Oktober 1999, nr 204
Nederlandse film
Special: Nederlandse film opent met een onderzoek naar de invloed van het Filmfonds.
Een nieuwe oogst wordt gepresenteerd op het Nederlands Film Festival. Interviews met negen regisseurs.
Richard Woolley is als intendant voor het Filmfonds op zoek naar het scenario van de Nederlandse Full monty.
Patrice Toye maakte met het Vlaamse drama Rosie haar beklemmende debuut.
De Filmacademie bestaat veertig jaar. Wat is er van sommige oud-studenten geworden?
Het einde van het gemopper over de Nederlandse film wordt bepleit in een essay.
Patrice Toye: we ontsporen allemaal een beetje
Rosie: The devil in my head is het beklemmende debuut van de jonge Vlaamse filmmaakster Patrice Toye. De dertienjarige Rosie is opgegroeid in een gebroken gezin. Rosie gaat, na haar ontmoeting met de straatjongen Jimi, helemaal op in haar eigen fantasiewereld en vervalt van kwaad tot erger. De film viel al op talloze festivals in de prijzen en werd met succes in de Verenigde Staten gedistribueerd. Rosie is te zien op het Nederlands Film Festival en Cinekid.
Patrice Toye (foto: André Bakker).
"Kinderen zijn niet onschuldig, hooguit naïef. Ik heb in Rosie de mythe van het onschuldige kind willen doorprikken, want ik geloof dat kinderen, net als volwassenen, meerdere lagen hebben. Soms zijn ze zelfs harder en verdorvener dan volwassenen omdat ze nog meer zwart-wit denken en iets of iemand letterlijk kapot willen maken. Rosie heeft dat ook. Maar ik verzet me tegen het idee dat kinderen zo zielig zijn en dat het hen allemaal maar overkomt. Ze kunnen vaak genoeg toch zelf handelend ingrijpen.
"Het is logisch dat veel filmmakers iets doen met het thema ontworteling. Met het einde van de twintigste eeuw op komst, ontsporen we eigenlijk allemaal wel een beetje. Er zijn geen regels meer en het evenwicht is ver te zoeken, zelfs in het gezin. Ik wil geen vrijblijvende films maken, maar mensen zover krijgen dat ze gaan nadenken. Andere filmmakers maken een mooie film over een ver verleden of over een oorlog, maar ik vind het boeiender om het over gewone mensen te hebben. Dat is minstens even moeilijk."
Confronterend
"Qua stijl is Rosie een hele sobere film geworden, met rustige camerabewegingen en lang vastgehouden shots. Ik vond dat het iets beklemmends moest hebben. Misschien ziet het er daardoor wat klassieker uit, maar het is al bijna weer te modieus om alles hand-held te gaan doen. Verder zien alle films er tegenwoordig uit als videoclips, dus dat hebben we ook wel weer gehad. Ik vond dat soort stijlmiddelen ook niet passen bij het verhaal.
"De muziek van John Parish en PJ Harvey heeft mij erg beïnvloed. Toen ik het scenario aan het schrijven was had ik constant hun cd 'To bring you my love' opstaan. Het is een hele sterke sfeer die beklijft: mysterieus, sprookjesachtig en heel confronterend tegelijk. Ik heb anderhalve maand vrijwel dagelijks met Parish' platenmaatschappij zitten bellen om hem aan de lijn te krijgen, maar ze weigerden om mij door te verbinden. Uiteindelijk werden ze daar zo gestoord van mij, dat ze hem een fax gestuurd hebben, waar hij een dag later meteen op reageerde. Hij wilde blijkbaar al heel lang een soundtrack maken, maar niemand vroeg hem. De muziek is heel sober, maar wel passend bij het verhaal. Bijna een personage op zichzelf. Maar het is ook Rosie. De muziek is Rosie. Dat terugkerende melodietje dat is zij."
Leugens
"Soms denk ik dat de scheidingslijn tussen fantasie en werkelijkheid helemaal niet bestaat. Het is maar hoe je zelf voelt of denkt dat iets is. Dat soort ideeën boeien mij mateloos. Ik heb een paar jaar geleden een programma van Wim Kayzer op de VPRO gezien. Wat ik daar zag 'sloeg mij gewoon van mijne melk'. Beroemde schrijvers en wetenschappers zaten aan een grote tafel en onderzochten hun eigen verleden. Het bleek ineens dat een groot deel van wat zij zich meenden te herinneren, gewoon nooit gebeurd was. Ze hadden het ooit zelf verzonnen en waren erin gaan geloven.
"Rosie leeft een beetje in haar eigen fantasiewereld. Zelf heb ik het er soms ook moeilijk mee om mijn eigen fantasie te beteugelen. Het is gewoon zo mooi om te dromen. Ik heb misschien wel een romantische ziel, maar mijn fantasieën zijn vaak rauwer dan de werkelijkheid en er komt geen rozengeur of maneschijn in voor. Wat dat betreft ben ik een kind van deze tijd.
"Dat fantaseren zat er bij mij al vroeg in en het uitte zich in het vertellen van talloze leugens. Ik heb als kind de grofste leugens verteld over alles aan iedereen, omdat ik vond dat mijn eigen leven gewoon veel te saai was en niet kon geloven dat er niet meer te beleven viel. Daarmee heb ik me wel vaak in de nesten gewerkt, omdat ik niet meer wist wat ik tegen wie gezegd had.
"Ik vind het wel heel oprecht wat Rosie doet. Sommige critici zeggen dat zij een ziek meisje is en vragen mij: 'Waarom schotel je ons zo'n gestoord kind voor?' Ik vind haar allesbehalve ziek en ik begrijp haar volkomen. Ik had haar zelfs nog veel ergere dingen kunnen laten doen, omdat het allemaal heel logisch is wat ze doet. Voor mij was het het belangrijkste om duidelijk te maken dat sommige dingen niet zo eenvoudig te verklaren zijn. Iedereen bestaat uit meerdere lagen en niemand is ooit helemaal goed of slecht. Uit de onmacht om het goed te doen, maak je de grootste fouten en soms lieg je om iemand niet te hoeven kwetsen. Dat probeer ik een beetje te vertellen en daarmee sta ik zelf ook nog maar aan het begin, omdat ik het allemaal ook nog niet zo doorheb."
François Stienen
Rosie: The devil in my head
België, 1998
Productie: Antonio Lombardo
Regie en scenario: Patrice Toye
Camera: Richard van Oosterhout
Geluid: Dirk Bombey
Montage: Ludo Troch
Muziek: John Parish
Met: Aranka Coppens, Sara de Roo, Frank Vercruyssen, Joos Wijnant, Dirk Roofthooft
Kleur, 97 minuten
Te zien: op het Nederlands Film Festival en op Cinekid (23 t/m 31 oktober in de Balie en City, Amsterdam. Informatie: 0900-2028822)