Oktober 1999, nr 204
Søren Kragh-Jacobson
Lig nooit te lang in een kuurbad
Met Mifune's last song, de derde Dogma-film die ons land bereikt, heeft de Deense filmmaker Søren Kragh-Jacobson (1947) zichzelf in één keer tussen zijn beroemde collega-landgenoten Von Trier (The idiots) en Vinterberg (Festen) gezet. De veteraan-debutant van het recalcitrante stel legt uit. "Dogma is geen stijl, hooguit een geschikte handleiding."
Søren Kragh-Jacobson (foto: André Bakker).
Goed, snel dan, om het geheugen op te frissen: in 1995 kwamen Von Trier en Vinterberg samen om het Dogma-manifest op te stellen. Het was bedoeld als wapen waarmee sindsdien ten strijde wordt getrokken tegen de 'technologische storm' die door de cinema raast. Dogma is een pleidooi voor zuiverheid, voor een cinema zonder illusies, en de Dogma-filmer dient zich daarom aan tien regels te houden. Zo mogen ze onder meer geen decors, kunstmatige belichting of rekwisieten gebruiken, ten gunste van een goed script en nog beter acteerwerk.
Søren Kragh-Jacobson ondertekende op uitnodiging van Von Trier en Vinterberg als derde het manifest. Tot voor kort was Jacobsen vooral in eigen land bekend, als filmmaker én als muzikant. Hij heeft vijf cd's en diverse kinderfilms op zijn naam staan.
Muziek maken doet hij nog steeds, maar achter optreden heeft hij een punt gezet. Jacobson: "Ik heb musiceren en filmmaken altijd met elkaar gecombineerd. Het gaat bij beiden om componeren en om hetzelfde resultaat: het swingt of het swingt niet. Of Dogma me heeft geholpen om Mifune's last song te laten swingen? Jazeker, de dynamiek van het proces, het engagement dat iedereen aan de dag legde tijdens het filmen - in die zin kon ik aan de hand van de Dogma-regels heel goed mijn ritme vinden."
Ter vergelijking: in de vroege jaren negentig begonnen veel popartiesten plots 'unplugged' te spelen. "Zij waren ook moe van al die technici om hen heen, ze wilden weten hoe het ook alweer klonk zonder al die franje. Wij hebben Mifune als het ware 'unplugged' gefilmd, met een klein team. Daardoor waren we in vijf weken klaar. De consequentie was dat de acteurs op zichzelf waren aangewezen. Ze moesten zelf hun kleding, make-up, hun haar en noem maar op verzorgen. Ze kwamen gewoon in beeld met de kleren die ze de desbetreffende ochtend bij het opstaan hadden aangetrokken. Het is een werkwijze die veel verantwoordelijkheidsgevoel vereist maar waarmee je tegelijkertijd een enorme dosis betrokkenheid kweekt. Een ander voordeel, voor iedereen, was dat we niet hoefden te wachten tot de lichtman of geluidsvrouw klaar was. De regels verbieden immers losse microfoons en kunstmatig licht. Daardoor waren de acteurs altijd startklaar. En minstens zo belangrijk: ze waren in hun element. We hadden de vrijheid om ons volledig te kunnen focussen op het verhaal. Daarom hebben we ook nauwelijks hoeven repeteren."
Samoerai
Je kunt je verleden niet verloochenen, zo luidt het motto van Mifune. Kresten, een Deens yup, woont in Kopenhagen en beweegt zich daar in de 'betere kringen'. Hij is net getrouwd met de dochter van de baas en heeft een mooie carrière in het bedrijf van schoonpapa in het vooruitzicht. Dan krijgt hij te horen dat zijn vader is overleden. Kresten had zijn vrouw in de waan gelaten dat hij geen familie meer had. Nu moet hij opbiechten dat hij gelogen heeft en hij belooft haar niet langer dan twee dagen weg te blijven om de begrafenis te regelen.
Een film maken waarin het verhaal centraal staat. Dat was de opdracht die Jacobson zichzelf stelde nadat hij het Dogma-manifest had ondertekend. De film die hij vóór Mifune maakte, speelt zich af in de jaren veertig en vertelt over het wrede lot van de joodse kinderen in Warschau. Kortom: een heftige productie. "Ik wilde daarom totaal iets anders gaan doen. Mijn criterium was: wat zou ik zelf graag willen zien in de bios? Ik kwam uit op een lovestory, heel banaal, met een happy end; er is geen traditie in Denemarken in dat soort films en daar wilde ik wat aan gaan doen."
