Juli/augustus 2000, nr 213

Dogma

Dilettant met een brandspuit

Na de meligheid van Clerks, Mallrats en Chasing Amy schreef Kevin Smith een briljant scenario vol hilarische gedachtekronkels over het katholicisme. In zijn film Dogma balanceert hij zoals altijd tussen sympathieke heroïek en onnadrukkelijke knulligheid.

Matt Damon en Ben Affleck als gevallen engelen.

Kevin Smiths Dogma kende voorafgaand aan de première een roerige periode (lees: veel free publicity). De Amerikaanse Catholic League had er namelijk lucht van gekregen dat een lolbroekenfilmer zich op hun geloof had gestort en dreigde prompt met een boycot. Producent/distributeur Miramax besloot moedermaatschappij Disney, kwetsbaar vanwege haar 'voor het hele gezin'-imago, te beschermen door de film in de verkoop te doen. Het Canadese Lions Gate hapte toe. Het gekibbel ging intussen gewoon door, met als hilarisch hoogtepunt de pathetische appelflauwte die de Catholic League kreeg toen Miramax' advocaten hen een brief stuurden met de mededeling dat de League aansprakelijk zou worden gesteld voor elke schade die aanwijsbaar aan hen kon worden toegeschreven. "Nu zie je pas wie de echte vijand van vrijheid van meningsuiting is!" huilden de reli's.
Het maakte de film al beroemd voordat iemand hem gezien had. De commotie moet echter subiet van tafel worden geveegd. Want met het beledigen van religieuze groeperingen heeft Dogma niets te maken. De komedie past juist in de moderne traditie van 'lachen om én ode aan'. Bovendien ligt het interessante van Dogma op een heel ander vlak. Smith maakt gehakt van het idee dat een film pas goed is als je alle filmische middelen optimaal benut. Met louter een fantastisch scenario blijk je er al goeddeels te zijn.

Theo en Thea
Op andere vlakken dan het script is Smiths werk vaak op zijn hoogst adequaat te noemen. De acteursregie is bijvoorbeeld ietwat onevenwichtig. Zo acteren Matt Damon en Ben Affleck (als twee gevallen engelen) alsof ze in een Shakepeare-voor-jongerenstuk staan, lijken de profeten Jay en Silent Bob afkomstig uit Theo en Thea en de ontmaskering van het tenenkaasimperium en geeft Linda Fiorentino als laatste nazaat van Jezus een charmante variant van haar uit neo-noirs bekende vileine vamp. Al met al niet bevorderlijk voor de naadloze interactie. Ook in het gebruik van special effects is Smith niet handig - hij liet het script nota bene jaren op de plank liggen tot hij genoeg geld had voor de effecten, maar hij laat ze helaas te lang in beeld om het altijd nog relatief lage budget ervoor te verdoezelen. Erg verbeeldingskrachtig blijkt Smith voorts ook niet - de camera staat statisch en brengt de actie en dialoog 'straight' in beeld, verder niks.
Maar het vermakelijke aan Dogma is dat Smiths scenario al die lichte gebreken tot futiliteiten reduceert. Het script is zo vindingrijk, zo charmant, zo doortimmerd en doorspekt met uitstekend bekkende oneliners, dat je bijna tot de conclusie komt dat zijn opgewekte cinematografische dilettantisme opzet is - om het zicht op het briljante script niet te vertroebelen met imponerende shots en zwierige stijltrucs.
Sterker: Smith wekt de indruk dat hij de enige is die zijn pennenvruchten kan verfilmen. Zo wordt Bethany (Fiorentino) op een gegeven moment gered van duivelse belagers door twee mysterieuze figuren. Middels een dramatisch opwaartse camerabewegingen blijken dit de antihelden Jay en Silent Bob te zijn - Smith treft hier precies zijn kenmerkende toon tussen sympathieke heroïek en onnadrukkelijke knulligheid. Smith staat hiermee in een lange traditie komedieschrijvers/regisseurs, teruggaand tot Preston Sturges, wiens scenario's ondenkbaar zijn (of aanwijsbaar zijn mislukt) in regiehanden van anderen.

