Video & DVD - januari 2000, nr 207

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


Pushing tin
Mike Newell
Een nieuwe film van de maker van Four weddings and a funeral en
Donnie Brasco moet alleen al op grond van die titels nieuwsgierig maken. Distributeur Fox had er echter minder vertrouwen in en na de Europese première tijdens het Filmfestival Locarno afgelopen zomer, bleef Pushing tin op de plank en komt nu dus direct op video uit. Dat is evenwel geen reden om de film te negeren. Mike Newell mag dan teveel ideeën in een scenario hebben willen proppen en zijn cast tot bij vlagen interessante solomomenten hebben weten te inspireren, maar niet tot samenhangend ensemblespel, Pushing tin is desondanks een van die met flair mislukte films. Plaats van handeling is de verkeerstoren van Newark, de drukste vlieghaven van New York, waar vliegtuigen af en aan vliegen als in een computerspelletje. Dat is ook hoe top-luchtverkeersleider Nick Falzone (John Cusack) zijn werk het liefste ziet: als een behendigheidsspel. Wanneer het hem lukt om de aanvliegende Boeings in een keurige rij op zijn radarscherm te krijgen, lijkt hij meer voldoening in zijn werk te hebben dan als hij ze, bij wijze van spreken, ook allemaal veilig aan de grond weet te krijgen. Het choreograferen van vliegtuigen en radarbewegingen moet voor Newell kinderspel zijn geweest vergeleken met het in toom houden van de talenten van Cusack en zijn voornaamste tegenspelers Billy Bob Thornton, Cate Blanchett en Angelina Jolie. Met name Billy Bob Thornton is een onberekenbaar acteur, die een sterke rol nodig heeft om hem in bedwang te houden. Hij is gecast als de motorrijdende zenmeester Russell Bell, Cusacks nieuwe collega, en de rest van de film gaat over de machtstrijd tussen beide mannen. Thornton wint deze in ieder geval op papier, want in de film steekt hij met kop en schouders boven zowel zijn medepersonages, -spelers als het verhaal zelf uit. Maar daarin schuilt ook de zwakte van de film, want in tegenstelling tot zijn eigen regie Sling blade, draagt Thornton geen echte verantwoordelijkheid voor de rest van de film. Een sterke vertolking komt dan verdacht dicht in de buurt van egotripperij.
Dana Linssen
Te huur vanaf 12 januari (Fox Home Entertainment)

Pushing tin: het radarscherm als computerspel.


200 cigarettes
Risa Bramon Garcia
Een goeie casting is het halve werk, zo moet succesvol casting director Risa Bramon Garcia hebben gedacht. En zo zette ze voor haar eigen speelfilmdebuut 200 cigarettes een jong talentvol ensemble op de titelrol, met Ben Affleck, Christina Ricci en Courtney Love voorop. Kate Hudson maakt hier in de voetsporen van moeder Goldie Hawn zelfs een opmerkelijk komisch debuut, als 'pretty in pink' Cindy die op oudejaarsavond 1981 door New-Yorks East Village doolt, evenals al die andere verloren zielen die we in losjes in elkaar geschoven scènes mogen volgen. Zoals de stiekem naar de grote stad afgereisde highschool-vriendinnen Christina Ricci en Gaby Hoffmann die het bewuste feestadres niet kunnen vinden en prompt in de New-Yorkse punkscene belanden. Of zoals het bekvechtende vriendenpaar Courtney Love en Paul Rudd die elkaar uit pure wanhoop dan maar in de armen vallen. Allen zijn uitgenodigd voor hetzelfde feest, maar omdat niemand 'te vroeg' wil komen (een stilzwijgende afspraak die fijntjes op de hak wordt genomen), wordt er stevig gedraald, gedronken, gerookt en gepiekerd over de liefde, met als resultaat een bloednerveuze gastvrouw die op het moment dat de feestgangers binnendruppelen, te beschonken is om nog iets van de jaarwisseling mee te kunnen maken. Jammer dat deze door MTV geproduceerde zedenkomedie vervolgens werd dichtgemetseld met zo'n vijftig (!) bekende hitjes uit de jaren tachtig, vooral van Elvis Costello die ook een cameo kreeg toebedeeld. In een film die het moet hebben van de scherpe dialogen delven dan uitgerekend de acteurs het onderspit. Zelfs Christina Ricci is verveloos, ondanks een prachtig geföhnde coupe en een waanzinnig décolleté.
Belinda van de Graaf
Te huur vanaf heden (op importvideo)


