Oktober 1999, nr 204

Nederlandse film

Special: Nederlandse film opent met een onderzoek naar de invloed van het Filmfonds.
Een nieuwe oogst wordt gepresenteerd op het Nederlands Film Festival. Interviews met negen regisseurs.
Richard Woolley is als intendant voor het Filmfonds op zoek naar het scenario van de Nederlandse Full monty.
Patrice Toye maakte met het Vlaamse drama Rosie haar beklemmende debuut.
De Filmacademie bestaat veertig jaar. Wat is er van sommige oud-studenten geworden?
Het einde van het gemopper over de Nederlandse film wordt bepleit in een essay.

Filmacademie: kortsluiting en conflicten

Het nieuwe onderkomen van de Nederlandse Film en Televisie Academie is af, en dat betekent feest. De academie bestaat bovendien veertig jaar. Reden voor nog meer slingers én een terugblik. De VPRO zendt 16 oktober een nacht lang afstudeerfilms uit. Sommige oudstudenten braken door; hun verhalen zijn welbekend. De meesten sloegen echter een andere weg in. Hoe is het hen vergaan? Een schrijver, een hotelmanager en een fotograaf vertellen. "Ik zocht naar de ideale leerschool, en die vond ik niet."

Pieter Verhoeff in Thijs valt.

Het heeft veertig jaar geduurd, maar eindelijk heeft de Nederlandse Filmacademie een onderkomen van aanzien en formaat. Temidden van de drukte rond het Amsterdamse Waterlooplein staat de groene glazen doos, een stil gebouw zonder sterallures. Architect Koen van Velsen ontwierp eerder de megabioscoop in Rotterdam. De Hollandse kneuterigheid, synoniem voor gezelligheid, is aan hem voorbijgegaan. "De Filmacademie is heel bescheiden. Het gebouw vormt een achtergrond en geen doel op zich", zei Van Velsen vorig jaar in de Filmkrant. Deze achtergrond bestaat uit heel veel schoon beton, subtiel kleurgebruik - NFTA prijkt in blauw neonlicht boven de ingang - en bovenal een imposant dakterras.
De heldere ruimte vertoont weinig overeenkomsten met de vorige behuizing rond de Overtoom, verscholen achter een soort stalen kluisdeur, en evenmin met het allereerste onderkomen, het klassieke Oost-Indisch Huis. Daar werd tot nu toe de geschiedenis geschreven van de Nederlandse Filmacademie, die haar veertigjarig bestaan binnenkort viert met een grootse reünie. De opleiding is ooit opgezet als ingang tot de Nederlandse filmcultuur. Veel filmmakers hebben echter nooit op de Filmacademie gezeten. Andersom zijn veel studenten na de academie elders terechtgekomen, niet zelden na het maken van veelbelovende en eigenzinnige films.

Knutselen
Schrijver Anton Haakman (1933) verliet in 1966 de Filmacademie met zijn afstudeerfilm Thijs valt, waarin Pieter Verhoeff de hoofdrol speelt. "Ik had Italiaans gestudeerd en verdiende geld met fotografie. Daarnaast schreef ik en film leek mij een mooie combinatie", vertelt Haakman. "Ik wilde cameraman worden, het liefst ging ik naar het Centro Sperimentale di Cinematografia in Rome. Maar volgens een commissie met Bert Haanstra moest ik eerst maar eens de academie in Amsterdam doen. Onzin, want het zijn beide academies voor beginnende studenten. In Rome had je echter een fantastische opleiding waar je met dezelfde apparatuur werkte als waarmee de grote films werden gemaakt. In Amsterdam was het knutselen met oude camera's. Op alle technische vernieuwingen in die tijd werd niet ingegaan. Wij zagen natuurlijk wel al die vernieuwende films.
"De leraren mochten mij niet zo. Ik was te eigenwijs en wilde de dingen anders doen, uit de hand filmen bijvoorbeeld. Dat kon niet. Na mijn afstuderen deed ik het camerawerk voor mijn film Roel gaat weg, één van de eerste Nederlandse kleurenfilms. Het werd een soort cultfilm die in de Melkweg werd vertoond, vanwege de malle kleuren en de feestartikelenwinkel als locatie. Daarna kwam ik via documentairemaker Philo Bregstein in contact met de Amerikaan Gideon Bachmann. Met hem heb ik de documentaire Ciao Federico! gedraaid."
Deze film uit 1970 is een prachtig portret van Federico Fellini tijdens de opnamen van Fellini's Satyricon (1969). "Ik was heel verbaasd toen ik Fellini aan het werk zag", aldus Haakman. "Het ging allemaal razendsnel en iedereen wist ook wat te doen. Het waren vakmensen, zelfs de meest complexe scènes stonden er in één of twee keer op. Die mensen deden gewoon hun werk. Als eindredacteur van Skoop ging ik later vaak naar Nederlandse filmsets en dan zag ik al die mensen gewichtig doen terwijl ze niks voorstelden. De hele stad moest wijken, want 'wij zijn bij de film', die gedachte. En hoe onbenulliger, hoe belangrijker. Na twaalf opnames was het nog niet goed. Ik viel om van het lachen.
"Uiteindelijk kon ik geen eigen camera betalen, en huren was ook ongemakkelijk. Toen ben ik over film gaan schrijven, eerst bij Skoop, later met Harry Hosman voor De Tijd. Daarna ben ik over andere dingen gaan schrijven. Mijn boek 'Achter de spiegel' over film en fictie is de afsluiting van mijn filmbemoeienissen. Wel keert Thijs terug in mijn laatste boek 'Het filiaal'. Zowel Thijs valt, Roel gaat weg als een aantal van mijn boeken, komen uit dezelfde bron: de verhalen die ik schreef tussen mijn achttiende en twintigste jaar." Haakman wijst naar het grijze koffertje in een kamertje naast de keuken. Daarin zitten de hangmappen vol vroeg geschreven werk.

