Maart 2000, nr 209

Jean-Pierre en Luc Dardenne

Wars van verklaringen

De gebroeders Dardenne zijn twee handen op één buik. De raadselachtige 'nomade' Rosetta was het uitgangspunt voor hun film. Het personage, niet het verhaal staat voorop in Rosetta. "We willen niet overal een antwoord op geven."

Jean-Pierre en Luc Dardenne (foto: André Bakker).

In een kamer van het Hilton bieden de broers een doos vol mierzoete Belgische gebakjes aan, vanochtend vers gehaald bij de pâtisserie voor bij de thee in Rotterdam: 'Myrtilles ou Chocolat?' Luc (1954) neemt een hap van een taartje, Jean-Pierre (1951) rookt een dikke sigaar: "Nee, Hollywood, dat zou niks voor ons zijn. We spreken toch geen woord Engels?"
Ze houden van hun vaderland, maar ze moeten niets hebben van de traditie om degene die België in het nieuws heeft gebracht met een koninklijk lintje te onderscheiden. Het gerucht ging even dat ze voor hun prestaties in Cannes - de Gouden Palm die ze 1999 voor Rosetta ontvingen - in navolging van andere Belgische filmmakers als André Delvaux (Gouden Palm voor L'oevre au noir uit 1988) en Stijn Coninx (Daens uit 1992), de status van baron zouden krijgen. "We zijn door een journalist gevraagd wat we zouden doen, áls de koning ons zou willen onderscheiden. Dan zouden we dus nee zeggen", zegt Luc, "we doen nou eenmaal wat we kunnen, films maken."
Jean-Pierre en Luc Dardenne zijn twee handen op één buik: ze doen van jongs af alles samen. Al meer dan 25 jaar runnen ze gebroederlijk de filmstudio Dérives, waar zij tot nu toe zo'n 60 documentaires maakten en vijf speelfilms, waarvan de laatste twee,
La promesse (1996) en Rosetta (1999), internationale successen waren. Jean-Pierre: "We hebben nooit besloten om samen te gaan werken, het is vanzelf zo gegaan. We weten niet beter. Mensen van buiten zeggen: 'Hoe is het toch mogelijk? Twee broers.' Maar wat dacht je van de gebroeders Lumière? Het medium film leent zich uitstekend om met zijn tweeën te creëren." Luc: "Toen we jong waren wóónden we ook nog samen. Maar onze vrouwen werden er gek van."

Caravan
De regisseurs wonen nog steeds in Engis, een dorpje aan de Maas, waar ze opgroeiden. Inmiddels is het de 'banlieu' van industriestad Seraing (80.000 inwoners) geworden. De meeste van hun films spelen zich af in het grauwe verpauperde gebied.
Jean-Pierre: "Als je op straat loopt zie je de armoede om je heen. Een huis dat leeggehaald wordt door een deurwaarder. Kinderen met vodden aan hun lijf."
Luc: "In de jaren vijftig zijn de meeste fabrieken gesloten. Er ontstond een enorme werkloosheid. In dit soort streken hebben veel jongeren hun ouders nooit zien werken. Rosetta zou zich nergens anders af kunnen spelen."
In de film doolt de vijftienjarige Rosetta (het natuurtalent Emilie Dequenne), wonend met haar alcoholische moeder in een caravan op de camping, door de buitenwijken van Seraing. Wanhopig strijdt ze voor een baan.
Waarom is werk voor haar zo van belang? Jean-Pierre: "Rosetta heeft geen plaats in de samenleving. Ze wil geaccepteerd worden. Als je werkloos bent verlies je een structuur in je leven en het respect van de mensen om je heen. Werken is toch de norm. Mensen in onze omgeving, die werkloos waren, hebben we gek zien worden, sommigen hebben zelfs zelfmoord gepleegd."
Luc: "De film is een portret van Rosetta, iemand uit het leven van alledag, die buiten de maatschappij valt, maar ook een portret van een tijdsgeest. Twintig procent van de mensen staat nog steeds buiten de maatschappij, en niemand bekommert zich om hen."
Om Rosetta te portretteren, wordt er in de film zo min mogelijk 'verteld'. Haar gedragingen maken haar tot wie ze is. Verhalen vertellen is een obstakel voor het tot leven komen van een karakter, vinden de gebroeders. Luc: "We hebben de film willen maken 'zoals' het leven van Rosetta. Het personage, haar bewegingen zijn het uitgangspunt, niet het verhaal. De film heeft geen klassieke verhaalstructuur meegekregen: een begin, midden en einde. Hij begint ergens en houdt ergens op. Rosetta weet nooit waar ze naartoe wil gaan. Ze kan nooit zeggen wat ze de volgende dag zal doen. Wat ze gaat kopen als ze geld zou hebben of wanneer ze een vriend op gaat zoeken. Het ene moment heeft ze werk, het andere niet. Dan wil ze dat haar moeder afkickt van de drank, dan weer gooit ze haar in het water. De dingen overkomen haar." Jean-Pierre: "Rosetta is nou eenmaal zoals ze is. We hebben haar niet in een 'intrigue' willen insluiten."
Luc: "Wat haar gebeurt gebeurt haar. Ze kan niet in de toekomst kijken. Er is maar één ding waarvan ze zeker is, dat is dat de wereld tegen haar is."

