Video - april 1999, nr 199

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


The apostle
Robert Duvall
Hij staat ermee op, gaat ermee naar bed en murmelt het in zijn slaap: 'Praise the Lord, hallelujah'. Na ruim twee uur begint het aardig vertrouwd in de oren te klinken en is het beeld van Robert Duvall als het evangelisatiekanon Sonny alias 'the apostle' niet meer van het netvlies te branden. Sonny is, wat je noemt, een Ware Gelovige. Opgegroeid in een swingende gospelkerk in het diepe zuiden van de Verenigde Staten en op zijn twaalfde reeds 'tot God geroepen', kan hij niet anders dan het woord van 'Jesus, our Lord' verkondigen. Zelfs wanneer Satan een wig drijft tussen Sonny en zijn gezin en men hem wegstemt uit de kerk die hij zelf heeft helpen opzetten, blijft het geloof de enige optie. Een beetje te machtig wordt het hem allemaal wel, daar op dat treurige honkbalveldje waar zijn kinderen worden aangespoord door zijn vrouw en haar nieuwe minnaar. Een ferme zwaai met een honkbalknuppel noopt hem dan ook spoorslags te vertrekken en elders een nieuw bestaan op te bouwen. 'Praise the Lord, hallelujah'. De enorme verbetenheid waarmee de apostel - gehuld in een maagdelijk wit driedelig soulkostuum - zich overlevert aan de Almachtige, gaat door merg en been en dat is enkel en alleen te danken aan Robert Duvall die niet alleen verantwoordelijk is voor scenario, regie en productie, maar die zich met heel zijn hebben en houwen in de rol heeft gestort. Met een verbluffende energie en met een lichaam dat siddert van extase laat hij de apostel een nieuwe kerk uit de grond stampen, 'One way road to heaven' genaamd. Een grote blauwe pijl, verlicht als een bioscoopreclame, wijst de weg naar de hemel. Knap, beangstigend en uitermate komisch.
Belinda van de Graaf
Te huur vanaf 14 april (Columbia TriStar Home Video)

Robert Duvall looft de Heer in The apostle.


He got game
Spike Lee
In Hoop Dreams, de inmiddels klassieke documentaire waarin twee high school-scholieren met een uitzonderlijk basketbaltalent vier jaar lang worden gevolgd, duikt regisseur Spike Lee in een korte scène op. Hij waarschuwt de bezoekers van een basketbalkamp voor de gevaren van hun ambities. Het meeste talent, zo houdt hij de jongens voor, zal de NBA nooit halen en wordt uitgebuit door scouts en coaches die hen als een baksteen laten vallen als het echt grote geld wegblijft. Lee kent de NBA als geen andere filmregisseur. Hij zit niet alleen bij elke wedstrijd van de Knicks in New York op de eerste rij (samen met Woody Allen), maar hij is persoonlijke vriend en media-adviseur van het halve dreamteam. Met Michael Jordan maakte hij een reeks reclamespots voor Nike. He got game is Spike Lee's grote basketbalfilm en het is zijn beste film in lange tijd, die doet terugdenken aan zijn hoogtijdagen. Dat hij in Nederland niet in de bioscoop te zien is geweest is te betreuren, want daar zouden de schitterende beelden van het stedelijke landschap rond Coney Island en de majestueuze soundtrack van Aaron Copland, gecombineerd met de nummers van Public Enemy, beter tot hun recht zijn gekomen. He got game is geen traditionele sportfilm, gewoonlijk afgesloten met een heroïsche strijd, waarin de held bewijst dat hij alle tegenslagen overwonnen heeft; het is eerder een aanklacht tegen de verwording van de sport, verpakt in het verhaal van een vader en een zoon. De vader is de uitstekende Denzel Washington, die zijn talentvolle zoon moet overhalen te kiezen voor een universiteitsteam dat gesteund wordt door de gouverneur van de staat. Mocht hij zijn zoon aan boord krijgen, dan kan hij rekenen op strafvermindering. Het probleem is dat de zoon de vader hartgrondig haat en niets meer met hem te maken wil hebben. De zoon wordt verassend goed gespeeld door Ray Allen, in het dagelijks leven een NBA-speler bij de Milwaukee Bucks. Lee overtuigt volkomen in het neerzetten van de sfeer op Coney Island, waar iedereen zich alvast rijk rekent in het schijnsel van het reusachtige talent van de jongen, en de coaches en scouts zich in rijen van drie opstellen. Als vanouds bij Lee is de openingssequentie indrukwekkend: een prachtige montage van basketbalspelende jongens op pleintjes verspreid door de stad. Ook vertrouwd is dat Lee zich niet echt bij het centrale gegeven houdt en enige onnodige zijstappen maakt, waaronder een nogal lang uitgesponnen verhaal over de relatie van vader met een hoertje met een hart van goud (de film duurt dan ook ruim tweeënhalf uur). Maar Lee is alles vergeven vanwege zijn liefde voor de personages, zijn portret van de stad, de volstrekt originele manier waarop hij muziek en beeld tot een opwindend geheel smeedt, en het feit dat hij zijn hele beroemde vriendenkring laat opdraven om er de definitieve basketbalfilm van te maken.
Mark Moorman
Te huur vanaf 21 april (Buena Vista Home Entertainment)


