December 2000, nr 217

Serik Aprimov

Het water kookt over

Hoe maak je kunst van navelstaarderij? Alleen de allerbeste filmers lukt het. Juist door de alledaagse landerigheid van de hete Kazachse steppe te filmen in Tri brata ontstijgt Serik Aprimov het vacuüm waarin de voormalige Kazachse New Wave zich in bevindt.

Serik Aprimov.

Eerder dit jaar wijdde Filmfestival Rotterdam een retrospectief aan Aprimovs werk. Zijn nieuwste film Tri brata kreeg er zijn wereldpremiŠre. Eenmaal opgeduikeld uit de catacomben van het Hilton hotel in Rotterdam, blijkt Aprimov een dromerige filosoof - geobsedeerd door de manier waarop hij en zijn drie kinderen naar de wereld kijken.
Net als veel andere kunstenaars uit het Oosten, is hij filosoof uit noodzaak. Dankzij het solide Sovjet-filmsysteem kon hij zijn baantje als chauffeur inruilen voor een opleiding als regisseur. Het succes van Sergej Bodrovs eerste speelfilm Neprofessionalnije en de inspanningen van Aprimovs mentor Sergej Solovjov zorgden voor een nieuwe golf van Kazachs filmtalent. Onder Gorbatsjov was er ineens ruimte voor privé-investeringen. Aprimov debuteerde in 1989 met De laatste halte onder het welwillend oog van de internationale filmwereld. Het einde van het Sovjettijdperk twee jaar later betekende niet alleen het einde van de censuur, maar ook van de economische zekerheid. Aprimov werkte een jaar in Londen aan de documentaires van een vriend. Hij ging terug naar Kazachstan waar hij als ondernemer aan de slag ging, zonder enig succes.

Gulle fan
Hij wachtte en wachtte totdat zijn volgende kans langskwam. Die verscheen in de vorm van een gepensioneerde Japanse marineofficier, die na het zien van Aprimovs werk op het festival van Tokio geld stak in zijn derde film Aksuat (1996). Met geld van dezelfde gulle fan begon bij aan Tri brata. Na het draaien was de kas leeg, maar dankzij de Rotterdamse Cinemart vond hij in 1999 genoeg financiering om de film af te maken. Tri brata is een triomf van Aziatisch fatalisme. Aprimov: "Het is een kwestie geweest van lang wachten. Ik denk altijd maar: God stuurt ons geen beproevingen die we niet kunnen overleven."
Het einde van de centrale planeconomie is in Centraal-Azië wel erg hard aangekomen. Dit is goed te zien in het in Nederland uitgebrachte
Killer van Darezjan Omirbaev, waarin een doodgewone chauffeur het slachtoffer wordt van de nieuwe machthebbers, de maffia. Hij is niet hard genoeg om zijn opdracht, een moord, uit te voeren. De chauffeur had Aprimov zelf kunnen zijn, voordat hij werd ontdekt door Solovjov. "Allebei de periodes, het communisme en nu, hebben zo hun eigen voordelen. Het is moeilijk om te zeggen welke tijd beter was. Als je nu ergens geld vindt, kun je zo gaan draaien, zonder censuur. Er is niet ergens een overheidsorgaan dat je tegen zal houden."
Maar hoe werkt hij dan in een land waar bijna geen filmindustrie meer is? "Als je kunstzinnige films maakt ben je minder afhankelijk van de industrie. Met een filmblik, een camera, een goedkope cameraman en een hoop vrienden kom je al een heel eind. En als je een goede film hebt gemaakt, dan vind je vanzelf een publiek hier in Rotterdam of in Berlijn. Zo vind je kleine distributeurs die je film weer verder in Europa verspreiden. Waarom zou ik alleen films voor een Kazachs publiek maken?"

