The Big Sleep - november 2000, nr 216

Voor aanvullingen, kritiek en suggesties: stuur uw email naar Hans Beerekamp.


Anhalt, Edward (86), Pacific Palisades, Ca., 3 september. Amerikaans scenarioschrijver. Won twee Oscars: voor het gegeven van Panic in the streets (Elia Kazan, 1950), gebaseerd op zijn verhalen 'Quarantine' en 'Some like 'em cold', en voor de bewerking van Jean Anouilhs toneelstuk Becket (Peter Glenville, 1964). Kreeg bovendien een Oscarnominatie voor het gegeven van The sniper (Edward Dmytryk, 1952). Werkte vaak samen met zijn vrouw Edna Richards Anhalt, aanvankelijk als makers van televisiedocumentaires. Het grootste deel van hun scenario's en verhalen, te beginnen met Bulldog Drummond strikes back (Frank McDonald, 1947) wordt in de naslagwerken beschreven als 'pulp fiction'. Onder meer: The member of the wedding (Fred Zinnemann, 1952), Not as a stranger (Stanley Kramer, 1955), The pride and the passion (Kramer, 1957), In love and war (Philip Dunne, 1958), The restless years (Helmut Kautner, 1958), The young lions (Dmytryk, 1958), The sins of Rachel Cade (Gordon Douglas, 1961), The young savages (John Frankenheimer, 1961), de Elvis-film Girls!girls!girls! (Norman Taurog, 1962), A girl named Tamiko (John Sturges, 1962), Wives and lovers (John Rich, 1963), Boeing Boeing (Rich, 1965), The satan bug (Sturges, 1965), Hour of the gun (Sturges, 1967), The Boston strangler (Richard Fleischer, 1968), The madwoman of Chaillot (Bryan Forbes, 1969), Jeremiah Johnson (Sydney Pollack, 1972), Luther (Guy Green, 1974), The man in the glass booth (Arthur Hiller, 1975), Escape to Athena (George Pan Cosmatos, 1979), Green ice (Ernest Day, 1981) en The Holcroft covenant (Frankenheimer, 1985). Speelde enkele gastrolletjes, onder meer in The right stuff (Phil Kaufman, 1983). Overleden aan kanker.


Brenner, Dori (53), Los Angeles, 16 september. Amerikaans actrice. Veel televisie, maar ook in films als Summer wishes, winter dreams (Gilbert Cates, 1973), The other side of the mountain (Larry Peerce, 1975), Next stop Greenwich village (Paul Mazursky, 1976), Altered states (Ken Russell, 1980), Baby boom (Charles Shyer, 1987) en For the boys (Mark Rydell, 1991). Boezemvriendin van wijlen Bette Davis. Overleden aan kanker.


Canby, Vincent (76), New York, 15 oktober. Amerikaans film- en toneelcriticus. Schreef tussen 1965 en 1993 kritieken en beschouwingen voor The New York Times en verwierf daar de positie van meest invloedrijk filmrecensent van Amerika, vooral waar het buitenlandse en artistieke films betreft. Aanvankelijk schreef Canby als verslaggever en recensent voor Variety (1959-65). Vanaf 1965 droeg hij artikelen bij aan The New York Times, vooral ook voor de zondagsbijlage, en in 1969 werd hij Senior Film Critic van de krant. Na zijn afscheid in 1993 schreef Canby vooral over theater. Auteur van enkele romans en toneelstukken. Overleden aan kanker.


Doran, Ann (89), Carmichael, Ca, 19 september. Amerikaans bijrolactrice, dochter van actrice Rose Allen. Op een enkele hoofdrol na (Rio Grande, Sam Nelson, 1939) in meer dan 200 geluidsfilms te zien als bijrol of second lead. Opmerkelijk als de moeder van James Dean in Rebel without a cause (Nicholas Ray, 1954). Begon op haar vierde te acteren, ook in honderden stille films onder pseudoniem. Belangrijkste films: Mr. Deeds goes to town (Frank Capra, 1936), Nothing sacred (William A. Wellman, 1937), Stella Dallas (King Vidor, 1937), You can't take it with you (Capra, 1938), Mr. Smith goes to Washington (Capra, 1939), Meet John Doe (Capra, 1941), Penny serenade (George Stevens, 1941), The more the merrier (Stevens, 1943), The strange love of Martha Ivers (Lewis Milestone, 1946), My favorite brunette (Elliott Nugent, 1947), The snake pit (Anatole Litvak, 1948), The fountainhead (Vidor, 1949), No sad songs for me (Rudolph Maté, 1950), The high and the mighty (Wellman, 1954), The FBI story (Mervyn LeRoy, 1959), A summer place (Delmer Daves, 1959), Warlock (Edward Dmytryk, 1959), Captain Newman, M.D. (David Miller, 1963), The carpetbaggers (Dmytryk, 1964), Not with my wife you don't (Norman Panama, 1966), There was a crooked man (Joseph L. Mankiewicz, 1970), The hired hand (Peter Fonda, 1971), All night long (Jean-Claude Tramont, 1981), First Monday in October (Ronald Neame, 1981) en Wildcats (Michael Ritchie, 1986). Actief bestuurder van de Screen Actors Guild. Overleden aan een hersenbloeding.


