Juli/augustus 1999, nr 202
Catherine Deneuve
Een koningin van vuur en ijs
Het Filmmuseum en het Haags Filmhuis brengen in de maanden juli en augustus een hommage aan de Franse steractrice Catherine Deneuve. Nee, ze is nog niet dood, volop actief zelfs, en ja, ze is formidabel, groots, onvergelijkbaar. Waarom toch?
Belle de jour: Deneuve als sado-masochistist.
Catherine Deneuve. Er is geen ontkomen aan: een beschrijving van haar werk en leven schreeuwt gewoonweg om clichés. Ze dringen zich op, zinsneden als 'een actrice van formaat', 'icoon van de Europese cinema', 'koele, blonde schoonheid en gratie'. Zelfs het woord 'perfectie' komt ongevraagd om de hoek kijken. En 'formidabel', dat lijkt bij uitstek van toepassing, zowel op haar carrière - die, dat moet er wel aan toegevoegd, nog lang niet afgelopen is, want Deneuve is op het moment actief als geen andere actrice - als op de manier waarop ze haar sterrenstatus hanteert en consolideert.
Deneuve is nu 56, is al 42 jaar actrice, speelde in meer dan negentig films. Een formidabele prestatie. De holle frase ten spijt is hier geen sprake van een denigrerende ondertoon. Wat Deneuve gedaan heeft, hoe ze het gedaan heeft, is simpelweg ontzettend knap, dwingt respect af. Respect en bewondering. Het is niet anders. Deneuve, stevig verankerd op haar hoge, veilige voetstuk, laat geen ruimte voor andere sentimenten; een heel klein beetje afgunst misschien, vanwege haar onuitstaanbare, onverwoestbare elegantie; een beetje wantrouwen wellicht, vanwege haar onkreukbaarheid. Maar bovenal respect.
Façade
Dat heeft ze verdiend. Om verschillende redenen. In de eerste plaats is ze een uitstekende actrice. Was dat in Les parapluies de Cherbourg (Demy, 1964), de succesfilm die haar doorbraak betekende, nog niet helemaal duidelijk - ze speelt hierin een jong, nogal schaapachtig meisje - al snel toonde ze in films als Repulsion (Polanski, 1965) en Belle de jour (Buñuel, 1967) dat ze het goed kon, acteren. Van het eendimensionale lieve meisje schakelde ze moeiteloos over naar het type vrouw-met-duistere-kanten, zonder daarbij de uitgelaten hysterie tentoon te spreiden die het handelsmerk is van vele Franse actrices. Altijd ingehouden, altijd ongenaakbaar, toch overtuigend in het laten doorschemeren van neurosen, trauma's en obsessies. Het bezorgde haar het imago van de 'vuur- en ijsvrouw': dat koele, rimpelloze uiterlijk was dan toch slechts schijn, een façade waarachter ongekend woeste emoties schuilgingen. Zo wilde men het graag, en zo liet Deneuve het zijn.
En dat is dan zo knap: een breed arsenaal aan acteertrucs heeft Deneuve niet. In al die films, in al die uiteenlopende rollen, lijkt ze weinig meer te doen dan duidelijk articulerend haar tekst te brengen. Zelden verheft ze haar stem, zelden verandert ze haar statige motoriek. Zelfs haar kapsel bleef door de jaren heen grotendeels hetzelfde. Twintig kilo aankomen voor een rol? Je hoofd kaalscheren? Op spraakles om een ander accent aan te leren? Een raar loopje instuderen? Ze heeft het niet nodig, nooit gehad. Als dat geen acteerkunst is.
Les parapluies de Cherbourg: Deneuve als schaapachtig meisje.
Spijkerdun
In de tweede plaats is er haar verschijning. Het is natuurlijk de vraag of we Deneuve lof moeten toezwaaien vanwege haar onwaarschijnlijk knappe uiterlijk. Het vereist zoals iedereen weet vooral veel geluk, goede genen en een gezond dieet om 'de mooiste vrouw van de wereld' te worden. Toch steekt weer die bewondering de kop op, omdat zij het klaarspeelt met het ouder worden alleen maar mooier te worden - hoeveel vrouwen doen haar dat na? En hoe doet ze dat toch? Daar kunnen die genen niet alleen de schuld van krijgen. Daar moet haast wel een krachtige, zelfverzekerde, ontspannen, fraaie persoonlijkheid aan te pas komen.
