula; vier verschillende acteurs speelden DiMaggio in diverse tv-films over Monroe. Zelf speelde DiMaggio gastrollen in Manhattan merry-go-round (Charles Riesner, 1937), Angels in the outfield (Clarence Brown, 1951) en The first of May (Paul Simons, 1998) en was hij te zien in de documentaire New York Yankees (Lawrence Miller, 1987). Het nog steeds niet geëvenaarde slagrecord van DiMaggio uit 1941 speelt een rol in films als Farewell, my lovely (Dick Richards, 1975) en Murder in the first (Marc Rocco, 1995). Overleden aan longkanker.
Gary Busey als Joe DiMaggio in Insignificance van Nicolas Roeg (1985).
Grossman, Sam (53), West Los Angeles, 22 februari. Amerikaans regisseur en scenarist. Regisseerde in 1976 de onafhankelijke tienerkomedie The van en schreef en regisseerde vorig jaar het nog niet vertoonde Static. Van 1971 tot 1976 verbonden aan het American Film Institute, waar hij de korte films A date with Chris en At the edge of the bed maakte. Schreef het scenario voor The visitor/Il visitatore (Michael J. Paradise alias Giulio Paradisi, 1979). Overleden aan kanker.
Herlihy, Ed (89), New York, 30 januari. Amerikaans radio-omroeper, wiens stem ook veel in films werd gebruikt, bij voorbeeld in filmjournaals tijdens de Tweede Wereldoorlog en in de speelfilms Zelig (Woody Allen, 1983), Who framed Roger Rabbit? (Robert Zemeckis, 1988) en Malcolm X (Spike Lee, 1992). Speelde gastrolletjes in The king of comedy (Martin Scorsese, 1983), Pee-wee's big adventure (Tim Burton, 1985) en Police academy 2: their first assignment (Jerry Paris, 1985). Overleden aan natuurlijke oorzaken.
Kanin, Garson (86), New York, 13 maart. Amerikaans scenarist, toneelschrijver en regisseur. Drie scenario's van Kanin en zijn vrouw, de actrice Ruth Gordon, werden voor een Oscar genomineerd: de eigentijdse bewerking van Shakespeare's 'Othello', A double life (geproduceerd door broer Michael Kanin; George Cukor, 1947) en de vehikels voor het duo Katharine Hepburn & Spencer Tracy Adam's rib (Cukor, 1950) en Pat and Mike (Cukor, 1952). Ook claimde Kanin het auteurschap van het scenario van de eerste Hepburn & Tracy-film Woman of the Year (George Stevens, 1942), maar de Oscar werd toegekend aan de officiële scenarioschrijvers Michael Kanin en Ring Lardner jr. Een andere Oscar die Garson Kanin formeel misliep was die voor de beste documentaire van 1945, de compilatiefilm over het laatste oorlogsjaar The true glory, die Kanin co-regisseerde met Carol Reed en produceerde. Formeel werd de prijs toegekend aan "de regeringen van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten". Garson Kanin was een Broadway-acteur, toen hij in 1937 naar Hollywood ging om films te regisseren. De eerste was het bescheiden A man to remember (1938), gevolgd door Next time I marry (1938) en de hit met Ginger Rogers in de titelrol Bachelor mother (1939). Daarna regisseerde Kanin The great man votes (1939), de klassieke komedies My favorite wife (1940) en Tom, Dick and Harry (1942) en het veelgeprezen, door UFA-veteraan Erich Pommer geproduceerde They knew what they wanted (1940). Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte Kanin propagandistische documentaires als Fellow Americans (1942), Night shift (1942), Ring of steel (1942), Battle stations (1944) en A salute to France (1944). Daarna zou Kanin pas weer in 1969 twee films regisseren, de weinig succesvolle komedies Some kind of a nut en Where it's at. Intussen was Kanin uitgegroeid tot een van de meest gerespecteerde scenaristen van Hollywood. De eerste film die hij schreef was het obscure They made her a spy (1941), gevolgd door officieuze schrijfwerkzaamheden voor A lady takes a chance (William A. Seiter, 1943) en de de woningnoodkomedie The more the merrier (Stevens, 1943), die genomineerd werd voor Oscars voor origineel verhaal en scenariobewerking. In 1946 had Kanin een enorm succes met het toneelstuk Born