The Big Sleep - september 1999, nr 203

Voor aanvullingen, kritiek en suggesties: stuur uw email naar Hans Beerekamp.


Aalten, Truus van (88), Warmond, 27 juni. Nederlands actrice, voluit Geertruida Everdina Wilhelmina van Aalten. Een van de eerste Nederlandse sterren in het buitenland speelde in eigen land slechts in een enkele film, de hoofdrol in Het meisje met den blauwen hoed (Rudolph Meinert, 1935). Daarvoor was ze in 27 Duitse films te zien, nadat ze als leerling-modiste in Arnhem een verkiezing had gewonnen voor een rolletje in de stille film Die sieben Töchter der Frau Gyurkowics (Ragnar Hyltén Cavalius, 1927) en vervolgens een contract voor drie jaar kreeg bij de toonaangevende UFA-studio. Genoot in de populaire Nederlandse pers van destijds veel bekendheid en "onze Truusje" was met een kittig Louise Brooks-kapsel een opvallende verschijning op de fotopagina's. Tot haar hoofd- en bijrollen in de Berlijnse en Weense filmproductie, veelal als bakvis, behoren die in Die selige Excellenz (Wilhelm Thiele en Adolf Edgar Licho, 1927), Leontine's Ehemänner (Robert Wiene, 1928), Das Spreewaldmädel/Wenn die Garde marschiert (Hans Steinhoff, 1928), Die lustigen Vagabunden (Jacob en Luise Fleck, 1929), Jennys Bummel durch die Männer (Jaap Speyer, 1929), Karl Valentin, der Sonderling (Walter Jerven, 1929), O Mädchen, mein Mädchen, wie lieb' ich dich (Carl Boese, 1930), Kasernenzauber (Boese, 1930), Liebling der Götter (Hanns Schwarz, 1930), Nur am Rhein (Max Mack, 1930), Pension Schöller (Georg Jacoby, 1930), Susanne macht Ordnung (Eugen Thiele, 1930), Madame und ihr Chauffeur (Rudolf Bernauer, 1931), Der Bettelstudent (Viktor Janson, 1931), Hirsekorn greift ein (Bernauer, 1931), Kopfüber ins Glück (Steinhoff, 1931), Nur ein Viertelstündchen (Theo Lingen, 1932), Kameradschaftsehe (Stephan Székely, 1932), Eine ideale Wohnung (Peter P. Brauer, 1933) en G'schichten aus dem Wienerwald (Jacoby, 1934). Ook stond Van Aalten regelmatig op de Berlijnse planken, onder meer onder regie van Max Reinhardt. Na haar terugkeer naar Nederland speelde ze nog in één Duitse film, Ein ganzer Kerl (Fritz Peter Buch, 1940). Pogingen van de bezetter om haar tijdens de oorlog voor het propagandakarretje te spannen werden resoluut afgeslagen. Na 1945 werd Van Aalten directeur van een handelsonderneming in souvenirs en relatiegeschenken en kwam pas in de jaren tachtig, bij een opleving van de aandacht voor de vooroorlogse Nederlandse filmgeschiedenis, eventjes voorzichtig terug in de publiciteit, vooral door toedoen van Kathinka Dittrich, auteur van het standaardwerkje 'Achter het doek'. Doodsoorzaak onbekend.


Allen, Jim (74), Manchester, 24 juni. Engels toneelschrijver en scenarist. Schreef voor regisseur Ken Loach de films Hidden agenda (1990), Raining stones (1993) en Land and freedom (1996). Doodsoorzaak onbekend.


Calindri, Ernesto (90), Milaan, 9 juni. Italiaans acteur, vooral in het theater, onder meer onder regie van Giorgio Strehler en Luchino Visconti. Speelde in films als Ho sognato il paradiso (Giorgio Pastina, 1949), L'ultimo amante (Mario Mattoli, 1955), Mademoiselle Gobette (Pietro Germi, 1955), Il momento piu' bello (Luciano Emmer, 1957), Policarpo, ufficiale di scrittura (Mario Soldati, 1958), Tototruffa '62 (Camillo Mastrocinque, 1961), La ragazza di millemesi (Steno, 1961), Vénus Impériale (Jean Delannoy, 1962), Le massagiatrici (Lucio Fulci, 1963) en Ladri di saponette (Maurizio Nichetti, 1989). Veel televisiewerk, onder meer in commercials. Vader van theaterregisseur Gabriele Calindri. Overleden aan een hersenbloeding.


