Maart 2000, nr 209 De ideale film
Robert De Niro prijst tissues aan
Regisseur Paul Ruven (Sur place, Filmpje!) over zijn pogingen om zijn ideale film te maken.
"Pas op, Robert De Niro komt er aan", wordt er op de set geroepen. Ideaal, zou je denken. Maar dan fluistert mijn Hongaarse producent: "En nou maar hopen dat het de goede Robert De Niro is." We staan in de hitte op een rotsige berg vol cypressen met prachtig uitzicht over de zee. Maffia-Sicilië. Alleen was Sicilië te duur (vanwege de maffia daar), dus draaien we nu in Kroatië (waar de maffia goedkoper is). Robert De Niro arriveert. Applaus klinkt van de crew. Die is dankzij de Hongaarse maffia volkomen onnodig drie keer te groot.
Mijn producent jammert: "Dat gaat nooit goed. Had ik toch maar Al Pacino genomen. Of James Dean." Robert stelt zich aan ons voor: "Hi. My name is Graham Norman from Liverpool, I am the official Robert De Niro impersonator for the whole world excluding the United States." Ik begrijp het gejammer nu: Deze look-a-like is zeker 30 centimeter kleiner dan de echte De Niro. En in de commercial voor Zwitserse tissues, die we vandaag gaan draaien, moet hij tussen een groep maffialeden staan. Maar deze Kroaatse figuranten zijn allemaal van bodybuilder-plus-grootte. Dat maakt het onbedoeld komisch. En ongeloofwaardig. "Maybe this helps", zegt Robert. Hij heeft een klein keukentrapje bij zich. Het werkt niet. Dus gooien we samen met de creatieven van het reclamebureau alles om. Op zoek naar een manier en verhaalvolgorde waarop het wel werkt. Zodat de eindgrap ook precies getimed aan het einde komt. En werkt als eindgrap. En nog steeds is toegesneden op de humor van de doelgroep: Zwitserse yuppen, die er over denken om van tissue-merk te veranderen.
Iets soortgelijks gebeurde er bij Filmpje! BRe hadden zeer veelzijdig materiaal, waarmee we alle kanten op konden. Maar wat was de ideale film? Het kon bijvoorbeeld meer een 'Volkskrant-film' worden, of meer een 'Algemeen Dagblad-film'. Het kon een snelle, moderne film worden, waarin niet alles uitgelegd hoeft te worden, of juist het tegenovergestelde. Bijkomende hoge moeilijkheidsgraad: humor. Humor in Nederlandse film. Is ongelooflijk moeilijk. Freek de Jonge maakte ooit een hilarische voorstelling. Maar als film (De Kkkkomediant) bleek ie totaal niet te werken. Een filmzaal heeft een andere timing dan een theaterzaal. Bij Filmpje! was de moeilijkste keuze: welk soort humor kies je? Want dat is meteen het publiek dat je kiest en waar je op moet richten. Kies je bijvoorbeeld volle-zalenhumor of halflege-zalenhumor? Een lach (en de timing in je film) werkt heel anders met volle zaal dan met lege zaal. Zie bijvoorbeeld Flodder 2 in een bijna lege zaal: een hond pist op een gezicht. Het shot duurde eindeloos lang. Daarna in een volle zaal: het shot werd volledig vol gelachen, en had nog een minuut langer kunnen staan. Nu werd zelfs de volgende scène stuk gelachen, en miste je essentiële vervolginformatie.
Omdat toen in Nederland niemand iets over de werking van filmhumor wist, besloten we de film te testen. Een unicum. Maar welk publiek? We begonnen met een 'Rolf Wouters-publiek': mensen die het meest naar de film gaan. We zetten camera's op dit testpubliek en analyseerden achteraf uitgebreid hun reacties. Subtiele grappen: nauwelijks opgepikt. Informatie: alleen zeer strikt noodzakelijk, een half woord is genoeg. Instelling: we komen om te lachen, dus geef ons verdomme wat te lachen. We verwerkten steeds hun respons in de montage, tot we op gegeven moment een 'perfecte versie' hadden van 86 minuten - volgens Woody Allen duurt een goede comedy nooit meer dan 85 minuten, dus we zaten in de buurt. Deze versie was snel, fris, verrassend, onburgerlijk en aangenaam balancerend op de rand van te ver gaan. En heel belangrijk: elke 'zak' was eruit gehaald. Een zak betekent dat je lach weg is en niet snel meer terug komt.
