Video - september 1999, nr 203

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


Àfrica
Alfonso Ungría
Er kan niets zo misleidend zijn als een video-inlay. Seks en geweld doen het altijd goed, maar ze dekken - gelukkig - niet altijd de lading. In het geval van Àfrica hebben we niet te maken met een Spaanse La femme Nikita zoals de gewapende jonge meid op de foto suggereert. Deze film uit 1996 is puur Iberisch kitchen-sink drama recht vanuit de achterbuurten van Madrid, waar zon en flamenco uitblinken door hun afwezigheid. De regisseur is Alfonso Ungría, een veteraan die in 1983 naam maakte met een episch drama over de Baskische verovering van Albanië en enkele documentaires over de ETA-strijd. Àfrica speelt zich weliswaar af in Madrid, maar wie ooit Salto al vacío (1994) heeft gezien herkent de post-industriële krachten die een werkloos gezin uit elkaar kunnen scheuren. Die film portretteert de onderkant van de toch al troosteloze Baskische maatschappij waarin een jong meisje drugsdealer wordt om haar hele familie te onderhouden. Met zijn on-Mediterrane Baskische acteurs zet Ungría een soortgelijk kansloos milieu neer. Zoe Berriatúa speelt met een adembenemende subtiliteit, een bleek gelaat en koortsachtige ogen de jonge Martín, wiens moeder een dronken doodsmak uit het raam maakt. Zelf denkt hij dat zijn labiele vader erachter zit. Wanneer pa een verhouding met een bar-eigenaresse begint, raakt zijn zoon geïnteresseerd in haar dochter Àfricafrica. Die twee hebben geen zin in een verhouding tussen hun ouders en Àfrica raakt dan ook snel betrokken in Martíns plannen om zijn vader te vermoorden. Hun amateurisme - ook op seksueel gebied - is vertederend en hartverscheurend tegelijk, want je proeft de wanhoop om aan de betonnen uitzichtloosheid te ontsnappen. Kortom, Àfrica ligt dichter bij Ken Loach dan bij het vrolijke surrealisme van Pedro Aldómovar, Julio Medem en Alex de la Iglesia.
Thessa Mooij
Te huur vanaf 10 augustus (Filmfreak)


Warriors of virtue
Ronny Yu
Met
Face/off bewees John Woo dat er voor Oosterse virtuositeit in het Westen een veel groter publiek bestaat dan het handjevol liefhebbers van actiefilms uit Hong Kong. Het succes van wat feitelijk een volbloed Hong Kong-film was, effende het pad voor Woo's Chinese vakbroeders die de overstap ook ambieerden. Het is jammer dat collega Ronny Yu in de Verenigde Staten vooralsnog ver beneden zijn kunnen heeft gewerkt. In Hong Kong maakte hij eerder twee prachtige, poëtische sprookjesfilms, The bride with white hair en het vervolg, maar sinds de oversteek heeft hij zijn trukendoos nauwelijks opengedaan. Toegegeven, in zijn tweede Amerikaanse film, het verbazingwekkend succesvolle The bride of Chucky, was eigenlijk geen plaats voor Aziatische fratsen, aangezien de film duidelijk geïnspireerd was op de Amerikaanse horrorklassiekers uit de jaren dertig. In zijn Amerikaans debuut Warriors of virtue had Yu zich echter lekker kunnen laten gaan, maar ook dat deed hij niet. Het is een mislukte kruisbestuiving tussen de Amerikaanse kinderfilm en het Hong Kong fantasyspektakel, waarbij het Chinese element minimaal is. De jonge Ryan belandt in een sprookjeswereld, waar hij verwikkeld raakt in de strijd tussen de titelhelden en het leger van de kwaadaardige Komodo, uitbundig vertolkt door Angus MacFadyan. Lijkt het uitgangspunt erg op dat van 'Die unendliche geschichte', de 'warriors of virtue' hebben verdacht veel weg van de 'teenage mutant ninja turtles', en er wordt ook naar hartelust geciteerd uit Star Wars ("May virtue be yours"!). Nu hoeft jatwerk kijkplezier niet in de weg te staan, maar Warriors of virtue is, zeker naar de maatstaven van de Hong Kong cinema, ook nog eens veel te sloom. Mogelijk beleven kinderen die geboeid naar 'Xena: warrior princess' kijken er wel pret aan, maar het lijkt erop dat de invloed van de Chinese cinema vooralsnog beperkt blijft tot imitaties van Woo's kogelballetten.
Roel Haanen
Te huur vanaf 29 september (Laurus Entertainment)


