De geruchtenmachine - september 2000, nr 214


Zou Emile Fallaux, ex-directeur van het Filmfestival Rotterdam, filmmaker en professioneel lobbyist voor de goede film-zaak, de nieuwe directeur van het Filmmuseum worden? Oplettende bezoekers van het Amsterdamse Filmmuseum konden Fallaux, die deze zomer de opnamen voltooide voor zijn telefilm Liefje, de afgelopen tijd opvallend vaak zijn fiets voor het Vondelparkpaviljoen op slot zien zetten, waarna hij schichtig het pand binnen ging. Fallaux verklaarde eerder tegenover de Volkskrant dat hij "de kans klein acht", omdat hij "andere dingen leuker vindt". Anonieme bronnen binnen het museum bevestigen echter dat er wordt geprobeerd "de zaak rond te krijgen". Pikant detail bij Fallaux' eventuele benoeming is dat toen het Filmmuseum dreigde naar Rotterdam te verhuizen, hij de eerste was om te verklaren dat hij dan een nieuw Amsterdams filmmuseum zou oprichten.

De juiste man in Amsterdam?


Michiel Berkel heeft zijn eerste jaar als directeur van het Nederlands Film Festival erop zitten. De vorig jaar na een verblijf van acht jaar in Kaapstad naar Nederland teruggekeerde Berkel blikte in het bioscoopvakblad Holland Film Nieuws terug op het afgelopen jaar. De ervaring was niet alleen positief: "Wat mij erg is tegengevallen is dat er erg hard getrokken moet worden aan sponsors en financiers." Het gevolg is dat hij "daardoor nog relatief te weinig aandacht heeft kunnen besteden aan inhoudelijke veranderingen van het festival". Welke veranderingen hem voor ogen stonden? "Ik had een festival on tour willen maken, een soort satellietfestival. Daar is tijd, geld en mankracht voor nodig." Ook was internationalisering 'een speerpunt' voor hem: "Veel meer mensen uit het buitenland hier naartoe halen om die mooie Nederlandse films te zien en te kopen." Tussen droom en daad stond in Utrecht weer eens gebrek aan geld. Berkels opmerkingen doen vermoeden dat de nieuwe directeur er nu al genoeg van heeft. Zo moeten we dat niet zien, vertelt hij desgevraagd aan de Filmkrant. "Ik ben geen gefrustreerde man die op het punt staat om uit het raam te springen. Misschien was ik vorig jaar wat naïef, omdat ik dacht dat het minder moeite zou kosten om sponsors en financiers van het belang van het festival te overtuigen. Dat is me tegengevallen. Nederland is een van de rijkste landen ter wereld, maar als je bij bedrijven aanklopt om over sponsoring te praten, gaat het erg moeizaam. Ik vind het absurd dat we na het opstappen van Citroën vorig jaar geen nieuwe autosponsor hebben kunnen vinden. Geen enkel automerk heeft de kans gegrepen." Al even moeizaam is de relatie met de Raad voor Cultuur, die staatssecretaris Rick van der Ploeg adviseerde om het festival niet met substantieel meer geld te ondersteunen. "Toen ik met de Raad praatte, vroeg men meteen welke festivalidealen en plannen ik wilde laten sneuvelen. Niet één natuurlijk! Ik zet niet zelf het mes in mijn 'darlings'." De financiële festivalperikelen staan in schril contrast met de juichverhalen over de enorme particuliere investeringen in Nederlandse films. Kunnen er niet een paar kruimeltjes van de honderden miljoenen die zijn opgehaald, aan het festival worden besteed? Berkel: "Ik heb gesprekken met investeringsbanken als InnoCap gevoerd, die veel geld verdienen aan de investeringen in Nederlandse films. Ze zijn blij dat we er zijn, maar het blijft bij vriendelijke woorden." Vreemd? "Ze zien onvoldoende in dat je niet alleen Nederlandse films moet maken, maar ook moet promoten. Ons festival is daarvoor bij uitstek de geschikte plek, maar dat inzicht wil maar niet doordringen."

Michiel Berkel: "Ik zet niet zelf het mes in mijn festival."