Carr, Allan (62), Beverly Hills, 29 juni. Amerikaans producent, impresario en scenarist. Manager van onder meer Ann-Margret, Peter Sellers en Peggy Lee, die claimde Mark Hamill, Michelle Pfeiffer en Steve Guttenberg te hebben ontdekt. Produceerde in 1970 zijn eerste film, C.C. and Company (Seymour Robbie) en werd weinig later 'creatief adviseur' van The Robert Stigwood Organization (RSO), een productiemaatschappij die groot succes had met de Mexicaanse low-budgetfilm Survive! (René Cardona sr., 1976) en kort daarna nog meer met de filmversie van de hitmusical Grease (Randal Kleiser, 1978), mede geproduceerd en geschreven door Carr. Veel minder succesvol was Carr in dezelfde functies bij de musical met The Village People Can't Stop the Music (Nancy Walker, 1980) en Grease 2 (Patricia Birch, 1982). Ook produceerde Carr Cloak & Dagger (Richard Franklin, 1984) en Where the boys are '84 (tevens co-scenarist; Hy Averback, 1984). Veel kritiek kreeg de door Carr geproduceerde 61ste uitreiking van de Academy Awards in 1989. Flamboyante showbizpersoonlijkheid kreeg ook bekendheid door zijn publiekelijke en vergeefse pogingen af te vallen. Overleden aan kanker.


Cheval, Claudie (48), Parijs, 30 juli. Franse sales agent. Begon haar loopbaan in München als verkoper van voornamelijk Duitse films voor het Filmverlag der Autoren. Daarna naar Parijs, als directeur van de sales agency Pyramide International, die onder meer succes had met de films van Nikita Michalkov Urga (1992) en Oetlionnije solntsem/Burnt by the sun (1994). Moest wegens ziekte kalmer aan gaan doen en werd daarom enkele jaren geleden directeur van Ateliers du Cinéma Européen, een opleidingsinstituut voor regisseurs, producenten en scenarioschrijvers. Overleden aan kanker.


Darras, Jean-Pierre (71), Parijs, 5 juli. Frans acteur, vooral in het theater. Pseudoniem van Jean-Pierre Dumontet. Tot zijn films behoren Un mondo nuovo (Vittorio De Sica, 1966), Caroline chérie (Denys de la Patellière, 1967), Une veuve en or (Michel Audiard, 1969), Elle boit pas, elle fume pas...mais elle cause (Audiard, 1970), Le viager (Pierre Tchernia, 1971), Elle court, elle court la banlieue (Gérard Pirès, 1972), Au rendez-vous de la mort joyeuse (Juan Luis Buñuel, 1972), L'emmerdeur (Edouard Molinaro, 1974), Dis-moi que tu m'aimes (Michel Boisrond, 1974), La vie parisienne (Christian-Jaque, 1977), La carapate (Gérard Oury, 1978), Trois hommes à abattre (Jacques Deray, 1980), Signé Furax (Marc Simenon, 1980), Pour la peau d'un flic (Alain Delon, 1981) en Le bourgeois gentilhomme (Roger Coggio, 1982). Darras' stem was te horen als verteller van Yves Roberts tweeluik La gloire de mon père en Le château de ma mère (1990). Overleden aan kanker.