yesterday, dat twee keer verfilmd werd, in 1950 door Cukor en in 1993 door Luis Mandoki. Tot Kanins overige scenario's en bewerkingen behoren From this day forward (John Berry, 1946), The marrying kind (Cukor, 1952), It should happen to you (Cukor, 1954) en The rat race (Robert Mulligan, 1960). Films waarvan het scenario ontleend werd aan een gegeven van Kanin waren The girl can't help it (Frank Tashlin, 1956), High time (Blake Edwards, 1960), The right approach (bewerkt door broer Michael; David Butler, 1961) en de remake van The more the merrier, Walk don't run (Charles Walters, 1966). In de jaren '50 en '60 regisseerde Kanin meer dan dertig theaterproducties op Broadway, waaronder The diary of Anne Frank en Funny girl. Overleden aan een hartaandoening.
Kiley, Richard (76), Warwick, NY, 5 maart. Amerikaans acteur en zanger. Voordat Kiley een succesvol acteur op Broadway (2 Tony's) en televisie (3 Emmy's) werd, was hij in Hollywood een 'heavy', een bijrolacteur gespecialiseerd in slechteriken. Debuteerde in The mob (Robert Parrish, 1951). Voorts onder meer Pick up on South Street (Sam Fuller, 1953), Blackboard jungle (Richard Brooks, 1955), Pendulum (George Schaefer, 1969), als de piloot in The little prince (Stanley Donen, 1974), Looking for mr. Goodbar (Brooks, 1977), Endless love (Franco Zeffirelli, 1981), Howard the duck (Willard Huyck, 1986), als de stem van de toeristengids in Jurassic Park (Steven Spielberg, 1993) en Patch Adams (Tom Shadyac, 1998). Doodsoorzaak onbekend.
Kubrick, Stanley (70), St. Albans, Hertfordshire, 7 maart. Amerikaans filmmaker. Regisseur en meestal ook producent en scenarist van dertien lange speelfilms, die bijna zonder uitzondering van grote invloed waren op de filmhistorie door hun perfectionisme en originele benadering van uiteenlopende genres. Op school mislukt kwam Kubrick als 17-jarige leerling-fotograaf in dienst bij het New-Yorkse blad Look. In eigen beheer produceerde hij, met inkomsten uit het schaken om geld in Central Park, korte documentaires: Day of the fight (1951), Flying padre (1951) en The seafarers (1952). Volgens hetzelfde procedé kwam zijn speelfilmdebuut Fear and desire (1953) tot stand, gevolgd door Killer's kiss (1955) en The killing (1956). Vooral de laatste film is nog steeds een voorbeeld voor onafhankelijke low-budget-filmers. De anti-oorlogsfilm over de executie van Franse deserteurs in de Eerste Wereldoorlog Paths of glory (1957) bracht hoofdrolspeler Kirk Douglas ertoe om Kubrick te vragen Anthony Mann te vervangen als regisseur van Spartacus (1958). Ondanks vier Oscars, een groot commercieel succes en de modelfunctie voor latere peplum-films was Kubrick zo teleurgesteld over zijn gebrek aan zeggenschap in Hollywood, dat hij voorgoed naar Engeland emigreerde. Daar oogstte hij groot succes met de verfilming van Nabokovs Lolita (1962) en vooral met de zwarte komedie Dr. Strangelove or How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb (1964). De vijf volgende films van Kubrick waren elk legendarisch en inhoudelijk en formeel visionair. Kubrick maakte de ultieme science fiction en het eerste 'new age'-essay met 2001: A space odyssey (1968), de eerste film over 'zinloos geweld' naar Anthony Burgess' roman A clockwork orange (1971), gebruikte uitsluitend natuurlijk licht in de kostuumfilm Barry Lyndon (1975), maakte intensief gebruik van de steadicam in de horrorfilm naar Stephen King The shining (1980) en herschiep Vietnam in het Londense havengebied voor Full metal jacket (1987). Deze zomer wordt de première verwacht van zijn laatste film Eyes wide shut. Kubrick won een Oscar voor de visual effects van 2001 en werd twaalf keer vergeefs genomineerd: als producent, regisseur en scenarist van Dr. Strangelove, A clockwork orange en Barry Lyndon, als regisseur en scenariobewerker van 2001 en voor het scenario van Full metal jacket. Overleden aan natuurlijke oorzaken.