Handen
Aprimovs eerste drie films lijken te gaan over het grote verschil tussen het 'pure' platteland, waar hij vandaan komt, en de gerussificeerde, corrupte stad. Daar is hij het niet mee eens. Uit zijn antwoord blijkt hoezeer hij zich richt op zijn eigen innerlijke leven, iets wat alleen moedige filmmakers als Bruno Dumont, Tsai Ming-liang en Fred Kelemen durven te doen. "Ik put eerder inspiratie uit het contrast tussen heden en verleden. Ik kijk terug naar hoe ik als kind was, hoe ik was toen ik mijn eerste film maakte. Hoe ik me toen voelde. De laatste tijd ben ik daarmee veel aan het experimenteren omdat ik een zoon van anderhalf heb. Ik bestudeer hoe hij de dingen observeert. Ik zette bijvoorbeeld een keer een pan met water op. Hij keek ernaar terwijl ik iets anders ging doen. Het water begon te koken. Hij bleef kijken. Het water kookte over en hij bleef maar kijken. Zo kijken mensen ook naar film. Alleen mijn eigen leven interesseert me. Het liefst zou ik mijzelf willen stalken, zodat ik kan observeren wat er precies gebeurt. Ik vraag mezelf af of ik nu gelukkiger ben dan in mijn kindertijd."
Heeft Tri brata daar antwoord op gegeven? Een gulle glimlach breekt door. "Welnee. Nieuwe technologieën hebben deuren geopend waardoor we nu veel meer van de wereld weten. Het enige mysterie dat niet is ontrafeld is dat van de mens zelf. Als mensen met elkaar praten - in het echte leven - houden ze het allerbelangrijkste voor zichzelf. Maar in een film kun je dat wel laten zien. Ik hou er niet van om menselijke gevoelens zo te uit te beelden dat ze extreem herkenbaar zijn voor de kijkers. Bijvoorbeeld als een jongen een meisje ontmoet, wil ik alleen hun handen laten zien om te tonen hoe onzeker ze zijn over elkaars gevoelens. Ik zou het nooit zo direct laten zien."
Aprimov geeft toe dat het niet makkelijk is om indirect te zijn tijdens het scenarioschrijven. "Het is een moeilijke balans. Want aan de andere kant wil je toch ook niet dat het publiek zich gaat vervelen. Solovjov besteedde niet zoveel aandacht aan scenarioschrijven. Ik leerde van hem hoe je je op de set moet gedragen, hoe je met de cameraman moet samenwerken, hoe je buiten in de natuur moet filmen. Ik schreef tot nu toe mijn eigen scripts, maar ik zou graag eens met iemand samen willen werken omdat je dan een andere blik op het materiaal krijgt. Maar mijn films hebben kleine budgets en scenaristen in Moskou, zoals Rustam Ibrahimbekov (scenarist van Nikita Mikhalkov, TM), zijn te duur voor me. Hier in Rotterdam heb ik met Sergej Bodrov gepraat; misschien kunnen we ideeën uitwisselen. Maar het is heel belangrijk dat de schrijver de regisseur goed begrijpt. Soms denk ik wel eens dat het moeilijker is om een goede scenarist te vinden dan een goede echtgenote!"

Thessa Mooij


Tri brata

Mijmeren over het paradijs

Eigenlijk gaan alle films van Serik Aprimov over de teloorgang van oude waarden, vooral op het Kazachstaanse platteland, over de verwording tot een moderne samenleving. Maar van een nostalgische blik naar het verleden is geen sprake. Het enige dat je er werkelijk tegenover kunt stellen is innerlijke kracht, en, in het geval van Tri brata, hoop en verbeelding.

Tri brata: Wachten op een mooiere wereld.

Filmmakers uit Kazachstan die de laatste jaren aan het werk zijn tonen een grote betrokkenheid bij de moeilijkheden waarin hun land verkeert. Na zeventig jaar Sovjet-dominantie is het land uitgeblust en leeggezogen. De onafhankelijkheid heeft, zoals in zovele voormalige Sovjetstaten, geen enkele verbetering gebracht. In de films van Serik Aprimov is vaak sprake van een conflict tussen de mens en zijn vijandige omgeving. In de film waarmee hij in 1988 afstudeerde, De laatste halte, keert een militair na twee jaar dienst terug naar zijn geboortedorp, dat ten prooi gevallen is aan armoede, verwaarlozing en apathie. Hij kan er niet meer aarden, en vertrekt voor een tweede maal, dit keer om nooit meer terug te komen. Of hij nu zelf in zijn diensttijd veranderd is, of zijn dorp, hij voelt zich er een vreemde.