Dmytryk, Edward (90), Encino, Ca., 1 juli. Oorspronkelijk Canadees filmregisseur, editor en producent. Met Ring Lardner jr. de laatste overlevende van de zogeheten Hollywood Ten die in 1947 weigerden te getuigen voor the House Committee on Un-American Activitities (HUAC). Na een jaar in de gevangenis bekende Dmytryk in 1945 enkele maanden lid te zijn geweest van de Amerikaanse communistische partij en noemde 26 namen van andere personen in de filmindustrie die hetzelfde hadden gedaan. Daarna groeide Dmytryk uit tot een vooraanstaand Hollywoodregisseur, vooral goed in oorlogs- en andere genrefilms met grote sterren. Maar toen in 1988 in Barcelona een symposium werd georganiseerd over de 'blacklisting'-periode, weigerden andere voormalige personages op de zwarte lijst met Dmytryk op hetzelfde podium plaats te nemen en scholden hem uit voor "judas". Dmytryk werd als zoon van Oekraïense immigranten geboren in Grand Forks, British Columbia, maar emigreerde na de dood van zijn moeder met zijn vader naar San Francisco. Op zijn 15de werd hij loopjongen, later operateur bij de Paramount-studio. Vanaf 1930 editor, van films als The royal family of Broadway (George Cukor en Cyril Gardner, 1930), College rhythm (Norman Taurog, 1934), Ruggles of Red Gap (Leo McCarey, 1935), Double or nothing (Theodore Reed, 1937), Love affair (McCarey, 1939), Some like it hot (George Archainbaud, 1939) en Zaza (Cukor, 1939). Debuteerde onopvallend als regisseur in 1935 met de western Trail of the hawk, ook bekend als The hawk. Na de komedie Million dollar legs met Betty Grable (co-regisseur Nick Grinde, 1939), volgden zestien B-films, waaronder Confessions of Boston Blackie (1941), The devil commands (horror met Boris Karloff, 1941), de musical Sweetheart of the campus (1941), twee films uit de Lone Wolf-serie (1941-42), de oorlogsfilm Behind the rising sun (1943), Captive wild woman (1943) en The Falcon strikes back (1943). Waardering kreeg Dmytryk voor het eerst voor de opvallende propagandafilms Hitler's children (1943) en Tender comrade (1944), maar vooral voor zijn Raymond Chandler-verfilming Murder my sweet/Farewell my lovely (1944, met Dick Powell als Philip Marlowe), die de trend zou setten voor andere 'films noir'. De oorlogsfilm met John Wayne Back to Bataan (1945), de thriller Cornered (1945) en de oorlogsveteranenfilm Till the end of time (1946) werden goed ontvangen, maar de grootste aandacht kreeg in 1947 Crossfire, een probleemfilm over antisemitisme, die voor vijf Oscars werd genomineerd, waaronder die voor beste regie. Dmytryk week daarna naar Engeland uit, waar hij So well remembered (1947), Give us this day (1949) en The hidden room (1949) regisseerde. Na zijn knieval voor de heksenjagers maakte Dmytryk eerst onopvallende genrefillms als Eight iron men (1952) en Mutiny (1952), maar ook het voortreffelijke The sniper (1952), de in Israel met Kirk Douglas opgenomen propagandafilm The juggler (1953) en de goede, op 'King Lear' geïnspireerde western Broken lance (met Spencer Tracy, 1954). Het succes van The Caine mutiny (zeven Oscarnominaties, onder meer voor Humphrey Bogart, 1954) leidde tot een reeks van grootscheepse films van prestige. Dmytryk regisseerde onder meer Deborah Kerr in de mystieke Graham Greene-verfilming The end of the affair (1955), opnieuw Bogey in The left hand of God (1955), Clark Gable in Soldier of fortune (1955), Tracy in het ook door Dmytryk geproduceerde The mountain (1956), Elizabeth Taylor naar een Oscarnominatie in Raintree county (1957), Marlon Brando als nazi in The young lions (1958), May Britt als Marlene Dietrich in de desastreuze remake The blue angel (1959), Henry Fonda in Warlock (ook productie, 1959), Maximilian Schell in de curieuze, door John Fante geschreven religieuze Italiaanse coproductie The reluctant saint (ook productie, 1962), Jane Fonda in Walk on the wild side (1962), Alan Ladd in de verfilming van Harold Robbins' bestseller The carpetbaggers (1964), Bette Davis in Where love has gone (1964), Gregory Peck in Mirage (1965), William Holden in Alvarez Kelly (1966), Robert Mitchum in de Europese coproductie Lo sbarco di Anzio/Anzio (1968), Sean Connery en Brigitte Bardot in Shalako (1968) en Richard Burton in Bluebeard (tevens scenario, 1972). Dmytryks laatste twee films waren nauwelijks vertoonde, totale flops, The human factor (1975) en He is my brother (1976). De regisseur werd docent aan de universiteiten van Austin en Southern California, schreef handboeken over montage en regie en twee autobiografieën: 'It's a hell of a life, but not a bad living' (1979) en 'Odd man out, a memoir of the Hollywood ten' (1995). Overleden aan hart- en nierproblemen.


Dumitrescu-Timica, Silvia (96), Boekarest, 1 augustus. Roemeens actrice. Grande dame van het theater in eigen land, maar ook in Parijs, Moskou en Venetië. Speelde onder meer in de Italiaanse film Odessa in fiamme (Carmine Gallone, 1942). Overleden aan een hersenbloeding.


