Januari 2000, nr 207

The sixth sense

Kind in het dodenrijk

Het enorme succes van The Blair witch project bevestigde weer eens dat het horrorgenre commercieel bijzonder vruchtbaar kan zijn. De meest lucratieve onafhankelijke film aller tijden werd in de Verenigde Staten snel gevolgd door The sixth sense, inmiddels de grootste kaskraker uit de geschiedenis van de horrorfilm. Opnieuw blijkt het succes terecht.

Cole (Haley Joel Osment) ziet meer dan hem lief is.

Regisseur en scenarioschrijver M. Night Shyamalan, een Amerikaanse telg uit een Indiaas doktersgeslacht, moet een tevreden man zijn. Zijn autobiografische debuutfilm Praying with anger kwam niet verder dan het festivalcicuit, de opvolger Wide awake lag drie jaar op de plank, maar een paar weken na de Amerikaanse première van het onder de vlag van Disney geproduceerde The sixth sense boden de grote studio's hem ongekende gages voor een nieuwe film. De 29-jarige regisseur blijft Disney trouw en dat levert hem op voorhand tien miljoen dollar voor het scenario en de regie van een enkele film op, een recordbedrag.
De grote doorbraak leverde wel meer financiële records op. De Amerikaanse filmpers en de producenten die in Hollywood de dienst uitmaken zijn dol op dergelijke statistieken, zozeer dat men met iedere dollar die binnenkomt nieuw vergelijkend warenonderzoek lijkt te doen. En daarom staat The sixth sense nu bijvoorbeeld te boek als de eerste film die een van de talloze records van Titanic wist te evenaren: vijf weekends achtereen een recette van meer dan twintig miljoen; de champagne mag vloeien. Het enige record dat werkelijk van belang is betreft de vergelijking met andere horrorfilms: in december 1999 bedroeg de Amerikaanse opbrengst 275 miljoen dollar en daarmee is de film de grootste kaskraker uit honderd jaar horrorcinema.
Het is een indrukwekkende prestatie voor een relatief bescheiden film, die professionele Amerikaanse koffiedikkijkers volledig overviel en zich op bewonderenswaardige wijze onttrekt aan het gemakzuchtige kabaal dat een recent gedrocht als Jan de Bonts The haunting kenmerkt. De digitale trukendoos blijft goeddeels onbenut, het tempo ligt laag, monsters ontbreken en gillende tieners schitteren door afwezigheid. De centrale rol van Bruce Willis lijkt een knieval naar de commercie, maar is dat niet: dit is niet de luidruchtig gevatte Bruce uit Die hard, eerder de ingetogen Bruce uit het geflopte Mercury rising, waarin hij ook liet zien goed met kinderen te kunnen werken.

Schuldgevoel
De ster speelt een kinderpsycholoog die zijn privé-leven aan zijn werk opoffert, waardoor zijn huwelijk flink onder druk komt te staan. Hoewel hij buitengewoon succesvol is, blijkt in de proloog dat hij ooit faalde: een jongen die zonder succes door hem behandeld werd schiet hem neer. Night Shyamalan komt als scenarioschrijver en als regisseur bijzonder effectief uit de startblokken, in slechts twee scènes legt hij alle kaarten rond Willis' personage op tafel, etaleert hij een sterk gevoel voor veelzeggende details en laat hij Donnie Wahlberg als de wraakzuchtige jongen een onuitwisbare indruk maken. Dat laatste is cruciaal, want we treffen de psycholoog een jaar na de aanslag als een man met een trauma en een enorm schuldgevoel, dat hem motiveert om een nieuwe klus fatsoenlijk af te ronden.
De arts ontfermt zich over de jonge Cole Sear, die alle klinische kenmerken van een slachtoffer van mishandeling of incest draagt, maar weigert een beschuldigende vinger uit te steken. Night Shyamalan neemt uitgebreid de tijd om de voorzichtige toenadering tussen beiden uit te diepen, en dat levert fraaie scènes op waarin Willis zich van zijn meest subtiele kant laat zien en de jonge Haley Joel Osment bijzonder sterk tegenspel geeft. Als het hoge woord er eindelijk uitkomt bezorgt de debuterende acteur met één zinnetje de kijker koude rillingen en kippenvel: "I see dead people". Waarop de film zich van een sterk psychologisch drama tot een volbloed horrorfilm ontwikkelt.

Besluipt
Met de subtiele opbouw, de overtuigende personages en de ruime aandacht voor details is The sixth sense een onheilszwangere film die de kijker eerder besluipt dan overdondert. Maar overdonderend is de ontknoping zeer beslist. Niets, maar dan ook echt helemaal niets kan en mag er over geschreven of gezegd worden, want wie weet hoe de film afloopt beleeft er aanmerkelijk minder plezier aan. Night Shyamalan wordt geroemd om de inventieve structuur en het verrassende einde van zijn film, en daar moet toch een kanttekening bij geplaatst worden. Er bestaat een film die exact dezelfde ontknoping heeft. De titel zou ik graag noemen, maar dat zou voor horrorliefhebbers met enig historisch besef hetzelfde zijn als het prijsgeven van alle plotwendingen, dus ik zwijg voorlopig als het graf.
Zeker is in ieder geval dat het oogstrelende The sixth sense bewijst dat de mainstream studiohorrorfilm ook na The Blair witch project nog bestaansrecht heeft. Beiden films vertegenwoordigen de twee pijlers waarop het genre sinds begin jaren zestig leunt: de een is rauw, verontrustend en komt van de straat, de ander gelikt en subtiel, afkomstig uit het studiosysteem. Dat er op beiden fronten kort na elkaar twee hoogtepunten verschijnen is het definitieve bewijs dat de Amerikaanse horrorfilm rond de eeuwwisseling een ware renaissance doormaakt. En als The sixth sense een voorbode is van wat komen gaat, dan staat de liefhebber nog veel moois te wachten.

Bart van der Put

The sixth sense
Verenigde Staten, 1999
Produktie: Frank Marshall, Kathleen Kennedy en Barry Mendel
Regie en scenario: M. Night Shyamalan
Camera: Tak Fujimoto
Geluid: Allan Byer
Montage: Andrew Mondshein
Art direction: Philip Messina
Makeup effects: Stan Winston Studio
Muziek: James Newton Howard
Met: Bruce Willis, Haley Joel Osment, Toni Collette, Olivia Williams
Kleur, 108 minuten
Distributie: Buena Vista
Te zien: vanaf 13 januari

Naar boven