Boeken - september 1999, nr 203

Filmliga

Niks Nederlands was de Liga vreemd

De Nederlandsche Filmliga (1927-1933) was het collectief van filmenthousiastelingen dat een zuivere en vernieuwende cinema propageerde, Nederland rijp maakte voor zowel de Sovjet-cinema als de Europese avant-garde film en een documentairetraditie achterliet. Zo luidt althans de populaire visie op het gezelschap rond onder meer theoreticus Menno ter Braak, criticus L.J. Jordaan en cineast Joris Ivens. Een visie die vooral gebaseerd is op de publicaties van de Liga-voormannen en hun volgelingen zelf. 'Het gaat om de film!: een nieuwe geschiedenis van de Filmliga' bevat drie essays waarin de positie van de Nederlandsche Filmliga grondig wordt doorgelicht. Daarbij sneuvelt veel legendevorming, zo leert gelijk hoofdstuk 1. Hierin streept Céline Linssen nuchter menig mythe over de Liga weg tegen de werkelijkheid.
De Liga als drijvende kracht achter het succes van het Sovjet-realisme? Niet echt. Eisensteins Potemkin en Oktober waren reeds een groot succes in de reguliere Nederlandse bioscopen. Poedovkins Moeder als het boegbeeld van de Liga's eigen filmverhuur? De film werd door Liga-distributeur Ed Pelster zo lucratief geacht dat hij hem liever in de gevestigde bioscopen vertoonde dan in de eigen Liga-zalen. Een programmering waarin de Europese avant-garde cinema een prominente plaats had? Klopt, maar daarbij moet wel aangetekend worden dat bij de doorsnee Filmliga-bezoeker Chaplin er beter in ging, tot groot misprijzen van het kader. Niks Nederlands was de Liga vreemd, zo leert Linssens bijdrage. Ruzies en jaloezie, kinnesinne tussen Amsterdam en Rotterdam (hoe actueel!), commerciële belangen die zwaarder wogen dan de artistieke pretenties, en een beetje geschiedvervalsing. Bij bezoeken van Poedovkin en Eisenstein aan Nederland werden niet-Liga-leden van de publiciteitsfoto's afgeknipt.
Waar Linssen vooral nuanceert, daar attaqueert Hans Schoots. Zijn bijdrage aan 'Het gaat om de film!' is een frontale aanval op de arrogantie en de kortzichtigheid waarmee de Filmliga met name de publieksfilm en het bioscoopbedrijf benaderde. Een autoritaire houding waaraan ze zelf ten onder zou gaan, zo weet Schoots hard te maken. "Uiteindelijk leidde dit proces ertoe dat de Filmliga verdween in de zelfgeschapen kloof tussen filmkunst en publieksbioscoop." Vooral Menno ter Braak moet het bij Schoots ontgelden. De filosoof van de beweging hield eigenlijk helemaal niet van film en keerde zich na 1933 volledig van het medium af. Des te spijtiger dat zijn navolgers onder aanvoering van criticus Van Domburg zijn gedachtegoed tot in de jaren zestig bleven uitdragen.
In Tom Gunnings essay over de filmprogrammering vinden we ook waarderende woorden. "De Filmliga speelde een dynamische rol in het denken over filmkunst". Maar ook hij concludeert dat de Liga ernaast zat toen zij het populaire strijdig verklaarde met het wezen van de film. "Ze had het mis, met haar elitaire geloof in een kunst die niet door de commercie bedorven was". Het is maar de vraag of het Filmmuseum dit resultaat verwachtte toen men de auteurs van 'Het gaat om de film!' de opdracht gaf de geschiedschrijving rond de Filmliga te ontdoen van alle ruis. Het resultaat, hoe ontnuchterend soms ook, mag er wezen: eersteklas filmhistorisch onderzoek, en nog leesbaar ook.

Mark van den Tempel

Het gaat om de film!: een nieuwe geschiedenis van de Filmliga.
Nico de Klerk, Ruud Visschedijk red.
1999, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 320 pag, f 54,50 (september en oktober f 49,50)

De aankomst van Poedovkin in Amsterdam, met Liga-kopstukken Ivens en Ter Braak.


Celluloid Soldiers. Warner Bros.'s Campaign against Nazism.
Michael E. Birdwell
1999, New York University Press, 265 pag, f 96,60
De oorlogsdreiging in Europa en de opkomst van het fascisme in de jaren dertig liet de gemiddelde Amerikaan onberoerd, maar de Pools-joodse immigranten Harry en Jack Warner produceerden in die tijd veel anti-nazi films om de Amerikaanse publieke opinie te beïnvloeden. Een andere blik op de geschiedenis van Warner Bros.

Rogue Reels. Oppositional Film in Britain, 1945-90.
Margareth Dickinson (ed.)
1999, BFI Publishing, 330 pag, f 60,85
De geschiedenis van de naoorlogse Britse 'politieke' film in drie secties: een korte geschiedenis van deze beweging, teksten en documenten uit de periode 1971-1992 en een deel 'oral history' op basis van interviews met zeven vooraanstaande producenten.

Film and the anarchist imagination.
Richard Porton
1999, Verso Publishers, 314 pag, f 56,85
In hoeverre wordt het clichébeeld van de anarchist als bebaarde bommengooier, nihilist en gevaarlijke subversieveling in films bevestigd?

Children's Television in Britain.
David Buckingham
1999, BFI Publishing, 200 pag, f 56,80
Kritisch overzicht van de geschiedenis van de Britse kindertelevisie en een blik naar de toekomst van het genre in het licht van toenemende commercialisering en de bedreigde positie van de publieke televisie.

Disaster and Memory. Celebrity culture and the crisis of Hollywood Cinema.
Wheeler Winston Dixon
1999, Columbia University Press, 182 pag, f 55,10
Hollywood als slachtoffer van technologie, mediaconglomeraten en de sterrencultus.

Experimental Ethnography. The work of film in the age of video.
Catherine Russell
1999, Duke University Press, 391 pag, f 64,65
Experimentele en etnografische film zijn altijd beschouwd als autonome genres. In dit boek staat echter de wisselwerking tussen de twee centraal.

Endless Night. Cinema and Psychoanalysis, Parallel Histories.
Janet Bergstrom (ed.)
1999, University of California Press, 305 pag, f 47,95
Filmtheoretici en psychoanalytici ontmoeten elkaar in deze bundel essays over de vele raakvlakken tussen beide disciplines.

John Sayles. Interviews.
Diane Carson (ed.)
1999, University Press of Mississippi, 256 pag, f 47,50
Scenarioschrijver, acteur en regisseur (o.m. Men with guns) Sayles over ruim twintig jaar meedraaien in Hollywood.

Kazan. The Master Director Discusses His Films. Interviews with Elia Kazan.
Jeff Young
1999, Newmarket Press, 368 pag, f 80,-

Hitchcock Poster Art. From the Mark H. Wolff Collection.
Tony Nourmand (ed.)
1999, Aurum Press, 127 pag, f 57,95
Fullcolour-afbeeldingen van de posters van alle 39 Hitchcock-films.

Samenstelling: Steven van Galen (International Theatre & Film Books, 020-6226489, email itfbooks@euronet.nl).

Naar boven