Juli/augustus 2000, nr 213

Shinya Tsukamoto

Even weg uit de betonjungle

Sinds Shinya Tsukamoto in 1988 debuteerde met de cyberpunk-film Tetsuo: the iron man heeft de Japanse filmmaker een internationaal cult-publiek opgebouwd. Liefhebbers die niet genoeg kunnen krijgen van zijn hyperkinetische filmstijl staat echter een verrassing te wachten. Want van het filmisch gehamer en gebeuk is in Tsukamoto's nieuwste werkstuk Gemini (Soseiji) niks terug te vinden. Vanwaar deze breuk in een oeuvre dat inhoudelijk en stilistisch zo consistent was? De Filmkrant sprak Tsukamoto op het 18e Festival van de Fantastische Film van Brussel.

Shinya Tsukamoto.

In Tokyo fist (1995) speelt Shinya Tsukamoto de verzekeringsagent Tsuda, die zijn vrije tijd doorbrengt in de boksschool. Gedreven door jaloezie en haat jegens zijn rivaal in de liefde, ontwikkelt hij zich tot een vechtmachine. Tsuda is als de films van Tsukamoto: opgefokt, explosief en meedogenloos. Maar de man aan de andere kant van de tafel is niet dezelfde als het wandelende kruitvat uit Tokyo fist. In werkelijkheid is Shinya Tsukamoto (Tokio, 1960) een bedaarde, ja zelfs wat slome man wiens gedempte spraak en slappe handje moeilijk te rijmen zijn met het audiovisuele agressie die hij in zijn films aan de dag legt.
Toen Tsukamoto twaalf jaar geleden spectaculair debuteerde met Tetsuo: the iron man, een heftige 66 minuten durende zwart-wit film over een kantoorman uit wiens lichaam allerlei metalen uitsteeksels groeien, kreeg hij al snel een aanbod om zijn dynamische filmstijl aan te wenden voor een publieksfilm. De vrijheidsbeperkingen die Tsukamoto ervoer bij het maken van Hiruko the goblin (1990) dreven hem echter meteen terug naar onafhankelijke producties. Met zijn volgende drie films, Tetsuo II: body hammer (1992), Tokyo fist en Bullet ballet (1998), gaf Tsukamoto steevast een nachtmerrie-achtig beeld van het leven in de betonjungle van Tokio, omringd door technologie.

Spookachtig
Met Gemini breekt Tsukamoto met veel van zijn terugkerende thema's en stilistische keuzes. Het stadsleven van modern Tokio maakt plaats voor de historie. Gemini is een heuse kostuumfilm, waarin Tsukamoto schijnbaar moeiteloos zijn hyperkinetische vormgeving overboord gooit en met een ingetogen regiestijl en spookachtige muziek (van vaste componist Tyu Ishikawa, die de stampende soundtracks leverde voor eerdere Tsukamoto-films) een buitengewoon dreigende atmosfeer weet op te roepen.

Hoe kwam u ertoe een film te maken die zo afwijkt van uw eerdere werk?
Tsukamoto: "De oorsprong van mijn films is meestal mijn eigen hoofd, maar dit keer kwam de studio naar mij toe met de vraag of ik Gemini wilde maken. Het verhaal van Edogawa Rampo was er al, en acteur Masahiri Motoki was ook al aan boord."

Was dit dan eenzelfde situatie als bij Hiruko the goblin?
"Het was zelfs dezelfde maatschappij die me het project aanbood. Maar nu had ik meer vrijheid, omdat ik niet alleen de regie deed, maar ook het script heb geschreven en de montage heb gedaan. Wat dat betreft leek het proces van filmmaken bij Gemini toch erg op mijn eigen producties. Ik wil graag door als onafhankelijke filmmaker, maar als een studio me een goed verhaal aanbiedt dat mij thematisch aanspreekt, en ik genoeg vrijheid krijg, doe ik het zeker nog eens."
En vrijheid had Tsukamoto. In Japan wordt Gemini aan de man gebracht als een verfilming van een boek van griezel- en mysterieschrijver Edogawa Rampo, wiens merkwaardige naam een verbastering is van Edgar Allan Poe. Niettemin kent het script enkele elementen die sterk doen denken aan eerdere Tsukamoto-films, zoals een driehoeksverhouding die ook al een belangrijke plaats had in Tokyo fist.
"Dat klopt. In het originele verhaal was de vrouw een onbelangrijk personage, en speelde de intrige enkel tussen de twee broers, waarvan de oudste alles erft en de jongste niks. De jongste vermoordt de oudste en neemt diens plaats in, inclusief zijn vrouw. Maar ik bedacht dat het interessant zou zijn als de oudste die poging tot broedermoord zou overleven. Wat zou er dan gebeuren? De strekking van mijn film is daardoor heel anders. Gemini gaat over het kwaad dat in elk mens zit. Je moet het eerst onderkennen en pas daarna kun je kiezen voor het goede.
"Bovendien speelde het verhaal van Rampo vijftig jaar geleden, maar de film speelt zich nog eerder af, een jaar of honderd geleden. Toen was de scheiding tussen arm en rijk heel duidelijk. En die verschillende werelden wilde ik gebruiken."