Het eerste bewijs voor deze stelling ligt in het feit dat Deneuve niet spijkerdun hoeft te zijn om aantrekkelijk gevonden te worden. Het is bijzonder innemend te weten dat deze vrouw nauwelijks sport, houdt van lekker eten en haar leven lang drie pakjes sigaretten per dag rookte. Het tweede bewijs is dat zij, bij nadere beschouwing, objectief gezien misschien niet eens zo mooi is. Het is haar blik, haar glimlach, haar houding - alles in haar uitstraling is doortrokken van het besef dat zij prachtig is, de prachtigste vrouw op aarde. Een koninklijk besef. Ga er maar aanstaan.
Oester
Ten derde: de magistrale wijze waarop Deneuve het mysterie rondom haar privé-leven in stand houdt. Het weinige dat er over bekend is doet de fans snakken naar meer. Haar leven kende één grote tragedie (het overlijden van haar zus Françoise Dorléac bij een auto-ongeluk in 1967), één huwelijk (met de Britse fotograaf David Bailey, 1965-1972), en diverse affaires, zoveel is duidelijk. Al was het maar omdat haar twee kinderen (Christian, zoon van Roger Vadim, en Chiara, dochter van Marcello Mastroianni) buiten dit ene huwelijk om werden geconcipieerd.
Maar wie er zich verder ook in Deneuves gunsten mochten wentelen, we horen het nooit van haar. Gesloten als een oester is ze over haar verhoudingen en andere private beslommeringen. Zo gesloten en consequent in dit opzicht, dat journalisten er nauwelijks meer naar durven informeren. De Fransman die het waagde te vragen of zij wel eens naar de psychiater ging, werd onmiddellijk afgestraft: "Mais cette question est d'une impudeur folle!" Een schitterend antwoord op een onzinnige vraag, al werd het Deneuve in haar thuisland niet in dank afgenomen. De Franse pers ging gezamenlijk een potje zitten mopperen omdat zij op deze manier haar werk niet meer kon doen, en wie dacht La Deneuve niet dat zij was? Het voorbeeld toont echter dat Deneuve heel goed weet wie zij is: een grote ster, een icoon. En een icoon is, zoals men weet, niet meer dan een beeltenis, een gestileerde en vastomlijnde voorstelling. Een icoon gaat niet in psychoanalyse.
The hunger: Deneuve als lesbische vampier.
Vampier
En zo is er voor de stelling 'Deneuve verdient respect' nog wel meer bewijslast op te werpen. Een aantal minder gewichtige zaken. Bijvoorbeeld het sympathieke feit dat zij niet alleen door mannen wordt begeerd, maar ook een fenomenale lesbische aanhang verwierf sinds haar optreden in Tony Scotts film The hunger (1983). Hierin speelt ze een uiteraard gesoigneerde, aristocratische vampier die, alvorens haar tanden in de nek van Susan Sarandon te zetten, eerst diens andere lichaamsdelen verkent en bijzonder lang bij haar tepels blijft dralen. Deneuve had er geen moeite mee; integendeel, het amuseerde haar de wereld in het ongewisse te laten omtrent haar eigen geaardheid en ze nam nog enkele lesbische rollen aan, onder andere in Les voleurs (Téchiné, 1996).
Het strookt met het beeld dat van Deneuve naar voren komt uit de weinige interviews die zij de pers toestaat. Ze lijkt een sterke vrouw, beslist niet koel, maar levendig en speels. Een vrouw die het opneemt voor andere vrouwen, niet vanuit een verkrampt feminisme, maar vanuit natuurlijk superioriteitsgevoel: "Ik heb medelijden met mannen. Als er iets misgaat in hun werk zijn ze verloren. Vrouwen zijn veel sterker, want zij hebben zoveel meer in hun leven." Laat dat gezegd zijn aan al die mannen die over Deneuve menen te mogen oordelen, zoals laatst weer in HP/De Tijd: "Dat steriele aan haar, dat zint mij niet." "Ik val er niet zo op." "Niet meer dan een Franse schoonheid." Ze mochten willen, deze mannen op leeftijd, dat Catherine hen een blik waardig gunt.
Pauline Kleijer
Indochine: Deneuve als verliefde moeder.
Het oeuvre van Deneuve
Het retrospectief met meer dan dertig films van Catherine Deneuve vindt plaats van 8 juli tot en met 1 september in het Filmmuseum in Amsterdam (020-5891400) en het Haags Filmhuis (070-3656030).
Les parapluies de Cherbourg (Jacques Demy, 1964) wordt opnieuw uitgebracht en is vanaf 1 juli dagelijks te zien in het Filmmuseum en het Haags Filmhuis.