April 2000, nr 210

Jane en Anna Campion

Filosofie versus praktijk

Holy smoke is de nieuwste film van regisseur Jane Campion. Maar het is ook de nieuwste film van haar zus Anna. Twee filmende zusters op een kussen, daar moet welhaast de duivel tussen slapen. Het resultaat is dan ook behoorlijk onevenwichtig. De Filmkrant sprak vorig jaar tijdens het Filmfestival Venetië met Jane Campion en hoorde de beide zusters beleefd bekvechten.

Huis-, tuin- en keukenpsychologen kunnen vast een hoop goede redenen bedenken waarom de gebroeders Coen, de Farrelly's, de Wachowski's en al die andere filmende broertjes zo'n plezier hebben op de filmset dat de vruchten van hun samenwerking het over het algemeen onverwacht sterk en verfrissend zijn. Bij de première van hún gezamenlijke film Holy smoke vorig jaar tijdens het Filmfestival Venetië, maakten noch de film, noch de gezusters Campion een eensgezinde indruk. Misschien heeft dat te maken met het feit dat de titelrol alleen Jane als regisseur vermeld, terwijl Anna en Jane wel een scenariocredit delen.
Holy smoke is hun eerste film samen, nadat Jane zich internationaal profileerde als een van de meest authentieke en stijlvaste hedendaagse filmmakers. Na haar overrompelende debuut met het letterlijk en figuurlijk dwarse schoolmeisjesportret Sweetie (1989), leverde zij met An angel at my table (1990) een van de ontroerendste films van de afgelopen jaren negentig af. Het Victoriaanse liefdesdrama The piano (1993) betekende haar doorbraak bij het grote publiek en gaf de meestal als boef of andere onduidelijke sujetten gecaste Harvey Keitel te zien in een ongewone rol als tedere, nobele wilde.
Anna regisseerde tot nu toe een speelfilm,
Loaded (1994), een vlotte, maar nogal onevenwichtige tienerfilm over een groepje jongeren dat een weekend in een verlaten landhuis doorbrengt om een lowbudget horrorfilm op te nemen.

Potsierlijk
Op het eerste gezicht is Holy smoke weer een typische Jane Campion-film, met een sterke vrouwelijke hoofdpersoon die allerlei persoonlijke en sociale obstakels moet overwinnen. Het verhaal concentreert zich op deze Ruth (een overdonderende Kate Winslett), een jonge Australische vrouw, die zich tijdens een reis door India bij een Hindoeïstische geloofsgemeenschap heeft aangesloten. Haar panische ouders halen haar onder valse voorwendselen terug naar huis en sluiten haar op met de nogal potsierlijke Amerikaanse deprogrammeur P.J. (Harvey Keitel), zodat ze weer 'gewoon' kan worden. Holy smoke geeft niet echt uitsluitsel over het feit of Ruth werkelijk ten prooi is gevallen aan een gevaarlijke sekte, of eerder aan de angst van haar ouders voor het onbekende. In haar gesprekken met P.J. blijkt zij vooral een koppige en zelfbewuste jonge vrouw die heel wel in staat is haar eigen oordelen te vellen. De nadruk komt daardoor te liggen op de confrontatie tussen twee uitersten, tussen wie zich langzamerhand ook nog een soort erotische spanning ontwikkelt. Dit karakterspel wordt omlijst door een bonte parade van gekke personen en doldwaze situaties.
Op de persconferentie ter gelegenheid van de première van Holy smoke tijdens het Filmfestival Venetië beklemtonen Jane en Anna Campion hun gezellige, gezusterlijke samenwerking, maar schuiven de inconsistenties en inconsequenties van de film listig op de ander af. Jane: "We speelden allebei met het idee om een film te maken over de betekenis van geloof en spiritualiteit vandaag de dag, dus vandaar dat we besloten om onze krachten te bundelen." Anna: "Al hadden we wel heel verschillende opvattingen over spiritualiteit. Ik ben meer geïnteresseerd in de praktische kanten." Jane: "En ik meer in het filosofische." Anna: "Natuurlijk heeft Jane als regisseur een overkoepelende visie. En het laatste woord."
Later zal Jane dit toelichten als: "Ik ben van nature erg nieuwsgierig. En als ik om me heen kijk, dan vraag ik me altijd af wat de betekenis van dat alles is. Oftewel wat de zin van het leven is, een vraag die ten grondslag ligt aan alle religie, filosofie en wetenschap. Er zijn zoveel vormen en lagen van spiritualiteit. Meestal associëren we termen als geloof en vertrouwen met heel hoogstaande en hoogdravende zaken. Ruth en P.J. beginnen hun gesprekken op dat abstracte, bijna theoretische niveau. Langzamerhand brengen ze dat terug naar een alledaagser niveau en ontdekken ze dat hun verschillen meer te maken hebben met wie ze zijn, dan met wat ze geloven."