S.
Guido Hendrickx
In de Belgische wraakfilm S. wordt de jonge vrouw S. omringd door perverse vriendjes en agressieve seksbazen. Ze is het beu om een speelbal van de mannen te zijn, en wat doe je dan als vrouw? Dan word je lesbisch, volgens de film, en vuur je je pistool leeg op de lillende lijven van de foute mannen. Regisseur Guido Hendrickx is geen B-filmer, zoals deze plot doet vermoeden, maar is bloedserieus in zijn schets van de ontredderde vrouw. Hij deinst er daarbij niet voor terug om de seks en de wraakacties onomwonden in beeld te brengen. De film is dichtgetimmerd met extreme scènes - denk aan een brute man die in een urn graait en het as uitstrooit over zijn minnares, terwijl hij haar pijnlijk van achteren neukt. S. kijkt toe, schijnbaar apathisch. Vlak daarna wordt ze zelf bekeken in de peepshow waar ze rondjes draait temidden van vallende luikjes en schimmen van geile mannen. Even lijkt er een intiem moment te komen als S. haar grootmoeder bezoekt, maar die blijkt dementerend te zijn. S. vindt uiteindelijk rust bij haar eigen sekse, wat Hendrickx' ouderwetse zwart-witdenken verraadt. De tijd waarin de mannen als sekswellustelingen figureren en de vrouwen als begripvolle redding optreden, zou intussen ver achter ons moeten liggen. Hendrickx maakte echter een film waarin zijn radicalisme wordt verborgen onder een dikke laag muziek van dEUS, om de film toch nog 'van nu' te laten lijken.
Mariska Graveland
Te huur vanaf 28 april (PolyGram Video)

Pervers vriendje en boze vrouw in S.


The wind in the willows
Terry Jones
Het uit het begin van deze eeuw daterende kinderboek 'The wind in the willows' is in Nederland niet zo bekend, maar in Engelstalige landen behoort het al sinds jaar en dag tot de verplichte kost voor verantwoorde ouders. Het is een stichtelijk verhaal over de bewoners van een ongerepte rivieroever, die onder de voet dreigen te worden gelopen door de vooruitgang, want de wezels uit het Wilde Woud willen hun stukje grond inpikken om er fabrieken neer te zetten. Dit doel proberen ze te bereiken door de spilzieke, aan auto's en andere moderne machines verslingerde landeigenaar Mr. Toad financieel in hun macht te krijgen. Als het hol van de Mol wordt vernield door de wezels bindt een aantal dieren de strijd aan tegen de slechteriken. Enkele voormalige Monthy Python-leden wierpen zich op de verfilming van The wind in the willows en dat leidde vanzelfsprekend tot een film met absurdistische trekjes. Dat uit zich vooral in de stilering van kostuums en decors, waarin wordt teruggegrepen op de Engelse revue van rond de eeuwwisseling. De dieren worden gespeeld door mensen die als dier te herkennen zijn aan slechts enkele attributen. De Mol is als zodanig te herkennen aan zijn brilletje, en ondanks snorharen en een staart herkennen we in Mr. Rat toch vooral Eric Idle. Met zijn fleurige musicalnummers en de opgeruimde karakters van de dappere dieren is The wind in the willows in de allereerste plaats een familiefilm. Maar af en toe komt ook het wat grimmigere absurdisme uit de Monty Python-tijd om de hoek kijken, zoals in de aanstekelijke rechtbankscène waarin John Cleese en Stephen Fry schitteren als uiterst incapabele juristen. Het is het hoogtepunt in een verder tamelijk vriendelijke, politiek-correcte familiefilm die met veel zorg is gemaakt.
Fritz de Jong
Te huur vanaf 31 maart (Columbia TriStar Home Video)


