April 2000, nr 210
Zhang Yang
Geen koudwatervrees
Na eerst zijn landgenoten voor zich te hebben gewonnen, is Zhang Yang (1965) nu ook in de rest van de wereld een gevierd man. Met zijn tweede film, Shower, won Yang op het afgelopen Filmfestival Rotterdam de publieksprijs, de zoveelste internationale erkenning op rij. Over de poëzie van pootjebaden en lekkende kranen. "Het badhuis is een microkosmos waarbinnen je perfect het menselijk gedrag kunt observeren."
Even terug in de tijd. De laatste woensdagavond van januari, acht uur. In het Rotterdamse Cinerama wordt Zhang Yang voorgesteld aan het festivalpubliek. Een tolk vertaalt niet alleen Yangs woorden, maar kopieert ook zijn drukke gebarentaal. Anderhalf uur later, na afloop van de vertoning, wordt Yang onthaald op een daverend applaus. Shower blijkt een universele taal te spreken; gebarentaal in beelden en omgangsvormen.
Tijdens ons gesprek - via weer een andere tolk - twee dagen later, mijdt Yang behoedzaam de vragen die ingaan op de politieke situatie in zijn vaderland. Hij wil het over de film hebben, over het archaïsche leven dat daarin geleefd wordt, in het duizelingwekkend snel veranderende China van nu.
Zijn tragikomische verhaal speelt zich nagenoeg geheel af in een oud badhuis in Beijing. Wat eens de centrale ontmoetingsplek voor een wijkgemeenschap was, heeft inmiddels moeten plaatsmaken voor een winkelcentrum. Het badhuis in de film heeft namelijk echt bestaan en stond in de wijk waar Yang opgroeide.
Krekelgevechten
In de openingsbeelden van Shower stapt een jonge zakenman in een cabine die langs een drukke stadsstraat staat. Het blijkt geen openbaar toilet maar een hightech, volautomatische douchecel, gemodelleerd naar een autowasserette. En de zakenman die vervolgens uit de kleren gaat en zich van top tot teen laat schoonborstelen, dat is Yang zelf. "De acteurs vonden het maar niks dat ze zo vaak bloot in beeld moesten", aldus de regisseur. "Daarom heb ik het goede voorbeeld gegeven; ze moesten over hun koudwatervrees heen worden geholpen."
Er heeft zich inmiddels al een echte zakenman gemeld die zeer geïnteresseerd is in Yangs moderne doucheconcept. Maar daar was het hem natuurlijk niet om te doen. "Die douche staat symbool voor de klinische maatschappij waarin China dreigt te veranderen. Met het verdwijnen van de traditionele badhuizen gaan ook de sociale structuren teloor van de wijken waarin ze een spilfunctie vervulden. In Shower zie je oude mannen in het badhuis met elkaar keuvelen, ze spelen krekelgevechten, masseren elkaar, maken ruzie en sluiten weer vriendschap. Het is een soort microkosmos waarbinnen je het menselijk gedrag perfect kunt observeren. Iedereen is er gelijk, ontdaan van kleding en sociale status. De ideale plek om een ode aan het samenzijn te brengen."
De verhaallijn van Shower is net zo klassiek als het badhuis zelf. En de thema's zijn universeel: het oude moet plaatsmaken voor het nieuwe, en een vader (Meester Liu, eigenaar van het badhuis) raakt in conflict met zijn oudste zoon, een yup die is vergeten dat zijn 'roots' meer waard zijn dan het snelle geld. Yang: "Ergens halverwege de film staat Meester Liu in de stromende regen het dak te repareren. Zijn zoon klimt het dak op en zegt dat de ramen moeten worden vervangen. Waarop Meester Liu stelt dat het badhuis daar te oud voor is. Voor mij schuilt in die scène een extra betekenis. Meester Liu weet dat alles wat je vervangt nooit meer terugkomt. Verdwijnt het badhuis, dan verdwijnt er een enorme schat aan tradities en normen en waarden."
