Maart 2000, nr 209

Boys don't cry

Romeo en Julia in achterlijk Amerika

Kimberly Peirce verfilmde de waargebeurde zaak van Brandon Teena, een transseksueel die het slachtoffer werd van een botte misdaad. Ze besloot een negentiende-eeuws oorlogsvrhaal te verruilen voor een aangrijpend hedendaags drama en die beslissing werd inmiddels beloond met twee belangrijke Oscarnominaties.

Liefde leidt tot de ondergang.

Op 30 december 1993 schoten twee mannen in Nebraska de 21-jarige Teena Brandon dood. In afwachting van een sekseveranderingsoperatie had de jonge vrouw zich jarenlang als man voorgedaan onder de naam Brandon Teena. Met die identiteit was hij enkele maanden daarvoor gearriveerd in Falls City, een desolaat plattelandsgat dat wordt bevolkt door laag opgeleide blanke Amerikanen die ver verwijderd van de American Dream een bestaan bij elkaar proberen te scharrelen. Brandon hing als jongen rond met zijn latere moordenaars, die net als hijzelf niet konden opscheppen over een smetteloos strafblad. Toen de twee labiele rauwdauwers door een ongelukkig toeval achter zijn ware identiteit kwamen, volgde er een voorspelbaar gewelddadige reactie, waarbij hij openlijk werd vernederd en daarna verkracht. Nadat Brandon aangifte deed bij de politie besloten de mannen hem definitief het zwijgen op te leggen.
Een zaak als deze, waarin grof geweld gepaard ging met een sensationeel verhaal over een jarenlang onontdekt gebleven sekseverwisseling, was natuurlijk gefundenes Fressen voor de Amerikaanse media die zich daarna ook met volle overgave stortten op het dramatische proces tegen de twee daders. Daarin trad een van hen als kroongetuige op zodat zijn vriend ter dood werd veroordeeld, terwijl hij er daardoor zelf nog 'genadig' afkwam met drie keer levenslang.

Ruig
Oorspronkelijk had het regiedebuut van Kimberly Peirce moeten gaan over een vrouw die zich tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog uitgaf voor een mannelijke spion. Op zoek naar bronnen over sekseoverschrijdend gedrag stuitte ze echter op de zaak-Teena. Het is eenvoudig te begrijpen wat Kimberly Peirce moet hebben aangetrokken in Brandons tragische geschiedenis. Naast de evidente nieuwsgierigheid naar hoe een meisje zo lang in zo'n ruige omgeving kan overleven als man, biedt het verhaal meerdere aanknopingspunten voor een boeiend drama, zoals Brandons worsteling met de seksuele identiteit en zijn sterke drang om te worden geaccepteerd door andere mensen. Van alle aspecten blijkt de regisseuse het meest te zijn gegrepen door de ongebruikelijke romance die opbloeide tussen Brandon en Lana, de ex-vriendin van een van Brandons latere belagers, die ook van hem bleef houden nadat het geheim van zijn ambivalente seksualiteit ontdekt was.
Zoals Peirce het presenteert, droeg deze liefdesgeschiedenis bij tot de definitieve ondergang van Brandon. Daardoor lijkt het dramatische liefdeskoppel op een moderne Romeo en Julia, die in hun passie nu eens niet worden tegengewerkt door rivaliserende families, maar door de domheid en intolerantie van achterlijk Amerika. Die enigszins romantische benadering van de affaire komt vooral goed uit de verf door de voortreffelijke vertolking van Lana door Chloë Sevigny, die er in slaagt om het mede door Jerry Springer gecreëerde clichébeeld van 'white trash'-Amerikanen te ontstijgen. Net zoals ze dat eerder deed in de films van haar vriend Harmony Korine benadert Sevigny de onderbuik van de Amerikaanse samenleving niet met een grootstedelijk dedain. In plaats daarvan probeert ze te laten zien dat er achter de uiterlijke kilheid van asociale families die onledig voor de televisie hangen toch nog een complex gevoelsleven kan schuilgaan.

Zelfdestructie
Ten opzichte van de subtiel ingehouden Sevigny doet het spel van de eveneens voor een Oscar genomineerde hoofdrolspeelster Hilary Swank nogal geforceerd aan. De reeds toegekende Golden Globe en de vele juichende verhalen over de actrice, die eerder te zien was in bijrollen in de filmversie van Buffy the vampire slayer en Beverly Hills 90210, zouden doen vermoeden dat hier een prestatie van formaat werd geleverd. Ik had er graag van willen meegenieten, maar zag slechts een jonge actrice die verbluffend veel lijkt op de echte Brandon Teena, die verder echter weinig anders doet dan het opdissen van ingeblikte lesjes in 'method acting'.
Haar spel dwingt eigenlijk alleen maar bewondering af omdat je er aan af kunt zien dat ze er ontelbare uren aan research en voorbereiding moet hebben ingestoken. Wat op den duur vooral gaat irriteren aan de hoofdpersoon - en uiteraard is dat ook voor een deel de schuld van co-scenarist Peirce - is dat hij zich de hele film door opstelt als het ultieme slachtoffer. Ooggetuigen die de echte Brandon hebben gekend omschreven hem als een gevatte jongen, een vrouwenversierder die door zijn vriendinnen werd geroemd als een geweldige minnaar. De Brandon die wordt opgevoerd door Swank en Peirce ligt echter vanaf het begin al niet echt lekker bij zijn vrienden, en het feit dat hij de vele signalen over hun gewelddadige karakter blijft negeren, geeft je bijna het idee dat de makers Brandon willen neerzetten als een martelaar die opzettelijk naar Falls City reisde om er te worden ontmaskerd en als een geslagen hond aan zijn einde te komen. Bij een hoofdpersoon die zo'n sterke hang heeft naar zelfdestructie lijkt de vraag of je liever een jongen of een meisje wilt zijn eigenlijk nog maar bitter weinig uit maken.

Fritz de Jong

Boys don't cry
Verenigde Staten, 1999
Productie: Christine Vachon en Jeffrey Sharp
Regie: Kimberly Peirce
Scenario: Kimberley Peirce en Andy Bienen
Camera: Jim Denault
Montage: Lee Percy en Tracy Granger
Art direction: Michael Shaw
Muziek: Nathan Larsen
Met: Hilary Swank, Chloë Sevigny, Peter Sarsgaard, Brandon Sexton III, Alison Foland
Kleur, 118 minuten
Distributie: Fox Netherlands
Te zien: vanaf 9 maart

Naar boven