Nieuw in de videotheek
Maandelijks maakt de Filmkrant een selectie uit het aanbod van nieuwe films in de videotheek. Deze films waren eerder te zien in de bioscoop en zijn toen besproken in de Filmkrant
(zie ook de Filmkrant zoek-pagina).

Koopvideo
Boogie nights - Paul T. Anderson
Gordel van smaragd - Orlow Seunke
Godzilla - Roland Emmerich

Huurvideo
Gummo - Harmony Korine
Buffalo '66 - Vincent Gallo
Soy Cuba! - Mikhail Kalatozov
Elizabeth - Shekhar Kapur
Sons - Zhang Yuan
La sueur des palmiers - Radwan El Kashef
The hanging garden - Thom Fitzgerald
The big hit - Kirk Wong
La deuda - Nicolas Buenaventura en Manuel José Álvarez
Hombres complicados - Dominique Deruddere
Temptress moon - Chen Kaige
Small soldiers - Joe Dante
Marian - Petr Václav
I want you - Michael Winterbottom


De Videovorser
Boze jongens

De hoorn lag nog maar net op de haak of de telefoon rinkelde al weer. "Heb je het al gehoord? Kubrick is dood." Een doodgewone zondag in maart werd een zondag die in het teken van de dood stond. "Kubrick is dood", zo klonk het drie keer. "Je held is dood", zo sprak de vierde beller, "zo was het toch, hij was voor jou toch de man van al die meesterwerken?" Ja, dat was hij. Al jaren. Zet een opstandige puber van zestien A clockwork orange voor en hij heeft er een held bij. Het is de perfecte film voor zestienjarige jongens die zich afzetten tegen hun omgeving en de grote boze buitenwereld. Alex DeLarge en zijn droogs Pete, Dim en Georgie hadden hun moloko plus, wij hadden een gekmakend overschot aan testosteron. Alex deed wat wij stiekem ook wilden, maar niet konden of durfden. De straf loog er niet om: uitgerekend in een bioscoop kreeg hij nieuwe fatsoensnormen aangemeten, met een combinatie van misselijkmakende drugs en ultragewelddadige films. En dan die bijwerking, nooit meer naar Ludwig Von kunnen luisteren zonder acuut suicidaal te worden, verschrikkelijk. Want Beethoven, die had het ook helemaal begrepen, zo leerden we van Kubrick. Natuurlijk werd de soundtrack van de film meteen aangeschaft, maar dat was niet genoeg, wij wilden die "angel trumpets and heaven trombones" ook horen en kochten dus de Negende Symfonie. Elders woedde de punkrevolutie, door toedoen van Kubrick werd onze revolte tegen iedere vorm van gezag begeleid door klassieke muziek. En vanzelfsprekend belandde de roman van Anthony Burgess op de literatuurlijst, inclusief dat merkwaardige hoofdstuk 21, waarin Alex na al zijn avonturen bij het zien van een baby over zijn misdaden en het vaderschap nadenkt en besluit uit vrije wil zijn leven te beteren. Het boek verscheen in twee versies, een met en een zonder dat slotakkoord. Later las ik in Michel Ciments fraaie studie over de regisseur dat Kubrick de langere versie pas in een laat stadium onder ogen kreeg en besloot dat Burgess' coda inconsequent en ongeloofwaardig was, en zo is het maar net. Tuig zijt gij, en tot tuig zult gij wederkeren. A clockwork orange werd een obsessie. Twaalf keer zag ik de film in de bioscoop, waarbij ik vaak op dezelfde beschadigde kopie stuitte. Direct herkenbaar door de kabel in de eerste akte, die het beeld van boven naar onder precies doormidden sneed. Storend, zeker, maar door de centrale plaats van de kabel viel