Video - december 1999, nr 206

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


Dobermann
Jan Kounen
De in Utrecht geboren en in Frankrijk getogen regisseur Jan Kounen, die met Dobermann zijn eerste lange speelfilm aflevert, heeft maling aan moralisme, goede smaak en de kritiek die hij daarop zou kunnen krijgen. Zijn film is een stijlvolle, cynische parodie op Michael Manns Heat waarin de twee hoofdpersonages, de professionele bankovervaller en de volhardende politieman, ontkleed zijn van alle nuance en morele complexiteit. De misdaad zit Dobermann (Vincent Cassel) gewoon in het bloed, getuige het feit dat hij bij zijn doop een Magnum .357 cadeau kreeg. Als volwassene staat hij aan het hoofd van een criminele bende, bestaande uit cokesnuivende mafketels met namen als Mug en Pitbull, een dove schoonheid, een travestiet en een pastoor.
Zijn tegenstander, politie-inspecteur Christini (Tchéky Karyo) houdt er een dusdanig gewelddadige en sadistische werkwijze op na dat zelfs collega's hem uitmaken voor nazi. Zo slaat hij vrouwen, gooit met baby's en is hij er niet op uit arrestaties te verrichten, maar om zoveel mogelijk dodelijke slachtoffers te maken onder criminelen, die hij als loslopend wild ziet. Hoewel de vergelijkingen met het dierenrijk niet van de lucht zijn en deze erop duiden dat we volgens de regisseur allemaal beesten zijn, mag Kounens kijk op de amorele mensheid best met een korrel zout worden genomen. Onder een dun laagje cynische levensbeschouwing gaat een uitzinnig stripverhaal schuil, dat zijn amusementswaarde vooral ontleent aan cartoonesk bloedvergieten, een cru gevoel voor humor en Kounens kinetisch enerverende stijl, die doet denken aan het werk van Sam Raimi of de Coen-broers. De camera zwiert en slingert; de montage is vlot en ritmisch en om zijn film een bizar uiterlijk te geven gooit Kounen alle middelen in de strijd, van close-ups met groothoeklenzen tot splitscreen. Even ongezouten en geestig als de rest van Dobermann is Kounens boodschap aan zijn critici: hij laat een personage zijn kont afvegen met een exemplaar van Les Cahiers du Cinéma.
Roel Haanen
Te huur vanaf 8 december (Filmfreak).


Plunkett & Macleane
Jake Scott
Met Robert Carlyle's Plunkett en Jonny Lee Millers Macleane, de twee avontuurlijke helden van deze heerlijk baldadige Britse pruikentijd-parodie, val je van de ene verbazing in de andere. Wat begint als een obscuur horrorverhaal dat ons op een nachtelijk kerkhof confronteert met twee lijkenpikkers (op zoek naar een ingeslikte edelsteen en dus graaiend in het darmstelsel van een vers lijk), mondt al gauw uit in een Butch Cassidy and the Sundance Kid-achtige trip ergens in het midden van de achttiende eeuw.
In navolging van het eveneens historische Amerikaanse bandietenpaar, gooien Plunkett ('with the brains') en Macleane ('with the looks') het op een akkoordje. Als gemankeerde Robin Hoods begeven ze zich in de Londense aristocratische kringen, waarbij het Macleane's taak is om als 'gentleman' in het wereldje te infiltreren, waarna ze als opvallend hoffelijke struikrovers hun slag kunnen slaan. Het uiteindelijke doel is een enkeltje Amerika, voor Plunkett en Macleane het beloofde land, maar vooralsnog heeft Macleane alleen oog voor Lady Rebecca (een goddelijke Liv Tyler) en stapelen de problemen zich op wanneer de hele Londense politiemacht jacht op hen maakt.
Dat de 34-jarige debutant Jake Scott (zoon van Ridley - Alien, Blade runner - Scott; neef van Tony - Top gun, True romance - Scott) zijn achtergrond als videoclipregisseur niet onder stoelen of banken steekt, pakt positief uit. De Pogues-achtige 'traditionals' en de hedendaagse dansmuziek waarop het pruikengilde zich beweegt, vormen een zot anachronisme dat perfect past in het totaal onwaarschijnlijke verloop van de film. Allerhande grappige genreclichés zijn daarbij zonder al te veel nadruk in het verhaal geweven. De opnamen in de waarschijnlijk om economische redenen gekozen Praagse filmstudio, zien er niet altijd even florissant uit, maar de familie Scott heeft er zeker een charmante nieuwkomer bij.
Belinda van de Graaf
Te huur vanaf 8 december (Universal Pictures Video).