Werkuitsluiting is een woord dat aan de jaren dertig in Amerika doet denken, toen werkgevers arbeiders ontsloegen als ze lid van een vakbond werden. De Engelse televisiemaatschappijen leven kennelijk nog steeds in de jaren dertig, gezien hun reactie op de oprichting door film- en televisiemakers van de vakvereniging DPRS. De vereniging moet de rechten van Engelse film- en televisiemakers beter beschermen, zodat er een einde komt aan het machtsmisbruik van televisiemaatschappijen, die met een verdeel-en-heers-politiek regisseurs vaak dwingen om contractueel van hun rechten af te zien. Zo worden bij herhalingen van films op de televisie vaak geen financiële rechten aan regisseurs betaald. Geschrokken van dit collectieve optreden besloten de televisiemaatschappijen om de leden van de DPRS - inmiddels 650 regisseurs - geen werk meer te geven. Als deze uitsluiting tot een tekort aan film- en televisiemakers leidt, willen de televisiemaatschappijen buitenlandse regisseurs inschakelen. Of het zover komt, is de vraag want de botte-bijl methode heeft niet alleen in Engeland tot verontwaardiging geleid, maar ook in het buitenland. Veel buitenlandse vakverenigingen hebben zich solidair verklaard met de DPRS, waaronder ook het Nederlandse Dutch Directors Guild, de club van documentaire-, drama en televisieregisseurs. De leden wordt opgeroepen geen werk aan te nemen in Engeland zolang de werkuitsluiting van de Engelse collega's voortduurt.


Dat met Herman Brood een film maken altijd een spannend avontuur is, ondervond producent Emjay Rechsteiner van Staccato Film. Rechsteiner trad op als coproducent van de lowbudget film Total love, die op het Nederlands Film Festival in première gaat. De film is een Israëlisch-Nederlandse coproductie van de Israëlische filmmaker Gur Bentwick. Het verhaal gaat over drie scheikundestudenten in Israël, die de ultieme lovedrug uitvinden. Bij een poging om hun liefdespillen in Amsterdam te verkopen, bedonderen ze een drugsbaron - inderdaad: Herman Brood - waarna ze naar India vluchten, achtervolgd door de drugsbaron. Met Brood in India filmen valt onder de categorie onvoorspelbare risico's. Om dat in te dammen gaven de makers van de film Broods manager Koos van Dijk ook een rolletje als bodyguard van de drugsbaron, zodat hij op Brood kon letten. Toch kon ook Van Dijk niet voorkomen dat tijdens de opnamen van de laatste nachtelijke scène in de stad Goa Brood plotseling was verdwenen. Er werd een speurtocht ingezet, maar Brood bleef onvindbaar. Pas de volgende morgen werd hij in comateuze toestand op zijn hotelkamer aangetroffen. De door Broods verdwijning misgelopen nachtelijke scène kon niet meer worden overgedaan omdat het vliegtuig naar Nederland op het punt van vertrekken stond. Later werd de scène in Amsterdam gedraaid. Amsterdam als een Indiase stad? Rechsteiner: "Een paar palmen deden wonderen." Wel was er een continuïteitsprobleempje. Rechsteiner: "Brood kreeg in Amsterdam ruzie met zijn vriendin die hem twee tanden uit zijn mond sloeg. Als je goed kijkt zie je dus dat hij in de Amsterdamse scène twee tanden mist." Wie Rechsteiners raad opvolgt, zal het echter niet opvallen: "Het is een nogal relaxte film, die het best te genieten is na een blowtje."

Brood heeft al zijn tanden nog.


Dat filmsterren veel noten op hun zang hebben, ervaren we nu ook in Nederland. De gunstige investeringsmogelijkheden voor particuliere filmfinanciers hebben geleid tot een hausse aan (internationale) filmproducties in Nederland, waardoor er hier geregeld Amerikaanse filmsterren werken. Renée Soutendijk weet inmiddels hoe gezellig dat kan zijn. In Kees van Oostrums door Leon de Winter geproduceerde Dial 9 stond zij samen op de set met Liev Schreiber (
Scream) en Jeanne Triplehorn (Mickey blue eyes, Waterworld). In een interview in de Volkskrant merkte ze op dat dat 'tot veel stress en kinderachtig gedoe' leidde. De reden: "Amerikaanse acteurs zijn gewend aan enorme contracten, boordevol eisen. Een Nederlandse producent denkt dan: 'Het zal zo'n vaart niet lopen. Maar er hoeft niet zo heel veel te gebeuren en een Amerikaan gaat op zijn strepen staan, ook al zijn de eisen nog zo absurd." Wat voor absurde eisen ze tegenkwam, vertelt ze niet, maar in het geruchtencircuit doet het verhaal de ronde dat Tripplehorn de eerste draaidag haar trailer niet wilde verlaten voor de opnamen, omdat deze negen centimeter korter was dan contractueel was vastgelegd. Als u de komende maanden mannen met meetlinten campers en caravans ziet opmeten, weet u dat het angstige filmproducenten zijn die een buitenlandse ster hebben gecontracteerd.


