Boeken - juli/augustus 2000, nr 213
Steven Soderbergh
Aanstekelijke heroïek
Volgens Steven Soderbergh wordt het steeds lastiger om films voor een klein publiek gerealiseerd te krijgen. En hij weet waar hij het over heeft, want na zijn overweldigende debuut met sex, lies and videotape (1989) en de teleurstellende box-office resultaten van Kafka (1991) en King of the hill (1993) werd het voor hem steeds moeilijker om een project op de rails te zetten. Nou koos hij ook niet de makkelijkste weg met nog kleinere, nog persoonlijkere en (nog) ontoegankelijkere films als Underneath (1995), Gray's anatomy (1996) en Schizopolis (1996). Het is een periode in zijn filmografie die ten onrechte als een creatieve impasse wordt weggeschreven, want daarna begon het toch pas echt, met het in rap tempo geproduceerde Out of sight (1998), The limey (1999) en Erin Brockovich (2000)? Over en in de jaren tussen 1995 en 1998 schreef Soderbergh het boek 'Getting away with it. Or: the further adventures of the luckiest bastard you ever saw. Also starring Richard Lester as the man who knew more than he was asked.'
Hoofdrolspeler van dit boek dat zich nooit laat verfilmen, maar wel léést als een film is Richard Lester (1932), de Amerikaanse regisseur die zijn grootste successen filmde in Engeland (waaronder de Beatles-films It's a hard day's night (1964) en Help! (1965)) en later naar de Verenigde Staten terugkeerde om met het tweede en derde deel van Superman te breken met de traditie dat vervolgfilms altijd slechter zijn dan het origineel. Soderbergh heeft zo'n veertig uur met de man gesproken (over technische details als lenzen en camera-instellingen en religieuze zaken als reïncarnatie); hij verzamelde anekdotes (over hoe Lester tijdens zijn jurylidmaatschap in Cannes in 1966 ontdekte dat het festival met Orson Welles een dealtje had gesloten: Welles zou het festival bezoeken in ruil voor een Gouden Palm voor Chimes at Midnight); en samen ontdekken ze dat er in dertig jaar niet zoveel veranderd is in de filmwereld. Nog steeds regeren geld en machtsbelangen en nog steeds begrijpen de critici er niets van (Soderbergh over de recensie van Schizopolis ("Bizar, grotendeels ondoorgrondelijk linguïstisch experiment") in de New York Times: "Fijn om te zien dat ze werkelijk de onderliggende thema's heeft opgepikt").
De heroïek van Lester die het in de jaren zestig voor elkaar kreeg om met geringe middelen visueel spetterende en vooruitstrevende films te maken, werkt aanstekelijk op Soderbergh. Hij vraagt hem het hemd van het lijf en schrijft zo een persoonlijk stukje filmgeschiedenis. Maar ondertussen moet er gewoon gewerkt worden. Schizopolis moet worden verkocht, er moeten posters en trailers voor Gray's anatomy worden gemaakt en Soderbergh houdt zijn hectische eenmansbedrijfje draaiende met schrijfwerk aan de scenario's van Mimic, Pleasantville en Nightwatch. Hij doet er verslag van in een dagboek dat hij tussen de interviewsequenties heeft gemonteerd. Over de tirannie van de zogenaamde Amerikaanse onafhankelijke producenten (met name bij Miramax) is hij spits en geslepen ("De wraak van Bob Weinstein kan enorm zijn"; zo enorm zelfs, dat Soderbergh nog ironiserend in een voetnoot vermeldt dat "deze zin alleen in het manuscript kon blijven staan na een bedrag van 50.000 dollar in een papieren zak aan ene Earl te hebben overhandigd"). Met humor kom je een eind, je maakt vrienden en houdt je vijanden op een afstandje. Dat heeft Soderbergh wel geleerd in die onzekere jaren voordat hij met Out of sight terugkeerde.
Van Lester heeft hij ook veel geleerd. Bijvoorbeeld dat het altijd al moeilijk was om kleine films te maken. Lester zei het al in de jaren zestig: "Filmmaken is als bergbeklimmen, je gaat naar de top en dan zeg je: 'Ik wil dáárheen' en dan krijg je als antwoord: 'Dan moet je eerst naar beneden en weer overnieuw beginnen.' Het is een favoriete beeldspraak van Soderbergh geworden.
Dana Linssen
Getting away with it. Or: the further adventures of the luckiest bastard you ever saw. Also starring Richard Lester as the man who knew more than he was asked
Steven Soderbergh
Faber and Faber, Londen, 1999, 216p, f 46,75
Het favoriete theater en fastfoodrestaurant van Soderbergh in LA.
Lost highways. An illustrated history of road movies
Jack Sargeant & Stephanie Watson
2000, Creation Books, 288 p, f 62,35
Twintig gedetailleerde besprekingen van roadmovies brengen het genre op heldere manier in kaart. Van The wizard of Oz tot Crash.
Oliver Stone's USA. Film, history and controversy
Robert Brent Toplin (ed)
2000, Kansas UP, 335 p, f 84,95
Alle negen films van Stone worden door verschillende auteurs geanalyseerd naar de manier waarop ze historische onderwerpen behandelen. Dit voorafgegaan door een inkadering van de discussie en besloten door de reactie van Stone op de verschillende analyses.
The fruitmachine. Twenty years of writings on queer cinema
Thomas Waugh
2000, Duke UP, 312 p, f 49,85
Al meer dan twintig jaar schrijft filmkenner, -criticus en -docent Thomas Waugh over homofilms. In deze bundel zijn ruim dertig artikelen, besprekingen en essays van zijn hand verzameld.
Savage theory. Cinema as modern magic
Rachel O. Moore
2000, Duke UP, 199 p, f 49,85
Cinema bezien als een vorm van magische rituelen die de macht hebben om te genezen en te betoveren.
Realism and popular cinema
Julia Hallam & Margareth Marshment
2000, Manchester UP, 280 p, f 49,95
Over de theoretische aspecten van het realisme. Hoe gebruiken populaire films realistische vormen om thema's als maatschappelijke uitsluiting, oorlog en geweld aan de orde te stellen?
Kurosawa. Film studies and Japanese cinema
Mitsuhiro Yoshimoto
2000, Duke UP, 485 p, f 62,35
De films van Kurosawa hebben een immense invloed gehad op het Japanse zelfbeeld en op het westerse beeld van Japan. Dit boek bevat een uitvoerige analyse van Kurosawa's complete werk.
Is that a gun in your pocket? Women's experience of power in Hollywood
Rachel Abramowitz
2000, Random House, 494 p, f 74,95
Wat deden vrouwen in het machobolwerk Hollywood om macht te krijgen en wat deed die macht vervolgens met hen? Een stukje sociale geschiedenis van Hollywood.
Italian film
Marcia Landy
2000, Cambridge UP, 434 p, f 62,35
Een geschiedenis van de Italiaanse film vanaf het begin tot heden. Cinema wordt geanalyseerd in het kader van de Italiaanse sociaal-economische en politieke geschiedenis.
The brain is the screen. Deleuze and the philosophy of cinema
Gregory Flaxman
2000, Minesota UP, 395 p, f 58,40
Twaalf essays over Deleuzes filmtheorie, besloten door een interview met Deleuze.
Watching. Reflections on the movies
Thomas Sutcliffe
2000, Faber & Faber, 211 p, f 45,95
Essays over de manier waarop film emotioneel werkt, zowel de Amerikaanse blockbuster als de Europese artfilm.
Samenstelling: Steven van Galen (International Theatre & Film Books, 020-6226489).