Vervolgens testten we het voor een meer Vara/Volkskant-publiek. Gek genoeg vond de zaal (getuige onze camera's) het bijna even leuk. Alleen in de enquête erna was men ineens minder positief. Vervolgens werd het testpubliek uitgebreid met de familie van kinderen tot oma. En dan verandert er ineens een heleboel aan je voorheen ideale film. Dilemma: families maken volle zalen. En als de ideale film volle zalen is: niets is zo leuk als een rollende lach door een filmzaal. En niets is zo erg als een keiharde stilte, waar je een lach bedoeld had. Ten bate van de 'familie' wordt het hoge tempo uit de film gehaald. En noodzakelijk uitleggeriger gemaakt door eerst niet bestaande dialoogvoice-overs, en alles wordt geheel anders 'getimed'. Scènes die reeds afgetest waren, blijken nu tot ieders verbazing ineens 'te werken'. Tot een hele andere, maar wel DE ideale volle-zalenfamiliefilm.
Een jaar later maakten we de tv-comedy 'Bed & breakfast'. Hoewel het namens de VPRO gemaakt was voor het diffuse 'Nederland 3-publiek' kwam weer die humorvraag: wat is dan dat ideale 'Nederland 3-publiek'? We besloten om - net als elke Amerikaanse comedy - de lach zelf ideaal in te vullen, volgens een normaal hoog Amerikaans ritme. Meteen ontstond er bij een bepaald publiek kortsluiting. Volgens zeggen omdat men de Amerikaanse ritme-lach accepteert "omdat je nou eenmaal toch niet weet waarom Amerikanen lachen". Maar in Nederland is men de 'sporadische lach' zo gewend, dat hij maatgevend blijkt. Deze is meer gezelligheids-bevestigend dan grap-reagerend. Althans zo schreven de experts erover.
Desalniettenmin: Filmpje! werd met een miljoen bezoekers de best bezochte Nederlandse film van vele jaren. 'Bed & breakfast' was twee jaar met een klein half miljoen kijkers het best bekeken VPRO-programma op de donderdagavond. Ideale humor bestaat niet. Het blijft gevaarlijk raar, en superlink, want iemand vindt iets leuk of niet. Er is niets tussen, zoals bij het veel veiligere genre 'drama', waaraan je je eigenlijk geen echte buil kunt vallen.
Uiteindelijk kwam de Robert De Niro-commercial toch nog goed: aan tafel zittend opgehoogd op twee kussens tussen de Hongaarse bodybuilders. Perfect getimed, een mini-comedy van dertig seconden. Helaas verkortte de opdrachtgever de commercial wegens economische redenen tot twintig seconden.
Volgende keer: De film waarvoor Robert de Niro een moord deed, filmkritiek in Nederland, en de ideale film komt er eindelijk aan.
Paul Ruven
Illustratie: Typex.
Monument voor een bescheiden heldin
Thessa Mooij, filmjournalist voor de Filmkrant, volgt een semester scenarioschrijven aan het Maurits Binger Film Instituut in Amsterdam. Het slot van een dagboek.
Ik was erg benieuwd waar Binger zou eindigen. Technisch gesproken studeerde ik af op 28 januari. Ik kreeg champagne, een t-shirt en een oorkonde. Voor dertig Europese studiepunten mocht ik mezelf nu gediplomeerd scenarioschrijver noemen. Toch had ik een onafgerond gevoel; misschien omdat ik wist dat ik mijn project nog moest gaan presenteren op de Cinemart in Rotterdam. Ik pitchte, vertoonde mijn digitale filmpje over Kiev en sprak met producenten uit Amsterdam, Londen en Berlijn.
Nee, Binger eindigde voor mij in een crematorium in Voorschoten. Het idee voor mijn script - trapeziste raakt verstrikt in verwikkelingen rondom een Oekraïense partizaan - is geïnspireerd door mijn oudtante. Toen ik vorig jaar bij Binger een korte synopsis inleverde, had ik van haar niet meer dan een kopeke (een honderdste deel van een roebel) uit 1938. Ze was dus in die tijd in de Sovjet-Unie geweest. Verder wist ik niet veel van haar. Ze praatte met niemand over haar circusleven en ik had haar tien jaar lang niet meer gezien. Maar dat muntje was genoeg om mijn fantasie op hol te doen slaan. Mijn scenario The wild field gaat niet over mijn oudtante, maar over haar lef.
