Video - juni 1999, nr 201

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


Noose
Ted Demme
Noose is op het eerste gezicht een doorsnee boevenfilm, gesitueerd in een onplezierige buitenwijk van Boston. Zo'n Mean streets-kloon met B-film-allure waarin een vijftal ouder geworden adolescenten het hoofd boven water houdt met kleine criminaliteit. Evenals Scorsese's 'Little Italy' heeft Demme's 'Little Ireland' zijn immigrantenzonen weinig fraais te bieden. Het enige sociale vangnet is een kaal drinklokaal waar een ouder geworden meisje (Famke Janssen) zich een stuk in de kraag drinkt. Als een verzopen kat houdt ze zich staande aan de toog, de knappe trekken verscholen achter een vaal gelaat. Eenmaal in de tang van een keiharde maffiose koppelbaas (Colm Meany) lijkt er geen ontsnappen meer aan.
Noose is zo'n film die in eerste instantie herinnert aan andere films. Famke Janssen is tevens de stoeipoes uit
Rounders, Colm Meany is tevens de pooier uit Claire Dolan en de gesprekken over actrices die er mee door kunnen (Michelle Pfeiffer, Jamie Lee Curtis en 'definitely' Jessica Lange) alsmede de verwarringen rond de geografische ligging van Amsterdam, herinneren natuurlijk vooral aan Tarantino.
Toch is Ted Demme's sobere milieu-schets annex ontworstelings-relaas van A tot Z meeslepend. Hier en daar ingezette kiekjes waarop onze helden nog braaf 'cowboytje' spelen, geven betekenis aan een verloren jeugd. Een lange coke-avond op de bank - trefzeker weergegeven door staccato verspringende scènes - is met wat slap geouwehoer, pure paranoia en diverse lachkicks allesbehalve glamoureus. Het is vooral de knapste van het stel (een prachtrol van Dennis Leary) die alle aandacht krijgt. Zijn ingehouden woede over het lot van zijn kompanen én zijn meisje krijgt hier een feestelijk slotakkoord.
Belinda van de Graaf
Te huur vanaf heden op importvideo


The revengers' comedies
Malcolm Mowbray
Alfred Hitchcock deed het in 1951 en toneelschrijver Alan Ayckbourn deed het hem na: laat twee volkomen vreemde mensen met een probleempje (een ontrouwe minnaar, een lastige echtgenote, een vrekkige vader) elkaar ontmoeten zodat ze korte metten kunnen maken met elkaars vijanden. Moord was het in Strangers on a train en wraak - met niet minder dodelijke afloop - is het in Ayckbourns 'The revengers' comedies' die door Malcolm Mowbray tot speelfilmscenario werden bewerkt. Waar zoals te verwachten bij Hitchcock, die zich baseerde op de gelijknamige thriller van Patricia Highsmith en Raymond Chandler tot zijn beschikking had voor het script, de misdaadgeschiedenis de boventoon voerde, exploiteren Mowbray en Ayckbourn (die favoriet van het vrije toneelcircuit) de humoristische kanten van het gegeven. Wat kan er allemaal misgaan als je op een druilerige avond besluit zelfmoord te plegen, de verkeerde brug uitkiest om vanaf te springen, met de ceintuur van je regenjas achter een uitsteeksel blijft haken, uren in de regen hangt en dan gered moet worden door een andere zelfmoordenaar? Dat is in ieder geval de opeenstapeling van absurditeiten waarmee Karen Knightly (Helena Bonham Carter) en Henry Bell (Sam Neill) in de eerste tien minuten van The revengers' comedies worden geïntrocuceerd. Mowbray laat dan nog even in het midden of hun ontmoeting een reeks tragikomische of een stapel van-dik-hout-zaagt-men-planken-kolder op zal leveren, maar de balans slaat al snel in de richting van dat laatste door. Bonham Carter plundert de verkleedkist en de pruikendoos en neemt haar taak om het leven van de man die Bells ontslag veroorzaakte zo zuur mogelijk te maken buitengewoon serieus. Neill ondertussen geniet van het landleven op het buiten van erfgename Knightly en wordt verliefd op haar rivale. Alle ontsporingen die dat tot gevolg kan hebben blijven keurig en Brits binnen de grenzen van het betamelijke en de mise-en-scène mist ritme en spitsvondigheid die Ayckbourns dialogen op het toneel met samenspelende acteurs wel kunnen hebben. In plaats van een verbaal pingpongspel met fatale afloop, koos Mowbray voor net niet lollige inkijkjes in het leven van de Engelse upper-class. Al heb ik om de slapstick-klassieker van Neill die in een naar vis ruikende hippiebroek door de jachthonden wordt besnuffeld erg moeten lachen.
Dana Linssen
Te huur vanaf 23 juni (Dutch Filmworks)

Helena Bonham Carter schrikt van Sam Neill.