Voorheen werden uw films voor een klein maar zeer geïnteresseerd publiek gewaardeerd. Heeft Gemini daar verandering gebracht?
"Geen idee. Gemini werd uitgebracht door Toho, en dat is een van de grootste in Japan. Dus er zullen zeker meer mensen naar zijn gaan kijken. Maar Toho schrok nogal van de film. Ze brengen ook Pokémon op de markt, dus dat zegt misschien iets over de bezoekcijfers die ze verwachten."

Plagiaat
Bij zijn onafhankelijke producties compenseert Tsukamoto het lage budget met onbegrensde inventiviteit en veelzijdigheid. Maar soms is dat niet genoeg, want Tsukamoto's fantasie laat zich niet beteugelen door financiële beperkingen. Helaas blijken zijn ideeën vaak te bizar voor geldschieters, en Tsukamoto is er de man niet naar compromissen te sluiten. Om die reden blijft een derde Tetsuo-film al jaren in plannen steken. De beoogde trilogie over de versmelting van lichaam en techniek nam in het tweede deel al een indrukwekkende omvang aan, maar de afsluiter moet nóg grootser worden.
"In de nabije toekomst zou ik Tetsuo III graag willen maken. Al mijn resterende ideeën over dit onderwerp moeten aan bod komen, dus heb ik een groot budget nodig. Maar als ik geld van buiten aanneem, dan moet ik mijn visie aanpassen en dat wil ik niet."
Ooit was er een aanbod uit de Verenigde Staten om de film te financieren, maar voor Tsukamoto is een oversteek naar Hollywood ondenkbaar. Hoewel zijn ideeën hem misschien al zijn voorgegaan. Het vorig jaar uitgebrachte Fight club vertoont opvallende overeenkomsten met Tsukamoto's Tokyo fist. In beide films gaat een yup slaapwandelend door het leven (Tokyo fist's Tsuda heeft last van chronische vermoeidheid; in Fight club is het slapeloosheid), totdat de fysieke sensatie van vuistgevechten een nieuwe levenslust aanwakkert. Plagiaat is een te groot woord, dat vindt ook Tsukamoto.
"Filmjournalisten in Japan zagen in Fight club inderdaad een regelrechte kopie van Tokyo fist, en men verbaast zich erover dat ik me niet kwaad maak. Maar toen ik hem zag vond ik de overeenkomsten wel meevallen, de boodschap van het verhaal is anders. Maar in kort bestek lijken de verhalen wel op elkaar, ja.
"David Fincher maakte ook Alien 3, en die lijkt een beetje op Hiruko the goblin. In Hollywood nemen ze elementen van mijn films en verdienen er veel geld mee. Dan zou je denken dat ik zelf naar Hollywood moet, maar de samenwerking met Amerikanen levert zonder meer communicatieproblemen op.
"Net als Stanley Kubrick zou ik ver van Hollywood willen blijven en toch films willen maken met hun geld. Aan Kubricks werk zie je niet af dat het door Hollywood gefinancierd is. Ik ben niet zo goed als Kubrick, maar die werkwijze trekt me wel. Ik heb nu ook alle vrijheid, maar ik verdien er niks mee. Ik kan doen wat ik wil, maar ik ben erg arm."

Roel Haanen


Gemini

Mefisto bij de dokter

Twee broers twisten om een mooie jonge vrouw. Het thema van Gemini is klassiek, de aanpak van de Japanse cultregisseur Shinya Tsukamoto allerminst. Wat begint als een plechtig Japans kostuumdrama, met slipperparade en theeceremonie, mondt al snel uit in een krankzinnige horrorshow, compleet met rode hanenkammen en middeleeuwse martelpraktijken.

Afkomstig van een andere planeet?