Dusee, Louis (69), Amsterdam, 6 augustus. Nederlands tekstschrijver en revueartiest, voluit Ludovicus Wilhelmus Hubertus Dusee. Schreef vele teksten voor onder meer Anneke Grönloh, de Mounties en de Sleeswijk Revue, waar hij ook in optrad als zanger (1962-77). Speelde een filmrol, in Fietsen naar de maan (Jef van der Heyden, 1963). Doodsoorzaak onbekend.


Everett, Francine (78?), New York, 27 mei. Afrikaans-Amerikaans actrice en receptioniste. Ster van verschillende low-budget-films met een geheel zwarte cast, zoals Paradise in Harlem (Joseph Seiden, 1939), Keep punching (John Clein, 1939), de korte film Big timers (Bud Pollard, 1945) en Dirty Gertie from Harlem USA (Spencer Williams, 1946). Was ook te zien in Tall, tan and terrific (Pollard, 1946), Ebony parade (1947) en in een niet-vermelde bijrol in No way out (Joseph L. Mankiewicz, 1950). Leende haar stem aan meer dan vijftig korte muzikale tekenfilms uit de jaren veertig. Trok zich in de jaren vijftig terug uit de show business en werkte tot 1985 als receptioniste in een ziekenhuis in Harlem. Doodsoorzaak onbekend.


Feast, Fred (69), Bridlington, Yorkshire, 25 juni. Engels acteur, bekend geworden als barkeeper Fred Gee van The Rover's Return in de tv-serie 'Coronation Street'. Was te zien als de duivenmelker naast Ewan MacGregor in de filmversie van Little voice (Mark Herman, 1998) en veel eerder al in All creatures great and small (Claude Whatham, 1974). Overleden aan kanker.


Forrest, Helen (82), Woodland Hills, Ca., 11 juli. Amerikaans zangeres, pseudoniem van Helen Fogel. Zong bij de big bands van Harry James en Artie Shaw, ook bij Benny Goodman. 'Top female vocalist' van 1942. Trad op in films als Private Buckaroo (Edward Cline, 1942), Springtime in the Rockies (Irvin Cummings, 1942), Best foot forward (Edward Buzzell, 1943), Two girls and a sailor (Richard Thorpe, 1944), Bathing beauty (George Sidney, 1944) en You came along (John Farrow, 1945). Te horen in Shine on harvest moon (David Butler, 1944). Overleden aan hartproblemen.


Gélin, Xavier (53), Parijs, ong. 5 juli. Frans bijrolacteur en producent, incidenteel scenarist en regisseur, zoon van acteur Daniel Gélin en actrice en producente Danièle Delorme, halfbroer van actrice Maria Schneider. Was te zien in tal van populaire films, zoals L'ours et la poupée (Michel Deville, 1969), Le diable par la queue (Philippe de Broca, 1969), L'aventure c'est l'aventure (Claude Lelouch, 1972), Les aventures de rabbi Jacob (Gérard Oury, 1973), La gifle (Claude Pinoteau, 1974), S*P*Y*S (Irvin Kershner, 1974), La belle emmerdeuse (Roger Coggio, 1977), Une histoire simple (Claude Sautet, 1978), La boum 2 (Pinoteau, 1982) en Roulez jeunesse (Jacques Fansten, 1993). Produceerde onder meer Lune de miel (Patrick Jamain, 1985), Tant qu'il y aura des femmes (Didier Kaminka, 1987), Promotion canapé (Kaminka, 1990), Mister Frost (Philippe Setbon, 1990) en Ça reste entre nous (Martin Lamotte, 1998). Executive producer van Qu'est-ce qui fait courir David? (Elie Chouraqui, 1981), Le jumeau (Yves Robert, 1984), War of the buttons (John Roberts, 1994; de remake van Yves Roberts La guerre des boutons) en coproducent van Huevos de oro (Bigas Luna, 1993). Associate producer van Amerikaanse remakes van twee andere films van zijn stiefvader Yves Robert: The woman in red (Gene Wilder, 1984) en The man with one red shoe (Stan Dragoti, 1985), en van de Marquez-verfilming Cronaca di una morte annunciata (Francesco Rosi, 1987). Schreef mede het scenario van Signé Furax (Marc Simenon, 1980) en van de twee films die Gélin zelf regisseerde: Coup de jeune (1992) en L'homme idéal (1997). Overleden aan kanker.