100% Arabica
Mahmoud Zemmouri
100% Arabica is de bijnaam van een door werkloosheid en criminaliteit geplaagde voorstad van Parijs, die voornamelijk wordt bevolkt door Algerijnen. Twee muzikanten, gespeeld door de bekende raï-zangers Cheb Mami en Khaled, zetten met hun opzwepende muziek de buurt op stelten. Dat is tegen de zin van een aantal corrupte moslimleiders die veel subsidie krijgen toegestopt van de burgemeester om hun buurt rustig te houden. Dit gegeven werd uitgewerkt als een soort klucht, waarbij de tamelijk domme imams uiteindelijk het onderspit delven, en de hippe Algerijnse jongeren lekker doorgaan met hun raï-feesten. De film doet een poging om te laten zien dat het leven in een Franse achterstandswijk niet alleen bestaat uit treurnis en narigheid, maar ook gepaard kan gaan met humor en levendige taferelen. Daarmee lijken de makers zich te willen afzetten tegen films als La haine, waarin een heel wat grimmiger beeld wordt geschetst van het leven in de banlieus. Waarschijnlijk kan enige nuancering op dit overheersend trieste beeld geen kwaad, maar 100 % Arabica slaagt er voor geen meter in om echt een punt te maken. Ondanks de robuuste titel is het verhaal zo slap als Hollandse koffie. De houterige dialogen lijken te zijn ontleend aan Kuifje, en het acteerwerk overstijgt nergens het niveau van volkstheater. De magere plot is weinig meer dan een excuus om Khaled en Cheb Mami een flink aantal liedjes te laten zingen, en in die zin doet de film vooral denken aan de onnozele films die Elvis Presley in de jaren vijftig maakte. Net als destijds bij Elvis zit het hier met de muziek overigens wel goed, want Mami en Khaled behoren tot de groten van de raï-muziek.
Fritz de Jong
Te huur vanaf 9 juni (Filmfreak)


Zero effect
Jake Kasdan
In 1981 debuteerde Lawrence Kasdan (The big chill, The accidental tourist) met de hedendaagse film noir Body heat die hem in een klap beroemd maakte. Lawrences zoon Jake was toentertijd pas vijf jaar oud. Toch heeft hij veel opgepikt van zijn vaders werkwijze, zoals blijkt uit zijn debuutfilm Zero effect, die vorig jaar in Cannes zijn première beleefde. Jake's eersteling is net als die van zijn vader te omschrijven als neo-noir en de hoofdrol wordt vervuld door Bill Pullman, die Jake kende van de set van The accidental tourist en Wyatt Earp. Behalve door zijn vader heeft Jake zich sterk laten beïnvloeden door Sir Arthur Conan Doyle, de schepper van Sherlock Holmes. Kasdans hedendaagse Holmes heet Daryll Zero en is naar eigen zeggen 's werelds beste detective. Deze continu amfetaminepillen slikkende zonderling is een meester in vermommingen, heeft een hoofd vol ongebruikelijke feitenkennis en zweert bij nauwgezette, logische deductie. Behalve intellectueel hoogbegaafd is Zero totaal contactgestoord en leeft hij als een kluizenaar in een zwaar beveiligd appartement in Los Angeles. Via zijn assistent Steve Arlo (gespeeld door MTV-komiek Ben Stiller) onderhoudt hij contact met de buitenwereld.
Als een zakenmagnaat (een oude, opgeblazen Ryan O'Neal) de superspeurder vraagt de sleutels van zijn kluis terug te vinden en de persoon te identificeren die hem al een jaar chanteert, moet Zero zijn cocon toch verlaten. In zijn even onconventionele als effectieve zoetocht stuit Zero op de mysterieuze Gloria, die de spil van de zaak blijkt te zijn, en valt voor haar. Voor het eerst in zijn leven laat Zero zijn precisie vertroebelen door passie en laat hij zijn obsessie met objectiviteit varen.
Vergelijkbaar met Conan Doyle laat Kasdan zijn held middels voice-over zijn werkwijze toelichten. Maar Zero's kalenderwijsheden halen het bij lange na niet bij Holmes' diepe overpeinzingen. Ook de plot mist, ondanks eem paar aardige wendingen, de geraffineerde spanningsopbouw van Conan Doyles beroemde mysteries. Het grootste manco is dat de film simpelweg te lang is, waardoor verrassende vondsten verwateren in voorspelbaraheid. Ingekort met een half uur zou de 122 minuten lange film waarschijnlijk aan kracht hebben gewonnen en wellicht in de buurt zijn gekomen van Sherlocks niveau.
Edo Dijksterhuis
Te huur vanaf heden op importvideo.


