Februari 2000, nr 208
Maximale onverwachte creativiteit
Regisseur Paul Ruven (Sur place, Filmpje!) over zijn pogingen om zijn ideale film te maken.
Met Meryl Streep gaat elke film door. In mijn ideale film is helaas geen rol voor haar. Ik hou heel erg veel van haar. Tijdens het maken van Filmpje! moest ik vaak aan haar denken. Ze weet net als zo'n tien andere topactrices heel goed hoe ze haar rol naar cinema kan vertalen. Maar ze is de enige die het acteren voor film als een puur technisch vak ziet. Het gaat haar om elke halve seconde, die ze in een film toebedeeld krijgt, te vullen met 'levend leven'. En dan nog het liefst met briljante staaltjes, zoals een technische topvoetballer soms nooit eerder geziene kunst maakt. Befaamd bij haar is het uitstellen: Ze kijkt nooit zomaar een tegenspeler aan. Ook al vertelt hij net volkomen onverwacht dat hij van haar houdt of haar gaat vermoorden. Nee, ze kijkt eerst naast hem, maakt een schijnbeweging om hem te gaan aankijken, maar veinst dan iets interessants over zijn schouder te zien. Dat doet haar blijkbaar aan iets denken, waardoor ze weg wil lopen. Maar dat blijkt ook een schijnbeweging, want meteen erop herinnert ze zich weer dat haar tegenspeler iets belangrijks zei. Ze richt zich weer naar hem, maar dat is ook een schijnbeweging, want ze kijkt nu naar beneden, alsof ze nadenkt wat het ook weer was wat hij zei. Oh ja, nu herinnert ze het zich weer. Nu wil ze hem gaan aankijken, maar wacht even. Enzovoort. Alles zeer casual, maar interessant en briljant gedaan. Een loopje van de deur naar de tafel wordt bij Meryl altijd gevuld met meerdere gedachtes en bijvoorbeeld een jas die ze net aan wil gaan doen, maar dan toch maar niet, en bovendien: is die jas niet te klein geworden? Bij elke nieuwe film van haar probeer ik alle loopjes met haar mee te anticiperen, en ze verrast me nog steeds. Acteurs als Robert Redford worden gek van haar. Dat betekent: Ze zijn doodsbang dat Meryl de show steelt. Dat klopt, maar wat wil je bij de Maradona onder de actrices. Dustin Hoffman eiste bij Kramer versus Kramer dat Meryl niets mocht bewegen, inclusief haar ogen, als hij speelde. (En daarna monteerde hij haar sterke stukken uit de film). Robert Redford dacht de oplossing te hebben: Hij eiste bij Out of Africa dat Meryl nog maar één take per scène kreeg. Zonder repetitie.
Bij Filmpje! koos hoofdrolspeler Paul de Leeuw (die Bob en Annie speelde) vanuit zichzelf voor slechts één take per scène. Niet vanwege zijn Meryl Streep-acteer-techniek. Maar eigenlijk toch weer wel. Ook Paul wilde elke halve seconde die hij krijgt, maximaal vullen. Met maximale onverwachte creativiteit en spontane improvisatie. Vooral om dat onverwachte en spontane af te dwingen, besloten we ook om niet te repeteren. Dit is erg riskant bij speelfilm: geen repetitie en maar één enkele take draaien. Om hiervoor een optimale basis te leggen moesten we telkens een lange scène draaien. In een speciaal ontworpen decor met een route voor Paul, waarin hij heel dicht langs veel mensen of dingen zou komen, waarmee hij iets zou kunnen doen. Deze mensen of dingen moesten er in overvloed zijn, zodat hij kon kiezen op zijn route. De hele crew, andere acteurs en figuratie repeteerden dan een hele ochtend zonder Paul. We probeerden elk 'scenario' door te nemen, dat Paul zou kunnen gaan doen. Waar zou hij heengaan? Wat zou hij hier gaan doen? Waar moesten de camera's komen? Uiteindelijk kwam Paul dan op de set als iedereen helemaal draaiklaar was. Bloedstollend spannend voor iedereen als een première. En weer verraste hij ons en zichzelf op een manier die niemand (en ook hij zelf niet) had kunnen voorspellen. Hiermee werd vaak ook het scenario van de film onvoorspelbaarder. Daarom leek het een goed idee om de film voor uitbreng te testen. In die tussentijd draaide ik de film