Regeltjes
Jim Zielinski (1967) hangt uit zijn raam. Hij heeft zojuist een lachwekkend schouwspel meegemaakt. Een onvoorstelbaar dikke man stapte zijn auto uit en donderde zo het water in. Een passerend bootje bracht redding. "Hier op de Wallen is altijd wat te zien", zegt vrijmetselaar Zielinski, die na een opleiding aan de Hogere Hotelschool een budgethotel leidt. Tijdelijk, want hij wil graag weer verder met filmmaken. In 1995 studeerde hij af aan de Filmacademie met Parabel van een paradijsvogel, enkele malen uitgezonden door medefinancier VPRO.
"De film is een ode aan de soberheid en aan het circus, een kunstvorm die naar de verdommenis gaat. Het gaat ook over het kindzijn, over hoe je dan naar de dingen kijkt. Dat verlies je later. Van de Filmacademie en de VPRO moest er een script komen voordat we konden filmen. Voor mijn derdejaarsfilm Wille, gefühl, form had ik alleen een storyboard, dat ik weggooide toen we begonnen. Er ontstond iets wonderlijks op de set. Met een echt script heb je dat minder. De academie vond het script van Parabel experimenteel, en dus onbegrijpelijk. Vooral ouderen reageerden enthousiast op de film. Ik gebruikte geen hippe montage en muziek, nee, de film is langzaam en met jazz."
Beide zwart-witfilms verraden een bijzonder gevoel voor beeld. Wille, gefühl, form ademt de sfeer uit van David Lynch' Eraserhead, de film die Zielinksi ter inspiratie aan zijn filmploeg liet zien om hetzelfde licht te creëren. "Ik was ooit zo ontroerd geraakt door een film van Marguerite Duras, dat ik dacht: als een film dit met mij doet, dan is het belangrijk, dus ga ik naar de Filmacademie. Daar gebeurt iets, daar worden voordrachten gehouden en vrijt men met elkaar. Daar moet ik zijn. Dacht ik. Ik fotografeerde al en was veel bezig met beeld. Toen zag ik de dependance in de Ite Boeremastraat, een veredelde stacaravan met tl-licht. Het was niet inspirerend; er waren veel te veel jongeren. Je werd als zonderling beschouwd wanneer je opstond en zei dat wat de docent vertelde, nergens op sloeg. De meeste studenten weten niet wat ze daar doen, behalve een interessante film maken over zichzelf. Terwijl het een oefenplaats is, je hoeft er niet je wereldfilm te maken. Omroepen en producenten creëren wel een sfeertje van 'het is wel je eindexamenfilm, je visitekaartje.' Onzin.
"Ik zocht naar de ideale leerschool en die vond ik niet, ik kreeg weinig handvaten. Het liefste had ik gehoord: 'Wij weten het ook niet, maar hier is de camera en ga je gang.' In plaats daarvan kreeg je regeltjes, dit mocht niet, dit moest zus, dat was fout. Wat mij betreft moet je je eigen regels uitvinden, je eigen taal ontwikkelen. Sommige leraren waren bevlogen, zoals Hans Saaltink. Hij doceerde filmgeschiedenis en over Un chien Andalou van Luis Buñuel zei hij eens: 'Het gekke is dat er helemaal geen hond in voorkomt, en het doet er ook niet toe.' Geweldig!"