Territorium
Yang leerde zijn klassiekers op het Central Theatrical Institute in Beijing, om vervolgens uit te groeien tot een van de grondleggers van de ondergrondse muziekvideo-scene. De overstap naar filmregie maakte Yang in 1997, het jaar waarin hij debuteerde met Spicy love soup. De film, een vertelling over verschillende liefdesdrama's in de grote stad, groeide in eigen land uit tot de meest succesvolle onafhankelijke Chinese film aller tijden (in 1998 na Titanic de meeste bezoekers). Dat ook Shower zich in de grote stad afspeelt, is geen toeval. Yang: "Ik kom uit de grote stad, het is mijn territorium. Bovendien worden er over het Chinese platteland al genoeg films gemaakt. Peter Loehr, mijn producent, denkt er precies zo over. En het publiek blijkbaar ook; dat herkent zichzelf in de verhalen die ik vertel. Mijn volgende film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal, op iets wat een vriend van mij is overkomen. Hij was drugsverslaafd en zijn ouders probeerden hem te redden. Ik weet zeker dat de jongeren in China zich hierdoor aangesproken voelen. Omdat zij ook deel uitmaken van de wereld die ik toon."
De opnames van Yangs nieuwe project starten in augustus. Tot die tijd mag hij de aardbol rondreizen om prijzen voor Shower op te halen. Inclusief de publieksprijs van Rotterdam staat de teller momenteel op vier beeldjes en de bijbehorende geldbedragen. Vooral dat laatste is mooi meegenomen, want onafhankelijk regisseren in China betekent lowbudget-filmen. De belangrijkste doelgroep onder het Chinese bioscooppubliek zijn jongvolwassenen tussen de 16 en 35 jaar. Zij besteden hun geld voornamelijk aan kaartjes voor een buitenlandse film (lees: circa tien Hollywoodproducties per jaar), karaoke en VCD's. Op deze doelgroep richt Yang zich, zoals gezegd met films die over het dagelijks leven in de stad gaan.
Preuts
Ondanks de conventionele toon van het verhaal ontkwam ook Shower niet aan de scherpe scharen van de Chinese censuur. Yang: "Ik probeer van tevoren bewust gevoelige zaken te vermijden, omdat ik wil dat een zo groot mogelijk Chinees publiek mijn films te zien krijgt. Maar de censuur bestaat uit een zeer complex netwerk van overheidsorganen. Ministeries vooral, die stuk voor stuk boekwerken vol restricties paraat hebben. In een film moeten een man en een vrouw bijvoorbeeld altijd een koppel vormen. De hoofdrolspelers dienen bij voorkeur een voorbeeldfunctie te vervullen. Enzovoorts. In Shower had ik in een douchescène op de achtergrond een paar volledig naakte mannen geplaatst. Ik vond dat bijdragen aan de authenticiteit, maar zoiets kan dus nog steeds niet in China. We zijn een zeer preuts volk."
Wat Yang echter heel moeilijk te accepteren vond, was het verplicht schrappen van een scène waarin projectontwikkelaars de grond komen opmeten waarop het badhuis staat. Yang: "In de scène erna sterft Meester Liu, en de censoren waren bang dat het publiek een negatief verband zou leggen tussen die twee gebeurtenissen. Meester Liu die zelfmoord pleegt omdat hem zijn badhuis wordt afgepakt. Zo luidde ongeveer hun argument. Ontmoedigend? Zeker, maar ik blijf er niet te lang bij stilstaan. Ik wil zoveel mogelijk films maken, zodat ik steeds weer op zoek kan gaan naar de grenzen van wat wel en niet kan. De Chinese film heeft, om te kunnen groeien, publiek nodig. Bovendien weten we allemaal dat protesteren tegen de censuur geen zin heeft. Daarom probeer ik me zo goed mogelijk in de censoren te verplaatsen. En er steeds wat meer speelruimte bij te smokkelen."
Renson van Tilborg
Naakte mannen zijn nog steeds taboe in Chinese films.