Plunkett & Macleane: baldadige parodie op de pruikendragers.


Female perversions
Susan Streitfeld
Ik heb nu al medelijden met degene die deze film huurt met het vooruitzicht op leuke seks. En het zullen er veel zijn. De video-inlay belooft een erotische thriller. Twee vrouwenbenen over elkaar geslagen: "It's All About Power." De tekst spreekt van bizarre visioenen en onverzadigbare verlangens.
Maar de naar verstrooiing zoekende 'couch potato' die er inmiddels helemaal voor is gaan zitten, krijgt nog voor de openingstitels een deksel op zijn of haar neus. Eerst moet de argeloze kijker zich door een stuk uit een feministisch traktaat worstelen. Het komt erop neer dat een beetje vrouw zichzelf bevrijdt door haar seksuele fantasieën uit te leven. Echte perversie, dat is vrouwen die netjes in het gareel van de maatschappij lopen. Dit is een verfilming van het boek 'Female perversions: the temptations of Emma Bovary' van de feministe Louise Kaplan. Oef.
Nu is er nog geen man - of vrouw - overboord, want belangrijke vrouwenthema's mogen best eens wat vaker aan bod komen in de film. Maar om dat geraffineerd en overtuigend te doen, moet je van goede huize komen. De debuterende regisseur Susan Streitfeld greep in dit geval te hoog. Ze probeert het onderbewustzijn van het hoofdpersonage weer te geven met flashbacks, absurde beelden en narratieve trucjes, maar ze doet dit zo versnipperd en zonder eenheid van stijl, dat de kunstmatigheid van haar toon gewoon kunstmatig blijft.
Het begint al bij de Engelse actrice Tilda Swinton, die de koude en succesvolle advocate Eve speelt. Haar sexy kleren en make-up zijn een beetje vreemd, en Eve zelf eigenlijk ook wel. Ze heeft onnatuurlijke dialogen, die ze onderstreept met hele hoekige, stotende lichaamstaal. Ze staat op het punt om als rechter te worden benoemd, maar moet nog even haar feminstische zuster uit de gevangenis redden. Beiden hebben last van hun dominante vader, waardoor ze problemen hebben met hun vrouwelijkheid.
Hoe zit het dan met de perversie? De visioenen zijn niet bizar genoeg om te boeien; Streitfeld laat ze gewoon gebeuren zonder dat ze echt bij het verhaal horen. Er zitten een paar dingen in die naar kinky neigen, maar Streitfeld suggereert een paar seconden iets en zwenkt dan braaf de camera weg, zonder verder noemenswaardig effect. De enige langere scène is nota bene vanille-seks met een andere vrouw in een hangmat. Hier spreekt de meesterhand van soft-pornograaf Zalman King die ergens in de credits wordt genoemd. De feministe Streitfeld maakt dus een knieval voor de hypocrisie van Hollywood: lesbo's, dát is pas echt pervers!
Het verhaal is heel interessant, de intentie om er een hallucinant Stanley Kubrick-sausje overheen te gooien ook. Helaas is het Streitfeld niet gelukt om er een geloofwaardig geheel van te maken. Ze doet haar feministische boodschap geen eer aan, maar ook niet de donkere spelonken van de vrouwelijke seksualiteit. Nu zitten we opgescheept met een ridicuul acterende Swindon, een rammelig scenario en film die niet van de grond komt.
Thessa Mooij
Te huur vanaf 8 december (Arcade Movie Company).