Sur place met de Russische actrice Katerina Golubeva, die zo mogelijk nog onvoorspelbaarder was dan Paul de Leeuw en Meryl Streep bij elkaar. Misschien kwam het doordat ze net met haar man, de Litouwse regisseur Sharunas Bartas, rechtstreeks uit vijf maanden volstrekte eenzaamheid in Noord-Siberië kwam. Of misschien kwam het doordat ze gewoon erg van dieren en de natuur hield. In ieder geval luisterde ze naar geen enkele normale regie-aanwijzing. Dat vond ze Amerikaans: onzin, ouderwets, niet werkbaar. En vooral beledigend: Hoe durf je tegen een acteur te zeggen "doe dit" of "doe dat". Nee, ze wilde dat ik elke scène vertaalde naar een analogie uit de natuur of de dierenwereld. Dat kon ze voelen, en wat ze kon voelen kon ze ook 'waarachtig' en 'autobiografisch' spelen. Dus vertaalde ik bijvoorbeeld de happy end-scène, waarin ze blij is dat haar geliefde na lange tijd weer bij haar terugkeert, als volgt: "Je reageert als de hond die eindelijk zijn baasje weer terugziet." Ook Katerina wilde absoluut niet repeteren ("Amerikaanse onzin"). Ze gaf een teken, en dan mochten we draaien. Het liefst ook één keer maar. Dus draaiden we de happy end-scène: Katerina wacht. Haar geliefde keert terug. Maar Katerina reageert niet op hem. De acteur die de geliefde speelt probeert contact. Maar Katerina draait zich om en loopt uiteindelijk weg, het beeld uit. Niet bepaald het happy end, wat ik bedacht had. Dus vraag ik haar waarom ze niet de blije hond speelt, die zijn baasje terugziet. Katerina antwoordt: omdat haar hond ook niet blij was toen ze na vijf maanden pas terugkwam. De hond was boos geworden in de veronderstelling dat Katerina hem verlaten had. En toen ze eindelijk kwam, was de hond expres weggelopen bij haar, omdat de hond haar wilde laten voelen wat voor pijn zij hem had aangedaan. Geen speld tussen te krijgen, Katerina's antwoord. Bij hoge uitzondering mochten we een tweede take doen. Omdat de acteur, die de geliefde speelt, nu wist dat zij haar eigen boze hond speelde, konden we er toch een speciaal soort happy end van maken. Het leverde een aangenaam onvoorspelbare film op. Net als bleek bij de verschillende testfilms van Filmpje!.
Volgende keer: Hoe test je een Nederlandse comedy-film, de neus van Robert De Niro, en de ideale film gaat eindelijk door.
Paul Ruven
Illustratie: Typex.
Paars aangelopen hummeltje
Thessa Mooij, filmjournalist voor de Filmkrant, volgt een semester scenarioschrijven aan het Maurits Binger Film Instituut in Amsterdam. Deel vier van een dagboek.
Research is hartstikke leuk. Je ziet nog eens wat en je ontmoet mensen die je anders nooit was tegengekomen. Maar dan komt toch het onverbiddelijke moment dat de computer aanmoet. Het Marsmannetje dat mij zo galant op de automatische piloot had geholpen, wilde ik een reis terug naar Aarde besparen en ik besloot zelf maar bij te tanken. Dat kwam een beetje moeilijk uit want we hadden zes weken om een heel scenario te schrijven. De deadline brandde als een hysterisch noodsignaal in mijn agenda. "Geen probleem", had mijn script doctor gezegd, "Je 'sequence outline' zit geramd, in een paar dagen schrijf je een 'step outline' en dan schrijft de rest zichzelf." Het klonk te mooi om waar te zijn.
Script doctors zijn gepaard aan een narratieve stethoscoop en een indrukwekkende terminologie. Met die stethoscoop had Martin de afgelopen twee maanden de ruggengraat van mijn scenario bestudeerd. Waar zaten de zwakke plekken en de beknelde zenuwen? Op het moment dat ik in het diepe werd gegooid, was mijn 'sequence outline' al in orde. Dat zijn ongeveer vier A4'tjes die het verhaal indelen in drie actes en acht sequenties. Een sequentie is een serie opeenvolgende scènes die gevoelsmatig en thematisch bij elkaar horen. Een 'sequence outline' is een soort compact boodschappenlijstje van narratieve momenten.
