Januari 2000, nr 207

De laatste buurtbioscoop

Aardbeving in Cinema

Deze maand gaat de Amsterdamse bioscoop Cinema in de wijk Overtoomse Veld dicht. Filmhistoricus Egbert Barten belicht de bewogen geschiedenis van deze eerste en laatste buurtbioscoop in de westelijke tuinsteden.

Cinema anno 1999 (foto: André Bakker).

Groots waren de plannen aan het begin van de jaren zestig voor de bioscoopbouw in de nieuwe westelijke tuinsteden. In 1961 werd vol elan gestart met de bouw van een bioscoop aan het net gebouwde August Allebéplein in het verlengde van de Postjesweg. Met hoeveel elan blijkt onder meer uit een korte film in de collectie van het Gemeentearchief die over de bouw gemaakt werd. De architect van de bioscoop was de Amsterdammer Leo Borst die ook het ontwerp van het totale winkelcentrum op het plein voor zijn rekening nam.
Twee weken voor kerst 1961 ging Cinema West open met de film Come september (Afspraakje in september) van Robert Mulligan met Rock Hudson en Gina Lolobrigida, een vrolijke film over een Amerikaanse miljonair die zijn villa aan de Rivièra aantreft met allerlei jong volk. Zoals uit de wekelijkse bioscoopladders in het Filmmuseum blijkt, was de programmering die van een Amsterdamse buurtbioscoop, die samen met bioscopen als Victoria (Sloterkade, eveneens in west), Nationaal (Linnaeusstraat in oost) en Astoria (Mosveld in noord) de in het centrum uitgedraaide films vertoonde. In de eerste tijd stond Cinema West kennelijk wel bovenaan in dit schema. Weliswaar was de nieuwe Nederlandse film Rififi in Amsterdam (1962) er al drie weken na de première te zien, maar die was dan ook smadelijk geflopt.
Al een half jaar na de opening blijkt dat de bioscoop niet de horden nieuw publiek trekt die exploitant Holland Film verwacht had. Uit een artikel in Trouw van 19 mei 1962 wordt duidelijk dat de gloednieuwe bioscoop het niet kan bolwerken: "Hoewel de zaal plaats biedt aan 500 personen, gaan er avonden voorbij, dat er slechts 40 tot 50 naar de bioscoopzaal komen. Doordat het theater reeds van het begin af aan geregeld 'onderbezet' was kon men het publiek geen eersteklas premièrefilms voorzetten. Het gevolg daarvan was - toen uitsluitend 'gewone', ja zelfs 'ondermaatse' films werden gebracht - dat de publieke belangstelling nog sterker is gaan dalen."
In hetzelfde artikel wordt ook getwijfeld aan het bestaansrecht van bioscopen in de nieuwe woonwijken: "Men meende dat het uitgaande publiek in de westelijke tuinsteden van de hoofdstad wel naar een bioscoop vlakbij zou gaan. Van deze prognose is niets maar dan ook niets terechtgekomen. [..] Of de plannen voor de bouw van een bioscoop aan de Tussenmeer in Osdorp (dat zou dus de tweede worden in de Amsterdamse tuinsteden) doorgaan wordt op het ogenblik sterk in twijfel getrokken."

Some like it hot
Hoewel er volgens het artikel in die tijd plannen geweest zijn om het theater van de hand te doen bleef het tot 1971 open. De programmering bleef die van een Amsterdamse buurtbioscoop, met een opmerkelijke voorliefde voor oorlogsfilms, die in de jaren zestig overigens een zeer populair onderdeel van het filmaanbod waren. Er werden nauwelijks films geprolongeerd. Wel werd af en toe een succesvolle film een paar maanden later opnieuw vertoond, films als The guns of Navarone, The bridge on the River Kwai maar ook Some like it hot waren elk jaar wel een week te zien. De enige film die in Cinema West in de jaren zestig lange tijd geprolongeerd werd was de James Bond-film From Russia with love, die er in de zomer en herfst van 1965 vijftien weken achter elkaar draaide. Na een, volgens Richard van Buerens boek over Amsterdamse bioscopen 'kwakkelend bestaan', sluit Cinema West op 29 december 1971 naar het schijnt voorgoed haar deuren met de horrorfilm House of dark shadows.
Maar niets is minder waar. Ruim drie jaar is het op filmgebied stil aan het August Allebéplein, maar in februari 1975 verschijnt de bioscoop opnieuw in de ladder: "Amsterdams nieuwste premièretheater opent op 20 maart a.s." De Amerikaanse distributiegigant Cinema International Corporation (C.I.C.) heeft de bioscoop toegevoegd aan haar internationale reeks theaters en Cinema West krijgt een Amerikaanse facelift en de technische outillage wordt naar de hoogste maatstaven ingericht. De bioscoop wordt nu toch nog een echte premièrebioscoop waar C.I.C. de nieuwste films (van met name Universal Pictures) gaat uitbrengen. Cinema International wordt de nieuwe naam van het theater, dat in de grote advertenties die nu haar programmering begeleiden onder andere haar "ruime parkeergelegenheid" aanprijst.

