Oktober 2000, nr 215
Bryan Singer
X-Men en Übermenschen
Toen de eerste aflevering van de Marvel Comics-strip X-Men in 1963 verscheen was Bryan Singer (The usual suspects) nog niet eens geboren. Het zou nog eens dertig jaar duren voordat hij een blik wierp op de avonturen van een groepje mutanten dat naar een menswaardig bestaan streeft. Een voordeel volgens de 33-jarige regisseur: "Ik werd tenminste niet geplaagd door sentimentele jeugdherinneringen."
Bryan Singer (foto: André Bakker).
Bryan Singer praat niet, hij betoogt als een wervelwind. Hij vlecht eindeloze volzinnen aan elkaar met behulp van nog langere bijzinnen en tekent ondertussen in razend tempo muzieknoten op een kladblaadje. "Ben je alvast de soundtrack voor je volgende film aan het componeren?" "Eh..." Singer buigt zich weer over zijn vierkwartsmaten. "Ik moet iets te doen hebben als ik denk."
Je moet je niet proberen voor te stellen wat er van Bryan Singer was geworden als hij zich tot denken had beperkt. Een bezeten filosoof waarschijnlijk, die alle grote systeembouwers van Plato tot Kant naar de zijlijn had verwezen. Film is voor hem ook filosofie, geeft hij toe. De vier succesfilms die hij tot nu toe regisseerde mogen dan wel voorbeeldige genre-exercities naar de duistere kanten van de menselijke geest zijn, er is maar één thema dat hem werkelijk interesseert: identiteit. "Al mijn films gaan over mensen die hun plek in de wereld proberen te vinden en die zich afvragen wie zij zijn en hoe wij worden wie we zijn."
Holocaust
Zeven jaar geleden debuteerde hij met het in Nederland alleen op video verschenen Public access (1993), een lowbudget thriller die op het Sundance Filmfestival voor de onafhankelijke Amerikaanse film de Grote Juryprijs in de wacht sleepte. Drie jaar later waren het Oscars, voor de beste mannelijke bijrol voor Kevin Spacey en beste scenario voor Christopher McQuarrie voor zijn studie naar het kwaad in The usual suspects (1995). Singer draaide zijn doorbraakfilm in vijfendertig dagen en speelde het klaar om onder het hem toegeschreven budget van zes miljoen dollar te blijven. Het leverde hem de naam van hardwerkend en inventief wonderkind op. "Men vergeet vaak dat je alleen snelle beslissingen kunt nemen als je je grondig hebt voorbereid", vertelt Singer in een hotel in Amsterdam, ter gelegenheid van de promotie van X-Men. "Als je op de set staat moet je niet meer willen bedenken hoe het moet. Dan moet je alleen nog zo goed mogelijk je oorspronkelijke concept proberen te realiseren. Dat betekent ook dat je voor een aantal scènes van tevoren alternatieven moet uitdenken."
Zijn derde film Apt pupil (1998) had minder succes dan zijn voorgangers. Critici verweten Singer in zijn verfilming van het gelijknamige verhaal van Stephen King de holocaust te exploiteren voor een spannende film. Onterecht volgens Singer, die nadat hij "in The usual suspects het wezen van het kwaad had onderzocht" een stapje verder wilde gaan en thematiseren "hóe mensen tot slecht gedrag vervallen."
Het zijn thema's die weer opduiken in X-Men, op het eerste gezicht een met special effects en wonderbaarlijke metamorfosen opgefleurde big budget sciencefictionfilm naar de populaire stripverhalen die vanaf 1963 door Marvel Comics worden uitgegeven. Maar Singer vindt zichzelf de juiste persoon om ook de onderliggende politieke motieven van de op het hoogtepunt van het McCarthy-isme verschenen strip naar de voorgrond te halen. "X-Men speelt zich af in de nabije toekomst, als de mensheid een nieuw stadium in de evolutie is ingegaan. De menselijke soort is uitgebreid met een aantal mutanten die over geheimzinnige vermogens beschikken, zoals telepathische en telekinetische krachten, maar ook het beheersen van het weer en de elementen, of extreme fysieke mogelijkheden."