Darkdrive
Philip Roth
Philip Roth legt zich al sind jaar en dag toe op het sf-actiegenre, waarbij hij als een rechtgeaarde B-filmer graag meelift op het succes van grote Hollywoodspektakels. In films als Prototype X29A, Digital man en Total reality laat hij zich vooral 'inspireren' door de beeldtaal en de plots van The terminator, Universal soldier en Robocop. In Darkdrive laat de regisseur ons kennismaken met een virtuele wereld die de matrix wordt genoemd, en met Roths voorgeschiedenis zou je verwachten dat we hier te maken hebben met een rip-off van
The matrix, ware het niet dat deze film al uit 1996 stamt.
Wat nu, hebben de gebroeders Wachowsky plagiaat gepleegd, en ontpopte na-aper Roth zich voor een keer als een originele geest? Erg waarschijnlijk is dat niet, want als de Wachowsky's de film al gezien hebben, moeten ze er bitter weinig aan gehad hebben. The matrix onderscheidde zich niet alleen van het gros van de actie-sf door de fantastische vormgeving, maar vooral ook door de intelligente benadering van vragen over bewustzijn en realiteit. Van enige intelligentie is in Darkdrive echter hoegenaamd geen sprake. Hoofdpersoon Steven Falcon is de uitvinder van de matrix, die door de overheid wordt gebruikt als een virtuele gevangenis, die het mogelijk maakt om de lichamen van de veroordeelden te vernietigen. Falcon reist af naar de matrix omdat een zieke geest vanuit de virtuele wereld pogingen doet om de echte wereld over te nemen, en omdat hij wil achterhalen wie verantwoordelijk is voor de gewelddadige dood van zijn zwangere echtgenote.
De sf-thematiek is voor Roth weinig meer dan een aanleiding om er lustig op los te knallen, waarbij breinen overdreven realistisch uit elkaar spatten en slechteriken in slow motion overhoop worden geknald. Ondermaatse acteerprestaties en obligate electro-muziek van de lopende band completeren het droevig stemmende geheel. Als er ooit nog eens echt zo'n virtuele gevangenis komt dan nomineer ik bij deze Phil Roth voor acute opname, want prutsers als hij bezorgen het sciencefictiongenre een slechte naam.
Fritz de Jong
Te huur vanaf 8 december (Arcade Movie Company).


Nieuw in de videotheek
Maandelijks maakt de Filmkrant een selectie uit het aanbod van nieuwe films in de videotheek. Deze films waren eerder te zien in de bioscoop en zijn toen besproken in de Filmkrant (zie ook de Filmkrant zoek-pagina).

Koopvideo
Out of sight - Steven Soderbergh
La vita è bella - Roberto Begnini
Lock, stock and two smoking barrels - Guy Ritchie
Rush hour - Jackie Chan

Huurvideo
eXistenZ - David Cronenberg
The matrix - Gebr. Wachowski
The Hi-Lo country - Stephen Frears
Dropouts - Wil Wissink
The opposite of sex - Don Roos
Hilary & Jackie - Anand Tucker
Pleasantville - Gary Ross
EDtv - Ron Howard
Who am I? - Jackie Chan
Apt pupil - Bryan Singer


