Juli/augustus 1999, nr 202

The mummy

Rammelend skelet wordt nog eens afgestoft

De Egyptische cultuurschatten zijn meer dan eens onbeschaamd geroofd, niet in de laatste plaats door de bazen van de filmmaatschappijen. The mummy is daarop geen uitzondering, de scarabeeën en de gereïncarneerde mummies vliegen je om de oren. Het resultaat is een B-film met een A-budget, met een lumineuze plot, zoals de film zelf al aangeeft: "Dame in nood verlossen, boef doden, wereld redden".

Een nog intacte Imhotep voordat hij uit zijn graf herrijst.

Nadat het graf van Toetanchamon in 1922 werd geopend, stierf een van de betrokkenen op raadselachtige wijze en vielen anderen aan mysterieuze ongelukken ten prooi. De fantasie van menigeen sloeg op hol. De vloek van de mummie bestaat! Gelukkig weten regisseurs van enge films altijd handig in te spelen op dit soort collectieve griezelverhalen, en in 1932 was The mummy een feit.
Boris Karloff was al onvergetelijk als monster van Frankenstein en ook in deze film is hij imposant als de mummie Imhotep, die weliswaar uit de dood herrijst, maar daarna weinig levenslust aan de dag legt. Hij beweegt zich amper in beeld: een zwachtel die om de deur heen zwiept, een gekwelde blik, daarmee moeten we het doen, en daarom is de film zo mooi. En natuurlijk door de gedragen volzinnen waarmee Karloff de liefde verklaart aan zijn hervonden geliefde.
Menig B-filmer heeft hierna een graantje meegepikt van de scarabeeën, de hiërogliefen, de goudschatten en de vloeken die de Egyptische woestijn herbergt. The mummy's curse, The mummy's tomb, The curse of the mummy's tomb, elke mogelijke combinatie werd bedacht om het publiek naar de zaal te lokken. Ook in de nieuwste The mummy worden de Egyptische cultuurschatten nog eens onbeschaamd geroofd ten bate van de bazen van de filmmaatschappij. Erg is dat niet, als er maar open kaart gespeeld wordt. En The mummy is net zo'n open boek als het Boek der Doden dat de avonturiers in de film per ongeluk openslaan.

Bloedhond
The mummy is een gedrocht in de traditie van Congo,
Anaconda, The relic en Deep rising (net als The mummy geregisseerd door Stephen Sommers), een rijtje recente mislukte films waarbij je je toch opperbest vermaakt. Het zijn eigenlijk kinderlijke avonturenfilms waar een morbide draai aan is gegeven: 'Kuifje goes wild'.
The mummy wordt aangeprezen als een remake van Karloffs film, maar heeft daar net zoveel mee te maken als Deep rising met The abyss. Wel wordt alles waar Egypte groot mee werd weer uit de kast gehaald. Brendan Fraser (Gods and monsters, Blast from the past) speelt de legionair O'Connell die de mythische Stad der Doden, rustplaats voor de farao's, heeft gevonden ("Niemand is hier ooit uit teruggekeerd", weet een sonore stem ons te vertellen). Aangezien hij de enige is die weet waar de legendarische ruïnes van de stad liggen, wordt hij door een avonturier op zoek naar fortuin en zijn zuster ingeschakeld als gids.
Door de proloog - waar overigens een prachtige, met spinrag beschilderde vrouw door het beeld loopt, misschien wel het enige hoogtepunt uit de film - weten we dat in De Stad der Doden een gemene mummie ligt te wachten om bevrijd te worden. Anders dan Karloff is zijn reïncarnatie geen meelijwekkend, liefdevol wezen, maar een "walking disease" die tien plagen over Egypte uitvaardigt en wiens liefdesleven veel weg heeft van dat van een bloedhond en zijn prooi.

Schizofreen
Het had mooie plaatjes moeten opleveren, maar het heeft niet mogen zijn. De mummie komt voor een groot deel uit computer - die vast flinke overuren heeft gedraaid - maar dit rammelende skelet doet eerder denken aan The cryptkeeper uit 'Tales from the Crypt' dan aan een angstaanjagend zombie. Kinderen krijg je er wel mee op de kast, zoals ook de infantiele humor over stinkende Arabieren erop duidt dat dit de doelgroep van de film moet zijn. De distributeur is daar nog niet zo lang van overtuigd, gezien de gewijzigde publiciteitscampagne waarbij de film eerst als horrorfilm werd aangeprezen, maar nu wordt vergeleken met Indiana Jones. Het legde ze geen windeieren: in Amerika is de film een enorm succes.
"Dame in nood verlossen, boef doden, wereld redden", zo vat de avonturier O'Connell de film zelf al samen. Deze zelfrelativering is wel het grootste mankement van de film, want de grens tussen parodie en onverschilligheid is dun. Ook een B-film met een A-budget moet zijn onderwerp serieus nemen. Het resultaat is een schizofrene mislukking, waarbij je zelfs hoopt dat de akelige mummie zijn geliefde terugkrijgt, alhoewel dat geheel indruist tegen de wens van de personages waarmee je je zou moeten identificeren.
Er zullen vast onbedoelde lachsalvo's opklinken uit de zalen bij het zien van de uit de B-film overgeleverde 'dame op het altaar', O'Connell die te pas en te onpas zijn pistool leegschiet, en de foeilelijke eindcredits in nephiërogliefen waarop Einstürzende Neubauten-voorman Blixa Bargeld staat betiteld als 'spirit voice'. Maar waar is de zwachtel die om de deur heen zwiept?

Mariska Graveland

The mummy
Verenigde Staten, 1999
Productie: James Jacks en Sean Daniel
Scenario en regie: Stephen Sommers
Camera: Adrian Biddle
Montage: Bob Ducsay
Special effects: ILM, Chris Corbould
Art direction: Allan Cameron
Muziek: Jerry Goldsmith
Met: Brandan Fraser, Rachel Weisz, John Hannah, Kevin J. O'Connor, Arnold Vosloo
Kleur, 124 minuten
Distributie: UIP
Te zien: vanaf 15 juli

Naar boven