Ultralaag
Op 20 maart 1975 heropent Cinema International dus haar deuren. De eerste film die er vertoond wordt is een groot succes en zal de komende jaren nog veel teruggehaald worden: Earthquake. Als één van op dat moment twee theaters in Nederland (het andere is Metropole in Den Haag) is Cinema International ingericht met speciale geluidsboxen voor ultralage tonen zodat ook de Nederlandse bioscoopbezoekers het volgens de advertenties "sensationele Sensurround" kunnen voelen. Dit geluidsprocédé van Universals geluidsingenieurs Ronald Pierce en Melvin Metcalfe - die er drie weken na de heropening van Cinema Internationaal een Oscar mee winnen - zorgt ervoor dat de stoelen tijdens de aardbevingsscènes ook echt gaan trillen, een sensatie die menig critici indertijd opmerkingen ontlokt over de wortels van de film (die volgens dat soort recensenten altijd op de kermis liggen).
In de jaren daarna groeit Cinema International inderdaad uit tot dat theater waar de "eersteklas premièrefilms" (uit de periode 1975-80 zijn dat bijvoorbeeld The godfather II, Jaws, Marathon man, Grease, Escape from Alcatraz) te zien zijn voor een publiek dat - vaak komend uit de regio - gewend is snel met de auto even een filmpje te pakken en dan niet opgehouden wil worden door lang zoeken naar een parkeerplaatsje, om nog maar te zwijgen over hoge parkeertarieven.

Charlton Heston in Earthquake.

Oorverdovend
Zelf kwam ik voor het eerst in Cinema in oktober 1976. Als filmfan van zestien was ik een lang weekend in Amsterdam voor familiebezoek en het zien van de nieuwste films. Eerst op vrijdag naar Fons Rademakers' Max Havelaar en toen op zaterdagavond helemaal naar het August Allebéplein (vanuit Noord waar mijn tante woonde bijna een wereldreis) om daar het nieuwste sensatiespektakel in 'Sensurround' te gaan bekijken. Dat was Battle of Midway, een oorlogsfilm waarbij al het geschiet je in je stoel moest doen trillen. Earthquake had ik toen nog niet in Sensurround gezien maar het gebruik van het systeem in deze zeer matige oorlogsfilm vond ik maar zozo. Het geluid was oorverdovend en met in totaal zo'n drie kwartier trillen in je stoel (in Earthquake was het beperkt tot zo'n twintig minuten) zorgde het voor een flinke hoofdpijn. Toch heeft deze ervaring in de totaal vernieuwde, prettig Amerikaans aandoende bioscoop ('wall to wall' vloerbedekking met C.I.C. motief!) er wel voor gezorgd dat ik een bijzondere band kreeg met deze bioscoop, die bevestigd werd door de talloze persvoorstellingen die er jaren later werden gehouden waar ik beurtelings afgrijselijke en dan weer prachtige films zag, steevast in de comfortabele stoelen en met de beste projectie van de stad.

Aanval
Wat Sensurround betreft loopt het verhaal ten einde in 1980. Er waren na Battle of Midway in Cinema International nog drie andere films met het sensatieprocédé vertoond (Rollercoaster in 1978, Battlestar galactica en The cyclon attack in 1979). In 1980 werd een tweede klein theater ingebouwd en kennelijk durfde de architect die het 'intieme' bioscoopje boven in het gebouw bouwde het niet aan dat de nieuwe constructie los zou trillen door een nieuwe aanval met ultralage tonen. Kort voor de opening van het tweede theater op 13 november werd Earthquake nog drie weken in de grote zaal vertoond, met in de bioscoopladder de omineuze woorden "laatste Sensurround vertoning in ons theater".
De laatste jaren werd er niet meer in de bioscoop geïnvesteerd.
Titanic was de laatste grote kassakraker die er weken achtereen vertoond is. Maar ook toen al was aan de steeds havelozer wordende stoelen, die hier en daar zelfs gevaarlijk werden om op te zitten, al te zien dat de directie van Pathé Cinema, zoals de bioscoop de laatste jaren door het leven ging, er geen vertouwen meer had. En nu krijgen de allochtonen de schuld dat dit theater verdwijnen moet. Nou ja, met het artikel uit Trouw uit 1962 in gedachten moet het een wonder heten dat de enige bioscoop in de westelijke tuinsteden toch nog een kleine veertig jaar in bedrijf is geweest. En er gaan alweer geruchten over een nieuwe eigenaar.

Egbert Barten

Naar boven