November 1999, nr 205
Dick Maas
De opwinding voorbij
Dick Maas heeft het wel gezien in Nederland. Do not disturb is zijn eerste Engelstalige film en het is de bedoeling dat er nog vele zullen volgen. "Ik vind het Nederlandse filmklimaat niet zo bijster leuk meer."
Dick Maas (foto: André Bakker).
Wie een studiedag wil organiseren over de kloof tussen de waardering van filmcritici en de smaak van het publiek kan uitstekend terecht bij het werk van Dick Maas. De lift, Amsterdamned en de perikelen van de Flodder-familie waren allemaal commercieel succesvol, maar filmcritici hadden vooral voor zijn Flodder-films weinig goede woorden over. Het gebrek aan filmkritische waardering heeft Maas altijd gestoken, zodat zijn relatie met de filmkritiek gespannen is.
Als ik Maas spreek in het Amsterdamse Krasnapolsky - de maker is het café om de hoek als interviewplek ontstegen - wil hij best nog een keer uitleggen wat hem dwars zit, als maar niet de indruk wordt gewekt dat hij nog overkookt van woede. Hier zit een man die zich voorgenomen heeft om de vaderlandse filmwereld achter zich te laten, zodat hij zich niet werkelijk meer kan opwinden over domme critici. Met enige vermoeidheid: "Elke criticus die zijn vak verstaat kan zien dat mijn films niet op een achternamiddag zijn gemaakt. Het is geen in elkaar geflanste rommel, waaronder wat muziek is gepleurd, maar films waaraan ik hard heb gewerkt. Een criticus mag mijn films best slecht vinden, maar hij moet wel kennis van zaken hebben en het niet op de man spelen. Dat heeft mij geregeld gestoord."
Gebrek aan erkenning vindt Maas niet alleen bij critici. "Ik vind het heel raar dat er nooit een scenario van mij is gepubliceerd in de serie 'Het Nederlandse Scenario'. Ook ontbreekt mijn muziek op de compilatie-cd waarop muziek staat uit ongeveer alle Nederlandse films."
Goudzoekers
Over de reden van het gebrek aan waardering hoeft Maas niet lang na te denken. "Ik maak entertainende films voor een zo groot mogelijk publiek. Het zijn films die een verhaal vertellen, maar de Nederlandse filmwereld houdt meer van artfilms." Van dat laatste heeft hij geen hoge pet op. "Onder het motto artfilm wordt vaak alleen maar materiaal belicht en dat moeten we dan goed vinden." Een karikatuur? "Een verhaal goed vertellen is het moeilijkste dat er is, maar in Nederland zijn er nauwelijks mensen die dat proberen. Nee, The delivery heb ik nog niet gezien, maar ik vind het te prijzen dat die jongens een verhaal proberen te vertellen. Als ik af ga op wat ik over de film heb gehoord, is het jammer dat ze niet meer aandacht aan het scenario hebben besteed. Nu hebben ze een hoop geld uitgegeven aan iets wat niet goed schijnt te zijn."
Dat het Filmfonds afgelopen zomer opriep om ideeën voor entertainende verhalen in te sturen, is voor Maas geen bewijs dat het tij voor hem ten goede keert. "Ik vind het raar dat een fonds om goede verhalen vraagt, want die moeten uit de makers zelf komen. Als zij die behoefte niet hebben, helpt het niet om erom te vragen." Ook van de belastingfaciliteiten, die het investeren in films aantrekkelijk maken, verwacht Maas weinig heil. "Wat heb je aan al die goudzoekers die nu in Nederland geld komen halen? Dat gaat een hoop slechte en misschien een paar goede films opleveren."
Nerveus
Niet alleen het vaderlandse filmklimaat heeft ervoor gezorgd dat Do not disturb Maas' springplank naar een internationale carrière moet worden. De maker noemt meer redenen. "Het Engels is een veel betere filmtaal dan het Nederlands, zodat het veel prettiger is om dialogen in die taal te schrijven. Ook liep ik in Nederland altijd aan tegen het beperkte aanbod aan goede acteurs. Ik wil niet iedereen over een kam scheren, maar ik heb maar zelden meegemaakt dat acteurs op de set hun tekst volledig kenden. Ik snap het wel: we hebben in Nederland nu eenmaal geen filmindustrie, zodat acteurs film erbij doen. Dus stond de één de avond voor het draaien nog in Groningen op de planken en moest de ander nog even snel een Sterspotje inspreken. Ze hadden nooit tijd om zich professioneel voor te bereiden."
Dat kan over William Hurt en Jennifer Tilly niet worden beweerd. "Ze waren ongelofelijk goed voorbereid, kenden hun teksten en waren zeer geconcentreerd." Wat overigens weer andere problemen met zich meebracht. "William Hurt was zo bloedserieus met zijn werk bezig, dat hij het niet duldde als iemand op de set mompelde of in zijn blikveld stond. Ik had nauwelijks problemen met hem, maar anderen werden knap nerveus van hem. Nee, niet Jennifer Tilly, want voor haar had hij respect. Zij is trouwens ideaal om mee te werken."
Bordeel
In Do not disturb wordt het buitenlandse clichébeeld van Amsterdam als een stad waar de drugs op straat liggen en je moeite moet doen om niet in een bordeel terecht te komen, flink aangedikt. "Dat vind ik gewoon leuk. Nee, het is geen afrekening, het gebeurt allemaal met een knipoog." Dat hij in de film ook flink uit zijn eerdere films citeert - er is een liftscène, er gaat een motorboot door de grachten en een autoachtervolging richt ravage aan - was onontkoombaar. "Als je wat met Amsterdam doet, kom je al snel op dit soort dingen uit. Ik vind dat alle actie goed is gemotiveerd, wat in de Flodder-films niet altijd het geval was. Het is heel gemakkelijk om een achtervolging in te lassen, maar in Do not disturb past hij in het verhaal. Dat de vader als een actieheld aan een ambulance hangt en zijn leven riskeert voor zijn dochter, brengt hem als persoon op een hoger niveau."
Do not disturb moet, zegt Maas, vooral een einde maken aan de opvatting dat hij geen acteursregisseur is. "Als critici dat nu nog steeds vinden, dan zullen ze dat altijd wel blijven vinden, want ik vind dat ik het goed heb gedaan."
Voor Maas breekt een spannende periode aan. "Ik vind het het leukste als de film het in Amerika goed doet." Hij is hoopvol gestemd: "Veel Amerikanen hebben de film al gezien op de London Screenings (een filmbeurs, jvdb) en de reacties waren goed. De zaal zat bijna vol en er liepen nauwelijks mensen uit, wat opmerkelijk is."
Maas' volgende film wordt The elevator, waarvoor de opnamen in maart beginnen. "Je moet dat niet zien als een remake. Het script is helemaal omgewerkt, zodat de film meer op een sequel lijkt." Waarna hij nog een misverstand wil wegnemen: "Het wordt geen Amerikaanse studioproductie, maar een in Amerika gedraaide, Nederlandse First Floor-productie. Wij hebben zelf de volledige controle."
Wat zijn ultieme filmdroom is? "Ik zou graag eens een spannend verhaal vertellen dat zich afspeelt in een absurde, maar toch herkenbare, wereld. Zoiets als A clockwork orange. En dan met Jack Nicholson in de hoofdrol."
Jos van der Burg