John Carpenter's The thing
John Carpenter
De DVD-uitgave van The thing mag als voorbeeld gelden van hoe het nieuwe medium kan appelleren aan de wensen van de filmgek. Anders dan op video, worden films op DVD meestal uitgebracht in hun oorspronkelijke formaat. The thing valt nu dan ook te bewonderen in kraakhelder Panavision (2,35:1). Samen met de vele extra's waar de luxere DVD-releases doorgaans mee worden volgestopt, zorgt het voor een gedetailleerd beeld van de totstandkoming van deze horrorklassieker. Zo bevat deze uitgave een 80 minuten durende documentaire, Terror takes shape, die onder de flauwe subtitel 'First thing's first' keurig bij het begin begint. Regisseur John Carpenter legt uit dat zijn bewondering voor Howard Hawks' The thing from another world uit 1951, een kleine deuk opliep toen hij als puber het korte verhaal 'Who goes there?' van John W. Campbell las waarop de film gebaseerd was. Daarin stuit een team van onderzoekers op een buitenaards wezen dat in het Antarctisch ijs begraven ligt. Het 'ding' wordt opgegraven, ontwaakt en de van de buitenwereld geïsoleerde wetenschappers ontdekken dat het monster in staat is andere levensvormen te absorberen en imiteren. Daardoor ontstaat een sfeer van paranoia. Hawks was echter helemaal voorbijgegaan aan de subtext van identiteitsverlies en de onmogelijkheid anderen te vertrouwen door Campbells onzichtbare vijand te vervangen door een Frankenstein-achtig monster. Carpenter wilde met zijn film terug naar Campells gedaanteveranderende schepsel. Toch blijkt uit het uitgebreide productie-archief, dat onder andere storyboards van de film bevat, dat het eerste concept van make-up specialist Dale Kuiper sterke overeenkomsten vertoonde met Alien. Daar werd pas vanaf gestapt toen Kuiper een ongeluk kreeg en zijn vervanger, de 22-jarige Rob Bottin, het idee opperde van een geheel vormloos monster. Bottins gruwelijke creaturen en de andere effecten, zoals de prachtige 'matte-paintings' van Albert Whitlock en een ongebruikt stop-motion shot, krijgen in de documentaire de meeste aandacht. Carpenter zelf komt uitvoeriger aan het woord op het commentaarkanaal waarop hij en hoofdrolspeler Kurt Russell herinneringen ophalen aan de productie. Het commentaar varieert van technische uitleg tot lollige anekdotes, zoals het verhaal over de aanwezige helicopter die door Carpenter voornamelijk gebruikt werd om bier uit het dichtstbijzijnde dorpje te laten overvliegen. Er blijven maar weinig vragen onbeantwoord over Carpenters beste film en een dergelijke volledigheid is bij toekomstige DVD-releases van filmklassiekers alleen maar toe te juichen.
Roel Haanen
Te koop bij importzaken of te bestellen via internet (Universal collector's edition. DVD regio 1, alleen afspeelbaar op regiovrije spelers)