Onnodig op te merken dat deze supermensen door de rest van de wereld met argusogen worden bekeken. En ook tussen de mutanten onderling is niet alles pais en vree. Er woedt een wrede strijd tussen de nihilistische Magneto (de terugkeer van Ian McKellen uit Singers film Apt pupil) die wereldheerschappij nastreeft en Professor Xavier (Star Trek's Patrick Stewart) die voor zijn mutanten een 'menswaardig' bestaan beoogt.
Geen stripwereld
De film begint met een nogal duistere scène in het getto van Warschau. Singer: "Die openingsscène moest voor mij de toon zetten voor de rest van de film: Pas op! U bevindt zich niet in een kitscherige stripwereld, maar in de realiteit. Alle sciencefiction is gebaseerd op de geschiedenis. Magneto is net zo'n dictator als Hitler, die denkt dat de mutanten de nieuwe Übermenschen zijn. Maar ook de maatschappij die uit angst voor de X-Men de mutanten buiten probeert te sluiten, maakt zich schuldig aan racisme en vreemdelingenhaat. Wat dat betreft is er niet veel veranderd."
Werd X-Men, net als de meeste stripverfilmingen aanvankelijk met argwaan bekeken, na de première konden de fans opgelucht ademhalen. Niet alleen was de politieke subtekst van het verhaal bewaard gebleven, ook hun favoriete helden hadden geen noemenswaardige veranderingen ondergaan. "Voor mij was het een voordeel dat ik niet met de strip ben opgegroeid", meent Singer. "Nu werd ik tenminste niet geplaagd door sentimentele jeugdherinneringen. Doordat ik meer afstand had, kon ik me ook meer vrijheden veroorloven. Omdat je in een film veel meer kunt doen met kostuums en special effects, zijn de karakters in een moderner jasje gestoken. Maar hun strijd om er achter te komen waarom ze zo zijn als ze zijn, is overeind gebleven. Zonder dat thema had ik deze film niet kunnen maken, al ben ik bang dat het merendeel van de antwoorden pas in de volgende delen van de film aan de orde kan komen, want nu moesten de hoofdpersonen eerst worden geïntroduceerd bij het filmpubliek. En eerlijk gezegd weet ik nu nog niet of ik voor die vervolgfilms wel beschikbaar ben."
Niet omdat het werken aan X-Men hem tegenstond, maar "omdat het zo moeilijk is om je meteen weer op een project vast te leggen". X-Men draaide hij zelfs met buitengewoon plezier: "Het was ontzettend leuk om een sciencefictionfilm te maken, want ik ben een grote fan van het genre en nu kreeg ik de kans om dat allemaal zelf eens uit te proberen. Ik ben met George Lucas en Steven Spielberg gaan praten over het gebruik van special effects, want ik vond het erg belangrijk dat alles er realistisch uitzag. Ik wilde niet een fantasiewereld à la The matrix creëren. Hoofdpersoon Wolverine is daar een goed voorbeeld van. Deze mutant heeft een skelet van staal en uit zijn vuisten schieten vlijmscherpe messen tevoorschijn als hij zich bedreigd voelt. Dat moest er niet alleen geloofwaardig, maar ook pijnlijk uitzien." Dat Singer niet de beschikking had over een monsterbudget als diezelfde The matrix, vindt hij ook alleen maar een voordeel. "Dat noopt je tot creativiteit. Voor de scène waarin Wolverine's haren in de wind overeind staan, hebben we gebruik gemaakt van een doodgewone ouderwetse Vandergraaf generator. Dat dat met zoiets eenvoudigs kon, riep bij mij weer hetzelfde blije gevoel op als waarmee ik als kleine jongen mijn eerste sciencefictionfilms zag."
Dana Linssen