Farnsworth, Richard (80), Lincoln, NM, 5 oktober. Amerikaans acteur en stuntman. Voormalig rodeorijder en stuntman, ontpopte zich op latere leeftijd tot acteur, vooral in westerns. Farnsworth kreeg twee keer een Oscarnominatie, voor Comes a horseman (Alan J. Pakula, 1978) en The Straight story (David Lynch, 1999). Deed stunts in meer dan driehonderd films, te beginnen met The adventures of Marco Polo (Archie Mayo, 1938). Hij was onder meer een wagenmenner in The Ten Commandments (Cecil B. DeMille, 1955) en een gladiator in Spartacus (Stanley Kubrick, 1960). Debuteerde als acteur in Duel at Diablo (Ralph Nelson, 1966). Daarna in allengs grotere rollen te zien, vaak als bedaarde cowboy. Eerste opvallende hoofdrol in The grey fox (Phillip Borsos, 1982). Voorts onder meer Texas across the river (Michael Gordon, 1966), Monte Walsh (William A. Fraker, 1970), The life and times of judge Roy Bean (John Huston, 1972), Pocket money (Stuart Rosenberg, 1972), Ulzana's raid (Robert Aldrich, 1972), The duchess and the dirtwater fox (Melvin Frank, 1976), Another man another chance (Claude Lelouch, 1977), Resurrection (Daniel Petrie, 1980), Tom Horn (William Wiard, 1980), The legend of the lone ranger (Fraker, 1981), The natural (Barry Levinson, 1984), Rhinestone (Bob Clark, 1984), Into the night (John Landis, 1985), Havana (Sydney Pollack, 1990), Misery (Rob Reiner, 1990), The two Jakes (Jack Nicholson, 1990), Highway to hell (Ate De Jong, 1992) en The getaway (Roger Donaldson, 1994). Zelfdoding met een pistool.

Richard Farnsworth.


Gill, Inga (75), Stockholm, 18 oktober. Zweeds actrice. In een carrière van vijftig jaar in het theater, voor radio en televisie, speelde Gill ook enkele opmerkelijke filmrollen, bij voorbeeld in de Strindbergverfilming Freule Julie/Fröken Julie (Alf Sjöberg, 1951), als Lisa, de vrouw van de smid, in Het zevende zegel/Det sjunde inseglet (Ingmar Bergman, 1957) en als de vertelster in Cries and whispers/Viskningar och rop (Bergman, 1972). Overige films onder meer Vrouwendroom/Kvinnodröm (Bergman, 1955), De zevende hemel/Sjunde himlen (Hasse Ekman, 1956),Op de drempel van het leven/Nära livet (Bergman, 1958), Het oog van de duivel/Djävulens öga (Bergman, 1960), De bruiloft/Bröllopet (Jan Halldoff, 1973) en Amorosa (Mai Zetterling, 1986). Weduwe van acteur Karl-Arne Holmsten en moeder van actrice My Holmsten. Overleden na een lange ziekte.


Has, Wojciech J. (75), Lodz, 2 oktober. Pools regisseur, voluit Wojciech Jerzy Has. Tot schilder en filmmaker opgeleide generatiegenoot van Andrzej Wajda interesseerde zich minder voor poltieke films of de verwerking van de oorlog, maar maakte een groot aantal literatuurverfilmingen, vaak refererend aan de Middeleeuwen of een fantasiewereld. Met name zijn Manuscript gevonden te Saragossa/The Saragossa manuscript/Rekopis znaleziony w Saragossie (naar Jan Potocki; 1965) maakte grote indruk en beschikt nog steeds over een enorme cultstatus. Has maakte aanvankelijk korte documentaires en debuteerde in 1957 met De strop/The noose/Petla (naar Marek Hlasko). Zijn andere lange speelfilms zijn Farewells/Pozegnania (1958), One-room tenants/Wspolny pokoj (1960), Parting/Rosztanie (1961), Gold/Zloto (1961), De kunst lief te hebben/How to be loved/Jak byc kochana (naar Kazimierz Brandys; 1963), The code/Szyfry (1966), The doll/Lalka (naar Boleslaw Prus; 1968), Het zandloperlaboratorium/The sandglass/Sanatorium pod klepsydra (naar Bruno Schulz; 1973), Een banale geschiedenis/Niecekawa historia (naar Anton Tsjechov; 1982), De schrijver/Write and fight/Pismak (naar Lech Terlecki; 1985), Memoirs of a sinner/Pamietnik grzesnika...przez niego samego spisany (naar James Hogg; 1986) en The fabulous journey of Balthazar Kober/Niezwykla podroz Baltazara Kobera (naar Frederick Tristan; 1988). Werd in 1990 directeur van de bekende filmschool in Lodz. Doodsoorzaak onbekend.