Scooby Doo
Basis van zijn geestigheden is, als die van alle humor, het laten conflicteren van twee verschillende systemen van logica. Smith onderwerpt de katholieke religie en het Nieuwe Testament aan het zuiver rationele (en vice versa): twee gevallen engelen hopen weer terug in de hemel te komen door door de deur van een kerk te lopen. De trendy bisschop (uitvinder van Buddy Jesus) heeft immers bepaald dat iedereen die zijn huis van God betreedt automatisch vrij is van zonden. Doorgeredeneerd zou God echter feilbaar blijken als twee gevallen engelen in de hemel terug kunnen keren. En als God feilbaar blijkt zal alles wat hij/zij geschapen heeft ophouden te bestaan. Dus moet die engelen een halt toe worden geroepen, zo legt boodschapper-engel Metatron (een geweldig aardig-sarcastische Alan Rickman) uit aan uitverkorene Bethany, nadat hij in een vuurzuil is verschenen en zij hem met - logisch - een brandblusser te lijf is gegaan.
Dogma is één groot feest van dit soort fraaie en hilarische gedachtekronkels. De film laat zich aanhoren als een dik twee uur durend Scooby Doo-einde op het Nieuwe Testament, waarin de personages in hele lappen tekst uitleggen hoe het eigenlijk zat met die en die, wie anders is dan hij leek te zijn en waarom (Jezus was zwart, de canon-vormers waren racistisch) en wat er zal gebeuren als dit niet en dat wel. En zo laat Smith zich bij monde van al zijn personages kennen als een verankerd katholiek die worstelt met zijn religie en uitkomt op een vrij, blij, tolerant soort geloof - en zijn overdenksels ook voor niet-bijbelvasten begrijpelijk weet te maken. Hij revancheert zich daarmee op twee matige films. Heeft hij niet veel te vertellen, zoals in Mallrats en Chasing Amy, kan hij stierlijk vervelend worden. Is zijn scenario liefdeswerk, zoals overduidelijk voor Dogma geldt, dan zijn zijn komedies nauwelijks te overtreffen.

Chris Buur

Dogma
Verenigde Staten, 1998
Productie: Jonathan Gordon
Regie: Kevin Smith
Scenario: Kevin Smith
Camera: Robert D. Yeoman
Montage: Scott Mosier, Kevin Smith
Art direction: Robert Holtzman, Elise G. Viola
Muziek: Howard Shore
Met: Matt Damon, Ben Affleck, Linda Fiorentino, Kevin Smith, Chris Rock, Alanis Morissette, Salma Hayek, Alan Rickman
Kleur, 130 minuten
Distributie: RCV Film Distribution
Te zien: vanaf 3 augustus


Kevin Smith

Morele barometer

Volgens Kevin Smith is zijn film Dogma zeker geen vrijblijvende komedie over religie. Zijn geloof in God blijkt juist rotsvast te zijn. "Hopelijk vindt God mijn film grappig."

Kevin Smith (links) als Silent Bob.

"Ik krijg nog twaalf piek van die neger." Zo'n zin zou in iedere andere film waarschijnlijk onopgemerkt blijven. In de context van de film Dogma is het een van de meest betekenisvolle uit de lange rij grappen en grollen die Smith met het katholicisme uithaalt. De zin komt uit de mond van een zwarte man die pardoes uit de hemel valt, beweert dat hij de 13de apostel van Jezus is geweest en nog steeds boos is omdat hij nog geld van de zoon van God krijgt. Dogma lijkt een lange, hilarische afrekening met een door Smith ogenschijnlijk verafschuwd geloof. Het tegendeel blijkt waar.
Smith: "Mijn film is allesbehalve anti-katholiek en alles behalve anti-geloof. Ik heb juist het gevoel dat ik het werk doe wat de vertegenwoordigers van de kerk eigenlijk zouden moeten doen. Dogma is geen film met een expliciete boodschap, maar tegelijkertijd ook weer wel. Het is niet zo dat ik één bepaalde boodschap er met een hamer in wil slaan. Ik hoop dat de film mensen aan het denken zet. Dat ze gaan nadenken over dingen waar de meesten al een tijdje niet meer bij stilstaan of misschien wel nooit over nagedacht hebben. Dat ze vragen gaan stellen over hun eigen geloof, over hun eigen spiritualiteit en over de eigen relatie met God."