Graham, Ronny (80), Century City, Ca., 4 juli. Amerikaans tekstschrijver, komiek en acteur, vooral voor televisie. Pseudoniem van Ronald Montcrief Stringer, ook wel vermeld als Ronnie Graham. Afkomstig uit de vaudeville-traditie. Werkte regelmatig met regisseur Mel Brooks, als scenarioschrijver en acteur bij de musical New faces (Harry Horner, 1954), mede-auteur van het liedje over de inquisitie in History of the world part I (Brooks, 1981), medebewerker van het originele scenario voor de door Brooks geproduceerde remake van Ernst Lubitsch' To be or not to be (Alan Johnson, 1983) en coscenarist van Spaceballs (Brooks, 1987). Speelde gastrolletjes in Dirty little Billy (Stan Dragoti, 1972), Won Ton Ton, the dog who saved Hollywood (Michael Winner, 1976), The world's greatest lover (als een regisseur; Gene Wilder, 1977), Gallipoli (Peter Weir, 1981), History of the world part I (als een jood), To be or not to be (als Sondheim), Silver City (Sophia Turkiewicz, 1984), Spaceballs (als een geestelijke) en Robin Hood: Men in tights (Brooks, 1993). Overleden aan leveraandoening.


Kowalski, Frank (73), Panorama City, Ca., 3 juni. Amerikaans kinderacteur en scenarioschrijver. Speelde als kind rolletjes in verschillende films van Warner Bros., zoals Angels with dirty faces (Michael Curtiz, 1938). Als volwassene script supervisor (Tom Gries' Breakout, 1975) en auteur van enkele scenario's (A man called Sledge, Vic Morrow, 1970; verhaal van Bring me the head of Alfredo Garcia, Sam Peckinpah, 1974). Gastacteur in Ssssss (Bernard L. Kowalski, 1972). Overleden aan de ziekte van Parkinson.


Kumar, Rajendra (73), Bombay, 12 juli. Indiaas acteur. Stond in de jaren '60 bekend als de 'king of romance' in de Hindi-filmindustrie en had tussen 1957 en 1980 minstens veertien grote hits, zoals Bharat mata/Mother India (Mehboob Khan, 1957), Kanoon (B.R. Chopra, 1960), Sangam (Raj Kapoor, 1964), Arzoo (Ramanand Sagar, 1965), Suraj (T. Prakash Rao, 1966), Mera naam joker (Kapoor, 1970) en Aan baan (1972). Co-executive producer van de live-actionversie van The jungle book (Stephen Sommers, 1994). Overleden aan een hartaanval.


Lowitz, Siegfried (84), München, 27 juni. Duits theater- en televisieacteur, eigenlijk Siegfried Wodo-Lowitz. Werd vooral bekend door het vertolken van de titelrol, van commissaris Köster, in 101 afleveringen van de tv-serie 'Der Alte' (1977-85). Daarna volgde Rolf Schimpf Lowitz op, maar in talloze herhalingen bleef Lowitz het gezicht van de Krimi-serie bepalen. Eerder was Lowitz te zien in een lange reeks speelfilms, onder veel meer Regine (Harald Braun, 1955), Himmel ohne Sterne (Helmut Käutner, 1955), Der Fischer vom Heiligensee (Hans H. König, 1955), Hanussen (O.W. Fischer, 1955), Mein Vater der Schauspieler (Robert Siodmak, 1956), Haie und kleine Fische (Frank Wisbar, 1957), Robinson soll nicht sterben (Josef von Baky, 1957), Der Schinderhannes (Käutner, 1958), Madeleine und der Legionär (Wolfgang Staudte, 1958), Der Greifer (Eugen York, 1958), Gestehen Sie, Dr. Corda! (Von Baky, 1958), Es geschah am hellichten Tag (Ladislao Vajda, 1958), Der Arzt von Stalingrad (Géza von Radvanyi, 1958), Soldatensender Calais (Paul May, 1960), Das schwarze Schaf (Helmuth Ashley, 1960), Die unsichtbaren Krallen des Dr. Mabuse (Harald Reinl, 1962), Over my dead body/Ein Toter sucht seinen Mörder (Freddie Francis, 1962) en de Edgar Wallace-films Der Frosch mit der Maske (Reinl, 1959), Der Fälscher von London (Reinl, 1961), Der Hexer (Alfred Vohrer, 1964) en Der unheimliche Mönch (Reinl, 1965). Overleden aan bloedarmoede en de gevolgen van een heupbreuk.