Föhn
Rosetta voert een eenzame strijd tegen die wereld waarin iedereen verdacht lijkt. Ook mensen die haar vriend willen zijn, zoals de nozem Riquet. Waarom mag Rosetta geen liefde voelen? Jean-Pierre: "Riquet is in het begin een vijand voor haar. Ze kan hem wel vermoorden, maar aan het eind aanvaardt ze dat hij haar overeind helpt. Ze hebben elkaar misschien zelfs nodig. Toch wilden we voorkomen dat het een liefdesverhaal zou worden."
Luc: "We wilden haar geen uitweg geven. We wilden niet dat je zou kunnen zeggen: 'ze heeft dan misschien geen werk, maar ze heeft in ieder geval wel de liefde'. Rosetta moest blijven steken in haar situatie."
De camera volgt haar in haar dwangmatige rituelen. Elke dag verzamelt ze de glibberige vissen uit zelfgefabriceerde 'vissenvallen': flessen met wormen aan ijzerdraadjes. Rosetta wekt eerder medeleven, dan verlangen of lust. Haar krijgers-uiterlijk is ontdaan van elke seksualiteit. Jean-Pierre: "Het uitgangspunt was een film over een vrouw, maar om haar geslacht een beetje in het midden te laten lieten we haar dingen doen die een jongen ook zou kunnen doen. Ik heb een meisje in het echt nog nooit zo zien schoppen en slaan. Rosetta is een nomade: overleven staat voor haar voorop."
Desondanks zijn haar gedragingen soms uitermate raadselachtig. Zo zet ze dagelijks een föhn op haar buik, eet uitsluitend hardgekookte eieren en drinkt zonder te slikken. Waarom dat vreemde gedrag? Luc: "We willen niet overal een antwoord op geven. We weten zelf wel waarom ze de dingen doet, die ze doet, maar dat gaan we niet uitleggen. Dat is onze zaak." Jean-Pierre: "We zijn niet duister om duister te zijn. Haar gedrag wekt 'verbazing', kun je zeggen. Riquet begrijpt haar ook niet." Luc: "De mooiste films zijn films die niet voor alles een verklaring geven, dan blijft er tenminste nog iets aan de kijker om op te lossen."

Fleur Jurgens


Rosetta

Meegezogen worden in een schraal leven

Rosetta is een woest, koppig meisje, anderhalf uur lang achternagezeten door een woeste, koppige camera. De film Rosetta laat maar een klein stukje zien uit haar troosteloze leven, maar dringt er diep in door. Dat is geen aangename ervaring.

Baan en vriend: Rosetta wil een normaal bestaan.

Na het succes van La Promesse (de film leverde een indrukwekkende waslijst prijzen op) namen de Waalse broers Luc en Jean-Pierre Dardenne drie jaar de tijd voor het ontwikkelen van opvolger Rosetta. In de tussentijd produceerden ze tal van documentaires, maar ze bleven schaven aan het scenario van hun nieuwe speelfilm. Dat is opvallend, want Rosetta lijkt een film zonder script: een rauw portret van zomaar een meisje, zonder duidelijk begin of eind, zonder plot, waarachtig als een documentaire.
Schijn bedriegt. Veel realistischer dan Rosetta kunnen speelfilms niet worden, maar op het tweede gezicht is de film wel degelijk een zeer doordacht kunstwerk. Ieder detail klopt: van de steeds maar weer in beeld gebrachte rituelen waarmee het meisje Rosetta haar dagen markeert, tot de manier waarop de camera alsmaar achter haar aanhobbelt waardoor we Rosetta vaak op de rug zien, begeleid door haar zware ademhaling op de geluidsband. Het zijn welbeschouwd slimme trucs om de film het aanzien van een documentaire te geven, en zo de kijker mee te zuigen in het schrale leven van Rosetta.
'Trucs' is natuurlijk niet het goede woord. Meesterlijke manipulatie is het. En de zorgvuldigheid waarmee de broers Dardenne te werk gaan toont aan dat het nog niet zo eenvoudig is om een speelfilm de ruwheid van het ware leven mee te geven. Een gouden vondst daarbij is de hoofdrolspeelster Emilie Dequenne. Ze won voor haar prestatie de prijs voor de beste vrouwelijke actrice op het filmfestival van Cannes. Absoluut terecht, juist omdat ze in het geheel niet lijkt te acteren; ze ìs Rosetta, een tobberige jonge vrouw met een enorme vechtlust. Ook dat is uiteraard schijn, want Dequenne is in het echte leven een jonge actrice, die studeerde aan het conservatorium en een prijs won voor haar voordrachtskunst. Mijlenver verwijderd van Rosetta; ook zij heeft veel kwaliteiten, maar welsprekendheid hoort daar niet bij.