Roestige locomotieven
Met Aksuat heeft Aprimov deze thematiek verder uitgediept. De film gaat over twee broers, waarvan de een in de stad woont, en de ander op het platteland leeft. De kloof tussen stad en platteland is groot in Kazachstan. Tijdens het Sovjet-regime hebben de Sovjets het Russisch wel in de steden ingevoerd - en de Kazachstaanse taal zelfs verboden -, maar niet in de afgelegen dorpen. Alleen al door een andere taal te spreken wordt de stadse broer in het dorp niet geaccepteerd. Maar belangrijker is misschien nog dat beide broers ook in hun eigen omgeving als vreemden ronddolen. Noch dorp, noch stad biedt veiligheid of geborgenheid. De moderne samenleving botst met de persoonlijke behoeften van het individu.
In Aprimovs laatste film, Tri brata, is dat in zekere zin ook het geval. Het is eigenlijk een beetje vreemd om te spreken over een 'moderne samenleving', het dorpje waar de drie broers uit de titel wonen is niet meer dan een gehucht op een zanderige vlakte. Het nabijgelegen station is een opslagplaats voor roestige locomotieven, alleen de militaire basis even verderop lijkt iets van de moderne tijd te weerspiegelen. Maar het is de dagelijkse, huidige realiteit in het moderne Kazachstan. Wat Aprimov er in deze film tegenover stelt is de droom, de illusie van een beter leven. Een werkelijkheid die alleen in de herinnering of in de verbeelding bestaat. De drie broers scharrelen geregeld wat rond op het stationnetje om een praatje te maken met de opzichter, een oude man die de Duitse kampen heeft overleefd. Hij vertelt de jongens mooie verhalen over een paradijselijk meer waar de legerofficieren zich vermaken als ze geen dienst hebben. Het leven is er goed en mooi, en er zijn tal van prachtige vrouwen die de mannen ter wille zijn.

Uitvlucht
Vooral dat laatste spreekt de jongens aan, en er worden plannen gesmeed om naar het meer te gaan. De film bestaat voor het grootste deel uit de groeiende fascinatie voor de wereld die de oude man voor hen schetst en de pogingen van de jongens om geld voor de reis te verdienen. Zonder nadrukkelijk het verval in het dorp te tonen, zoals dat bijvoorbeeld in De laatste halte gebeurde, wordt juist tijdens die voorbereidingen uit kleine dingen duidelijk hoe het leven waaraan ze willen ontsnappen eruitziet. Het dorp ligt zeer geïsoleerd, de kinderen hangen voornamelijk rond uit verveling, iets als school lijkt er niet te bestaan. Terloopse opmerkingen van een van de kinderen over zijn ouders roepen een beeld op van een liefdeloos huwelijk. Hij schrikt er niet voor terug zijn eigen vader te beroven, en ook onderling zijn de jongens soms wreed en onverschillig.
De behuizing is krap en armoedig; de broers slapen met z'n drieën in een bed, terwijl de jongste nog niet zindelijk is. Het lijkt misschien alsof de jongens en de oude man een droom delen, maar eigenlijk wordt daardoor juist het verschil benadrukt tussen de jeugd en de ouderdom: voor de kinderen is het de betere en mooiere wereld waar ze naar verlangen en op hopen. Voor de oude man is het vermoedelijk een dierbare herinnering uit het verleden. Erover mijmeren is een uitvlucht uit het leven dat hij leidt, of een manier om zijn oorlogsverleden te vergeten. Hij weet dat het meer niet bestaat, maar het is een troost om erover te kunnen spreken.
Aprimovs stijl is sober maar natuurlijk, zonder de nadrukkelijke onderkoeling van bijvoorbeeld Ormibaev. Waar in Killer de emoties schuilgingen achter een ondoordringbaar masker, zijn ze van de gezichten van de kinderen duidelijk af te lezen. Het is een mooie mengeling van realisme en parabel. De kinderen zijn niet alleen zoekers naar een betere wereld, het zijn ook gewoon beginnende pubers met de overmatige seksuele nieuwsgierigheid die bij hun leeftijd hoort.

Petra van der Ree

Tri brata
Kazachstan, 2000
Productie: Serik Aprimov, Sinjoe Sano
Regie en scenario: Serik Aprimov
Camera: Fedor Aranyshev
Montage: Dina Bersugurova
Art direction: Sabit Kurmanbekov
Met: Kasym Zhakibaev, Shakir Vilyoumov, Bulat Mazhagulov, Bahtiyour Kuatbaev
Kleur, 80 minuten
Distributie: Filmmuseum
Te zien: vanaf 14 december

Naar boven