Lustig, Jo (74), Cambridge, 29 mei. Oorspronkelijk Amerikaans impresario, persagent en producent. Vanaf 1960 in Engeland. Representeerde onder meer zangeres Nico en als persagent Nat King Cole en John Cassavetes. Coproducent van de verfilming van 84 Charing Cross Road (David Jones, 1987). Produceerde vele televisiedocumentaires over personages uit de showwereld, onder meer voor het BBC-programma 'Arena'. Overleden aan alvleesklierkanker.


McCann, Donal (56), Harold's Cross bij Dublin, 18 juli. Iers acteur. Vooraanstaand theateracteur werd door Newsweek eens betiteld als "de beste toneelspeler in de Engelse taal". Internationaal werd McCann vooral bekend door zijn hoofdrol tegenover Anjelica Huston in de laatste film van haar vader John Huston, The dead (1987). Ook speelde McCann in films als The fighting prince of Donegal (Michael O'Herlihy, 1966), Sinful Davey (Huston, 1969), The Mackintosh man (Huston, 1973), Angel (Neil Jordan, 1982), Cal (Pat O'Connor, 1984), Out of Africa (Sydney Pollack, 1985), High spirits (Jordan, 1988), December bride (Thaddeus O'Sullivan, 1991), The miracle (Jordan, 1991), Stealing beauty/Io ballo da sola (Bernardo Bertolucci, 1996), The serpent's kiss (Philippe Rousselot, 1997), Illuminata (John Turturro, 1998) en The nephew (Eugene Brady, 1998). Hoofdrol in de Britse televisieserie 'The Pallisers' (1974). Overleden aan alvleesklierkanker.


Owen, Bill (85), Londen, 12 juli. Engels acteur en songwriter, pseudoniem van William Rowbotham. Meer dan veertig films, waaronder Perfect strangers/Vacation from marriage (Alexander Korda, 1945), The way to the stars (Anthony Asquith, 1945), Daybreak (Compton Bennett, 1946), Trottie True (Brian Desmond Hurst, 1949), Hotel Sahara (Ken Annakin, 1951), The story of Robin Hood and his merrie men (Annakin, 1952), The rainbow jacket (Basil Dearden, 1954), The ship that died of shame (Michael Relph en Basil Dearden, 1954), Carve her name with pride (Lewis Gilbert, 1958), Carry on nurse (Gerald Thomas, 1959), Carry on sergeant (Thomas, 1959), Carry on regardless (Thomas, 1961),z On the fiddle/Operation Snafu (Cyril Frankel, 1961), Carry on cabby (Thomas, 1963), The fighting prince of Donegal (Michael O'Herlihy, 1966), Georgy girl (Silvio Narizzano, 1966), O lucky man (Lindsay Anderson, 1973), In celebration (Anderson, 1975), The comeback/The day the screaming stopped (Pete Walker, 1978), Laughterhouse (Richard Eyre, 1984) en The handmaid's tale (Volker Schlöndorff, 1990). Schreef onder meer nummers voor Sacha Distel en Cliff Richard. Hoofdrol in de gedurende 26 jaar lopende BBC-comedyserie 'Last of the summer wine'. Overleden aan maag- en darmkanker.


Polaire, Hal W. (81), Honduras, 11 juli. Amerikaans assistent-regisseur en producent. Assisteerde regisseurs als Billy Wilder (The apartment, 1960; Irma la douce, 1963), John Frankenheimer (All fall down, 1962; Seven days in May, 1964) en Sam Peckinpah (Ride the high country, 1962). Daarna productiechef bij ABC Pictures (1969-70) en Chartoff-Winkler Productions (1971-89), bij voorbeeld als associate producer van Raging bull (Martin Scorsese, 1980). Later executive producer van onder meer Betrayed (Costa-Gavras, 1988) en Music box (Costa-Gavras, 1990). Overleden aan hartproblemen.


Procházka, Pavel (66?), Baden-Baden, 2 februari. Oorspronkelijk Tsjecho-Slowaaks animator. Specialist in poppenfilms en cut-out-animatie. Vanaf 1958 werkzaam in de poppenstudio van Jiri Trnka. Zijn eerste eigen korte animatiefilm Man and his world (1967) won een prijs op de Expo in Montreal. Regisseerde daarna samen met zijn vrouw Stána de korte poppenfilm Opera Bohemica (1968). Vluchtte in 1969, eerst naar Nederland, waar Procházka op voorspraak van producent Nico Crama een spotje voor de kinderbescherming maakte. Reisde daarna door naar Duitsland, waar hij een eigen animatiestudio oprichtte, maar zelf geen films meer maakte. Doodsoorzaak onbekend.