Nieuw in de videotheek
Maandelijks maakt de Filmkrant een selectie uit het aanbod van nieuwe films in de videotheek. Deze films waren eerder te zien in de bioscoop en zijn toen besproken in de Filmkrant
(zie ook de Filmkrant zoek-pagina).

Koopvideo
Abeltje - Ben Sombogaart
City of angels - Brad Silberling
Lifetimes - Zhang Yimou
Shanghai triad - Zhang Yimou
Jackie Brown - Quentin Tarantino
The real blonde - Tom di Cillo
The gingerbread man - Robert Altman

Huurvideo
Comedian harmonists - Joseph Vilsmaier
Hamam, il bagno Turco - Ferzan Ozpetek
Abeltje - Ben Sombogaart
Snake eyes - Brian De Palma
The ice storm - Ang Lee
The hanging garden - Tom Fitzgerald
Lock, stock and two smoking barrels - Guy Ritchie
A perfect murder - Andrew Davis
Out of sight - Steven Soderbergh
The idiots - Lars von Trier
Ronin - John Frankenheimer
Life on a string - Chen Kaige
Year of the horse - Jim Jarmusch
Antz - Eric Darnell en Tim Johnson


De Videovorser
La video è bella

De ene filmliefhebber is de andere niet. Toen de mondiale filmpers, fijnproevers en vaklieden tijdens het pinksterweekend de laatste dagen van het festival van Cannes meemaakten struinde ik de videotheken van Florence af. Echt dol op festivals ben ik nooit geweest: te veel films in een te korte periode zien vertroebelt de blik, de waan van de dag of hype van het festival valt meestal tegen en het is geen feest om een film met een slechts half geïnteresseerd en onrustig publiek te moeten delen. De bioscoop mag misschien het ultieme platform voor een film zijn, met de komst van grotere televisies, betere geluidssystemen en nieuwe beelddragers als dvd wordt de kloof langzaam maar zeker gedicht. Om over het aanbod nog maar te zwijgen: soms duurt het jaren voor een oude favoriet weer eens in een filmhuis opduikt, waar een goed gesorteerde videotheek meteen uitkomst biedt. En dus was het een aangename verrassing dat zich recht tegenover het Florentijnse hotel een videotheek bevond, zoals het ook erg fijn was om bij de eerste wandeling door de stad meteen tegen de zwart-wit gemarmerde kerk uit Brian De Palma's Obsession aan te lopen en locaties uit Dario Argento's La sindrome di Stendhal te herkennen. Massa's toeristen zien het Uffizi museum, ik zie de plek waar Argento zijn dochter annex heldin Asia filmde. Natuurlijk is het openluchtmuseum dat Florence nu eenmaal is prachtig en overweldigend, voor een filmliefhebber kan het herkennen van een vertrouwde locatie echter net zo indrukwekkend en interessant zijn. Kort nadat ik Werner Herzogs Nosferatu zag bezocht ik Delft, om te kijken hoe de regisseur het beste uit de stad had gehaald. Herzog moet veel antennes van daken hebben gesloopt, dat was duidelijk, maar het leverde fraaie beelden op. Delft was mooier in de film dan in de werkelijkheid. Zoiets beweren over Florence staat in sommige kringen ongetwijfeld gelijk aan vloeken in de kerk. Michelangelo heeft beslist een betere reputatie dan Argento, en terecht. De gapende afgrond tussen hogere en lagere cultuur lijkt niet te overbruggen. Dat bleek ook in de Italiaanse videotheken die ik bezocht. Ik bevond me in goed gezelschap, want reisgenoot Mike Lebbing, redacteur van het Nederlandse filmfanzine Camera Obscura, is een wandelende encyclopedie van de Italiaanse filmgeschiedenis. Dat helpt wanneer je voor kasten vol obscure films staat en een gat in je portemonnee wilt slaan. Bij een eerder bezoek aan Italië bleef de aanschaf beperkt tot een enkele widescreen versie van Mario Bava's kleurrijke