De Videovorser
Beestenbende

Drie jaar geleden verkondigde regisseur Peter Jackson dat hij de tijd rijp achtte voor een nieuwe versie van zijn favoriete film. De Italiaanse producent Dino De Laurentiis was hem al eens voorgegaan, maar hoezeer diens voornaam ook bij het gegeven aansloot, de in 1976 onder Dino's hoede gemaakte remake van King Kong was volgens Jackson een belediging voor de reuzenaap en de fans. Jackson stond daarin niet alleen: Dino's Kong is weinig geliefd. Naar mijn smaak is dat niet geheel terecht. De film is wat wisselvallig, maar heeft zeker sterke momenten en de scènes waarin topgrimeur Rick Baker de aap voor zijn rekening neemt zijn nog steeds indrukwekkend. Helaas vond Dino het nodig zijn landgenoot Carlo Rambaldi ook nog een Kong op ware grootte te laten bouwen. Dat leverde weliswaar goede publiciteit op, maar de twee varianten gingen in de film lang niet zo goed samen. De plannen van Jackson klonken veelbelovend en bijzonder intrigerend, want hij vond locatieopnamen in New York overbodig: hij had de hele stad al in Nieuw-Zeeland in de computer staan en zou met behulp van schaalmodellen en digitale trucages net zoveel spektakel bieden als het origineel uit 1933. Het project dat uit liefde was geboren ging echter voortijdig ten onder. De Amerikaanse financiers vreesden concurrentie van een andere reuzenaap, met een stamboom die de nodige overeenkomsten met die van Kong vertoont. Regisseur Ernest B. Schoedsack en trucage-expert Willis O'Brien maakten met Mighty Joe Young in 1949 een kindvriendelijker variant op hun kaskraker, waarin een bovenmaatse gorilla en zijn menselijke vriendinnetje van Afrika naar de Verenigde Staten verhuizen. Beiden zijn weeskinderen, waardoor de climax flink aan zeggingskracht wint: de onbegrepen en opgejaagde aap Joe redt een groep kinderen uit een brandend weeshuis. Sentimenteel is het zeker, maar kan het nog mooier in een kinderfilm? Beslist niet. De scenarioschrijvers van de gelijknamige, nieuwe versie dachten daar kennelijk anders over en vervingen het weeshuis door een brandende kermisattractie. Dat is jammer, maar voor de rest stelt de herverfilming geenszins teleur. Opnieuw is het apenexpert Rick Baker die met zijn creatie de show steelt, daarbij geholpen door bijzonder overtuigende digitale trucages, die de nieuwe Joe meer bewegingsvrijheid geven dan eerder mogelijk was. De innemende held is bij Ron Underwood bovendien in goede handen, de regisseur bewees eerder met de uitermate vermakelijke wormenfilm Tremors dat hij over een oprechte liefde voor het subgenre beschikt. Amerikanen hebben er een fraaie term voor: fantastische films met beesten in de hoofdrol worden onder de noemer 'creature features' gerangschikt. Dat soort films boet altijd flink aan kracht in wanneer ze alleen op een televisie bekeken kunnen worden, want buitenproportionele beesten komen op het grote doek pas optimaal tot hun recht. En daarom is het betreurenswaardig dat Mighty Joe Young alleen op video verschijnt. De film viel ten prooi aan de kille rekenmeesters van de Amerikaanse distributeur, die een ondermaatse commerciële prestatie op de thuismarkt weer eens als argument hanteren om de film elders slechts mondjesmaat uit te brengen. Dank u Disney! Met weemoed denk ik terug aan de eerste kennismaking met de oude King Kong, die zich in volle glorie openbaarde in een Brabants buurthuis, dat tevens dienst deed als sporthal, bingozaal en kerk. Waar op zondag gebeden werd, trokken op zaterdagmiddag reusachtige monsters als Kong en Godzilla voorbij en dat was een feest voor het jonge publiek. Morgen God, vandaag Godzilla, zo breng je de jeugd tenminste de juiste religie bij. Het is allang uit met de pret: de stad die destijds niet over een echte bioscoop beschikte is tegenwoordig van een professioneel theater voorzien, en daar zullen ongetwijfeld louter recente films te zien zijn. Toen dat nog niet zo was, zat er niets anders op dan drie kwartier heen en drie kwartier terug te fietsen om in een echte bioscoop in het naburige Breda Dino's Kong te zien. De honger naar 'creature features' kende geen grenzen, dus toen er een matineevoorstelling voor Zoltan, hound of Dracula stond aangekondigd was ik niet tegen de verleiding bestand. Nooit geweten dat Dracula een hond had, laat staan dat het beest Zoltan heette en zowaar een eigen stervehikel kreeg. Ik had nog nooit een matineevoorstelling in de betreffende buurtbioscoop bijgewoond en wist wel dat de wijk een zekere reputatie had, maar het ging tenslotte om Zoltan, hond van Dracula. Dat moest gezien worden, weer of geen weer. Bij de bioscoop bleek dat er nog slechts één kaartje beschikbaar was. Ik was net op tijd, een goed voorteken. Maar toen ik de zaal betrad en op die ene lege stoel op de voorste rij plaatsnam was het meteen gedaan met de vrolijke opwinding om wat komen ging. Dit was de hel. Een zaal geheel gevuld met tuig van de richel, dat zich in niet mis te verstane termen te buiten ging aan luidruchtig verbale krachtmetingen. Onder oorverdovend gejuich werd er over en weer met snoepgoed en lege flessen gegooid. Soms werd het doek geraakt, dan weer mijn nek, maar uit lijfsbehoud hield ik de blik onverstoorbaar naar voren gericht. Zoltan zou snel redding bieden. Toen de film eindelijk begon verstomde de kakofonie geenszins, het leek eerder erger te worden en ik meende nu ook rammelende kettingen en geklik van knipmessen te horen. Van die film kan ik me niet veel herinneren, maar zo'n doodenge voorstelling maakte ik nooit meer mee. Een nacht Tuschinski tijdens het Weekend of Terror is een theekransje vergeleken bij Zoltan in Breda, anno 1979. Nee, dan is die aaibare Joe Young toch een heel ander beestje.

Bart van der Put

Mighty Joe Young is vanaf 1 december te huur (Walt Disney Home Video).

Naar boven