Filmmuziek - december 1999, nr 206
The Straight story
De sterrenhemel en de zoete muziek van Angelo Badalamenti aan het begin van The Straight story doen de toon van de film al vermoeden: kalm en ontdaan van dubbele lagen. En inderdaad, het is alsof David Lynch en Badalamenti na Lost highway de gewone weg weer moesten terugvinden en toe waren aan rust. Evenals het verhaal van The Straight story ontvouwt de muziek zich rond een klein, breekbaar thema, voornamelijk voortgebracht middels akoestische gitaar en een soms Keltisch aandoende vioollijn. Terwijl de hoofdpersoon op zijn grasmaaier het glooiende landschap doorkruist op weg naar zijn broer, en de camera hem af en toe verlaat om zich te richten op de korenvelden, kabbelt Badalamenti's muziek voort als een riviertje door het achterland.
Lynch mixte zelf het album en in het nummer 'Montage' laat hij toch nog heel even zijn donkere wolken voorbijkomen, al snel verdreven door geruststellend gitaarspel: er is echt niets aan de hand. Badalamenti's bekende, heerlijke synthesizerstrijkers, uit onder meer 'Twin Peaks', keren goed gedoseerd terug op de soundtrack, zoals in het nummer 'Nostalgia'. Het hele album ademt, net als de film, de sfeer uit van nostalgie en voor wie er aan wil en het de tijd gunt, biedt het een prima basis voor mijmeren en dagdromen.
The world is not enough/Fight club
The world is not enough. Het mag zo zijn voor Bond, James Bond, maar zelfs hij moet met de tijd mee. Reed Sean Connery in een Aston Martin, een peperdure en op en top Engelse sportwagen, Pierce Brosnan is voorzien van een BMW Z8, minder exclusief en opzichtig als sponsorbijdrage de film ingeloodst. Voormalig huiscomponist John Barry is al langer weg, het is voor de tweede maal aan de jongere muziekproducent David Arnold om de wereld van Bond vaart te geven. Ditmaal onder regie van Michael Apted, die voor meer drama en minder actie moest zorgen. Maar ondanks Apted en Arnold komt het allemaal vertrouwd over. Arnolds tikkende drumcomputer is weggemoffeld onder het gedonder van eindeloze ontploffingen en beschietingen, en de orkestraties klinken weinig anders dan die van John Barry. Zo kan ook David Arnold niet verhullen dat Bond, de oude jeugdheld, langzaam verandert in een verdwaalde zakenman met een pistool op zak, die 'voor zijn werk' doet wat hij allemaal al eens eerder gedaan heeft.
Dick Maas weet in Do not disturb eveneens wel raad met de gebaande paden. Voor de muziek kruipt hij wederom zelf achter de toetsen en gebruikt alle middelen die volgens het hopeloos verouderde boekje spanning en sensatie oproepen, maar eerder als een grap overkomen. Zo is het niet bedoeld, Maas is serieus met de score beziggeweest en dat hoor je eraan af, het is het beste dat hij te bieden heeft. Maar laat de man alsjeblieft een set nieuwe keyboards aanschaffen voordat hij aan The elevator begint om Hollywood te veroveren. Of beter, besteed het uit aan iemand die kijk op de zaak heeft. Er lopen daar trouwens ook heel ervaren scriptdokters rond.
Dan heeft David Fincher het in Fight club rigoureuzer aangepakt. Terwijl hij in het begin zelf nog bezig is de camera uit het lijf van de hoofdpersoon te verwijderen, knallen The Dust Brothers de oren van het publiek binnen: hier staat iets te gebeuren. Evenals David Arnold zijn deze twee heren bekend als muziekproducenten, die derhalve heel wat uurtjes in de studio en achter hun Apple-computer doorbrengen om geluiden te maken, te samplen of te veranderen. Dat is te horen in Fight club, waarin geen twintig seconden hetzelfde klinken en de meest prachtige drumloops worden ingeruild voor nog strakkere ritmes.
Hun werkwijze is exemplarisch voor de film: veel losse elementen, het ene beter dan het andere, zonder een echte lijn of richting. Alleen moet een film op den duur tot een einde komen, wat bij zo'n opzet al snel geforceerd aandoet en waar Fincher niet echt is uitgekomen. Voor The Dust Brothers bestaat dit probleem niet: zij gaan door tot de tijd op is en trekken dan de stekker uit hun apparatuur. In de film werkt dat voortreffelijk en het resultaat als soundtrack is een album dat wellicht wat te vaak van de hak op de tak springt om echt naar te kunnen luisteren, maar dat als ideeënbron voor bijvoorbeeld makers van (elektronische) muziek veel te bieden heeft. Het album mag al helemaal niet ontbreken in de collectie van filmmakers die na 2000 de wereld gaan verblijden met hun thrillers en daar zelf de muziek voor schrijven.
Jeroen Lok
The Straight story: even rust.
Sombre
Alan Vega. Labels/Virgin 724384718725, 64:58 minuten.
The Straight story
Angelo Badalamenti. Windham Hill 01934115132, 52:24 minuten.
Fight club
The Dust Brothers. Restless 74321716432, 64:15 minuten.