Voor Friezen hoeft een film geen meesterwerk te zijn om hem toch te willen bezoeken. Als de film geworteld is in de Friese cultuur is het ook goed. Steven de Jong heeft dat goed begrepen, want zijn streekromanverfilming De fûke kreeg lauwe reacties van filmcritici, maar trok in Friesland in dertien weken dertigduizend bezoekers. Het is een cijfer om in gedachten te houden als in de komende jaren de vele op basis van de gunstige belastingmaatregelen geproduceerde Nederlandse films in première gaan.


Kevin Spacey liet even zijn gezicht zien in Londen om aan te kondigen dat hij samen met Jeremy Irons en Dame Judi Dench het Old Vic-theater gaat redden. Het 182 jaar oude theater dreigt het niet te gaan redden in het nieuwe millennium, tenzij theaterliefhebbers en mecenassen over de brug gaan komen met minimaal 500.000 pond. Hoewel Spacey niet wilde zeggen hoeveel hij zelf in de reddingsactie investeert, denkt men dat zijn gift ver boven de 100.000 pond ligt. In ruil daarvoor mag hij zelf een paar mooie hoofdrollen uitkiezen, maar voorlopig zit hij aan vier films vast - waaronder een rol als zanger Bobby Darin en zijn tweede film als regisseur.


Peter Greenaway heeft aangekondigd dat zijn film over "de gevolgen van uranium vanaf de ontdekking tot aan de val van de Berlijnse muur" drie delen zal gaan krijgen. The tulse luper trilogy wordt daarnaast een multimedia project met een 52-delige televisieserie, cd-roms en een website. Hij is in gesprek met Madonna en Blondie voor de hoofdrollen. De titelrol van The tulse luper trilogy zou gaan naar Philip Seymour Hoffman. Ook de namen David Thewlis, Dawn French en Isabella Rosselini zijn gevallen. Later dit jaar moeten de opnamen van start gaan. Maddy komt pas weer in actie zodra ze is bijgekomen van de geboorte van haar zoon Rocco Ritchie. Vader is regisseur Guy Ritchie (Lock stock and two smoking barrels). Voorbeschouwingen van Ritchie's tweede film Snatch wijzen erop dat hij een onevenwichtige variatie op zijn succesvolle debuutfilm heeft gemaakt. Hoofdrolspeler Brad Pitt maakte in Londen indruk met serieuze research voor zijn rol van boksende zigeuner.


Dood aan de artfilm lijkt het motto van de recent opgerichte Engelse Film Council die de versnippering van filmsubsidiegelden moet tegengaan. De nieuwe organisatie, onder leiding van Alan Parker, moet de Britse filmindustrie een extra stimulans geven. Voor dat doel heeft Parker de komende drie jaar de beschikking over 150 miljoen pond. Hij is van plan het geld voornamelijk te steken in de productie van grote publieksfilms. De traditionele klacht dat de subsidies vooral werden gestoken in 'obscure arthouse films' zullen we onder het bewind van Parker niet meer horen. Voor Parker zijn films vliegtuigen: "Als je een vliegtuig bouwt dat te laag boven de grond vliegt, is de kans groot dat het zal neerstorten." Dat de Engelse artfilm weinig goeds van de toekomst heeft te verwachten, blijkt ook uit opmerkingen van John Woodward, de belangrijkste beleidsmedewerker van de Film Council. Hij deelde in een interview in The Observer mee dat 'sociaal-realistische kunstfilms' niet langer financieel gesteund zullen worden. Voortaan kunnen alleen producenten van 'big budget'-films nog op steun rekenen. Culturele overwegingen spelen geen rol meer: "Filmmaken is een business als elke andere business."


In Soho in Londen ging op 18 augustus Robert-Jan Westdijks Siberia in première, bijgewoond door hoofdrolspelers Roeland Fernhout, Hugo Metsers III en producente Clea de Koning. De film wordt landelijk uitgebracht door arthouse distributeur Metro Tartan. Het muziekblad New Musical Express was erg enthousiast over de film: "Kruis de amorele punk van Trainspotting met de bonkende Eurodisco van Run Lola run en je krijgt Robert Jan Westdijks messcherpe portret van seksueel terrorisme in het Amsterdam van de late jaren '90." De dagbladrecensies waren heel wat minder vrolijk: The Guardian merkte op dat 'de potentiële humor en satire volkomen teniet worden gedaan door de geest van ranzige oenigheid waarvan de hele film is doortrokken' en de recensent van The Observer sprak van een 'gore film'. Hij raadde Westdijk een cursus ethiek aan.