Puzo, Mario (78), Bay Shore, NY, 2 juli. Amerikaans schrijver en scenarist. Zijn epos over de mafia uit 1969, waarvan 21 miljoen exemplaren verkocht werden, The godfather, leidde tot drie films, die hij alle samen met regisseur Francis Ford Coppola zelf bewerkte en waarvoor hij twee keer een Oscar won, voor het origineel (1972) en deel II (1974). The godfather part III (1990) ontving zeven Oscarnominaties, maar niet voor het scenario. Schreef ook de rampenfilm Earthquake (samen met George Fox; Mark Robson, 1974), Superman (Richard Donner, 1978), het in Nederland opgenomen Seven graves for Rogan (Matt Cimber, 1979), Superman II (Richard Lester, 1980), Christopher Columbus - The discovery (John Glen, 1992) en leverde een bijdrage aan het originele verhaal van The Cotton Club (Coppola, 1984). Van Puzo's overige romans werd The Sicilian over Salvatore Giuliano verfilmd (naar een scenario van Steve Shagan, met bijdragen van Gore Vidal; Michael Cimino, 1987) en leidde 'The fortunate pilgrim' tot een tv-film (1988) en 'The last don' tot een tv-serie (1997). Overleden aan hartproblemen.


Sidney, Sylvia (88), New York, 1 juli. Amerikaans actrice, pseudoniem van Sophia Kossow. Imposante filmcarrière, die loopt van een debuut op 17-jarige leeftijd in het stille Broadway nights (Joseph C. Boyle, 1927) tot een hilarische bijrol in Mars attacks! (Tim Burton, 1996), leverde slechts een enkele Oscarnominatie op, voor een bijrol tegenover Joanne Woodward in Summer wishes, winter dreams (Gilbert Cates, 1973). Na een rolletje in de vroege geluidsfilm Thru different eyes (John G. Blystone, 1929) kreeg Sidney in 1931 een Paramount-contract, en speelde meteen de hoofdrol in de verfilming van Theodore Dreisers An American tragedy (Josef von Sternberg als vervanger van Sergei Eisenstein, 1931). In de jaren dertig speelde Sidney vooral Depressie-heldinnen, opmerkelijk vaak onder regie van een vrouw, in films als City streets (Rouben Mamoulian, 1931), Ladies of the big house (Marion Gering, 1931), Street scene (King Vidor, 1931), Madame Butterfly (Gering, 1932), Merrily we go to hell (Dorothy Arzner, 1932), Jennie Gerhardt (Gering, 1933), Pick-up (Gering, 1933), Good dame (Gering, 1934), Thirty day princess (Gering, 1934), Accent on youth (Wesley Ruggles, 1935), Behold my wife (Mitchell Leisen, 1935), Mary Burns, fugitive (William K. Howard, 1935), Fury (Fritz Langs Amerikaanse debuut, 1936), Sabotage (Alfred Hitchcock, 1936), Trail of the lonesome pine (Henry Hathaway, 1936), Dead end (William Wyler, 1937), You only live once (Lang, 1937), You and me (Lang, 1938) en One third of a nation (Dudley Murphy, 1939). In de jaren veertig, vijftig en zestig speelde Sidney vooral in het theater en later ook regelmatig op televisie, maar ook in enkele films zoals The wagons roll at night (Ray Enright, 1941), Blood on the sun (Frank Lloyd, 1945), The searching wind (William Dieterle, 1946), Love from a stranger (Richard Whorf, 1947), Les miserables (Lewis Milestone, 1952), Violent Saturday (Richard Fleischer, 1955) en Behind the high wall (Abner Biberman, 1956). Latere gastrollen speelde Sidney onder meer in Cops and robbers (Aram Avakian, 1973), God told me to (Larry Cohen, 1977), I never promised you a rose garden (Anthony Page, 1977), Raid on Entebbe (Irvin Kershner, 1977), Damien - Omen II (Don Taylor, 1978), Copkiller/Order of death (Roberto Faenza, 1982), Hammett (Wim Wenders, 1983), Beetlejuice (Burton, 1988) en Used people (Beeban Kidron, 1992). Publiceerde twee boeken over borduren. Het tweede van haar drie huwelijken was met acteur Luther Adler. Overleden aan complicaties van keelkanker.