Yellow submarine
George Dunning
Yellow submarine, dat is karaoke avant la lettre, Teletubbies voor volwassenen en niet te vergeten een lange uitgesponnen psychedelische videoclip van The Fab Four. Maar ook voor wie vals zingt, de Teletubbies haat en The Beatles nog meer, is Yellow submarine een aanstekelijke film. Hij diende als inspiratiebron voor muziekvideo's van uiteenlopende artiesten als (toen nog) Prince en onlangs Oasis. En dat terwijl hij, hoewel surrealistisch en hallucinerend, al in 1968 niet echt revolutionair of experimenteel te noemen was. De animators die onder regie van George Dunning de bizarre avonturen van vier Liverpudlian lads die sprekend op 'Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band' lijken en Pepperland moeten zien te bevrijden van de Blue Meanies (lekker oubollig hip als 'Plurken' vertaald), baseerden zich op de Amerikaanse studio-traditie. Overzichtelijke kleurplaattekeningen, maar dan wel in met elkaar vloekende zuurstokkleuren en opgesierd met bonte bloemen en uitwaaierende geometrische figuurtjes, (p)op art, bewerkte live-actionbeelden en stop motion-technieken: Yellow submarine is een soort Betty Boop meets Marcel Broodthaers on acid. De film, die songs bevat als 'All you need is love', 'Eleanor Rigby', 'All together now' (ook nog eens als 'sing-along' aan het einde), 'Nowhere man' en 'Hey bulldog' ademt de sfeer van het aan een lsd-visioen toegeschreven 'Lucy in the sky with diamonds'. In de toenemende reeks digitaal geremasterde video- en DVD-uitgaven van klassieke films, is nu dus Yellow submarine aan de beurt, destijds een onverwachte hit en gaandeweg een ijkpunt geworden in de animatiefilmgeschiedenis. En hoewel op animatiegebied inmiddels alles aan de film verouderd is (en niet tijdloos geworden, dus een en al nostalgie) is het geruststellend om te zien hoe eenvoudig het is om af te rekenen met een moorddadige blauwe handschoen ('glove'). Want waar heb je een 'glove' voor nodig? All you need is love!
Dana Linssen
Te huur vanaf 15 september (Warner Home Video)

Op 1 september is er een openlucht voorstelling van Yellow submarine om 22.15 uur in het Vondelpark in Amsterdam.

Yellow submarine: Teletubbies voor volwassenen.


Welcome to Woop Woop
Stephan Elliot
Australiër Stephan Elliot scoorde in 1994 een grote hit met The adventures of Priscilla, queen of the desert. De aanstekelijke travestietenfilm moest het vooral hebben van uitzinnige kostuums, kraakheldere kleuren en een soundtrack met de gebruikelijke mix van discostampers en kitschballads die spontaan lijkt op te borrelen zodra ergens meer dan twee verklede mannen samenscholen. Ondanks een script dat zelfs voor een roadmovie behoorlijk rammelde, werd de film bij elkaar gehouden door mooie vertolkingen die af en toe zelfs iets zichtbaar maakten van onder vele lagen schmink verborgen menselijk drama. Precies dat laatste ontbreekt in Priscilla's opvolger uit 1997 die werd opgezadeld met de oerflauwe titel Welcome to Woop Woop. Met een onmiskenbare visuele flair maakt Elliot ons deelgenoot van de omzwervingen van een Amerikaanse sjacheraar die na een gewelddadige aanvaring met zware jongens in New York zijn toevlucht zoekt in de Australische woestijn. Als hij een bevallige liftster oppikt is het lust op het eerste gezicht, maar voor hij het weet bevindt hij zich als getrouwd man in haar geboortedorpje Woop Woop, een hechte gemeenschap die met strenge hand geregeerd wordt door zijn kersverse schoonvader Daddy-O. Al gauw wordt duidelijk dat hij niet makkelijk meer wegkomt uit dit door rouwdouwers bevolkte gat in de woestijn, waar de inwoners in hun levensonderhoud voorzien door kangoeroes in te blikken als hondenvoer, en waar het enige entertainment bestaat uit de alomtegenwoordige muziek en films van musicalkoningen Rodgers en Hammerstein. Dit alles, en vergelijkbare 'vondsten' maken Welcome to Woop Woop tot een campy freakshow zonder ziel, al steekt het resultaat met kop en schouders uit boven Elliots volstrekt onbegrijpelijke
Eye of the beholder, die begin volgend jaar de bioscopen zal aandoen. Zelfs Hollywoodveteraan Rod Taylor, die ooit Tippi Hedren voor gevleugeld onheil behoedde in Hitchcocks The birds, kan in dit geval geen redding brengen, al doet hij nog zo zijn best om wat te maken van de rol van Daddy-O.
Fritz de Jong
Te huur vanaf 15 september (Warner Home Video)