Stanley Kubrick.
Menuhin, Yehudi (82), Berlijn, 12 maart. Oorspronkelijk Amerikaans violist, sinds 1985 in het bezit van de Britse nationaliteit. Werd in 1991 in de adelstand verheven en vanaf 1993 Lord, met de titel baron Menuhin of Stoke d'Arnon. Voormalig wonderkind speelde gastrollen in films als Stage door canteen (Frank Borzage, 1943), de biografie van Paganini The magic bow (Bernard Knowles, 1947) en Sabine und die hundert Männer (Wilhelm Thiele, 1960). Werd geïnterviewd in het documentaire gedeelte van 32 short films about Glenn Gould (François Girard, 1993), de Holocaustdocumentaire The memory of justice (Marcel Ophüls, 1976) en de documentaire over zijn zuster Hephzibah (Curtis Levy, 1998). Overleden aan een hartaandoening.
Micale, Paul J. (83), Woodland Hills, Ca., 16 januari. Amerikaans bijrolacteur, gespecialiseerd in obers. Onder meer in A new kind of love (Melville Shavelson, 1963), I'd rather be rich (Jack Smight, 1964), Marlowe (Paul Bogart, 1969), Lady sings the blues (Sidney J. Furie, 1972) en Rocky II (Sylvester Stallone, 1979). Overleden aan de ziekte van Alzheimer.
Moore, Jack D. (92), Santa Monica, 29 december. Amerikaans decorateur. Oscar voor Little women (Mervyn LeRoy, 1949) en nog zes keer genomineerd: Random harvest (LeRoy, 1942), Too young to kiss (Robert Z. Leonard, 1951), The story of three loves (Vincente Minnelli en Gottfried Reinhardt, 1953), Young Bess (George Sidney, 1953), Sweet Charity (Bob Fosse, 1969) en Airport (George Seaton, 1970). Tot zijn overige films voor MGM behoren Undercurrent (Minnelli, 1946), On the town (Stanley Donen en Gene Kelly, 1949), The asphalt jungle (John Huston, 1950) en The tender trap (Charles Walters, 1955). Overleden aan natuurlijke oorzaken.
Pitlik, Noam (66), Los Angeles, 18 februari. Amerikaans televisieregisseur en bijrolacteur. Speelde rolletjes in talloze televisieseries en films als A child is waiting (John Cassavetes, 1963), The hallelujah trail (John Sturges, 1965), The fortune cookie (Billy Wilder, 1966), Fitzwilly (Delbert Mann, 1967), The graduate (Mike Nichols, 1967), The downhill racer (Michael Ritchie, 1969) en The front page (Wilder, 1974). Regisseerde meer dan tweehonderd televisieprogramma's, waaronder afleveringen van The Monkees, Barney Miller en Taxi. Overleden aan longkanker.
Quintero, Jose (74), New York, 27 februari. In Panama geboren Amerikaans toneelregisseur, vooral bekend door zijn Broadwayvoorstellingen van stukken van Eugene O'Neill. Regisseerde één speelfilm, The Roman spring of Mrs. Stone (1961) naar Tennessee Williams, die Lotte Lenya een Oscarnominatie bezorgde als beste actrice in een bijrol. Overleden aan kanker.