Szeleczky, Zita (84), Budapest, 12 juli. Hongaars actrice. Speelde in de jaren dertig en veertig in 24 Hongaarse amusementsfilms, bij voorbeeld Méltóságos kisasszony (Béla Balogh, 1936), Szegény gazdagok (Jenö Csepreghy, 1938), Pillanatnyi pénzzavar (Emil Mártonffy, 1938), Menschen im Variete/A variete csillagai (Josef von Báky, 1938), Azúrexpress (Balogh, 1938), Rózgafabot (Balogh, 1940), Egy éjszaka Erdélyben (Frigyes Bán, 1941), Zenelö malom (István Lázár, 1943), Sziámi macska (László Kalmár, 1943), Nászindúlo/Bruiloftsmars (Zoltán Farkas, 1943) en Az elsö (Imre Apáthi, 1944). Vluchtte in 1945 voor de nieuwe machthebbers, via Oostenrijk en Italië naar Argentinië (1948-62) en vervolgens Los Angeles. Keerde in 1977 terug naar Hongarije. Doodsoorzaak onbekend.


Tanguy, Annick (68), Ermenonville, 24 juli. Frans actrice. Speelde tegenover haar man Jean Richard van 1976 tot 1990 de rol van de vrouw van Simenons commissaris Maigret in de gelijknamige televisieserie. In films als J'avais sept filles (Jean Boyer, 1954), Nous autres à Champignol (Jean Bastia, 1957) en Tartarin de Tarascon (Francis Blanche, 1962). Doodsoorzaak onbekend.


Tarloff, Frank (83), Beverly Hills, 25 juni. Amerikaans scenarioschrijver. Vanaf 1942 in loondienst bij MGM. Verliet Amerika in 1952 na op de zwarte lijst te zijn geplaatst omdat hij niet wilde getuigen voor de House Committee on Un-American Activities en werkte enige tijd in Engeland, onder meer onder het pseudoniem David Adler en anoniem als een van de scenaristen van School for scoundrels (Robert Hamer, 1960). Oscar, samen met S.H. Barnett en Peter Stone, voor het originele scenario van Father Goose (Ralph Nelson, 1964). Schreef ook de komedie A guide for the married man (Gene Kelly, 1967) en het vervolg, de tv-film 'A guide for the married woman' (Hy Averback, 1978), alsmede de spionnenfilm The double man (Franklin J. Schaffner, 1967) en de oorlogskomedie The secret war of Harry Frigg (Jack Smight, 1968). Overleden aan longkanker.


White, Joan (89), Northwood, Middlesex, 8 juni. in Egypte geboren Engels actrice en theaterregisseuse. Vooral actief in het theater, ook in Canada en de VS. Speelde filmrolletjes in The melody-maker (Leslie S. Hiscott, 1933), Lucky loser (Basil Mason, 1934), Admirals all (Victor Hanbury, 1935), As you like it (Paul Czinner, 1936) en Second bureau (Hanbury, 1937). Was te zien als Mrs. Adams in de legendarische tv-serie van Dennis Potter 'The singing detective' (Jon Amiel, 1986). Natuurlijke doodsoorzaak.


Woolf, Sir John (86), Londen, 28 juni. Engels filmproducent en televisiedirecteur. Volgde zijn vader C.M. Woolf in 1942 op als directeur van General Film Distributors, de distributietak van The Rank Organization. Vormde in 1948 met zijn broer James een eigen productiefirma, Romulus Films. Financierde de helft van de door Sam Spiegel onafhankelijk geproduceerde hit The African Queen (John Huston, 1951), en was ook executive producer van films als Moulin Rouge (Huston, 1952), Beat the devil (Huston, 1953) en producent van Room at the top (Oscarnominatie beste film; Jack Clayton, 1958) en Oliver! (Carol Reed, 1968), waarvoor Woolf de Oscar voor beste film in ontvangst nam. Andere producties van Woolf waren onder meer Day of the jackal (Fred Zinnemann, 1973) en The Odessa file (Ronald Neame, 1974). Richtte in 1958 Anglia Television op. In 1975 in de adelstand verheven. Doodsoorzaak onbekend.


Zipprodt, Patricia (74), New York, 17 juli. Amerikaans kostuumontwerpster. Werkte vooral op Broadway en won drie Tony Awards. Haar spaarzame filmcredits zijn The graduate (Mike Nichols, 1967) en de minder bekende historische filmmusical 1776 (Peter H. Hunt, 1972). Overleden aan kanker.

Naar boven