Ercole al centro della terra, compleet met foeilelijk hoesje dat de substantiële bijdragen van geniaal genrefilmer Bava onvermeld laat en in plaats daarvan een misplaatste lofzang op bodybuilder en Hercules-vertolker Reg Park brengt. Schande? Welnee, dat is nu juist wat videohoesjes zo leuk maakt. Ze werden en worden soms nog steeds geschreven door mensen zonder enige kennis van zaken of grammaticaal besef. Zo trof ik op de onlangs getraceerde Nederlandse videoversie van de idiote blaxploitationfilm Top of the heap de volgende omschrijving aan: "Hij was een gewelddadig man, de moeilijkheid is, dat hij ook een keiharde politieman was... Een spannende misdaadfilm, boordevol misdaad en geweld..." Meer staat er niet en dat hoeft ook niet. Pure poëzie! In Italië zocht ik geen blaxploitation, maar parels uit de rijke nationale genrefilmgeschiedenis en dat bleek voor een Florentijnse videoverkoper nogal merkwaardig. Gevraagd naar een tape van de amusante pop-art film La decima vittima, waarin een geblondeerde Marcello Mastroianni vanachter de perfecte zonnebril Ursula Andress probeert te vermoorden, kreeg ik te horen dat de acteur veel betere films had gemaakt, die natuurlijk wel leverbaar waren. Ik stamelde nog wat over klassiekers die ik met gemak ook in Nederland kon vinden, maar daar kwamen de Rossellini's, Visconti's en Fellini's al uit de kast. Nu ik dan toch als een cultuurbarbaar ontmaskerd was, kon ik net zo goed meteen naar het werk van schandaalfilmer Gualtiero Jacopetti informeren. Jacopetti is de man die met twee delen Mondo cane al begin jaren zestig het pad effende voor pseudo-documentaires als Faces of death. Ik heb een bloedhekel aan dergelijke recente video-ellende, maar niet aan Jacopetti, die zijn particuliere kijk op de wereld en zijn boerenbedrog stilistisch bijzonder fraai verpakte en niet van enige humor gespeend was. En ja, daar plofte het in Nederland nooit uitgebrachte La donna nel mondo al op de toonbank, gevolgd door het bij ons bijzonder omstreden Africa addio. Ik geloofde mijn ogen niet: Jacopetti's oorspronkelijke visie op de Afrikaanse revolutie blijkt twintig minuten langer dan de Nederlandse versie, die juist door het nagesynchroniseerde commentaar en de suggestieve montage voor ophef zorgde. Nu kan er eindelijk uitgezocht worden op welke manier de film voor Nederlandse distributie werd klaargemaakt en komt er weer enig schot in mijn sluimerende Jacopetti-project. Driewerf hoera voor de videotheken van Italië! En er was meer, veel meer. Het liefst had ik zo'n hele videotheek naar Nederland verscheept, want soms heb je zin in een historische spektakelfilm uit de jaren vijftig, dan weer in een sfeervolle horrorfilm uit de jaren zestig en ja, zelfs het typisch Italiaanse subgenre van de Toscaanse zedenkomedie (u begrijpt, bij voorkeur uit de jaren zeventig) wil onder de juiste omstandigheden nog wel eens goed vallen. Ik kocht van alles wat, van Jacopetti tot de platvloerse komedie Atti impuri all'italiana, van de fraaie thriller Lo strano vizio della signora Wardh tot aan de nieuwe van erotomaan Tinto Brass, want zijn Monella kon ik voor nog geen twee tientjes niet laten liggen. En bij thuiskomst constateerde ik tevreden dat mijn Italiaanse trip nog lang niet voorbij is. Hij is dankzij die tapes nog maar net begonnen.

Bart van der Put

Van alle Italiaanse aankopen verscheen alleen Monella in Nederland op video. De film is sinds kort te koop onder de titel Frivolous Lola (Dutch Filmworks).

Naar boven