Dijenkletsen
De volgende dag wil Jane Campion in het statige Hotel des Bains nog wel eens uitleggen waar Holy smoke volgens haar over gaat. "Ik denk dat ieder mens op een gegeven moment de noodzaak voelt om een spiritueel leven voor zichzelf te creëren, en dan bedoel ik dus niet per se religieus. Maar de vraag waar je dan voor komt te staan is of spirituele overtuigingen niet net zo illusoir zijn als je materiële verworvenheden. Dat heb ik tot uitdrukking willen brengen in het conflict tussen Ruth en P.J. Maar ik had geen zin om er een moralistische film van te maken. Veel mensen denken dat ze hét antwoord op al hun vragen over het leven hebben gevonden, maar praten daar dan vervolgens zo dwingend over, zo intolerant. Ik heb helemaal geen zin om een of andere waarheid te verkondigen en daarom leggen we in de film even veel nadruk op de verhouding tussen Ruth en P.J. als op de reacties en de verwarring van de omgeving."
Het zijn die sfeerbeelden van een burgerlijke familie uit een buitenwijk van Melbourne, die de film regelmatig laten ontsporen. De film blijft eindeloos hangen in dijenkletsende grappen en grollen over Ruths homoseksuele broer en zijn cliché-vriendje, haar nymfomane zuster die alleen maar kan klaarkomen als ze aan filmsterren denkt en haar neurotische moeder die als enige dapper genoeg is om Ruth uit India (oeh griezelig, primitief, kakkerlakken) op te halen, maar wel met een zakdoekje voor haar mond tegen de bacillen. Met zo'n familie ga je denken dat je zelfs in een Hindoeïstische sekte nog beter af bent.
Geconfronteerd met die kritiek verdedigt Jane Campion de campy humor en de losbandige stijl van Holy smoke door te motiveren dat die voortkomen uit de krampachtigheid van Ruths ouders: "In India gaat men over het algemeen veel ontspannener met religie en spiritualiteit om. Ruths familie is zelfs het contact met hun eigen christelijke wortels verloren. Ze weten niet eens meer hoe ze moeten bidden. Daarvoor hebben ze een zwarte Amerikaanse vrouw nodig, gespeeld door Pam Grier, de vriendin van P.J. in de film, om hen weer met hun roots in contact te brengen." Bovendien meent Campion dat "zonder humor deze film onverdraaglijk zwaar en moralistisch was geworden".
Voelt ze zich zelf aangetrokken tot het Hindoeïstische gedachtegoed?
Jane: "Ik heb lang door India en Azië gereisd, maar ik ben nooit in de verleiding gekomen om me tot het Oosterse denken te 'bekeren'. Eerlijk gezegd stoor ik me nogal aan de manier waarop men in het Westen de Oosterse filosofieën overneemt alsof het een nieuwe vorm van bezit is, die het oude moet vervangen. Wat je dan krijgt is een vorm van spiritueel materialisme, dat kan nooit de bedoeling zijn volgens mij. Het gaat erom dat je in je leven dapper genoeg bent om een spirituele reis te ondernemen. De manier waarop je dat doet is van minder belang."

Polariteiten
Jane Campion staat bekend om de sterke, vrouwelijke heldinnen van haar films. Gevraagd naar het vrouwelijke perspectief van de film, antwoord Jane koeltjes dat het enige vrouwelijke perspectief dat ze kan bedenken het feit is dat de maakster een vrouw is. Maar dat je de film vanuit het perspectief van allebei de hoofdpersonen kunt bekijken, een vrouw en een man, en dat het er niet toe doet wat voor geslacht de toeschouwer heeft om zich met een van hen meer te kunnen identificeren.
Een herinnering aan het beleefde gebekvecht van de persconferentie dringt zich op. Had Anna daar niet verklaard dat de Holy smoke wat haar betreft wel degelijk over man-vrouw polariteiten gaat?
Waarop Jane een lang betoog begon dat de enige feministische vraag die de film stelt is waarom oudere mannen altijd op jongere vrouwen vallen en mannen en vrouwen van dezelfde leeftijd niet gewoon samen oud worden.
Het moge duidelijk zijn dat als de twee maaksters er al niet samen uit konden komen waar hun film over moest gaan, dat men het de toeschouwer ook niet kwalijk kan nemen als hij de draad kwijtraakt.

Dana Linssen

Kate Winslet en Harvey Keitel in Holy smoke.


Holy smoke

Charlatan verleidt sektelid

In Holy smoke wordt Harvey Keitel ingehuurd om sektelid Kate Winslet te deprogrammeren. Regisseur Jane Campion gebruikt dit thema als opstapje voor een verbitterde machtsstrijd tussen de seksen. De man verliest, maar het is de vraag of de vrouw gewonnen heeft.