Nieuw in de videotheek
Maandelijks maakt de Filmkrant een selectie uit het aanbod van nieuwe films in de videotheek. Deze films waren eerder te zien in de bioscoop en zijn toen besproken in de Filmkrant (zie ook de Filmkrant zoek-pagina).

Koopvideo
Small soldiers - Joe Dante
Saving private Ryan - Steven Spielberg
The Godfather 1 - Francis Ford Coppola
Primal fear - Gregory Hoblit
The peacemaker - Mimi Leder
Nick of time - John Badham
The saint - Philip Noyce
Temmink - Boris Pavel Conen

Huurvideo
The kingdom II - Lars von Trier
Aprile - Nanni Moretti
Ponette - Jacques Doillon
f19,99 - Mart Dominicus
Beloved - Jonathan Demme
A simple plan - Sam Raimi
Festen - Thomas Vinterberg
Shakespeare in love - John Madden
The thin red line - Terrence Malick
Driller Killer - Abel Ferrara


De Videovorser
Grafschenners

Soms bevatten pulpfilms zinsneden die men niet snel vergeet. Er zijn momenten waarop in de marge ploeterende scenarioschrijvers een geïnspireerde ingeving hebben, die de rest van hun inspanningen volledig overschaduwt. In het derde deel van de Nightmare on Elm Street-horrorserie wordt de mythologie van het in dromen opererende monster Freddy Kreuger uitgediept. Hier regeert doorgaans de wet die stelt dat teveel uitleg nooit goed is, zeker niet waar het mythische figuren betreft: een monster is bij daglicht zelden zo eng als in de duisternis. Hoe minder je weet, hoe effectiever de film is. Maar het toelichten van Freddy's herkomst leverde wel een fraaie zinsnede op. Een non vertelt dat het monster het product is van een groepsverkrachting in een inrichting. Getverdemme. Kort en bondig stelt ze: "He was the bastard son of one hundred maniacs". De uitspraak staat als een huis, en zou voor het monster een goed grafschrift zijn. De zinsnede spreekt me bijzonder aan, want als filmliefhebber voel ik me ook de bastaardzoon van vele vaders. De twee belangrijksten staan momenteel flink in de belangstelling. De een omdat hij een eeuw geleden geboren is, de ander door het postuum verschijnen van zijn laatste film. Alfred Hitchcock en Stanley Kubrick hebben mijn kijk op het medium sterk bepaald. Voor ik hun films ontdekte vormden filmsterren, komieken en op klassieke leest geschoeide monsters de leidraad, daarna moest er voortaan op regisseurs gelet worden. Want, zo leerden Hitchcock en Kubrick mij, de regisseur is de baas, zet de toon, bepaalt de vorm en is degene die besluit alles te verduidelijken of juist niet. De twee Gouden Doden zijn nu weer in het nieuws en daarbij wordt de mythologie rond hun persoonlijkheden breed uitgemeten. Hitchcock en Kubrick waren geen monsters of maniakken, maar de mythologie die hen omgeeft suggereert wel dat de eerste een licht sadistisch manipulator was en dat de tweede als een wereldvreemde en obsessieve kluizenaar leefde. Sinds Donald Spoto zijn Hitchcock-biografie 'The dark side of genius' schreef, proberen zijn nabestaanden het negatieve beeld te corrigeren, met als laatste wapenfeit de ontsluiting van het familie-archief en de aankondiging dat een nieuwe biografie Spoto's leugens met glasheldere feiten zal weerleggen. Het zal me benieuwen of Vertigo van een verhuld zelfportret weer in een bijzonder geslaagde romanverfilming verandert. Hoe dan