Bommen en granaten
Er is veel geschreven over 'mijn' scriptdoctor Martin Daniel naar aanleiding van Total loss. Hij staat voor de Amerikaanse manier van scenarioschrijven, waarvan sommigen vinden dat het te veel plot en weinig wol is. Dat kan best zijn. Ook in mijn sessies ging het meer over het circus, de geheime politie en de partizanen: de bommen en granaten, om het oneerbiedig te zeggen. Maar dankzij diezelfde 'Amerikaanse' methode kijk ik nu vanuit een heldere structuur naar mijn materiaal. Dankzij hem weet ik nu meer over het zorgvuldig loslaten van informatie op de kijker. Wanneer vertel je wat en hoe? Het is aan mij om van die regels af te wijken, mochten het script of ikzelf daar zin in hebben.
Maar ik zal Martin vooral herinneren als degene die me ertoe zette om mijn oudtante te bezoeken. Wat vrienden al jaren tevergeefs hadden probeerd, lukte hem wel. Ik besloot de dag erna naar Voorschoten te gaan. Maar niet voordat ik met Martin en mijn groepsleden Kees Vlaanderen en Mark Timmer een buitengewoon wilde sessie had gehad. Stoutmoedig als we waren, verzonnen we dat het circus in de Sovjet-Unie belandt, door de KGB wordt geclaimd en niet meer terug naar het westen kan. In een gekke bui lieten we het circus voor generaals optreden, waardoor de Oekraïense partizanen in actie komen.
Vuurbal
Tot mijn grote verbazing haalde mijn oudtante mij binnen als een lang verloren dochter. Ik had een truc verzonnen om het gesprek op haar Russische toernee te brengen. Dat was helemaal niet nodig. Amper zat ik met koffie op de bank of ze begon te vertellen. De vrouw die niemand over het circus wilde vertellen, kon niet meer ophouden. Ze was in 1939 via Finland de Sovjet-Unie binnengekomen met het laatste buitenlandse circus dat het land nog in mocht. Ze moest documenten ondertekenen dat ze met niemand zou praten over wat ze in de Sovjet-Unie zou horen of zien. Zonder het toezicht van de buschauffeur mochten ze nog niet eens een sanitaire stop maken. Ze vond het heel vreemd, maar ze traden alleen op voor generaals. Nog vreemder was dat ze werd benaderd door een mysterieuze KGB-vrouw die haar aanmaande om snel Russisch te leren: 'truth is stranger than fiction'.
Mijn 87-jarige oudtante overleed vlak na het Filmfestival Rotterdam redelijk vredig in haar slaap. Gelukkig heeft het Binger me geholpen een monument voor haar te bouwen. Onder druk van de strenge roosters en de genadeloze deadlines heb ik veel werk verricht, maar dat heeft ook een schaduwkant.
Formeel gezien haalde ik netjes op 6 januari de eindstreep met een voltooid script van 101 pagina's. Veel belangrijker voor mij is de inspiratiebron, de motor, van The wild field. De vuurbal die alle 'research' in mijn hoofd had aangestoken was blijkbaar aan de buitenkant niet te zien. In ieder geval speelde dat aspect van mij als scenarioschrijver geen rol in het lesprogramma. Of dat slecht is weet ik niet. Uiteindelijk gaat het erom iets te voltooien: herschrijven kan altijd. Maar ik had altijd het gevoel dat die 101 pagina's volkomen los van mij stonden.
Gelukkig steken Binger-directeur Jeanne Wikler en Martin hun 'post-graduation'-enthousiasme niet onder stoelen of banken. Ze hebben me aangeraden verder aan het scenario te schrijven bij North-by-Northwest, een Europese workshop. Hun affiniteit met mijn script werkt aanstekelijk. Ik ga het beste scenario van de hele wereld schrijven. Voor mijn tante. (O ja. Ze zat ondergedoken in het Nederlandse verzet. Nooit iemand verteld, maar nu duiken de papieren op. Ze vonden op röntgenfoto's kogels in haar been. Opgelopen tijdens de ontsnapping na haar arrestatie. Dat was voordat ze officier van het Rode Kruis werd.) Die film, die komt er echt wel. Daar zorg ik wel voor.
Thessa Mooij