Provocaties
Voor de groeperingen in de Verenigde Staten die er de lol niet van inzagen en die mede daardoor de uitbreng van de film lange tijd indirect tegenhielden, heeft Smith weinig begrip. "Ze zijn alleen maar bezig om te kijken of niemand hen belachelijk maakt, terwijl ze er juist op uit zouden moeten gaan om het woord van Christus te verspreiden of om nieuwe leden te werven. Ik zie hun houding eerder als blasfemie dan wat ik doe. Natuurlijk is Dogma provocerend bedoeld, maar ik hoop dat het verhaal op een goede manier aanstootgevend is. Het ging mij er absoluut niet om om een organisatie, een groep mensen of een religie belachelijk te maken."
Het geloof werd Smith als kind met de paplepel ingegoten. Hij zat op een katholieke basisschool waar elke dag een uur godsdienst op het programma stond. "Ik heb altijd gevoeld dat ik een erg persoonlijke relatie met God heb. We hebben volgens mij allemaal wel een soort ingebouwde, morele barometer, zodat we voor onszelf weten wanneer we het goede doen en wanneer niet en of we eerlijk zijn tegenover onszelf of niet. Wanneer je eerlijk bent tegen jezelf dan ben je eerlijk tegen God, dat is voor mij de kern van het geloof. Ik denk dat God altijd op mij heeft gelet. Hopelijk vindt hij het goed wat ik gedaan heb en vindt hij de film grappig."
De manier waarop Smith aan het eind van de film 'God himself' portretteert is hilarisch en zal wel helemaal verkeerd gevallen zijn. Smith: "Ik was erop voorbereid dat men ons zou aanvallen wanneer we God in de gedaante van een vrouw zouden opvoeren. Mijn eigen antwoord op dat soort kritiek is: waarom niet? Het is juist zo'n mooi en warm beeld. Ik besefte ook ineens dat het precies is zoals ik zelf hoop dat God is. Een vriendelijk en rustig iemand, niet de bombastische en wraakzuchtige man uit het Oude Testament."

Sleutelen
Genoeg over Smiths, toch wel enigszins verrassende, rotsvaste vertrouwen in God. Over zijn kwaliteiten als filmregisseur bleek hij tijdens het groepsinterview dat vorig jaar in Cannes plaatsvond, minder zelfverzekerd. "Ik ben tijdens de opnames van Clerks al begonnen met het schrijven van dit script. En ik ben er vervolgens elk jaar aan blijven sleutelen, hopende dat we een meer ervaren regisseur zouden vinden, die er iets van zou kunnen maken. Ik vind mezelf als regisseur namelijk niet erg bedreven. Op visueel gebied ben ik niet echt sterk en uit deze film blijkt ook weer dat ik geen acteurs-regisseur ben, want iedereen gaat gewoon zijn eigen gang. Het staat er allemaal wel goed op, maar uiteindelijk is en blijft het een praatfilm en het is moeilijk om daar iets aan te verpesten. Vlak voordat de opnames moesten beginnen werd ik zelfs zo zenuwachtig dat ik Robert Rodriquez nog gebeld heb of hij het niet wilde doen. Hij haalde me over om het toch zelf te doen en daar ben ik achteraf wel blij

François Stienen

Naar boven