Reve, Karel van het (77), Amsterdam, 4 maart. Nederlands slavist, schrijver en journalist. Zoon van communistisch journalist Gerard Vanter en broer van schrijver Gerard Reve, die als Simon van 't Reve zijn oudere 'geleerde broer' in 1947 als 'Joop' vereeuwigde in De avonden (verfilmd door Rudolf van den Berg, 1989; de rol van Joop van Egters werd vertolkt door Kees Hulst). Karel van het Reve speelde een gastrol als rechter in Loos (Theo van Gogh, 1989). Overleden aan de ziekte van Parkinson.
Siskel, Gene (53), Chicago, 20 februari. Amerikaans filmcriticus. Publiceerde voornamelijk in het dagblad The Chicago Tribune. Vormde wekelijks met zijn aartsconcurrent Roger Ebert van The Chicago Sun-Times een televisieduo, dat in het programma Siskel and Ebert de filmpremières van de week samen doornam en hartstochtelijk onderling van mening verschilde. Elke film kreeg aan het einde van de programma van beiden 'duim omhoog' of 'duim omlaag'. Het vonnis "two thumbs up from Siskel and Ebert" was een van de beste aanbevelingen die een nieuwe film in Amerika verwerven kon. Overleden aan een hersentumor.
Spijker, Henny (64), Amsterdam, 11 maart. Nederlands scriptgirl. De eerste die in de Nederlandse filmindustrie het bewaken van de continuïteit als serieus beroep opvatte was geruime tijd ook de enige scriptgirl. Lang voordat de meer politiek correcte term 'continuity person' opgeld deed, was Henny Spijker de steun en toeverlaat voor de editor, op de set van Fanfare (Bert Haanstra, 1958) tot en met Twee vorstinnen en een vorst (Otto Jongerius, 1981). Voorts onder veel meer De zaak M.P. (Haanstra, 1960), Makkers staakt uw wild geraas (Fons Rademakers, 1960), Het mes (Rademakers, 1961), Kermis in de regen (Kees Brusse, 1962), De overval (Paul Rotha, 1962) en Het gangstermeisje (Frans Weisz, 1966). Was getrouwd met grimeur Ulli Ullrich. Overleden aan kanker.
Stoler, Shirley (70), New York, 17 februari. Amerikaans actrice. Corpulente coryfee van het onafhankelijke theater in New York (La Mama en Living Theatre) werd bekend door hoofdrollen in de films Pasqualino Settebellezze/Seaven Beauties (als commandant van een concentratiekamp; Lina Wertmüller, 1975) en The honeymoon killers (Leonard Kastle, 1970). Speelde ook in films als Klute (Alan J. Pakula, 1971), The deer hunter (Michael Cimino, 1978), The hamster of happiness (Hal Ashby, 1979), Seed of innocence (Boaz Davidson, 1981), Desperately seeking Susan (Susan Seidelman, 1985), Shakedown (James Glickenhaus, 1988), Sticky fingers (Catlin Adams, 1988), Frankenhooker (Frank Hehenlotter, 1990), Mac (John Turturro, 1992) en Malcolm X (Spike Lee, 1992). Overleden aan een hartaandoening.