Priegelen
Rosetta woont met haar aan alcohol verslaafde moeder in een stacaravan op de camping van het stadje Seraing. De werkloosheid is er groot en Rosetta wil maar één ding: een baantje vinden. Het is een obsessie voor haar. Als ze werk heeft, leidt ze een normaal leven, houdt ze zichzelf voor. Met een enorme vasthoudendheid is ze op zoek naar dat normale bestaan. Het maakt haar niet uit wat voor werk ze doet, en het maakt haar ook niet uit hoe ze dat werk bemachtigt.
Iedere dag vertrekt Rosetta van de camping, neemt een sluiproute door het bos naar de weg waar de bus halthoudt, trekt halverwege de route haar laarzen uit en verwisselt ze voor haar nette schoenen, stopt de laarzen in een lege rioolpijp, dekt ze af, stapt op de bus en gaat de stad in. Iedere dag koopt ze een wafel bij het kraampje op het busstation en drinkt water uit de bidon die ze altijd bij zich heeft en op vaste plekken bijvult. Iedere dag komt ze 's avonds weer terug bij de caravan, waar ze haar laveloze moeder aantreft, die haar lichaam verkoopt in ruil voor wat bier.
Zo obsessief als Rosetta is, zo obsessief volgt de camera haar doen en laten. Haar benauwde leven wordt de kijker gewoonweg door de strot geduwd. Al haar handelingen worden gekenmerkt door haast en de camera doet hetzelfde: met schokkende bewegingen legt die haar jachtige rituelen vast, alsof er geen tijd te verliezen is. Vissen in de rivier: snel snel het wurmpje uit het doosje, aan het haakje in het gebroken flesje, fles in de rivier, terugtrekken, vis eruit priegelen, teruggooien.

Mantra
Er zit ook nog wel een verhaal in Rosetta, zij het rudimentair. Rosetta vindt een baan en een vriend, maar het altruïstische optreden van deze Riquet wordt door haar niet begrepen. Waarom zou iemand zijn best doen om het haar naar de zin te maken? Is het soms niet ieder voor zich in deze wereld? De plot is echter volledig ondergeschikt aan de ervaring deel uit te maken van het leven van Rosetta.
En dat is precies de grote kunst van de gebroeders Dardenne. Anderhalf uur lang bieden ze geen andere uitweg dan het meegaan in Rosetta's dagelijkse strijd. Het is een behoorlijk beklemmende ervaring. Zo beklemmend, dat het heilzaam werkt te beseffen hoe dit allemaal tot stand kwam. Net zoals Rosetta's bezwerende avondlijke formule ("Ik heb een baan. Ik heb een vriend. Ik leid een normaal bestaan.") geeft de volgende mantra verlichting: "Het is een speelfilm. Het is niet echt. Het lijkt maar zo. Het zijn allemaal slimme trucs. Het is gewoon heel knap gemaakt."

Pauline Kleijer

Rosetta
België, 1999
Productie: Luc & Jean-Pierre Dardenne, Michèle & Laurent Pétin
Regie en scenario: Luc & Jean-Pierre Dardenne
Camera: Alain Marcoen
Montage: Marie-Hélène Dozo
Geluid: Jean-Pierre Duret
Art direction: Igor Gabriel
Met: Emilie Dequenne, Fabrizio Rongione, Anne Yernaux, Olivier Gourmet
Kleur, 90 minuten
Distributie: A-Film Distribution
Te zien: vanaf 24 februari

Naar boven