Jansen, Cécile (51), Amsterdam, 26 september. Nederlands feministe en journaliste. Schreef het scenario en was de hoofdpersoon van de documentaire Sweet Cécile (Jet Homoet, 1999), waarin ze als eerste Bewust Ongehuwde Moeder op de jaren zeventig terugblikt, samen met haar twee kinderen. Overleden aan kanker.


Kous, Walter (71), Hoorn, 11 oktober. Nederlands acteur, componist en regisseur, voluit Walter Robert Kous. Onder meer aan de Actors Studio in New York opgeleide acteur staat bekend als de auteur van de eerste complete erectie in een Nederlandse speelfilm, op zijn 45ste als klant van Monique van de Ven in Keetje Tippel (Paul Verhoeven, 1974). Ook was hij te zien in de films Het gangstermeisje (Frans Weisz, 1966), Bastille (Rudolf van den Berg, 1984) en de in Berlijn bekroonde korte film Straf (Olga Madsen, 1974). Samen met John Rosinga regisseerde Kous in 1973 de korte film Het genieten. Schreef de muziek voor enkele theatermusicals van Mies Bouhuys. Overleden aan de gevolgen van een val van zijn eigen trap.


Marsh, Joan (86), Ojai, Ca., 10 augustus. Amerikaans filmactrice, pseudoniem van Nancy Ann Rosher. Dochter van cameraman Charles Rosher figureerde al als baby in vele zwijgende films, onder meer tegenover Mary Pickford. Maakte met succes de overgang naar de geluidsfilm, waar ze bekend werd als een mini-rivale van de eveneens platinablonde Jean Harlow. Gespecialiseerd in romantic comedies, had Marsh als handelsmerk haar geringe omvang: ze droeg de kleinste schoenmaat die Paramount in huis had. Na kleine rollen in All quiet on the western front (Lewis Milestone, 1930), Dance, fools, dance (Harry Beaumont, 1931) en de Garbo-vehikels Inspiration (Clarence Brown, 1931) en Anna Karenina (Brown, 1935), speelde ze hoofdrollen in kleinere films: The man who dared (Hamilton McFadden, 1933), Three-cornered moon (Elliott Nugent, 1933), Many happy returns (Norman Z. McLeod, 1934), We're rich again (William A. Seiter, 1934), You're telling me (Erle C. Kenton, 1934), Charlie Chan on Broadway (Eugene Forde, 1937), Life begins in college (Seiter, 1937), Road to Zanzibar (Victor Schertzinger, 1941) en The baron's African war (Spencer Bennet, 1943). Laatste film: Follow the leader (William Beaudine, 1944). Eerste huwelijk met scenarioschrijver Charles Belden. Doodsoorzaak onbekend.


Mulligan, Richard (67), Hollywood, 26 september. Amerikaans televisie- en filmacteur. Broer van regisseur Robert Mulligan excelleerde met zijn rubberen motoriek en gecultiveerde onhandigheid in komische rollen. Werd vooral bekend door zijn rol in de tv-serie 'Soap' (eind jaren zeventig) en in de satire S.O.B. (Blake Edwards, 1981). Debuut in Love with the proper stranger (Robert Mulligan, 1963). Voorts onder meer te zien in One potato, two potato (Larry Peerce, 1964), The group (Sidney Lumet, 1966), The undefeated (Andrew V. McLaglen, 1969), Little big man (Arthur Penn, 1970), Visit to a chief's son (Lamont Johnson, 1974), The big bus (James Frawley, 1976), One on one (Johnson/Peerce, 1977), Scavenger hunt (Michael Schultz, 1979), Trail of the pink panther (Edwards, 1982), Meatballs part II (Ken Wiederhorn, 1984), Micki + Maude (Edwards, 1984), Teachers (Arthur Hiller, 1984) en A fine mess (Edwards, 1986). Sprak de stem van Einstein in de Disney-animatiefilm Oliver & co. (George Scribner, 1990). Getrouwd geweest met actrice Joan Hackett. Overleden aan kanker.