BASEketball
David Zucker
Aan de Amerikaanse geest zijn in de afgelopen eeuw enkele mallotige sporten ontsproten die zo gekunsteld in elkaar steken, dat je als sportminnende Europeaan alleen maar meewarig je hoofd kunt schudden. In de sportfilmparodie BASEketball verzinnen twee sukkelige twintigers op de oprit van de garage een mengeling tussen honkbal en basketbal die qua onzinnigheid nauwelijks onderdoet voor 'echte' Amerikaanse sporten als American football, en dus is het helemaal niet zo vreemd dat hun creatie in korte tijd uitgroeit tot een van de populairste competities in de VS. De belevenissen van de twee beste vrienden die ineens beroemd worden door hun bedenksel zouden het uitgangspunt moeten zijn voor een dolle komedie, een verwachting die mede wordt gevoed door het feit dat de regie in handen is van David Zucker, die samen met zijn broer Jerry Zucker en Jim Abrahams verantwoordelijk was voor effectieve lach-of-ik-schiet-komedies als Airplane! en The naked gun. Voeg daarbij, dat de hoofdrollen worden gespeeld door Trey Parker en Matt Stone, de breinen achter de hilarische animatieserie South Park, en een avondje lachen, gieren en brullen lijkt verzekerd. Maar dat valt tegen. Zucker vuurt zijn op de mannelijke onderbuik gerichte grappen af in een veel lager tempo dan in zijn eerdere komedies en bovendien zijn heel veel moppen domweg niet grappig. Ook Parker en Stone blijken voor de camera een stuk minder leuk dan als stemmetjesmakers in South Park. Parker heeft dan ook een van zijn leukere momenten als hij zijn tegenstander uit concentratie probeert te brengen met de stem van het South Park-karaktertje Cartman. Toch is de film niet een aaneenschakeling van treurigheden. De beginscène waarin wordt uitgelegd hoe de Amerikaanse professionele sportwereld ten onder gaat aan show en commercie is alleraardigst, en liefhebbers van botte grappen over bier, borsten en ballen worden regelmatig op hun wenken worden bediend. Verwacht echter geen buikpijn van het lachen.
Fritz de Jong
Te huur vanaf 19 januari (Universal Picture Video)


Nieuw in de videotheek
Maandelijks maakt de Filmkrant een selectie uit het aanbod van nieuwe films en DVD's in de videotheek. De videofilms zijn eerder besproken in de Filmkrant.
Zie ook de Filmkrant zoek-pagina..

Koopvideo
The apostle - Robert Duvall
Claire Dolan - Lodge Kerrigan
Temptress moon - Chen Kaige
Conspirators of pleasure - Jan Svankmayer
Live flesh - Pedro Almodovar
De man met de hond - Annette Apon

Huurvideo
A vendre - Laetitia Masson
The may lady - Rakhshan Bani-Etemad
Kleines Tropicana - Daniel Díaz Torres
Black cat white cat - Emir Kusturica
Hurly burly - Anthony Draza

DVD
Cape fear - Martin Scorsese
Scarface - Brian De Palma
Deliverance - John Boorman
Singin' in the rain - Stanley Donen en Gene Kelly
Abel - Alex van Warmerdam


De Videovorser
Allemaal lijstjes

Honderd mensen die de wereld vormgaven, de keerpunten van het afgelopen millennium, honderd ontdekkingen die de geschiedenis veranderden, de man/vrouw van het millennium, het meest irritante deuntje uit 2000 jaar muziekgeschiedenis en de beste films van de afgelopen eeuw. Aan het einde van ieder jaar slaat de lijstjeskoorts toe, nu er een compleet millennium wordt afgesloten neemt het virus epidemische vormen aan. In de journalistiek ontkomt vrijwel niemand aan de verplichting de balans op te maken, want lijstjes zijn leuk en leerzaam en ze vormen een fijn uitgangspunt voor pittige discussies. Ik moest er onlangs drie inleveren, waarbij onwrikbare criteria drie maal ontbraken. Voor de Filmkrant beperkte ik me tot de bioscooppremières van het afgelopen jaar, waarbij het te elfder ure inhalen van Fight club problemen met zich mee bracht. Ik zag de film en maakte een uur later de balans van het afgelopen jaar op. De deadline was onverbiddelijk, er moesten knopen worden doorgehakt en de film viel net buiten de top vijf. Een dag later dacht ik er anders over: Fight club is geen film die zich eenvoudig laat categoriseren en de verrassende wendingen stemmen tot nadenken. Zoiets kost tijd. Na een nacht slapen was de bewondering voor Finchers klapstuk flink toegenomen, bleek de deadline toch rekbaar en corrigeerde ik mijn lijstje.
Waarmee duidelijk wordt dat er niet zoiets bestaat als een ultieme lijst voor de eeuwigheid: wat vandaag een meesterwerk is, kan morgen weer tegenvallen en vice versa. Bij een jaaroverzicht valt dit probleem nog te overzien, maar wanneer de oogst van een hele eeuw gewogen moet worden is het einde zoek. Een maand van wikken en wegen ging vooraf aan het samenstellen van een lijst van de tien beste horrorfilms voor Schokkend Nieuws, een gespecialiseerd blaadje dat ik met geestverwanten uit liefhebberij maak. Sciencefiction en cultfilms kwamen oorspronkelijk ook in aanmerking, maar dat werd me te lastig. Het was al moeilijk genoeg, vooral door het predikaat 'de tien beste', dat een objectieve beoordeling suggereert, waar persoonlijke smaak en de omstandigheden rond de eerste kennismaking een doorslaggevende rol spelen. En zo werd 'de tien beste horrorfilms' voor de uiteindelijke keuze vervangen door 'de tien favorieten', want hoe kan een Amerikaanse studiofilm uit 1935 bijvoorbeeld objectief vergeleken worden met een film uit Hongkong anno 1987? Uiteindelijk heb ik me beperkt tot films die ik vele malen zag en nog vele malen hoop te zien, waarbij de selectie bovendien aangeeft dat er naar mijn smaak ook buiten de Verenigde Staten uitstekende genrefilms gemaakt worden. Die overwegingen hielden favoriete regisseurs als John Carpenter en David Cronenberg, een klassieker als The exorcist en de complete oogst van de jaren negentig helaas net uit de top tien, maar daar kan ik mee leven.