ook, het eeuwfeest rond Hitchcock wordt over de grens uitbundig gevierd, met grote retrospectieven in New York en Londen, marathonuitzendingen op de televisie (24 uur nonstop Hitchcock in Los Angeles!), publicaties, manifestaties, onthullingen van een buste in Hollywood en van een plaquette op zijn oude woonhuis in Londen, het kan niet op. Wat gebeurt er in Nederland? Een enkele documentaire bij de NPS, een handjevol films bij Canal+, wat stukken in de gedrukte media. Natuurlijk heeft het Filmmuseum met het grote retrospectief twee jaar geleden zijn kruit al verschoten, maar mag het alstublieft ietsje meer zijn? Nee, dat mag niet. Het ergste was de aanpak van het Nos-journaal. Kenner Wim Verstappen, wiens analyses in het tijdschrift Skoop mij ooit zo goed vooruit hielpen, mocht wat bruut ingekorte soundbytes leveren, aangevuld met de verplichte anekdotes en een paar archiefbeelden. Begrijpelijk allemaal: komkommertijd, leuk itempje maken, doen we even. Maar dan die slotzin: "Alfred Hitchcock stierf in 1980, licht dementerend en zwaar aan de drank". Pardon? "Licht dementerend", wie sterft er niet zo, denk je dan. Maar "zwaar aan de drank", waar halen ze die onzin in godsnaam vandaan? Wat is dit voor gelul? Werkte die sukkel van de Nos soms bij de persoonlijke slijter van de meester? Aan de stem te horen was de sukkel Maurice Piek, voor Amsterdammers geen onbekende: tijdens zijn periode bij lokale zender AT5 volgde hij de gemeentepolitiek met naar een lokaal Watergate hunkerend enthousiasme, nu mocht hij nog even een emmer gedistilleerd over het graf van Hitchcock smijten. Ga je mond spoelen! Vlerk! De videobranche biedt helaas weinig troost. Er komt een 'Hitchcock Centennial Box', maar niet op de honderdste geboortedag. Men wacht kennelijk tot iedereen weer vergeten is dat de meester zich het graf in zoop. Dat duurt nog een paar maanden. Op de voor deze maand beloofde Kubrick-collectie op video moeten we nog veel langer wachten. Een woordvoerder van distributeur Warner Bros. laat weten dat de banden op kwalitatieve gronden door de erven Kubrick zijn afgekeurd. De nabestaanden zijn dus net zo obsessief als de meester was. Of ligt het misschien anders? Ja, het ligt beslist anders. Wie per se wil geloven dat Kubrick gek was en zijn familie dat nog steeds is, ziet in de bemoeienis met de verspreiding van zijn werk ongetwijfeld een excentrieke gril. Maar ik zou willen dat meer filmmakers zich in een positie bevonden die hen in staat stelt te garanderen dat we hun werk in optimale conditie te zien krijgen. Warner Bros. is terecht teruggefloten. Een voortijdig vrijgegeven band van 2001: A space odyssey bleek een schermvullend 'pan & scan' gedrocht te zijn, dat Kubricks cinemascope composities slechts half weergeeft, en de koopvideo die enkele jaren geleden van A clockwork orange verscheen is wat beeldkwaliteit betreft ver beneden peil. Het kan en moet beter. Wie het kan betalen kan beter de Amerikaanse Kubrick dvd-box kopen. Modale Nederlanders die acuut behoefte hebben om zich aan het werk van de twee Gouden Doden te laven moeten voorlopig nog even afzien. En zich niet teveel ergeren aan de azijn die over hun graven wordt gepist. Laat dat maar aan mij over.

Bart van der Put

Naar boven