extra op hoezeer Kubrick van symmetrie hield. Dat is ook goed te zien in The shining. In handen van een regisseur die niet zo'n obsessie met heldere, perfect uitgebalanceerde kaders heeft zouden die doolhofscènes, die in Stephen Kings roman ontbreken, nooit zo effectief zijn geweest. De horrorfilm was de eerste Kubrick die ik meteen op de openingsdag kon zien en hij maakte de hooggespannen verwachtingen helemaal waar. Hetzelfde gold later voor Full metal jacket, hoezeer anderen mij ook van het tegendeel probeerden te overtuigen. Eindeloze en hoogoplopende discussies werden er gevoerd. "Het eerste uur is geweldig, daarna zakt het helemaal in", zo werd steeds gezegd. Onzin! Het enige wat er aan de film ontbreekt is een soundtrack van Wendy Carlos, die voor haar geslachtsverandering Walter heette en voor A clockwork orange Beethoven, Rossini en Purcell op de Moog-synthesizer speelde en bij The shining de ijzingwekkende titelmuziek en de in de climax terugkerende hartslag leverde. In de loop der jaren heb ik bijna alle platen van Carlos verzameld, en dat was niet eenvoudig. Een half jaar geleden verscheen haar nieuwste cd, 'Tales of heaven and hell'. Daar moest de kleine, maar fervente schare fans lang op wachten, want Carlos is net zo'n perfectionist als Kubrick en trekt ook jaren voor ieder project uit. Maar 'Tales of heaven and hell' was beslist het wachten waard en kwam op de avond van Kubricks dood als geroepen: het lange muziekstuk 'Clockwork black' is een buitengewoon fraaie herbewerking van alle thema's van A clockwork orange en klinkt als een requiem voor de film. En op de gewraakte avond was het een bijzonder passend requiem voor Stanley Kubrick, een perfecte begeleiding voor mijmeringen over de meester en zijn oeuvre, dat niet één film bevat die me niet bevalt. Een dag later kwam de Italiaanse zender Rai Uno meteen met The shining over de brug, en hoewel ik de oorspronkelijke versie gewoon in de kast heb staan bleef ik weer kijken, want ook in het Italiaans mist de film zijn uitwerking niet. De BBC had ook iets fraais in petto: ze vertoonden beelden van de documentaire die Vivian Kubrick over haar vader en de opnamen van The shining maakte. Rond de première heb ik die documentaire helemaal gezien, nu hoop ik vurig dat hij nog eens integraal wordt uitgezonden. Want de film toont een buitengewoon enthousiast regisseur, zoekend naar de juiste camerastandpunten, grappend met Jack Nicholson, vaderlijk voor de vijfjarige Danny Lloyd en ijskoud tegenover Shelley Duvall, die er precies de nervositeit aan overhield die voor haar rol vereist was. De documentaire toont dus een Stanley Kubrick die meer mens dan mythe is. Het was goed dat de BBC er weer eens wat van liet zien. Zoals het meer dan goed is dat Kubrick met Eyes wide shut een erfenis voor ons allen nalaat. Zijn vertrek vormt nu de opmaat tot een laatste onthulling van een door raadsels omgeven film, mooier kan het niet. Ik weet welke film ik op donderdag 26 augustus ga zien. Het aftellen is begonnen.

Bart van der Put

Vivian Kubricks documentaire wordt uitgezonden op zaterdag 27 maart om 22.55 uur op BBC2, om 23.35 uur gevolgd door Dr. Strangelove or: How I stopped worrying and learned to love the bomb.

Naar boven