Siberia: amorele punk volgt cursus ethiek.


Het kost een duit maar dan tafelt u wel 'temidden van vele bekenden uit de Nederlandse film- en televisiewereld'. We hebben het over de mogelijkheid om tijdens de slotavond van het Nederlands Film Festival voor f 7.500 een 'vip-tafel' te huren. Daaraan kunt u met tien personen plaatsnemen om uw 'Grand diner du cinema' te verorberen, terwijl u ondertussen 'getuige bent van de eerste emoties tijdens de uitreikingen van de Gouden Kalveren'. Beetje veel geld? Dat valt wel mee volgens een medewerker van het Nederlands Film Festival. "De prijzen zijn kostendekkend." Kostendekkend? Waarna ze uitlegt dat de helft van de 500 stoelen wordt bezet door genodigden (genomineerden, en jawel ook filmjournalisten), die gratis meeëten, zodat de vip's die op de andere 250 stoelen zitten ook voor hen moeten betalen. Sommige bedrijven vinden dat helemaal niet erg, zoals Leon de Winters productiemaatschappij PlesWin, die alvast drie tafels reserveerde.


Collegialiteit is in de krantenwereld niet de meest voorkomende karaktertrek, zo merkte filmrecensent Pieter van Lierop. Van Lierop schrijft voor het persbureau GPD dat onder meer recensies levert aan het Utrechts Nieuwsblad. De organisatoren van het festival Film by the sea vroegen Van Lierop voor de jury van het competitieprogramma, maar het Algemeen Dagblad maakte daar als sponsor bezwaar tegen. Het argument? Een filmjournalist die voor het Utrechts Nieuwsblad schrijft kan toch niet in een jury zitten, waarvan de prijs door het Algemeen Dagblad wordt gesponsord? De logica ontgaat ons ook, maar het festival zwichtte voor de druk van de sponsor en deelde Van Lierop mee dat hij thuis kan blijven.


Huibbuerenkamp.nl is een filmsite, waarop een anonieme scribent de Nederlandse filmkritiek hekelt. De strekking van de site is dat Nederlandse filmrecensenten een stelletje geteisem zijn, dat geheime afspraken maakt over welke films zij wekelijks de grond in zullen boren. Bij voorkeur kiezen zij voor Nederlandse films, want Nederlandse filmcritici haten Nederlandse films. Behalve als het een film van een vriendje betreft natuurlijk. Verder kunnen ze niet nadenken en schrijven ze kromtaal. Een beroepsgroep met een fijne hate-site komen we in Nederland niet veel tegen. Jammer dat de site na drie keer vernieuwd te zijn nu al een paar maanden dezelfde scheldkannonade bevat. Is de woede van Huibbuerenkamp na drie therapeutische schrijfsessies al bekoeld? Dat valt tegen en doet vermoeden dat de haat niet diep zit. In het geruchtencircuit circuleert al enige tijd de naam van producent Ruud den Drijver als drijvende kracht achter de site. Vorig jaar wist hij opschudding te veroorzaaken door tijdens het Nederlands Film Festival filmjournalist Pieter van Lierop een mep te verkopen, toen deze het door Den Drijver geproduceerde An Amsterdam tale 'een onhandige, als film noir vermomde commercial voor Yab Yum' noemde. Den Drijver ontkende desgevraagd het alter ego van Huibbuerenkamp te zijn ("daar steek ik in mijn hand voor in het vuur"), maar wist wel te melden dat "de site zijn langste tijd gehad heeft." In ons archief vonden we nog een exemplaar van 'Prime cut, het gezelligste filmblad van Nederland', waarin Den Drijver al in 1976 mopperde op de Nederlandse filmjournalistiek (inclusief spotprent van 'Simon van Clotum') en zichzelf (evenals Huibbuerenkamp) sigarenrokend afbeelde. Toch zou het jammer zijn als Huibbuerenkamp weer even snel verdwijnt als hij verscheen. De site is onder critici namelijk een geliefd borreltafelonderwerp. Wie zorgt ervoor dat Den Drijver weer een woedekoliek krijgt?

Sigarenrook en andere nevelen. Ruud den Drijver anno 1999 en anno 1976.