De eerste aanzet ontstond toen Jacobson in de krant las dat de samoerai Toshiro Mifune was overleden. Hij schreef een treatment, maakte tussendoor veertien commercials om het filmbudget te kunnen aanvullen en haalde ten slotte wonderboy Anders Thomas Jensen (27, Oscar voor Best Short Film 1999) erbij als scenarioschrijver.
Jacobson: "In Seven samurai van Kurosawa is de zevende samoerai een boerenzoon die zijn afkomst verzwijgt voor de anderen. Vervolgens zie je dat hij bijna ten onder gaat aan zijn geheim. Bij Kresten, de hoofdrolspeler, gebeurt iets soortgelijks. Hij komt ook van het platteland, maar dat mogen ze in Kopenhagen natuurlijk niet weten. Het moet natuurlijk wel een keer fout gaan, net als in het echte leven. Ik heb sommige vrienden tot gekwordens toe zien worstelen met hun verleden. Dan ging het bijvoorbeeld over een broer of moeder die ze al twintig jaar niet hadden gesproken vanwege een ruzie. En op een of andere manier konden ze het niet opbrengen om schoon schip te maken en toenadering te zoeken."
Zeeziek
Jacobson kent Von Trier en Vinterberg al van ver voor 1995. "Het filmwereldje is natuurlijk klein in Denemarken, maar ik ken ze al sinds ze naar Filmacademie in Kopenhagen gingen. Ik heb ze weleens les gegeven en ik zat in het panel dat besliste over de toelating van Thomas. Hij was de jongste student ooit die op de Academie is aangenomen. Een zeer eigenwijze jongen, maar talentvol. Pas sinds 1995 zijn Thomas, Lars en ik ook echt vrienden geworden. Wat niet wil zeggen dat we geen strijd voeren over de Dogma-regels of - pak 'm beet - hun gebruik van de camera."
Eerlijk gezegd werd Jacobson bij het zien van The idiots en Festen een beetje zeeziek van die continu schokkende bewegingen. "Dramaturgisch pakt het in beide films heel goed uit, maar ik wist dat ik het anders zou doen. Dogma is tenslotte geen stijl, hooguit een handige handleiding. Ik heb wel diffuus licht en grofkorreligheid, zoals je bij Festen ziet, nagestreeft. En ik heb grof gemonteerd, de scènes ruw afgesneden. Dat maakt het dynamisch en ritmisch."
Maar maakt het de film ook authentiek? "Dat weet ik niet. Het is in ieder geval geen waargebeurd verhaal. Iedereen weet toch dat het om fictie gaat? Ik gebruik geen psychotherapie, zoals Lars, maar het gaat mij er wel om dat de karakters en hun emoties waarachtig zijn. Daarom zou ik ook wel willen pleiten voor een elfde regel die toestaat om een take drie keer over te doen. Op die manier voer je perfect de adrenaline op."
Over regels gesproken: op welke punten heeft hij gezondigd? "Ach, ik heb wat hanen geleend bij een boer en een keer raam afgeplakt. So what? Dogma gaat helemaal niet over het geforceerd en radicaal navolgen van wat regels. Het gaat om het juist interpreteren van een origineel, een afwijkend gedachtegoed."
In de Verenigde Staten, het land waar het manifest juist tegen gericht is, heeft Dogma een hype-status. Diverse Amerikaanse acteurs en filmmakers willen zich maar al te graag associëren met de trendy Denen. Iben Hjejle, de hoofdrolspeelster in Mifune, heeft in ieder geval al een uitnodiging gekregen van Stephen Frears om in diens nieuwe film High fidelity mee te doen. Inmiddels zijn er ook twee Dogma-films gemaakt door niet-Denen: julien donkey-boy van Harmony Korine en Lovers van Jean-Marc Barr. Deze producties worden door de Deense Dogma-vertegenwoordigers respectievelijk als Dogme US 1 en Dogme France 1 geclassificeerd. Jacobson: "Je wilt als regisseur toch niet dat jouw film Dogma 36 wordt genoemd, vandaar een nummering per land."
Overigens speelt Barr, die vooral bekend is als acteur, een hoofdrol naast Björk in de musical Dancers in the dark van Lars von Trier. Een hoop activiteiten binnen de club dus, dezer dagen. Heeft Jacobson wellicht ook plannen voor een nieuwe film? "Ik ben net begonnen met schrijven, maar het wordt geen Dogma-film. Dit keer wil ik er weer gewoon filmmuziek bij kunnen maken. Dogma was als een kuurbad: zeer verkwikkend, maar een tweede keer is te verstikkend."
Renson van Tilborg