Vrije geest
Michel Boesveld (1957) wilde al vroeg video-editor worden en verliet in 1992 de academie. Nu werkt hij als fotograaf; één van zijn opdrachtgevers is Koen van Velsen, de architect van het nieuwe Filmacademie-gebouw. Net als Jim Zielinski bewaart Boesveld goede herinneringen aan zijn oud-docent Saaltink. "Hij had een vrije geest. Zijn kracht was het aanbieden van kennis en enthousiasme: dit kun je doen, je kunt dat proberen. Anderen lagen thuis hun roes uit slapen in plaats van les te geven. Daar werd nauwelijks over gesproken. Het deed zich allemaal heel schools voor, maar zo was het niet. Ik ging naar de les en dan was er niemand. Als bescheiden jongetje begreep ik dat niet en raakte verloren. Dat had ook te maken met mijn eigen opstelling. De manier van overleven is met de vuist op tafel slaan; ik schuifelde een beetje langs de muren.
"Twee dagen voor de diploma-uitreiking moest ik bij de directie komen. Ik kreeg geen diploma, vertelden ze. Mijn gedrag en uiterlijk strookte niet met dat van een video-editor. Belachelijk natuurlijk. Toen ben ik naar de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten gegaan. Daar was de sfeer heel anders, persoonlijker. Ik moest eerst een jaar afkicken van de Filmacademie, ik had zo slecht lesgekregen, een schande eigenlijk. Uiteindelijk ben ik via portretten van kunstenaars in de architectuurfotografie terechtgekomen. Ik wil gaan experimenteren met architectuur en bewegend beeld, kijken wat dat oplevert. Veel gebouwen beelden tegenwoordig ook een soort imago uit. Daar word ik voor ingehuurd."

Braaf
Veertig jaar Filmacademie moet toch zijn sporen hebben achtergelaten in de Nederlandse filmcultuur? Zielinski: "De films die je terugziet op de eindexamendagen, waarin je ziet wat er op school geleerd is, vormen geen enkele vernieuwende bijdrage aan de Nederlandse filmwereld. Het is vaak te braaf. Het enige waar ik spijt van heb, is dat ik nooit een camera gejat heb en gezegd, jongens, bekijk het maar, ik leer het zelf wel. Net als Werner Herzog." Haakman twijfelt: "Pim de la Parra en Wim Verstappen waren een van de eerste afgestudeerden. Zij richtten Skoop op om de Nederlandse film uit de de klei en de polder omhoog te stoten. Maar Fons Rademakers en Bert Haanstra hebben nooit op de academie gezeten, en hun werk wordt minstens zo vaak vertoond. Voor een regisseur is het doorlopen van de Filmacademie absoluut geen vereiste. Het belangrijkste is het omgaan met acteurs, de techniek is bijzaak. Wel is het goed dat de academie er is. Je leert conventies die je nodig hebt, ook om later te weten waarvan je afwijkt."
Het zou mooi zijn als er met een nieuw gebouw ook nieuwe tijden aanbreken. Boesveld: "De beste vorm voor een academie lijkt me een soort servicecentrum, waar je camera's, lampen en dat soort spullen kunt lenen; waar wat geld beschikbaar is, en mensen rondlopen die je kunnen adviseren. Mensen die iets te geven hebben, net als Saaltink indertijd."
Volgens Zielinski moet het nieuwe elan van boven komen: "Wil de Nederlandse film uit het slop komen, dan moet de overheid veel meer geld in het kunstonderwijs stoppen en de boel helemaal saneren. Je hebt één man of vrouw nodig die zegt: zo gaan we het doen, klaar. Vervolgens moet er ruimte zijn voor de eigenwijze mensen. Zorg voor kortsluiting, conflicten, dan gebeurt er iets. Zeventig procent van de studenten moet gaan figuurzagen of familiefoto's gaan maken, maar geen films. Je moet oudere leerlingen aantrekken die een verhaal te vertellen hebben, die weten waar ze mee bezig zijn en levenservaring hebben. Kortom, mensen met talent, maar dat stelt op zich niet zoveel voor. Ze hebben een stem die ze op de academie mogen gebruiken, en dat is een voorrecht. Dat mag je van tieners niet verwachten. Trek leraren aan die een verhaal te vertellen hebben en dat willen delen, ga niet lopen zeiken over roosters, geld en dat soort dingen. Creëer een sfeer waarin mensen verteld wordt hoe het echt is bij films en koester je talent; geef ze iets mee, maar wees hard in je oordeel, want nogmaals, de meeste studenten hebben er niks te zoeken. Hans Saaltink zei ooit: 'Dat hele gezeur over opleidingen is niks, je moet gewoon twee jaar op een houten bank zitten en films kijken. Degene die ervan afvalt, vliegt er meteen uit!"

Jeroen Lok

VPRO's Stardust zendt op zaterdag 16 oktober tijdens 'De nacht van de Filmacademie' een nacht lang afstudeerfilms uit.

Tijdens het Nederlands Film Festival in Utrecht worden naar aanleiding van het veertigjarige bestaan van de Filmacadademie oude en nieuwe eindexamenfilms vertoond. Op 27 september praat Mart Dominicus met een aantal oud-studenten.

Naar boven