Een conflict mogen we het niet noemen van persvoorlichter Cees van 't Hullenaar van het IDFA. Dan noemen we het geen conflict, maar een feit blijft dat NRC Handelsblad met directe ingang als hoofdsponsor is opgestapt bij het IDFA. De reden is dat het festival wilde dat NRC Handelsblad de festivalbijlage een maand voor het begin van het festival naar de abonnees zou sturen. Dat is beter voor de voorpubliciteit rond het festival. Omdat NRC Handelsblad wilde vasthouden aan de gewoonte om de festivalbijlage een week voor het festival in de krant mee te nemen, leidde dat tot een onoplosbare patstelling. Inmiddels is het festival in zee gegaan met Vrij Nederland, dat wel aan de festivaleisen tegemoet komt. Het weekblad komt met twee festivalbijlages: de eerste verschijnt een maand voor het festival en de tweede drie weken later. Qua oplage en publieksbereik is de overstap voor een festival een flinke aderlating. Van 't Hullenaar: "Als je puur naar de oplagen kijkt hebben we misschien geen goed besluit genomen, maar je moet naar de effectiviteit kijken." Vrij Nederland effectiever dan NRC Handelsblad? "De eerste bijlage krijgt een doordruk van 100.000 exemplaren die worden verspreid in de filmtheaters." Hoe het met de door NRC Handelsblad gesponsorde publieksprijs moet, weet Van 't Hullenaar nog niet. "We zoeken een sponsor en als we die niet vinden, maken we er een IDFA-prijs van."


Een formalisering van bestaande verhoudingen noemen betrokkenen het, maar toch is het opmerkelijk dat adjunct-directeur Sandra den Hamer van het Filmfestival Rotterdam tot mededirecteur is benoemd naast Simon Field. Het festival heeft dus vanaf heden twee directeuren. Kennelijk zijn er in Rotterdam een paar stevige functioneringsgesprekken gevoerd, want er zijn meer wijzigingen in de staf aangebracht: programmacoördinator Mirjam Klootwijk stapt na zeven jaar op en wordt opgevolgd door René van der Giessen; Gerwin Tamsma wordt de research-coördinator; Juliette Jansen ruilt haar publiciteitsfunctie in voor die van medewerker distributie en educatie; Ido Abrahams breidt zijn takenpakket (Cinemart) uit met de verantwoordelijkheid voor de public relations en publiciteitsmedewerker Carlie Janszen wordt hoofd marketing/communicatie en persvoorlichter.


De Fantasten presenteerden zich een jaar geleden op het Nederlands Film Festival in Utrecht met een manifest dat opriep tot meer verbeelding en fantasie in Nederlandse films. Meer dan zeventig filmmakers ondertekenden het manifest, dat was opgesteld door de filmmakers Elbert van Strien, Djie Han Thung en Guido van Gennep. Het manifest wordt binnenkort gevolgd door een dvd, waarop een selectie staat van veertien films die de goedkeuring van de Fantasten hebben. De langste film is het half uur durende De marionettenwereld van Elbert van Strien, de kortste het twee keer een minuut durende Monster van Djie Han Thung. Verder bevat de dvd onder meer (kort) werk van Marc van Uchelen (Buenos Aires here we come), Mark de Cloe (Gitanes), Tjebbo Penning (The bitch is back), Dick Tuinder en Stijn van Santen (Goud) en Simone van Dusseldorp ("Het"). Het is de bedoeling om de dvd op het Nederlands Film Festival te presenteren.


Strenge gristenen mochten vroeger niet naar de bioscoop, maar in de 21-ste eeuw is dat standpunt niet meer vol te houden. Als de mens toch niet kan worden weerhouden van bioscoopbezoek, geef hem dan voedzame geestelijke beelden, is de achterliggende gedachte bij de christelijke filmstroming in Amerika, die films produceert waarin de hoofdpersonen een moeizame, maar uiteindelijke glorieuze strijd leveren met de duivel in zijn veelsoortige gedaanten. Mogelijk ligt hier ook in Nederland een markt, moet distributeur Three Line Pictures hebben gedacht, want die verzorgt in een aantal steden in samenwerking met het christelijke marketing- en evenementenbureau De Gospelbar, een aantal bioscoopvertoningen van de film Revelation. Als de film, waarin de hoofdpersonen niet alleen de strijd aanbinden met de duivel maar ook met zijn volgelingen, een succes wordt in christelijke kringen, volgen meer films.

Naar boven