Het oeuvre van de Nieuw-Zeelandse regisseur Jane Campion is overladen met prijzen. An angel at my table sleepte in 1990 in Venetië zeven onderscheidingen weg, waaronder de speciale juryprijs voor de beste film. The piano ging in 1992 in Cannes met de Gouden Palm aan de haal en won vervolgens drie Oscars, onder meer die voor het beste scenario. Campions nieuwste film Holy smoke hoeft niet te rekenen op een vergelijkbare steunbetuiging. In de Verenigde Staten werd de film door de pers zuinigjes ontvangen.
Terecht. Ruth Barron (Kate Winslet) is in India in de ban geraakt van de goeroe Chidaatma Baba. Een vriendin brengt het slechte nieuws in geuren en kleuren over aan het thuisfront, een Australisch 'white trash'-gezin. De familie schrikt zich een hoedje en de astmatische moeder (Julie Hamilton) stelt zich ter plekke op de hoogte van de omvang van de calamiteit. Nu, die is niet gering. In het café waar ze met Ruth afspreekt blijkt het al niet pluis: haar dochter drinkt iets dat niet in een flesje zit maar gewoon in de keuken is bereid, en het toilet bestaat uit een gat in de grond. Bij de sekte gaat het er zedenloos aan toe, getuige het feit dat alle vrouwelijke leden zich echtgenote van Baba noemen. Dat deze huwelijken van platonische aard zijn, maakt voor de moeder weinig verschil. Tussen de astma-aanvallen door speelt ze haar troefkaart uit: de vader van Ruth verkeert zogenaamd in kritieke toestand en heeft haar nodig aan zijn sterfbed.

Prietpraat
Ruth laat zich chanteren en keert terug naar Australië, waar ze haar allerminst doodzieke vader een partijtje golf ziet spelen. Ruth voelt zich verraden, en dat gevoel neemt alleen maar toe wanneer een zekere PJ Waters (Harvey Keitel) zich aandient. Waters is van beroep deprogrammeur: iemand die de hersenspoeling van sekteleden ongedaan maakt. Hij heeft een imponerende staat van dienst. Van zijn 189 eerdere behandelingen is slechts 3,5 procent mislukt.
Tijdens een driedaagse training in een afgelegen huis moet Ruth weer de oude worden. Tot het moment dat Waters zijn entree maakt, is Holy smoke een redelijk onderhoudende komedie, zij het één die gebukt gaat onder een simplistische maatschappijvisie. Campion contrasteert het serene sekteleven met de benepen en intolerante opvattingen van de gezinsleden. De acteurs worden volop in de gelegenheid gesteld er op los te schmieren, opdat de boodschap maar niet verkeerd verstaan wordt.
Met Harvey Keitel op de set slaat de regisseur een andere weg in. De driedaagse therapie verwordt al snel tot een machtsspel tussen de seksen. Eerder heeft Waters aan de ouders uitgelegd dat fase één van zijn strijdplan tot doel heeft de cliënt respect voor de therapeut bij te brengen. Dit nu is wel het laatste waar hij in slaagt: Ruth kijkt onbarmhartig door zijn loze prietpraat heen.

Seksistisch
Nu is het ook wel moeilijk om een deprogrammeur van het kaliber Waters serieus te nemen. Hij heeft met zijn spiegelende zonnebril, snorretje, achterover gekamd haar en cowboylaarzen de allure van een kleine crimineel of een louche verkoper. Verder straalt de geilheid van zijn gezicht af, en kan hij bijvoorbeeld geen weerstand bieden aan de avances van Ruths onnozele schoonzusje (Sophie Lee). Het is moeilijk in te zien waarom Ruth zich desondanks seksueel tot deze charlatan aangetrokken voelt. Tijdens een emotionele breakdown vraagt ze PJ om hulp, en krijgt die in de vorm van seks. Daarna is het vallen en opstaan: Ruth schimpt op Waters' seksistische mentaliteit, maar gaat vervolgens toch weer met hem naar bed. Enzovoorts.
Het is om moe van te worden, zeker voor PJ die inmiddels tot over zijn oren verliefd is en alle therapeutische overwegingen uit het oog heeft verloren. Na de zoveelste vernedering - Ruth stift zijn lippen en trekt hem een knalrode jurk aan - doet hij zelfs een beroep op haar menselijkheid, een noviteit in zijn gedragsrepertoire. "Be kind," schrijft hij in spiegelschrift op haar voorhoofd.
Het acteren is zo goed als het chaotische scenario het toelaat. Kate Winslets monumentale gestalte valt moeilijk te negeren, en ze gaat niet zichtbaar gebukt onder de talrijke stemmingswisselingen waaraan Ruth onderhevig is. Harvey Keitel staat voor een onmogelijke opgave en het enige dat hem nagedragen kan worden, is dat hij zijn medewerking aan dit project verleend heeft. De beste rol in de film is weggelegd voor het weidse Australische landschap, dat door cameraman Dion Beebe liefdevol in beeld wordt gebracht. Jammer dat in die mooie plaatjes zo'n lelijk verhaal wordt verteld.

Hans Knegtmans

Holy smoke
Australië, 1999
Productie: Jan Chapman
Regie: Jane Campion
Scenario: Anna Campion, Jane Campion
Camera: Dion Beebe
Montage: Veronka Jenet
Geluid: Ben Osmo
Art direction: Tony Campbell
Muziek: Angelo Badalamenti
Met: Kate Winslet, Harvey Keitel, Julie Hamilton, Tim Robertson, Sophie Lee
Kleur, 114 minuten
Distributie: RCV Film Distribution
Te zien: vanaf 13 april

Naar boven