Oktober 2000, nr 215

Audition

Danse macabre

Een van de gruwelijkste films van het Filmfestival Rotterdam dit jaar was het Japanse Audition van regisseur Takashi Miike. De film begint als een ingetogen vertelling over een zakenman die na de dood van zijn vrouw op zoek gaat naar een nieuwe liefde, maar verandert gaandeweg in een ijzersterke horrorfilm met een climax die geen kijker onberoerd laat.

Bruid maakt zich op voor een gezellige huwelijksnacht.

De festivalvertoning van Audition (1999) in een uitverkocht Pathé 1 werd door de charismatische Takashi Miike en Japan-kenner Tony Rayns ingeleid met de waarschuwing dat de film extreme reacties zou oproepen. De film begon rustig, werd allengs behoorlijk macaber en ontaardde uiteindelijk in een van de meest extreme slotscènes sinds jaren, waarbij vele bezoekers zich voortijdig naar de uitgang spoedden. Dit teken van afkeuring stak schril af tegen de grotendeels positieve reacties van de volhouders en de bekroning met twee prijzen van de filmkritiek.
De combinatie van uitstekend acteerwerk, een knappe verhaalstructuur, lugubere details en de fraaie fotografie van Hideo Yamamoto (
Hana-bi), levert een ijzersterke en daadwerkelijk verontrustende horrorfilm op, die onderstreept dat het genre in Japan niet gebukt gaat onder de bloedarmoede die Hollywood teistert. Net als zijn collega's Hideo Nakata (van het ouderwets sinistere Ring) en Shinya Tsukamoto (Tetsuo, Gemini) laat Miike zien dat genrefilms qua originaliteit en integriteit niet hoeven onder te doen voor het werk van gearriveerde regisseurs als Takeshi Kitano en Shohei Imamura, wiens zoon het scenario van Audition schreef. Miike regisseerde de laatste twee jaar maar liefst acht overwegend goed ontvangen speelfilms, een ongekende productiviteit die de bewondering voor Audition nog vergroot.

Compassie
Het karakteristiek Japanse verhaal van Audition ondergraaft de traditionele man-vrouwverhoudingen door te suggereren dat een vrouw tot net zulke gruweldaden in staat is als een man. Miike toont de lotgevallen van de succesvolle zakenman Ayoama (Ryo Ishibashi), die er regelmatig op wordt aangesproken dat hij zeven jaar na de dood van zijn echtgenote maar weer eens moet trouwen. Met de bevriende filmproducent Yoshikawa organiseert hij een malafide auditie om een geschikte huwelijkspartner te vinden. De wonderschone Asami (Japans topmodel Eishi Shiina) maakt een verpletterende indruk en de twee beginnen afspraakjes te maken, ondanks de reserves van Yoshikawa, die haar kil en vreemd vindt. Wanneer de jongedame na een idyllisch weekend spoorloos verdwijnt, onderneemt de diep gekrenkte Ayoama een obsessieve speurtocht. Gaandeweg wordt duidelijk dat de twijfel van zijn vriend niet alleen gegrond is, maar dat Asami een geheim verbergt dat een explosie van geweld onafwendbaar maakt.
De Japanse cinema heeft al een geduchte reputatie op het gebied van vindingrijk geënsceneerd en extreem geweld, maar in het laatste kwartier van Audition weet Miike de meeste van zijn vakbroeders nog te overtreffen. Toch laat de regisseur duidelijk zijn compassie voor de hoofdpersonages spreken. Dader en slachtoffer laten de toeschouwer niet koud, waarmee de regisseur de valkuil van platte exploitatie vakkundig omzeilt. De lyrische intensiteit van de schokkende climax is typerend voor de Japanse cinema en doet denken aan de amour fou in Yasuzo Masumara's schitterende Moju (1969). In deze aangrijpende Japanse horrorklassieker koestert een blinde beeldhouwer een obsessieve liefde voor een vrouw, die hij in zijn verduisterde atelier opsluit om een gedeelde liefdesdood af te dwingen. Moju en Audition vertonen enkele treffende overeenkomsten, al vat Miike het gezegde 'liefde maakt blind' minder letterlijk op dan Masumara.

Pijnlijk
"Iedereen in Japan is eenzaam", aldus een werknemer van Ayoama, die daarmee het centrale thema van de film aanroert. Ook al is Ayoama een sympathieke vent, de kijker kan zich niet aan de indruk onttrekken dat hij in zijn werk is gevlucht, waardoor hij gevoelloos is geworden voor de opzichtige toenaderingspogingen van een collega. Pas na aandringen van zijn zoon en collega's besluit hij dat het tijd wordt om te hertrouwen. Dat Ayoama dit op een zakelijke manier als een project benadert komt onwerkelijk en bijna pervers over. Maar wanneer hij Asami ontmoet brengt haar aandoenlijk onschuldige uitstraling en tragische kijk op het leven een gevoel van herkenning naar boven dat hij lang niet ervaren heeft. Ayoama's ambivalentie wordt gespiegeld in het karakter van Asami: de manier waarop jarenlange eenzaamheid haar geest heeft gebroken is meelijwekkend en vreselijk tegelijk, want ze interpreteert Ayoama's goede bedoelingen volstrekt verkeerd.
De sfeer van droefenis wordt versterkt doordat Ayoama de waarschuwingen van zijn boezemvriend in de wind slaat, waarvoor hij uiteindelijk een hoge prijs betaalt. De manier waarop Ayoama het geluk nastreeft mag misschien vraagtekens oproepen, zijn gevoelens voor Asami zijn oprecht. Ze worden echter op zo'n gruwelijke wijze beantwoord dat een gebroken hart nog het minste van zijn problemen is. Onbeantwoorde liefde kan pijnlijk zijn, het vinden van de ware en daarvoor gestraft worden is zo mogelijk nog pijnlijker. En dat, zo heeft Miike met Audition begrepen, is pas échte horror.

Mike Lebbing

Audition
Japan, 1999
Productie: Omega Project
Regie: Takashi Miike
Scenario: Daisuke Tengan, naar een verhaal van Ryu Murakami
Camera: Hideo Yamamoto
Montage: Yasushi Shimamura
Art direction: Tatsuo Ozeki
Muziek: Koji Endo
Met: Ryo Ishibashi, Eihi Shiina, Miyuki Matsuda, Renji Ishibashi
Kleur, 115 minuten
Distributie: Filmmuseum i.s.m. Filmfestival Rotterdam
Te zien: vanaf 19 oktober

Naar boven