De geruchtenmachine - juli/augustus 1999, nr 202
Het grote zwarte-pieten barstte in Amsterdam los na het besluit van staatssecretaris Rick van der Ploeg om het Filmmuseum naar Rotterdam te verhuizen. Filmmuseum-directeur Hoos Blotkamp zag de bui waarschijnlijk hangen en was op het moment suprême in het buitenland. Andere betrokkenen verkeerden niet in die luxe en begonnen in het wilde weg te schieten. De meeste kogels werden afgevuurd op de Amsterdamse ex-wethouder Jikkie van der Giessen, die de problemen van het Filmmuseum (huisvesting, geldtekort en nog wat zaken) niet serieus zou hebben genomen. Een hoofdredactioneel commentaar in Het Parool verweet haar dat "ze er met de pet" naar had gegooid. Van der Giessen vuurt in deze Filmkrant (zie Water en Vuur) terug naar Felix Rottenberg, die het overleg tussen Amsterdam en Rotterdam zou hebben gefrustreerd, en vooral naar het ministerie van OCW. Volgens Van der Giessen, die daarin wordt bijgevallen door Jan Blokker, stond het besluit om naar Rotterdam te gaan op het ministerie al in een vroeg stadium vast, zodat Amsterdam, wat het ook aan faciliteiten voor het museum tevoorschijn zou hebben getoverd, altijd achter het net zou hebben gevist. Als het waar is, wordt het misschien eens tijd voor een parlementaire enquête naar de invloed en macht van ambtenaren. Nu de huisvesting van het Filmmuseum in politiek vaarwater is terechtgekomen, gaat het niet meer om het belang van het museum, maar om het wegmasseren van de Amsterdamse woede. Na het zomerreces buigt de Tweede Kamer zich over Van der Ploegs beslissing, en afgaande op de eerste reacties van de drie paarse partijen is het grote schuiven al begonnen. Het woord duo-vestigingsplaats is al gevallen. Het Filmmuseum als speelbal in een stedenstrijd, die zal worden beslist in de Tweede Kamer. Hoos Blotkamp moet het zich allemaal anders hebben voorgesteld toen zij twee jaar geleden een visioen had over een prachtig Filmmuseum aan de oevers van de Maas. Zij liet een geest uit de fles die zich niet laat terugjagen.
Het publiek is kennelijk niet de eerste zorg van de Nederlandse filmdistributeurs. Steeds vaker worden films op het laatste nippertje uitgebracht zodat zij het vrijwel zonder publiciteit moeten stellen. Voor veel films is dat helemaal niet erg, omdat toch niemand ze wil zien, maar het wordt irritant als bijvoorbeeld een film als Place Vendôme onverwacht de bioscoop in wordt gesmeten. In Place Vendôme is onder meer Catherine Deneuve te zien, aan wie deze zomer het Filmmuseum een groot retrospectief (dertig films) wijdt. Je zou verwachten dat distributeur Paradiso Films gebruik maakt van de publiciteit rond dit filmretrospectief om Place Vendôme aan zoveel mogelijk publiek te helpen. Niet dus, de film wordt even snel uitgebracht. Kennelijk gaat het sommige distributeurs alleen nog om het opstrijken van Europese distributiesubsidie en interesseert het lot van hun films ze geen lor. Als het bij een enkel incidident bleef, zouden we er schouderophalend aan voorbijgaan, maar het liefdeloos uitbrengen van films lijkt een trend te worden. Naast Place Vendôme dumpt Paradiso Films in juli ook nog even snel potentieel interessante films als Xiu Xiu: The sent down girl, het regiedebuut van actrice Joan Chen (bekend geworden met haar optredens in Bertolucci's The last emperor en Lynch' 'Twin peaks'), en Nettoyage à sec met Miou Miou, die alleen al om nostalgische redenen nieuwsgierig maakt. Maar zelfs een regisseur als Neil Jordan kan in Nederland niet meer op een fatsoenlijke behandeling rekenen. De uitbreng van zijn In dreams kondigde distributeur UIP krap vier weken van tevoren aan, wat te laat is voor maandbladen als de Filmkrant. Over deze films zult u dus tevergeefs een recensie zoeken in de Filmkrant, dankzij de distributeurs moet u het doen met een last minute-aankondiging in de rubriek Verwacht. Het kwaad is begonnen bij distributeur RCV, die inmiddels een jarenlange traditie heeft in het op het laatste nippertje dumpen of juist niet uitbrengen van films. Wie in dit gehannes nog enig respect voor het werk van filmmakers kan zien, moet een manisch optimistische kijk op de filmwereld hebben. Van een interessante regisseur als de Schot Gillies MacKinnon hoorden we in Nederland na het in 1996 lovend ontvangen Small faces niets meer, maar nu brengt RCV plotseling vrijwel gelijktijdig zijn Regeneration uit 1997 en Hidious kinky uit 1998 uit. Nederlandse filmdistributeurs zijn het spoor volledig bijster: zij smijten met films in het rond, als ware het taarten in slapstickfilms, waarna men vervolgens afwacht of er enig doel wordt geraakt. En maar klagen over gebrek aan publieke belangstelling.
Joan Chens regiedebuut plots in de bioscoop.
Jacques van Heijningen viert alvast feest.
Eyes wide shut.