Met enkele close-ups van krioelende maden en dikke rioolratten die zich tegoed doen aan een opengereten kadaver van een kat, zet Tsukamoto in de eerste seconden van Gemini de toon. Het is een geweldige operateske proloog, vooral dankzij huiscomponist Chu Ishikawa die de huiveringwekkende openingsbeelden van bijna onaardse lyrische klanken heeft voorzien.
In feite is het gelukkige huwelijk tussen Tsukamoto, de beeldenschepper, en Ishikawa, de geluidskunstenaar, allesbepalend. Ook in het vervolg van het verhaal zal deze combinatie de grote kracht van de film blijken te zijn. Omstreeks 1910 doen zich in de druk bezochte huisartsenpraktijk van dokter Yukio Daitokuji vreemde gebeurtenissen voor. De jonge dokter vertelt zijn inwonende ouders en zijn jonge vrouw Rin dat hij het gevoel heeft bespioneerd te worden. Niet veel later wordt zijn oude vader dood aangetroffen en zal ook zijn moeder na een bizarre nachtelijke confrontatie met 'de insluiper' aan een hartaanval bezwijken. Het is het moment waarop de serene Kammerspiel-achtige sfeer abrupt plaats maakt voor een afdaling in de hel en voor de jonge dokter die in een metersdiepe put in zijn eigen tuin wordt geworpen, kan dit laatste wel heel letterlijk worden opgevat.
Een nette psychologische verklaring heeft Tsukamoto uiteindelijk wel. De mefistofelische gestalte die de jonge dokter in die koude, donkere put een middeleeuwse martelgang bezorgt, ontpopt zich als de verstoten tweelingbroer. Vanwege een lelijk litteken werd deze Sutekichi (een fraaie dubbelrol van de Japanse steracteur Masahiro Motoki) bij zijn geboorte in een biezen mandje de rivier opgestuurd. Niet om als Mozes aan te spoelen aan het paradijselijke hof van een farao, maar om opgenomen te worden in een naburige sloppenwijk. Dat Sutekichi's grote sloppenliefde Rin ook nog eens heel onfortuinlijk aan de zijde van de dokter belandde, maakt Sutekichi's pijn vrijwel ondraaglijk. Het enige wat rest is een bittere wraakactie.

Vliegende schotel
Tsukamoto vertelt in feite het aloude verhaal van een Kain en Abel-achtige broederstrijd. Opmerkelijk daarbij is dat een eenvoudige verdeling tussen goed en kwaad ontbreekt. De arme sloppenbewoner Sutekichi wordt niet opgeworpen als de verlosser, ook al is zijn verhaal nog zo pijnlijk. En de rijke Yukio die in zijn dokterspraktijk voorrang blijkt te geven aan de burgemeester en een ernstig zieke vrouw uit de naburige sloppen in de kou laat staan, is niet per se de bandiet.
Minder indrukwekkend daarentegen is Tsukamoto's karaktertekening en de daarbij behorende psychologisering. Tsukamoto richt zich op fantastische uiterlijkheden, zoals het kapsel van Rin dat veel weg heeft van een vliegende schotel. De meeste personages moeten ook wenkbrouwen ontberen, waardoor ze afkomstig lijken van een andere planeet. Die naakte oogopslagen zijn ronduit bizar, maar zonder wenkbrouwen zijn de gezichten ook minder sprekend. Van een zekere wisselwerking tussen de acteurs moet Gemini het ook niet hebben. Van een dialoog is nauwelijks sprake. Het zijn hoogstens monologen die hier worden afgestoken.
En dan rest dus een idiote sfeerfilm waarin de zinderende fotografie van Tsukmatoto zelf en de score van Ishikawa bij tijd en wijle voor pure lyriek zorgen. Zoals bijvoorbeeld in de volkomen geësthetiseerde liefdesscènes, met de rauwe, aardse vrijpartijen tussen Rin en Sutekichi en de hemelse, wat afstandelijke paringsdans van Rin en Yukio als voorbeeldig uitgewerkte contrapunten.

Belinda van de Graaf

Gemini (Soseiji)
Japan, 1999
Productie: Futoshi Nishimura
Regie, scenario, camera en montage: Shinya Tsukamoto
Geluid: Kenji Shibazaki
Art direction: Takashi Sasaki
Muziek: Chu Ishikawa
Met: Masahiro Motoki, Ryo, Yasutaka Tsutsui, Shiho Fujimura
Kleur, 84 minuten
Distributie: Filmmuseum
Te zien: vanaf 17 augustus

Naar boven