Taylor, Don (78), Los Angeles, 29 december. Amerikaans bijrolacteur en regisseur. Debuut als edelfigurant voor MGM naast Peter Lawford in Girl crazy (Norman Taurog, 1943) en daarna onder meer te zien in Thousands cheer (George Sidney, 1943), Winged victory (George Cukor, 1944), Song of the thin man (Edward Buzzell, 1947), tegenover Deanna Durbin in For the love of Mary (Frederick de Cordova, 1948), The naked city (Jules Dassin, 1948), Ambush (Sam Wood, 1949), Battleground (William A. Wellman, 1949), als Elizabeth Taylors bruidegom in Father of the bride (Vincente Minnelli, 1950) en het vervolg Father's little dividend (Minnelli, 1951), The blue veil (Curtis Bernhardt, 1951), Flying leathernecks (Nicholas Ray, 1951), Submarine command (John Farrow, 1951), Stalag 17 (Billy Wilder, 1953), I'll cry tomorrow (Daniel Mann, 1955) en Love slaves of the Amazon (Curt Siodmak, 1957). Sindsdien was Taylor nog uitsluitend als regisseur actief. Hij debuteerde in 1961 met de Mickey Rooney-komedie Everything's ducky, gevolgd door een groot aantal genrefilms, waarvan de ambachtelijke verdiensten veel groter waren dan de mate van originaliteit. De bekendste waren Ride the wild surf (1964), Escape from the planet of the apes (1971), de musicalversie van Tom Sawyer (1973, genomineerd voor Oscars in de categorieën decor, kostuums en songscore), Echoes of a summer (1976, met de jonge Jodie Foster), The great scout and Cathouse Thursday (1976), de Burt Lancaster/Michael York-versie van The island of dr. Moreau (1977), Damien - Omen II (1978) en een curieuze oorlogsfilm over een in een zwart gat verdwijnend vliegdekschip, The final countdown (1980). Maakte veel televisiefilms, waaronder biografieën van Errol Flynn en Olympisch skikampioen Bill Johnson. Overleden aan een hartaandoening.
Don Taylor.
Tewes, Carl (60), Hilversum?, 10 maart. Nederlands televisie- en filmproducent. Was onder meer verantwoordelijk voor de duurste Nederlandse televisieserie tot nu toe, het op de Filippijnen opgenomen In naam der koningin (Bram van Erkel, 1996), maar ook voor dramaseries voor kinderen als De kris Pusaka en Q&Q (Van Erkel, 1978), van welke laatste serie ook een bioscoopversie werd vervaardigd. Begonnen als productieleider, van onder meer Because of the cats (Fons Rademakers, 1973). Produceerde de aanvankelijk als opdrachtfilm begonnen speelfilm over sociale experimenten in psychiatrische inrichtingen Te gek om los te lopen (Guido Pieters, 1981) en de korte film Shoot out (Bobby Eerhart, 1976). Overleden na een korte ziekte.
Vlacil, Frantisek (74), Praag, 28 januari. Tsjechisch regisseur. Picturaal begaafde veteraan van de Praagse lente, behorend tot de toen iets oudere en meer ervaren garde (zijn generatiegenoten waren Karel Kachyna en Vojtech Jasny), zag zich na 1968 genoodzaakt voornamelijk brave literatuurverfilmingen te regisseren. Na een studie kunstgeschiedenis in Brno en een korte loopbaan als schilder auteur van enkele wetenschappelijke documentaires. Maakte zijn eerste korte speelfilm in 1958 en debuteerde met de lange film Holubice/De witte duif (1960), gevolgd door Dablova past/De duivelsval (1961). Bekend werd vooral zijn tweedelige kostuumfilm Marketa Lazarova (1965-67), die net als al zijn vroege films een historische belangstelling paart aan oog voor de tragische resultaten van culturele en ideologische conflicten. Vlacil verfilmde drie romans van Vladimir Körner: Udoli vcel/Het bijendal (1967), Adelaide (1969) en Povest o stribrne jedli/De legende van de zilverspar (1973). Tot zijn overige films behoren Sirius (1974), Dym bramborove nate/Rook over de aardappelvelden (1976), Stiny horkeho leta/Schaduwen van een hete zomer (1977), Koncert na konci leta/Concert aan het einde van de zomer (1979), Hadi jed/Slangengif (1982), Pasacek z joliny/De herdersjongen uit het dal (1983), Stin kapradiny/De schaduw van de varen (1984) en Mag/De tovenaar (1988). Overleden na een lange ziekte.