Architectuur
Het klinkt kil om zo'n schema op je zielenroerselen los te laten, maar het medium film is zo monumentaal dat het nou eenmaal een bepaalde structurering vereist. Verander iets aan een dialoog en het begint vijftien scènes verderop te rammelen. Je hebt namelijk helemaal niet veel tijd om uitgebreid bij dingen stil te staan. Wil je dat wel, dan moet je je afvragen of je jezelf onder genieën als Tsai Ming-liang en Bruno Dumont durft te scharen. Of je moet een roman schrijven. Overigens bedoel ik niet dat scenaristen niet zouden moeten experimenteren, maar als er één ding is dat ik op Binger heb geleerd dan is het dat scenarioschrijven veel weg heeft van architectuur, omdat alles van structuur en logica aan elkaar hangt. Zomaar in het wilde weg schrijven is als bouwen op basis van schetsen in plaats van een blauwdruk.
Martin was tevreden met mijn schetsen. Ikzelf ook want Martin's strenge indeling had me geholpen om de liefde en de politiek met elkaar te verweven op zo'n manier dat alle spanningsbogen ook nog eens netjes strak gespannen stonden. Martin ging weer terug naar LA en liet de boodschap achter dat ik een 'step outline' (treatment) moest schrijven. Dit zijn achter elkaar alle scènes zonder dialoog. Het leek me ontzettend saai werk en na al die technische besprekingen vond ik het wel eens tijd voor inspiratie en creativiteit.
Liegen
Ik begon dus zomaar out of the blue en ins Blaue hinein te schrijven. Vreemd genoeg ging het verdomd langzaam: verzinnen wat er moet gebeuren en dan met dialoog het plaatje invullen. Op bladzijde 30 zat ik muurvast en schreef voor de rest van het script alsnog een 'step outline'. Nog net op tijd had ik een heel script. Het was een dik pak papier met een mooie titelpagina, waarin ik een Kievse circusposter had verwerkt, maar verder wist ik niet of ik blij moest zijn met mijn milleniumbaby.
De script doctor pakte zijn stethoscoop en begon het paars aangelopen hummeltje te bestuderen. Ondanks zijn waarschuwingen waren alle beginnersfouten erin geslopen. Vooral de dialogen waren te lang en te direct. Het is altijd beter in film als mensen tegen elkaar liegen. Ik moest een stap achteruit doen en alsnog een 'step outline' schrijven van het script zoals het er nu lag. Daarna moest ik in de eerste akte meer van het dagelijkse circusleven laten zien. Ik zegde etentjes af en haalde extra kattenvoer in huis, want Martin ging over vier dagen weg en dan voorgoed. Een eindsprint was onvermijdelijk.
De zwakke plekken werden zo duidelijk zichtbaar dat ik zelf de diagnose kon stellen: te weinig actie en te veel dialoog. Er moet iets van dat magische Marszand in mijn laptop zijn gevallen, want bij het herschrijven van de eerste akte gebeurde het. Samen met mijn personages beleefde ik nieuwe avonturen. De cursor knipperde vrolijk en het beeldscherm gloeide tevreden. De computer niet meer uit kunnen zetten omdat de ideeën blijven komen. Wat een luxe! Dit was wat ik miste in de race voor de deadline.
In mijn laatste sessie met Martin bleek mijn optimisme niet ongegrond. De structuur van het script stond dankzij de strakke 'sequence outline' gelukkig recht overeind, maar ik moest de personages meer te doen geven en minder laten praten. Maar ja, hoe laat je een partizaan uitleggen waarom hij voor vrijheid vecht, zonder dat hij klinkt alsof hij uit een Ken Loach-film is gelopen? Martin suggereert het 'North by Northwest'-programma, een soort Europees Binger, waarin scenaristen drie keer één week bij elkaar komen om tot een gepolijst scenario te komen. Het klinkt goed, maar eerst ga ik me voorbereiden op het Filmfestival Rotterdam, waar alle Binger-deelnemers op de Cinemart hun project mogen pitchen voor Europese producenten. Na ons afstuderen eind januari, wordt dat de 'icing on the cake'.
(Wordt vervolgd)
Thessa Mooij