1 The Texas chainsaw massacre (Tobe Hooper, VS 1974)
2 Suspiria (Dario Argento, Italië 1977)
3 Night of the living dead (George Romero, VS 1968)
4 Psycho (Alfred Hitchcock, VS 1960)
5 Bride of Frankenstein (James Whale, VS 1935)
6 Dance of the vampires (Roman Polanski, GB/VS 1967)
7 Sei donne per l'assassino (Mario Bava, Italië 1964)
8 Kwaidan (Masaki Kobayashi, Japan 1964)
9 Jaws (Steven Spielberg, VS 1975)
10 A Chinese ghost story (Ching Siu Tung, Hongkong 1987)

Een paar dagen na het opmaken van de balans ontving ik een persbericht van het Filmmuseum, met de selectie voor de vierde editie van de jaarlijkse klassiekerreeks die als 'Les films du paradis' van start ging. De nummer vijf van mijn lijstje kwam tot mijn vreugde meteen de eerste keer al aan bod, en in 'Cinema 2000' is het dan eindelijk de beurt aan The Texas chainsaw massacre, die het komend jaar ronkend langs dertig filmhuizen en bioscopen zal trekken. Driewerf hoera, ook voor Blair witch-distributeur Paradiso Films, die een nieuwe kopie van het meesterwerk liet maken. Hoe anders is het gesteld met de nummer twee: het delirium Suspiria heb ik de afgelopen twintig jaar twee keer in de bioscoop mogen ondergaan, en diezelfde versleten en incomplete Britse kopie is nog steeds de enige die voor Nederland beschikbaar is. Gelukkig werd de film vorig jaar in Groot-Brittannië opnieuw op video uitgebracht en is hij bij ons te vinden op importbasis. Waarmee we op de achilleshiel van alle filmlijstjes stuiten. Talloze films van de afgelopen eeuw blijven ongezien, omdat ze alleen in eigen land werden uitgebracht, nooit op video, laserdisc of dvd verschenen of in het ergste geval voorgoed verloren gingen. Zo kan een verloren vampierfilm als London after midnight (1927) nooit meer tot het Pantheon der klassiekers toetreden, al doen foto's, de status van regisseur Tod Browning en ster Lon Chaney en verhalen van hoogbejaarde kenners een meesterwerk vermoeden. En zo behoren Quién puede matar a un niño en Esotica, erotika, psicotika tot mijn favoriete filmontdekkingen van 1999, terwijl de eerste uit 1976 en de tweede uit 1969 stamt, en ze buiten Spanje en Italië nauwelijks bekend zijn. Nee, als het om de filmgeschiedenis gaat lijkt het mij volstrekt onmogelijk om een afgewogen balans op te maken: niemand heeft alles gezien. En dat is mooi. Want als de filmoogst de komende decennia teleurstelt hoeft dat niet te betekenen dat het medium ons nooit meer zal verrassen, er valt nog veel fraais uit het verleden te ontdekken. Een nieuw millennium? Het zal me worst wezen: ik ben nog lang niet klaar met het vorige.

Bart van der Put

Night of the living dead verschijnt op 12 januari opnieuw op video, maar de film is voorzien van door de producent recent gedraaide scènes, die sterk afbreuk doen aan het origineel. Dit is nog erger dan Gus Van Sants Psycho, dus kijk er niet naar. (Dutch Film Works)

Naar boven