Polidoro, Gian Luigi (71), Rome, 4 september. Italiaans filmregisseur. Polidoro won in 1963 ex aequo een Gouden Beer voor de in Zweden gesitueerde komedie met Alberto Sordi Il diavolo. Ook in competitie in Berlijn waren zijn twee voor de Verenigde Naties gemaakte documentaires, de korte film Overture (1957) en de lange Power among men (samen met Alexander Hammid, 1959). Regisseerde een Amerikaanse speelfilm, Rent control (1981). Overleden aan de gevolgen van een auto-ongeluk.


Richards, Beah (74), Vicksburg, Miss., 14 september. Afrikaans-Amerikaans actrice. Aanvankelijk vooral actief in het theater. Kreeg een Oscarnominatie voor de rol van de moeder van Sidney Poitier in Guess who's coming to dinner? (Stanley Kramer, 1967). Tot haar andere films behoren Take a giant step (Philip Leacock, 1959), The miracle worker (Arthur Penn, 1962), Hurry sundown (Otto Preminger, 1967), In the heat of the night (Norman Jewison, 1967), The great white hope (Martin Ritt, 1970), Mahogany (Berry Gordy, 1975), Drugstore cowboy (Gus Van Sant, 1989) en Homer and Eddie (Andrei Konchalovsky, 1990). Overleden aan emfyseem.


Shenson, Walter (81), Los Angeles, 17 oktober. Amerikaans producent. Maakte zijn bekendste films in Engeland, zoals de beide eerste films met The Beatles, A hard day's night (Richard Lester, 1964) en Help! (Lester, 1965). Tot Swensons overige films behoort The mouse that roared (Jack Arnold, 1959), A matter of WHO (Don Chaffey, 1962), The mouse on the moon (Lester, 1963), 30 is a dangerous age, Cynthia (Joseph McGrath, 1968), Reuben, Reuben (Robert Ellis Miller, 1983) en Echo park (Robert Dornhelm, 1986). Regisseerde zelf de komedie Welcome to the club (1971). Overleden aan de gevolgen van een hersenbloeding.


Siodmak, Curt (98), Three Rivers, Ca., 2 september. Oorspronkelijk Duits scenarioschrijver en regisseur, die samen met zijn broer, regisseur en scenarist Robert Siodmak, in de jaren dertig naar Amerika emigreerde. Bedacht het idee van de klassieke pseudo-documentaire Menschen am Sonntag (Robert Siodmak, 1929) en schreef het scenario samen met Billy Wilder. Auteur, al dan niet met anderen samen, van onder meer de Engelse producties The tunnel (Maurice Elvey, 1935) en Non-stop New York (Robert Stevenson, 1937). Daarna vooral horrorwerk in Hollywood: Black friday (Arthur Lubin, 1940), The invisible man returns (Joe May, 1940), The wolf man (George Waggner, 1941), Frankenstein meets the wolf man (Roy William Neill, 1943), I walked with a zombie (Jacques Tourneur, 1943), The climax (Waggner, 1944), The beast with five fingers (Robert Florey, 1946), Tarzan's magic fountain (Lee Sholem, 1949) en Riders to the stars (Richard Carlson, 1954). Regisseerde de bescheiden werkjes Bride of the gorilla (1951), The magnetic monster (1953), Curucu, beast of the Amazon (1956), Love slaves of the Amazon (1957), Devil's messenger (1961) en Ski fever (1969). Overleden aan ouderdom.


Verdon, Gwen (75), Woodstock, Vt., 18 oktober. Amerikaans danseres, zangeres en actrice, voluit Gwyneth Evelyn Verdon. De ster van diverse theatermusicals, vaak geregisseerd door haar echtgenoot Bob Fosse, was onder meer de eerste vertolkster op Broadway van de titelrol in 'Sweet Charity', gebaseerd op Le notti di Cabiria (Federico Fellini, 1957), maar in de filmversie uit 1969 gaf Fosse de door Giulietta Masina geïnspireerde rol aan Shirley MacLaine. Verdon speelde filmrollen in onder meer Meet me after the show (Richard Sale, 1951), de Danny Kaye-film On the Riviera (Walter Lang, 1951), The merry widow (Curtis Bernhardt, 1952), de filmversie van Damn Yankees (als danspartner van Fosse; George Abbott en Stanley Donen, 1958), Sgt. Pepper's lonely hearts club band (Michael Schultz, 1978), The Cotton Club (Francis Coppola, 1984), Cocoon (Ron Howard, 1985), Nadine (Robert Benton, 1987), Cocoon: the return (Daniel Petrie, 1988), Alice (als de moeder van Mia Farrow; Woody Allen, 1990) en Marvin's room (Jerry Zaks, 1996). Het door Ann Reinking gespeelde personage in Fosse's autobiografische Gouden-Palmwinnaar All that jazz (1979) is duidelijk op Verdon geïnspireerd. Overleden in haar slaap.

Naar boven